DDDDe Alpen Hoofdstuk 1 
Hoofdstuk I

Van Thonon les Bains tot Contamines de Montjoie

Maandag, 23 juni, 2008

We zitten met 34 graden op camping Lac Noir in Thonon-les-Bains 
op
een mooi stekje in de schaduw onder de bomen. Na zes weken
extreme regen en kou in de Franse Alpen is het sinds een week
eindelijk mooi weer. Eigenlijk te heet.

We hebben Paddy
(onze bordercollie) om 10.00 uur bij de Fam.
Feigly gebracht en zijn daarna via
Col du Galibier hierheen gereden.
We waren hier pas om17.30 uur. De wegen schieten niet op. Er zijn
zeer veel omleidingen vanwege weggespoelde en geblokkeerde
wegen vanwege de extreme regen van de laatste tijd.
We beginnen morgen met 18 en 21 kg in de rugzak. Drie dagen 
noodvoer en
warme kleding voor hoog in de bergen. Vanavond zal
ik mijn lange buitensport onderbroek niet
aantrekken. Gauw even
afwassen en dan naar het Meer van Genève lopen.
In anderhalf uur rondgelopen en de GR 5 gelopen vanaf de aanleg-
steiger van de boot in het meer tot
waar we morgen
verder moeten.
Deze camping ligt maar 1 km van
de route.
Thonon is een gezellige stad vol restaurantjes en terrasjes.

Dinsdag, 24 juni, 2008
Dinsdag 24 juni, 2008
Thonon les bains - Chevenoz
 Om half zes opgestaan. Rugzakken gepakt. De auto laten we 
14 dagen staan in  “garage mort” voor 1 euro 50 per nacht.
Om 7.00 uur willen we gaan lopen. 
Shit, de camping is afgesloten, we kunnen nergens uit, ook niet
via het zijdeurtje.
 Via een klauterpartij door ruig terrein vol
brandnetels en bramen en via
een bouwterrein, komen we
toch de weg op. We laten ons zo
gauw niet kisten. Het is
alweer bloedheet
vandaag. Zeker boven
de 30 graden. 

Gelukkig is het vaak bewolkt en lopen we veel door het bos.
We hebben een prachtige wandeling
Schitterende helling-
bossen. Soms heel steil naar beneden naar een riviertje,
dan weer steil de volgende heuvel op. 
Koffie gedronken in een hotel in Armoy. Verder veel dorpjes gepasseerd van 3 x niks.
Tussen de middag aan de Dranse gepicknicked bij een brug uit de 16e eeuw bij Bioge.

Daarna heel steil omhoog. Bos en velden
tot aan Les Clouz. Om 4 uur begon de ellende.
De camping is niet te vinden en nog niet open. Shit. Het hotel in Vinzier is gesloten en
opgeheven. De gîte rural verhuurt alleen kamers per week.
We hebben twee uur rond lopen kloten en zijn niets opgeschoten.Dan maar improviseren.
Uiteindelijk doorgelopen tot aan een rivier bij een passerelle voor Chevenoz.
In Chevenoz is een gite, maar niemand neemt de telefoon op, dus ook dat is geen optie.
Ik ben moe.
Volgens mijn stappenteller hebben we 25 km gedaan in die warmte. We
slaan de tent op bij de passerelle
naast de rivier. Dan maar wildkamperen. Dankzij onze
waterzuiveraar hebben we drinkwater en met twee pakjes instant pasta
met pesto van
Knorr en koffie toe hebben we ook een gevulde maag.
Eng vind ik het wel, zo pal aan het pad, je weet nooit wie er nog langskomt en we hebben
nu Paddy niet bij ons. In de schemer komt er nog een visser langs en nog een Nederlands
stel voor de GR 5 die een gite besproken hebben in Chevenoz.

Woensdag, 25 juni, 2008
2008
Chevenoz - Lac d'Oche 

Goed geslapen vannacht. Lekker gewassen in de snel stromende rivier. De zanglijster geeft 
een concert. Het is prachtig weer.
We nemen koffie en een mueslireep en gaan op pad.

We beginnen
met een heel steile klim omhoog en vele steile klims zullen nog volgen vandaag.
We moeten 1100 m stijgen. Dat is behoorlijk met
een zware zak op je rug. Dat gaat niet zo
snel. Het is taai naar
Tête des Fieux. Eerst knettersteil over boomwortels, dan een steil pad
omhoog en een smalle crête vol fraaie bloemen naar Col de
Casse d'Oche en weer een
zeer smalle crête, gelukkig vol
bloemen.
Om 16.15 uur houden wij het voor gezien bij Lac d'Oche op 1750m. Een paradijselijk 
wildkampeerplaatsje tussen hoge steile bergen
aan een meertje. Het is wel koud. Tegen
de schemer komen er
vijf steenbokken voorzichtig afzakken naar het meer om te drinken.
Wat is wildkamperen hier mooi. Zo onderga je echt
de bergen.
 
Donderdag 26 juni, 2008
Lac d'Oche - Chapelle d'Abondance
 

Heerlijk geslapen vannacht en om 7.15 uur gaan we lopen. Het is nog fris in de bergen
met een paar mistflarden. Eerst de
Col d'Oche, dan een gruis en stenenpad naar Col
de Pavis en
wat we dan zien........ 80 steenbokken!!!!
Ze zitten gewoon op het pad. We zeggen allee hup, en moeizaam schuiven ze een 
stukje op zodat we er langs kunnen. Jonge
steenbokken zijn aan het vechten op een
meter afstand van ons. De keien vliegen rond. Schitterend, dit zullen we niet zo vaak
meemaken, denken wij. Twee bokken staan te bakkelijen net boven ons, als we een
sneeuwveld moeten oversteken.
Nu worden
de rondvliegende stenen toch link.
Wat een bijzondere
ervaring hebben we hier.
Even zoeken naar het pad.
De jonge steenbokken hebben de bordjes omgeduwd.
Welke kant is de juiste?? Uiteindelijk Col de Bise gevonden en na 400m afdalen 
komen we aan bij Refuge de Bise. Om half elf kunnen we hier
uitgebreid ontbijten.
Daarna verkletsen we onze tijd met Fransen die
de GR 5 vanuit Nice naar Thonon
lopen. Dan 300 m omhoog naar
Pas de la Bosse. Het is er koud en winderig en er
staan een ezel
en een koe.
Vervolgens 800m dalen naar la Chapelle d'Abondance.
We nemen hier een halve rustdag, alhoewel, die is al grotendeels voorbij, na 6 uur
lopen. We pakken *** Hotel Les Gentianettes.
Heel leuk houten hotel in Zwitserse
stijl. Lekker luxe na 2 x
wildkamperen. Rustig gelegen op de route. Lekkere
douche, kleding gewassen en op het balconnetje zetten we de schoenen en de
sokken te luchten. Daarna naar de winkel. Valt tegen. De Intermarché is 3 km lopen
op je Tevasandalen. Niks rustdag. Boodschappen
doen en dan weer 3 km retour.
Want misschien moeten we nog vaker wildkamperen en misschien komen we geen
winkel meer tegen, dus dit corvee moet. In de bergen moet je onderweg alle kansen
grijpen.
Om 19.30 uur zijn we net op tijd terug voor het diner. Lekker gebuffeld. Gewurz-
traminer uit de Elzas er bij en koffie toe. Luxe zitten aan
een tafel op een stoel.
We laten ons verwennen.
Kost wa, mar dan hedde ok wa, zeggen ze bij ons in
Brabant.

Vrijdag 27 juni, 2008

Chapelle d'Abondance - Lenlevay
ag 27 juni, 2008pelle d'Abondance -

We willen weer vroeg aan de bak, maar helaas, we kunnen niet eerder weg uit het hotel.
De receptie is niet eerder bemand en afrekenen moet ook gebeuren. Prima hotel
overigens. Lekker
ontbijt met capuccino en eigen gemaakte yoghurt, daarbij meloen
en fruitsalade. Heerlijk. Groente, fruit en melkprodukten moet je toch vaak ontberen als
je loopt.
Enfin, we gaan tonrond op pad. Veel klimmen. Wel weer een zeer fraaie route door het 
bos en de alpenweiden. Ongeveer 1100 m
omhoog is een gesjouw met die zak op.
Na Châlet de Torrens
(geen villa, maar een schapenhutje) moeten we recht omhoog
zonder pad en dan steil langs een sneeuwveld, glibber, glibber, spekglad over nat mos
en modder.
Bovenop Col des Mattes 1930 m kunnen we geen pad meer vinden naar beneden.
Van alles geprobeerd. Via allerlei koeiepaden en
vervolgens steil naar
beneden
gelopen dwars over de wei.
Uiteindelijk kunnen we de boerderij  Le Pron 1741m vinden en hoera, daar is het pad
ook weer. Bij de schuren van Lenlevay kan
je water tappen en dan, ongeveer een
kilometer verder, vinden
we een mooi plaatsje om wild te kamperen. Het is een soort
parallel weggetje omhoog, dat niet meer gebruikt wordt. We zitten mooi beschut en uit
het zicht van de dagjesmensen en
motercrossers.

We hebben uitzicht op Porte du Soleil, een Frans/Zwitsers skioord op 1840 m.
Het is wisselend bewolkt en
we koken ons avondeten. Weer noodvoer van Knorr.

Zaterdag, 28 juni, 2008

Lenlevay - Col de la Golèse
uni, 2008
Een lange tocht staat ons vandaag te wachten vanaf les Châlets de Lenlevay tot
aan de Gîte de la Golèse. Koos loopt eerst een kilometer terug naar ons water-
tappunt om alle flessen weer te
vullen en dan kunnen we op weg. Het is half zeven.
Een saaie
etappe, grotendeels bestaand uit brede gruisweg, in de winter is het
vermoedelijk langlaufpiste. Je moet het van de uitzichten hebben vandaag en die
zijn prachtig.
Het is superweer vandaag, wel heet, maar liever heet dan nat. Om 8.00 uur komen 
10 motercrossers de natuur en de berghellingen
verzieken. Stof en stank rondom.
Plotseling vliegen er 4 korhoenders
pal voor onze neus op, verschrikt door de
motercrossers.
Wat prachtig. Tetras lyres heten die in het Frans. Die Fransen
zijn toch echt niet zuinig op hun mooie natuur.

Verder moeten
we over veel kale skihellingen en zien we overal skiliften van het
gebied Porte du Soleil tussen Châtel en het Zwitserse Champéry. Wat maakt de
wintersport toch veel natuur kapot. Zonde.
Bij de Zwitserse grens bij gîte de Chésery aan het Lac Vert buiten in de zon lekker 
zitten ontbijten met lekkere Zwitserse koffie en
koffieroom. Twee heel vriendelijke
dames zijn net een kwartier
open en wij zijn de eerste klanten van het seizoen.
Het gehele
lac Vert ligt tussen plakken sneeuw. Bij Col de Portes d/hiver – 2100 m –
is een Zwitserse mountainbike
wedstrijd aan de gang. Ontiegelijk veel deelnemers
die vele
kilometers paralel naast ons over de paden racen. Als ze maar goed sturen,
vooral als ze afdalen en ons van achter benaderen.
Ze rijden je zo voor de klep en
dan ben je geheit uitgelopen.
 
Net voor Col de Coux drinken we koffie met appeltaart er bij. Koos neemt een kaas-
omelet en ik bestel twee glazen lekkere melk.
De buvette heet La Pisa en ziet er in
eerste instantie niet uit,
maar de mensen zijn erg vriendelijk en het zit verdomd
lekker op
een bankje onder de parasol. Het is de boer die bijverdient in de zomer.
Hij heeft ook nog een gîte bij de koeien. Ik geeft de
voorkeur aan de tent, denk ik.
Flessen water vullen bij de bron en
in de snoeihitte Col de Coux omhoog 1920 m,
maar we moeten
net daarvoor eerst even afdalen naar 1580 m. Dit motiveert
enorm, maar niet heus.

Om 18.00 uur komen we na
25 km bekaf aan bij Refuge de la Golèse. Geweldig, we
mogen mee
eten om 19.00 uur, we kunnen water tappen en we mogen onze
tent boven de Col neerzetten, dat is gratis.
De vent van de
refuge kan goed koken en we eten hartstikke lekker en met
een goede
wijn. Dit is een goede uitzondering op de refuges.

Het was een taaie dag vandaag met leuke momenten en
schitterende uitzichten
vooral aan de Zwitserse kant op
de
Dents Blanches.
 
 ZZondag 29 juni, 2008
Zondag, 29 juni, 2008 

Col de la Golèse - Samoëns
We nemen vandaag een rustdag, dat wil zeggen we gaan om 7.15 uur op pad. Als je op
trektocht bent moet je niet lamballen. Je zit tenslotte in het ritme.
Het is wederom prachtig weer en we zien de
top van de Mont Blanc in alle glorie. We lopen
in 3 uur in hoog
tempo naar beneden over een saaie keienweg en asfalt totaan Samoëns.
Halfweg komen we nog een koeiedrinkbak tegen met
stromend water waar we ons kunnen
wassen.
Het is pal aan de weg, maar er is geen mens, zelfs geen hond, dus who cares?
Flessen vullen ( wel water zuiveren, natuurlijk) en voort gaat het weer.

We willen
vóór 12.00 uur boodschappen doen in Samoens anders hebben we niets te eten en
niets
voor de volgende etappe in de bergen.
Gelukkig, we redden het. Om 10.50 uur zetten we de zakken op de camping en gaan fullspeed
naar het dorp om van alles te kopen: vlees, groente,
fruit, melk en yoghurt. Wat zullen we lekker
eten vanavond. We nemen nog een terrasje
en keren dan met handen vol tasjes terug naar de
camping.
Een hele fijne camping trouwens Le Giffre in Samoëns. Met een fijne douche. Na het douchen
en kleren wassen gaan we weer
terug naar het dorp om de prachtige alpentuin van Yasmina te
bezoeken. Schitterend aangelegd op een flinke helling met natuurlijke watervallen en stroompjes.
Toegang gratis. Een
bezoek meer dan waard.
Daarna lekker een ijsje genomen op het terras en dan als een haas terug naar de camping,
want er dreigt een flink onweer.
Gelukkig gaat uiteindelijk het meeste onweer aan ons voorbij,
maar we krijgen wel 3 x een klein buitje.
Alles bij elkaar toch nog 18 km gelopen op onze rustdag.
Onder een lindeboom blijven we redelijk droog en daar kunnen we koken en eten. Morgen
gaan we fris weer verder. 's
Nachts spookt het nog wel in de bergen, maar wij hebben er
geen
last van.
 MMaandag 30 juni, 2008
Maandag, 30 juni, 2008

Samoëns - refuge Lac d'Anterne

We vertrekken om 6.45 uur. Wat je 's morgens kan doen hoef je s'middags niet meer. Het eerste
stuk lopen we langs de rivier de
Giffre. Iets kleiner dan de Durance bij Embrun, maar ook wel een
aardige raftrivier, lijkt ons.
We hebben mooi weer, lekker fris en een zonnetje. Af en toe staan er
fraaie beukenbossen op de helling.

Dan slaan we
rechtsaf en komen we in de Gorges de Tinées. Wat een prachtige smalle kloof.
We moeten twee keer een ladder op, maar die zijn
goed te doen. Daarna hebben we een smal
paadje door een
hellingbos met een diepe afgrond. Het paadje is glad van de regen.
Dan komt er een behoorlijke ladder maar met een leuning en later nog staaldraden. Een beetje 
eng. Daarna volgt een soort trap van
boomwortels, door de onweersbuien van afgelopen nacht zijn
ze spekglad.
Het heeft hier gisteren behoorlijk geregend en het is weer een beetje eng en steil.
Daarna loopt het pad weer naar beneden naar
de Giffre. Je had dus ook gewoon over de asfalt-
weg kunnen gaan,
maar dit is veel mooier. Grote stappen, gladde stenen, diepe afgrond. Een
zeer moeilijk pad. Steil naar beneden en glad, dus
dan maar op mijn kont, jammer van de vieze
broek, droogt wel.
Op een weitje in de zon even lekker ontbijten en koffie drinken.
We hebben
tenslotte van alles bij ons. Dan weer plat langs de
Giffre richting Cascade du Rouget.
Een prachtige waterval, die van heel hoog komt. Nu maken we een cruciale fout. We gaan
rechts omhoog volgens de wegwijzer. In het boekje staat dat je
de weg moet volgen, hadden we
dat maar gedaan.
Maar de stelregel is wegmarkeringen gaan voor het boekje.
Enfin we klauteren nu over een steil en moeilijk pad. Op handen en knieën vecht ik me omhoog 
met die zak op. Het is bijna geen
doen. We gaan min of meer rechtstandig langs de waterval
omhoog. Soms moet je een ruw stenen muur beklimmen van anderhalve meter hoog met gladde
natte stenen. Ik raak helemaal
in paniek en ben bang om naar beneden te vallen.
Ik huil van angst. Ik vecht me omhoog over nog twee stenen muren. Uiteindelijk doe ik mijn rugzak
af en loop een stuk ge
makkelijker omhoog tot aan een bospad. Koos zet daar zijn rugzak neer en
gaat voorzichtig omlaag om mijn rugzak op te halen.
Ik zit intussen op een steen een potje te huilen in mijn eentje als ontlading van de angst. Dat lucht 
op. Shit, ik ben mijn horloge
kwijt. Koos gaat voor de derde keer het pad op en neer om mijn
horloge te zoeken. Helaas, hij kan hem niet vinden. Hij zal wel met de waterval naar beneden zijn
getuimeld naar de vaantjes. Hartstikke
zonde, het was een mooi zilveren Esprit horloge met een
fraaie klikband.
Jammer dan. Life must go on.

De tweede helft van het pad is een
gewoon pad tussen de alpenweiden en bos.
 
Alles bij elkaar hebben we hier anderhalf uur verkloot omdat we het verkeerde pad namen. We
komen bij een leuke uitspanning bij
het eind van het pad. Vriendelijk mensen, leuk terrasje,
fraai
uitzicht op Sixt Fer à Cheval. We drinken er een cola en nemen een lekker ijsje. We komen
weer bij en gaan verder omhoog naar
twee prachtige watervallen van de Pleureuse en la Sauffaz
1450m.
We komen ineens allerlei dagjesmensen tegen op het brede keienpad. Het zal wel aanbevolen
zijn door de VVV. We gaan nog
verder omhoog over een wat smalle enge balconweg. Ja, ik heb
h
oogtevrees, dus voor mij is het misschien enger als voor een ander. Koos heeft nergens last van.
Er is in ieder geval een diep
gat links van ons. Het pad loopt onderlangs het prachtige
rotsmassief van de Fiz door naar Anterne. Na dik anderhalf uur komen we aan bij refuge d'Anterne
ook wel – Alfred Wills genoemd. Hij ligt op 1808 m in een schitterend gebied aan de voet van
de Rochers du Fiz. Een groot, kaal, maar markant stuk massieve steen. We hadden het
plan om
door te lopen naar Lac d'Anterne en daar wild te gaan
kamperen, maar het is een site classé en
dus is dat verboden, het ligt
binnen een uur van de refuge, dus dat is dubbel verboden en het is er
helemaal
wit van een dik pak sneeuw, een beetje koud. B
ovendien is het de hele middag zwaar
bewolkt en het miezert
een beetje. Maar ineens trekt het weer even open en zitten we
uit te rusten
in de zon. We vragen of er nog plaats is in de
Refuge
d'Anterne op 1800 m. Ja, we kunnen blijven
slapen en mee-eten. Dat is fijn, want we hadden even geen alternatief.
De refuge is een privé-refuge, d.w.z. hij is niet van de C.A.F.(= club alpine de France).
Er zijn net vier Franse heren aangekomen die een uitje hebben van een paar dagen en veel lol
hebben. Echt van die mannen onder elkaar. Stoer zijn, een beetje macho en mekaar plagen.
We raken gezellig aan de praat. Toch handig als je vloeiend Frans kan. We drinken een groen
Génépi-biertje. Heerlijk. (gebracht per helikopter, dat merk je aan de prijs).
Het is hier een mooie plek. De waardin is erg aardig en zoekt in de winter samen met haar hond
naar slachtoffers onder de sneeuw.
Om 19.00 uur mogen we naar binnen voor het eten en dan begint het te plenzen. Geluk dat we 
niet wild kamperen.!!
We krijgen gemalen bonensoep, kaasfondue met oud brood en een plakje
cake toe. Daarna help je de waardin met de afwas. Ze staat er tenslotte helemaal alleen voor.
De refuge wordt 4 x per seizoen per helicopter
bevoorraad. Eigen rommel moet je meennemen.
Wassen kan je
buiten in het veld bij een drinkbak tussen de sneeuw. Je slaapt op een zoldertje
van 1,70 hoog waar 70 dunne matrasjes liggen, zij aan zij. Het zoldertje is te bereiken via een
buitentrap.
Beneden
aan de buitentrap is éen buiten wc. Voor al die 70 man. Gelukkig zijn we maar met
15 personen, dat scheelt, dat ruft een stuk
minder. Er zijn mensen die hun neus op halen voor
wildkamperen,
maar refuges kunnen ook verrekte primitief zijn en duur!
In een tent heb je tenslotte frisse lucht en rust.
De volgende ochtend kunnen we ruim 100,- euro afrekenen.
Daarvoor krijg je nog oud brood
bij het ontbijt (de helikopter is een tijd niet geweest). Het comfort laat veel te wensen over
in de refuges hoog in de bergen. Licht is er spaarzaam (zonnepaneel), douches zijn er vaak
niet. Probleem van het
afvalwater, dat moet ter plekke gezuiverd worden door bezinkings-
putten en zo.

Dinsdag, 1 juli, 2008

Refuge Lac d'Anterne - bivak nà Pont d'Arlevé

Toch nog een beetje geslapen in dat benauwde hok en de deur dicht. Om te stikken. 
Gisteravond liep de schaapsherder met zijn kudde nog in het donker rond de refuge en
vanmorgen om 5.00
uur al weer. Om 5.45 uur moet ik naar de wc en loop ik via de
buitentrap naar beneden. Ik heb de eerste prijs. Drie patous komen op me af.
Patous zijn
grote witte
Pyreneese berghonden, die de schaapsherders in de Alpen bij de
kuddes hebben als protectiehonden tegen allerlei
indringers zoals wolven, in de steek
gelaten - en daardoor wilde
honden uit Italie en mensen die op de kudde toelopen. Deze
honden zijn niet voor de poes en ik ben er hartstikke bang van, ondanks het feit dat ik dol ben
op honden en zelf al 30 jaar een
hond heb. Maar pittbulls en patous, daar ga ik met een boog
omheen. Enfin, daar staan drie patous onder aan de trap te blaffen en de wc deur is drie meter
verder. Ik ben daar niet blij
mee. Moet ik dan maar in mijn broek plassen halverwege de trap?
De gedachte aan een natte, stinkende fledder in mijn rugzak doet me toch maar besluiten
om behoedzaam naar het toilet te gaan. Gelukkig, ik red het.

Het is in ieder geval prachtig weer en het is hier zo mooi aan de voet van de Rochers du Fiz,
zo idyllisch, zo puur. Een heel bijzondere plek. Er is geen wolkje
aan de lucht.

Na de wasbeurt buiten in de vrieskou (daar wordt je lekker wakker van) en het ontbijt
met
knoeroud hard brood gaan we om 7.00 uur op pad.
Eerst 250m omhoog naar Lac d'Anterne.
Wat is het hier moooooi. Echt een plaatje met allemaal sneeuw en de weerspiegeling daarvan
in het water. Een echte site classé.
Strak blauwe lucht er boven, Schitterend. Echt een volmaakte
omgeving. (ik mis hier mijn fototoestel).

Er staat een visser aan de kant, die is al vroeg naar boven geklommen of toch stiekum in de
sneeuw gekampeerd?
We kruisen veel riviertjes op weg naar het meertje. Daarna moeten
we onze weg zoeken in de sneeuw. Gelukkig geen mist,
want dan zou je het spoor volkomen
bijster zijn. Nu kunnen we
zien in welke richting we ongeveer moeten gaan. Klimmen in de
sneeuw naar boven naar Col d'Anterne, weer 200 m hoger. We moeten veel sneeuwvelden
oversteken. Het heeft wel wat
dat sneeuwwandelen in korte broek de hele ochtend.

We krijgen een schitterend uitzicht op de Mt.Blanc in alle glorie in de zon als een grote witte
suikertaart met een strak blauwe
achtergrond. Echt prachtig. We genieten volop. We dalen
weer
200 m en komen bij refuge Moëde Anterne. Deze is veel luxer en groter, maar heeft
een zeer onvriendelijke beheerster.
Drinkwater kunnen we bij haar kopen voor 2 euro de liter. De trut.We drinken onze koffie op
en geven geen fooi. Bekijk het maar.

Dan dalen we af naar
Pont d'Arlevé, 400 m lager over een moerassig pad door alpenweiden.
De brug gaat over een woeste rivier diep onder ons.
We picknicken na de brug op het pad bij een beetje schaduw van een bosje. Het is broeierig
benauwd weer en ver boven de dertig
graden. Dan volgt een lange klim over een smal
balconpad met
diepe afgronden naar een eenzaam dal zonder weg, zonder bewoning,
alleen de kolkende rivier.
Ik vind het pad een beetje eng hier en daar, maar de zijkanten
zijn goed begroeid met het alpenroosje (rhodondendron).

Om 15.00 uur wordt het overal om ons heen donker en er hangen
dreigende luchten.
Er hangt een
stevig onweer in de lucht. We durven niet verder te gaan naar Col de Brévant
in deze
situatie. Om half vier vinden we een mooi wildkampeerplaatsje rechts opzij van het
pad in een haarspeldbochtje na een stel ruïnes
. Er is net een plat stukje voor de tent tussen
twee dikke
keien op 2000m. Drie meter verderop loopt een stroompje dat honderd meter
hoger nog in de vorm van ijs en sneeuw is.
Een perfekt plaatsje. We zetten hier vlug onze
tent neer.

We zijn
nog niet klaar of het begint aan alle kanten te donderen,en te stormen, maar pas twee
uur later gaat het regenen.
Het komt met bakken de lucht uit, het stormt en het hagelt. Gelukkig
liggen we mèt de rugzakken in de tent om hem aan de grond te houden. Alles wat we bij ons
hebben aan warme spullen trekken we aan.
Het buitensportondergoed, twee fleecetruien,
windstopper.
We liggen zelfs in onze slaapzak in de tent en het gaat stevig te keer buiten.
De temperatuur is dertig graden gedaald. De tent is van goeie kwaliteit, hij houdt het.

Wat hebben wij een goede beslissing genomen om zo vroeg te
stoppen.!!! Nu bovenop de
Brevant hadden we het knap lastig
gekregen. Refuge Bel Lachat hadden we nooit gehaald.
Wat een geluk dat we al die kampeerspullen altijd meesjouwen, het gaat wel langzaam, maar
je kan je altijd in alle situaties
redden. Dat blijkt maar weer. Tegen 21.00 uur gaat de storm
wat liggen en wordt het droog. Achter de dikke kei kan ik ons noodvoer warm maken.
Het is zo kouououd!!!! Na het eten gaan we in het lange ondergoed slapen.

Woensdag, 2 juli, 2008

Bivak Pont d'Arlevé - Les Houches
Woensdag 2 juli,2008.
 
Om 6.00 uur weer wakker. Lekker geslapen en het is opnieuw prachtig weer. Staalblauw en
super helder. Zelfs extreem helder. Een Zwitser zei ooit tegen ons in de bergen: "Als de bergen
er heel mooi en scherp bij liggen, krijg je de volgende dag slecht weer." We zien wel....

We beginnen meteen met
sneeuwwandelen. Om 9.00 uur zitten we in de sneeuw op de
Col de Brevant op 2368 m. Mooooi.!!! We hebben een
overweldigend uitzicht waar we
een kwartier lang sprakeloos van
genieten. Chamonix ligt 1500 m loodrecht onder ons.
Ik mis weer mijn fototoestel.
De Mt.Blanc ligt als een poezelig fluffy witte berg recht voor ons. Scherp afgetekend tegen een 
diepblauwe lucht. Er is geen wolkje te bekennen. Zo mooi kan je
het op geen ene ansichtkaart
vinden, zelfs niet met een gemanipuleerde foto. Dit is werkelijk het allermooiste wat ik ooit
gezien heb. Wat een kadootje krijgen wij.

Na een kwartiertje komen we toch
maar weer in beweging, we kunnen hier niet eeuwig blijven.
We gaan weer verder door de sneeuw. Veel sneeuw, het heeft hier gisteravond behoorlijk
gesneeuwd. We krijgen een moeilijk pad. Twee ladders en een aantal gaspedaaltjes.
Veel
geklauter door de sneeuw. Koos helpt mij met de rugzak, want ik kom anders niet
omhoog.
Een beetje eng vind ik het wel. Hoogtevrees is verdomd lastig. Dan komen we op
de top van
de Brévant. Weer dat uitzicht. Zo mooi. We zitten nu op 2526 m in de zon.
We boffen.
De téléphérique is in reparatie, dus het is stil op de top. Geen dagjesmensen. Slechts drie
Fransen zijn daar: een berggids met zoon en kleinzoon. Hij kent de omgeving al zijn hele
leven, maar zo mooi als je de Mt.Blanc vandaag ziet heeft hij pas
ooit 1 x eerder meegemaakt.
Dat belooft morgen slecht weer........ zegt hij. Waar hebben we dit eerder gehoord?
Zo gaat dat in de bergen. Tant pis = pech gehad. Niet erg, vandaag hebben we een lotje uit 
de loterij.
Langzaam dalen we af via een mooi pad en zien we twee gemzen. Ik kijk maar niet
in de diepte, want dan durf ik niet verder. Het is weer eens een balconweg. Daar ben ik echt
niet dol op.

Tussen de middag eten we op het terras van refuge Bel Lachat op
2151 m recht tegenover
de glacier de Bossons. Een zeer spectaculaire ligging heeft deze refuge. Aangeplakt tegen
een
steile helling met een zwevend terras. Met mijn hoogtevrees durf ik niet zo aan het randje
te
gaan zitten,ondanks de balustrade. Als er houtwurm in de palen zit zeilen we zo op
Chamonix.
Koos vergalloppeerd zich aan een omelet, ik neem een salade. Andere gasten liggen lui in 
ligstoeltjes in de zon. We spreken een
Fransman die hardlopend Tour de Mt.Blanc heeft
gedaan in 36 uur.
Fitte vogel. En dan met al die ladders!!
Daarna volgen we een heel erg moeilijke afdaling, 1500 m naar beneden. In het boekje 
staat
dat je dat in twee uur kan doen tot
Les Houches. Nou mooi niet. Houdt daar
rekening mee.
Je moet
soms stappen maken van 50 à 60 cm, soms zijn er kabels of stangen
om je aan vast te houden, soms zijn er gladde keien.
Het is een enge balconweg. Ik durf niet
opzij naar beneden te
kijken. Wij doen er ruim 5 uur over, maar wij zitten met een zware zak,
een pijnlijke knie en een verstuikte voet. Het is echt heel
een lang pad en er komt geen eind aan.

In Les Houches moeten wij nog twee kilometer doorlopen tot de camping aan de voet van de
téléphérique naar Bellevue- Col de
Voza. Het is echt een campinkje van minimaal niveau,
maar goed, er zijn wc's en douches en je redt je wel. Er is wel een zeer interessant internationaal
gezelschap op de camping.
Allemaal bergklimmers voor de Mt.Blanc. Er staan ook alleen maar
kleine tentjes en....... wie schets onze
verbazing.....
de caravan van Henk en Marleen die wij
ontmoetten op ons pad door de Jura. In Moûte, brachten
ze ons koffie, zo aardig. Ze gaan
hetzelfde traject doen
met twee zonen via gîtes en refuges.
Grappig. Wat is de wereld toch klein. En wij zeiden in de Jura nog tegen elkaar: die gaan
dat nooit redden met die caravan en het openbaar vervoer. Onmogelijk in het Alpentraject.
(In juli, 2011 hebben ze Nice ook bereikt, zo zie je maar weer).
Ook staat er Laurens, hij is net klaar met Tour de Mt.Blanc in zijn eentje. Een super sportieve knul.
Fietst ook veel in de Franse Alpen. Gezellig allemaal.
Wij gaan met zijn tweetjes uit eten bij Auberge Beau Site in Les Houches. Gezellig in de tuin 
onder groene parasols.
We hebben werkelijk verrukkulluk gegeten met een heerlijke rosé Tavel
erbij. Zo'n restaurant van deze
kwaliteit kom je maar eens in de paar jaar tegen. Elk gerecht is
als een schilderijtje op bord.
Niet te veel. Super lekker.
Wederom: het kost wa, mar dan hedde
ok wa.
Wat is het leven toch mooi.

Donderdag, 3 juli, 2008 
Pokkeweer. Het is uitzonderlijk pokkeweer. De regen klettert op de tent. Het onweert onophoudelijk 
vanaf 9.00 uur. Het hoost de
hele dag. Er staat een half afgebouwde garage op de camping met een
dak erboven en daar gaan we ontbijten lekker hard op de beton. In het dorp
halen we appelflappen
en met Laurens en Henk en Marleen zitten
we gezellig koffie te drinken en te ouwebetten. Hollanders
onder elkaar.
Wat moet je anders met zo'n dag? Gelukkig zitten we nu niet boven in de bergen. Niets aan. Je ziet 
geen hand voor ogen.
De wolken hangen heel laag. 's Middags gaan we met de gratis trein naar
Chamonix een nieuw horloge kopen. Niet zo'n mooie als ik had, maar ik doe het er wel mee. Zonder
horloge kan ik niet leven. Met de bus retour,
ook gratis. Helaas was het horloge niet gratis.

Er komen een stel
Duitsers van de Mt.Blanc. Zeiknat en koud. Hadden alleen de buitentent
meegenomen om gewicht te besparen.
De sukkels, maar geluk dat ze nog leven.
Er komen ook Polen met kletsnatte spullen aan. Ze hadden de top bereikt, maar waren in de afdaling
overvallen door het noodweer.
Hadden een slecht gevoel over hun vrienden, die nog boven op de
berg zaten.
*) Later hoorden wij dat een Pool was verongelukt op de Mt.Blanc.


Vrijdag, 4 juli, 2008

Les Houches - Contamines de Montjoie
Vrijdag, 4 juli, 2008
 
Hoera, het is droog. Wel veel mist en optrekkende wolken. Al onze spullen zijn zeiknat. Toch maar
inpakken en wegwezen, we willen
verder. Volgens het boek “La grande traversée des Alpes” (zie
inleiding Alpen) kun je de wandeling omhoog naar Col de Voza beter overslaan Saai, slecht en
steil pad in het bos zonder uitzicht. Dus besluiten we om per
gondel naar Bellevue te gaan.
Een hele stap voor mij want vanwege mijn hoogtevrees ben ik als de dood voor gondels. We
lichten het pootje met de GR 5, waarvan
we verder iedere kilometer lopen, maar dit spaart twee
uur
omhoog zeulen. (650 m). Tu triches, zouden de Fransen zeggen. Ja, ik speel vals nu.
Ik zweet peentjes in de gondel die ook nog
een tijdje in de lucht bungelt vanwege reparatie-
werkzaamheden.
Afschuwelijk. Dat tref ik weer. Het duurt wel 10 minuten en het water stroomt
door
mijn handen van angst. Wat ben ik blij als ik uiteindelijk dat ding kan verlaten.

De wolken
hangen laag op 1653 m. Je ziet niks, geen hand voor ogen, het is hartstikke mistig.
Behalve
een groep Japanners, die zien schijnbaar andere dingen dan wij, want ze zijn driftig aan
het fotograferen.

Eerst gaat het pad
over de col langs de spoorbaan van het treintje naar Nid d'Aigle, het startpunt
voor alle bergklimmers.
Dan gaan we steil naar beneden over een saai pad. Bij de auberge
in Bionnassay drinken we koffie. De mist is opgetrokken en we zitten lekker in het zonnetje.
De fleecelaag kan uit.
Daarna krijgen we een fraaie wandeling door de gorge van het riviertje de Bionnassay. 
We ontbijten op een fraai plekje in de zon
langs het riviertje. Daarna verder door de vallei, omhoog,
omlaag.
Opnieuw een fraaie gorge, nu van de Gruvaz. Daarna langs de Bon-Nant linksom over de
brug en rechtsom over de brug.
Bij Tresse in een hotel-restaurant gelunched. Helaas moest dat
binnen met dat mooie weer. Het was het begin van het seizoen en de stoelen stonden nog niet op
het terras. We zijn de
enige klanten. Van de GR 5 hebben ze nog nooit gehoord. Het eten is goed:
een omelet
voor Koos en een salade voor mij.
In Condamines de Montjoie doen we boodschappen en eten we buiten op een bankje een heerlijk
ijsje.
Dan gepakt en gezakt twee kilometer verder buiten het dorp naar de camping Le Pontet.
Zeer fraaie camping met apart veldje voor
lopers van de GR 5 en Tour de Mt.Blanc.
Heerlijk grasveld met picknickbankjes en afdakjes en een zalige douche. Echt wat lopers nodig
hebben.
Daarna fris aan tafel voor ons eigen gekookte diner met rijst, kipfilet, groente en yoghurt.
En natuurlijk koffie toe.

Zaterdag, 5 juli, 2008i, 2008
Vroeg opgestaan. Alles is klam en vochtig. Het is bewolkt. Twee kilometer teruglopen en met de
eerste bus van half acht naar St. Gervais. Om 8.10 uur bij het station van de Tramway du Mt.Blanc.
Helaas. De trein is net weg. De volgende gaat om 9.20 uur. Wachten dan maar. Tijd zat voor een
bak koffie. Temidden van de bergklimmers en de dagjesmensen gaan we met het tandradtreintje
van 1904 m naar Nid d'Aigle op 2350 m. Het is inmiddels goed weer. We doen een stukje naar
boven over grote keien en zien een vijftiental spelende gemzen op de sneeuw. Met het treintje
van
11.55 uur kruipen we weer naar beneden.

Om 13.05 uur zijn we in Le Fayet waar we stressen om een treinkaartje te kopen voor
Thonon-les-
Bains. Wat een ramp is dat toch in Frankrijk.
Eén loket, een lange rij en mensen die inlichtingen
willen voor een
reis van over drie weken. Na 20 minuten hebben we eindelijk een kaartje en
rennen naar de trein. Deze vertrekt om 13.30 uur, de
volgende twee uur later. We redden het.

In Annemasse moeten we overstappen. Oh, geen trein, maar een bus. Valt achteraf nog mee.
Om 16.30 uur zijn we op de camping
bij de auto en doen we gauw onze boodschappen.
Rustige avond, goed weer, geen zon. 
Morgen weer naar het zuiden over
Col de Galibier, onze Paddy ophalen. Ik maak me zorgen om
hem. De laatste paar maanden is hij regelmatig ziek en koortsig. Als het maar goed is gegaan
bij de Feigly's.
 
We hebben het gehad met de 171 km tot Contamines de Montjoie. Volgende keer meer.
Drie weken later is onze Paddy overleden... Tien en een half jaar maar. We hebben er veel verdriet
van. Hij was een echt maatje voor ons. En hij was gek op trektochten. Als wij de rugzak en de
dikke schoenen pakten, raakte hij helemaal opgewonden.