De Alpen – deel II
Traject Contamines de Montjoie tot aan Modane
Van 17 augustus, 2008 t/m 31 augustus, 2008.
We willen wat extra's doen deze etappe: zowel Col d|Iseran op
de GR 5 en ook de Col de Chavière op de GR 55. Je bent nu toch
in de buurt, dan ook maar beide pakken, misschien kom je hier
nooit weer te voet. Uiteraard hangt alles af van de persoonlijke
conditie en het weer. We zien wel.
Zondag 17 augustus, 2008
Vandaag is Elles jarig. 29 jaar alweer. We kunnen haar niet bellen
want ze zit ergens op een Reggaefestival. Ik hoop dat ze een leuke dag heeft.
We rijden voor de vijfde keer over de Col de Galibier dit jaar. Het is redelijk
bewolkt met hier en daar wat blauwe stukken in de lucht. Als we aankomen bij
de camping van Contamine, hebben ze pauze van 12.00 uur tot 14.30 uur.
De slagboom is dicht. Pech gehad. Dan gaan we eerst maar picknicken in de zon
en ons omkleden in het bloc sanitair. Daarna nog een kwartiertje wachten.
Het regent inmiddels, maar het is maar een buitje. We kunnen onze auto weer in “garage-mort”
laten staan voor 14 dagen en we gaan direkt op pad. We willen lopen zover we kunnen,
dat hoef je dan morgen niet te doen.
Het is druk op het pad. Veel dagjesmensen en nogal wat TMB-lopers (Tour de MontBlanc).
Het is een behoorlijk steil pad naar Notre Dame de la Gorge. Na dit kerkje, dat veel bezoekers trekt, wordt het stiller. We
passeren een mooie gorge, waar het water van de Bon Nant met geweld doorheen perst. Bij de refuge de la Balme staan 10 tentjes
op een veldje. Wij besluiten om nog even door te lopen. We waren pas net begonnen. We krijgen weer een buitje regen.
Is niet erg. Tegen 18.00 uur vinden we een aardig plekje in een vallei op 1920 m. Even naar links richting het Lac Jovet. Iets
verderop staan 10 Engelsen. We gaan eerst even uitrusten en dan koken. Na het eten gaat Koos even water halen voor de
afwas in het riviertje verderop en shit hij is het stopje kwijt van het opblaasbaar afwasteiltje. Hij zoekt een half uur op het pad,
maar dat is zoeken als een speld in de hooiberg. Dat pieterige tutstopje vind je nooit. Het is wel vervelend, want nu loopt
steeds het water uit mijn teiltje. Lullig, maar we improviseren wel.
Vier lucifers werkt ook niet echt. Het wordt behoorlijk koud en we zetten de tent op. Er komen geen wandelaars meer voorbij.
Heel in de verte lopen schapen, als ze maar hier niet langskomen.
We hebben 8.5 km gelopen en zijn 900 m gestegen in 3,5 uur.
Niet slecht, met zakken van 18 en 22 kg. Daar moet de komende dagen nog wat uit gegeten worden.
Maandag 18 augustus, 2008.
Het is kooooouuuuud, koud, koud vannacht. De lucht werd helemaal helder en het zit tegen het vriespunt aan.
Echt bibbertjes koud. Ik heb mijn fleecevest en een paar sokken aangetrokken. Vanmorgen is het nóg kouder.
Het water in het beekje om ons te wassen is nét niet bevroren, dus vloeibaar. Daar is dan ook alles mee gezegd.
Wassen met kipevel dus. Om 7.45 uur gaan we op pad met een warme koffie en een mueslireep in de maag.
Flink doorstappen, dan wordt je wel warm. Er zijn al TMB lopers die passeren. De Engelsen worden ook wakker.
We moeten flink klimmen naar de Col de Bonhomme. En we zijn niet de enigen. Wel veertig TMB lopers delen ons pad.
Het lijkt hier Oostenrijk wel zo druk. Zo veel mensen hebben we tot nu toe op de hele GR 5 nog niet gehad.
Na de Col moeten we nog verder omhoog naar Col de la Croix de Bonhomme. Dat is nog een flink eind verder.
En drúk!!! Er lopen ook dagjesmensen vanuit de gîte. Er lopen wel 100 mensen hier boven op de berg.
Je gelooft je ogen niet. We passeren de refuge (met 100 overnachtingsplaatsen!!!) en om 11.30 uur beginnen we aan
de Crêtes de Gittes. Ik heb hier allang tegenop gezien. Daarom waren we zes weken geleden gestopt in Contamines
uit angst dat hier nog veel sneeuw zou liggen. Er ligt nu geen sneeuw en het weer is goed, gelukkig.
Nu moet ik tweeëneenhalve kilometer over de crête gaan lopen en hij is 2638 m hoog.
Flokstra vond dit een fantastisch pad alsof je op het dak van de wereld staat. Koos vind het ook heel mooi. Maar ik?
Ik heb hoogtevrees. Heel lastig. Aanvankelijk valt het pad wel mee. Het is wel een meter breed,
met hier en daar een eng smal stukje. Later wordt hij zeer smal en met rechte afgronden, vaak glad vanwege de natte leem.
Doodeng. De afdaling is steil en smal, maar gelukkig met korte haarspeldbochtjes, dus dat gaat.
Ik ben blij dat ik er heel van af ben en begin te schelden op Koos. Sorry, opgekropte angst.
Koos gaat voor de picknick 15 meter verderop zitten. Na de picknick krijgen we een eindeloos en steil pad naar beneden
naar Gîte du Plan de Lai. Oh, mijn knieën, mijn knieën, die doen zo'n zeer.
Bij de gîte een colaatje gedronken en een bessentaartje gegeten. De gîte is redelijk primitief, zeker wat het sanitair betreft en
verder ook niet best hebben we gehoord. Vanwege de ligging zou je veel beter verwachten.
De gîte ligt pal aan de weg naar Barrage de Roseland, de D 902 en er passeren ontzettend veel toeristen per auto.
Vorig jaar hebben we deze weg met de moter gedaan als onderdeel van de Route des Grandes Alpes.
Toen was het druilerig weer, maar vandaag hebben we permanent de zon met een staalblauwe lucht en een
aangename temperatuur. Daarom is er zeker zoveel volk op pad. We steken de weg over het gaan weer de Alpenweides in.
We willen nog een paar uur lopen en dan weer wildkamperen. Het pad is taai. We moeten voor de vierde keer een col
over vandaag, alleen hij wordt geen col genoemd. Daarna volgen koeien , koeien, koeien. We kunnen nergens staan.
Overal barst het van de koeien. Het lijkt de Jura wel. We moeten tot 18.00 uur lopen voordat we eindelijk een
geschikt stekje vinden voor de tent en zonder koeien.
We zijn bekaf. We hebben 19 km gelopen.
We hebben vandaag wel een paar zeer fraaie uitzichten gehad op de mont Blanc en op het stuwmeer van Roseland.
We staan nu hoog boven een dal met een paar huisjes (Treicol). Achter een rots tegen de wind en bij een koeietrog
voor was- en drinkwater. Het wordt donker om 21.00 uur en we gaan slapen. Er komt nu niemand meer langs het pad.
Hoera, lekker in ons tentje.
Dinsdag 19 augustus, 2008.
Om 6.15 uur gaat de wekker. Het is nét licht. Het weer ziet er heel goed uit, al hebben ze heel slecht voorspeld.
Om 7.45 uur gaan we weer gepakt en bezakt op pad. We beginnen met dalen van 1930 m naar 1695 m bij Treicol,
om vervolgens weer 770 m te stijgen naar Col de Bresson. (2469 m).
Het is een lang en moeilijk pad met grote stappen, veel keien en blokkenvelden, maar wel heel fraai.
Om 12.00 uur zijn we op de col en het is wisselend bewolkt. Hier en daar hangen een paar onweerskoppen,
maar er is ook blauwe lucht. We dalen 460 m af over fraai alpien landschap met schapen en een riviertje.
We komen aan bij Refuge de la Balme om 13.30 uur. We rusten hier een uur en eten dwars door de tuinsoep
op aanraden van Flokstra. Hij is lekker. De waard van de refuge ging letterlijk met een mes en een mandje
rondom de refuge onkruid snijden. Daarna nemen we een plat montagnard met gedroogd vlees, kaas en brood
en koffie toe. Prima. Dan Knieën insmeren met Voltarecrême, voeten behandelen en door met de afdaling.
De luchten worden steeds dreigender. Er hangt onweer in de lucht. Afdalen is de boodschap en niet hoog in
de bergen blijven hangen. We hebben nog 1300 m dalen voor de boeg, deze middag, want we willen naar Landry.
Eerst hebben we een saaie brede grindweg naar Laval. Daarna moeten we niet over de brug, staat erin het boek.
Het pad is wel saai, maar aardig voor de knieën, want het daalt flauw. Dan komen we bij een rood/wit gemarkeerd
paaltje zomaar boven op een grasbultje. Dat staat daar raar. Lolbroek zeker. We sjouwen verder naar beneden.
Shit, we gaan tóch over de rivier. Klopt niet. We gaan terug omhoog. We kunnen het niet vinden.
Weer naar beneden en toch over de rivier. Er staan nergens markeringen. Klopt niet. Toch weer terug omhoog.
Zou misschien toch dat paaltje op dat grasbultje iets willen zeggen??? We gaan niet helemaal terug, maar steken
dwars door en stappen door een veld met hoog onkruid.
Hopelijk zijn er geen slangen. We gaan rechtstandig een helling op en verdomd, daar loopt toch de GR 5.
Smal over een richeltje. Hadden we nu maar direkt op dat paaltje hoog boven op dat grasbultje gereageerd..
Sukkels die we zijn. Dit kost een half uur zoeken en verkeerd lopen. Het weer is weer zonnig en aangenaam.
Donkere luchten hangen achter ons. We hebben nu een fraai pad op gelijke hoogte door het bos.
Bij Les Fours gaan we scherp zakken. We moeten lange slingers over de weg volgen naar Valezan.
We pakken wat steile afsnijers door de velden naar beneden. Om 18.00 uur zijn we in Valezan.
De plaatselijke kroeg is dicht. Helaas geen cola te koop. We zijn moe. Er hangt een ontzettend dreigende
lucht in het westen.
We dalen verder scherp af naar Bellentre. Fraaie weg, maar slecht gemarkeerd. Het onweert in de verte.
Het is al 19.00 uur. Op een bankje bij het gemeentehuis hijsen we ons in de regenkleding.
Het onweer kan elk moment boven ons losbarsten. Nu moeten we nog naar Landry.
We missen de brug en de route, dus lopen we over een stil pad onder langs de N 90, aan de bovenkant
van de rivier. Bij de afslag naar Landry gaan we over de brug over de Isère. Gelukkig, meteen nà de brug
ligt camping Eden direkt links. Vier sterren camping, wat luxe, kom je niet alle dagen tegen.
Om half 8 komen we doodmoe, maar droog bij de receptie aan. We hebben vandaag 770 m geklommen en
ruim 1900 m gedaald, 28 km gelopen en 12 uur op pad geweest. Nu kannie wel weer, zou ik zeggen.
We zetten gauw de tent op en pakken een biertje en een werkelijk heerlijke pizza op de camping.
Gebakken door vrouw en dochter van de campingbaas. Aanrader. Echt goed. Ijsje toe en nog koffie na,
wat wil je nog meer op de camping? En onweren dat het doet! Horen en zien vergaat je, maar het kan ons
niets schelen, we zitten binnen. De weergoden waren ons zeer goed gezind vandaag.
We klagen helemaal niet.
Woensdag 20 agustus, 2008.
We doen op ons gemak vandaag. De wolken hangen nog laag, maar die trekken wel op.
Eerst uitgebreid douchen onder een heerlijke douche. Je kan wel merken dat je op een viersterren camping zit.
Altijd zoveel beter als een refuge hoog in de bergen. Als we weer toonbaar zijn gaan we uitgebreid ontbijten
met vers brood. Wat heerlijk na twee dagen hartkeks. Daarna gaan we een paar boodschappen doen.
Koos loopt met zijn gezicht tegen een driehoeksbord aan “hobbel overdwars” bij de spoorovergang.
Een lelijke jaap over zijn gezicht en bloeden als een rund. De enige winkel in het dorp is bijna leeg. Houden ze
er binnenkort mee op??? Het was pas de eerste winkel op onze tocht. Winkels zijn niet dik gezaaid langs de GR 5.
Om 11.15 uur gaan we eindelijk op pad richting Rosuel. Het begint saai langs de verkeersweg, maar al spoedig lopen
we in het bos. Prachtige paden en een flinke stijging. Soms weer even langs de weg, maar dat is maar een klein stukje.
Een schitterend bospad tot bij Refuge de Rosuel. Ondertussen komen we ook twee Engelsen tegen die op de camping
Eden stonden in Landry. Ze hadden gehoord dat we gisteren zo lang gelopen hebben. We drinken allemaal wat bij de refuge.
De Engelsen nemen uiteraard een pot thee. Wij drinken een cola en nemen een ijsje. De refuge de Rosuel is prachtig.
Gemaakt in de vorm van een golf en met een grasdak. Echt heel bijzonder. We willen nog even doorlopen en zoeken
dan een stekje voor wild kamperen. Dat valt tegen. De Engelsen gaan helemaal naar beneden naar de rivier
voor een plat plaatsje. Wij gaan bij een riviertje op de helling staan Hartstikke scheef. Koos slaat de distels plat en gooit
de keien weg, maar het wordt geen ideale plaats helaas. We durven niet verder te lopen in de angst dat het donker is voor
je wat gevonden hebt, of dat je in het parc de la Vanoise staat en dat is verboden.
We staan wel wat in de kiek. Late dagjesmensen passeren ons op zo'n 30 meter afstand. Ik maak de wortels schoon en
bak de ui en we eten heerlijk met aardappelpuree en escalope de veau met ras-el-hanout. Yoghurt en koffie toe.
Dan wordt het donker, dus de tent opzetten. Wat een gekloot, slapen op een scheve helling. Koos zet zijn rugzak aan het
voeteneind om niet weg te glijden. Er komen nog steeds dagjesmensen langs en het is bijna donker.
We hadden weer een prima dag, maar geen goed bivak. Sukkels die we zijn, we haden gewoon in Refuge de Rosuel
moeten blijven, er was nog plaats. Mooi stom dat we dat niet gedaan hebben.
Donderdag, 21 augustus, 2008.
Om 6.15 uur gaat de wekker. We hebben wonder boven wonder goed geslapen. Het is weer een wolkenloze dag. Het is koud.
Om even voor achten zijn we weer op pad. En kijk, daar komen we de Engelsen ook weer tegen. Met een muts op en
handschoenen aan. Ze gaan eerst retour naar Refuge de Rosuel om te ontbijten. Ze hebben niets te eten bij zich. Rare Engelsen.
Zo kan ik ook met een lichte rugzak lopen! Na anderhalf uur lopen komen we nèt voor het parc la Vanoise bij het chalet de Plagne
een ideaal wildkampeerstekje tegen. Mooi plat en water in overvloed. Hadden we dat maar geweten!!! Maar je durft het er
niet op de wagen als het vroeg donker wordt. Je merkt duidelijk het verschil van lopen in juni, of in augustus.

Op een gegeven moment lopen we drie kwartier de verkeerde kant op. Lollige dagtoeristen hadden de wegwijzer gedraaid met
een kwart slag. Wij balen als een stekker. De rood/witte markering werd rood/wit/blauw. We dachten dat het kwam door
Parc la Vanoise. Nee, dus. We zijn teruggelopen en hebben de paal weer goed gezet vooral diegenen die achter ons aan komen.
Later wordt het nog gezellig. Jan de Wit van de gîte du Plan de Lai komen we tegen en weer de Engelsen. We lunchen
gezamenlijk op een helling met uitzicht op Refuge Entre le Lac bij het meertje Lac de Plagne diep onder ons. We hebben veel
zon en blauwe lucht. Het is echt weer een schitterend pad op een schitterende dag. 'sAvonds in de Refuge du Palet (2550 m).
Hebben we een Hollands en een Frans kamp. Jan de Wit zit er en Jan en Loes uit Veghel en Koos en Monique uit Winschoten.
Die hadden we ook al gezien op camping Eden in Landry. De Engelsen komen ook nog langs, maar die willen verder lopen
naar Tignes.
Vrijdag, 22 augustus, 2008
Vannacht klote geslapen in Refuge du Palet. De matras was keihard en het hok zat potdicht en dat met zijn twintigen in een
stelling van het magazijn van Ikea. Snurkers en hijgers alom. Een Frans stel langs ons gelegen gaat `s nachts hotsknots naar
de wc met volop licht aan en laten van alles vallen. Wat een ellende. Een refuge blijft een noodzakelijk kwaad, wat
ons betreft. We hebben gisteren trouwens uitstekend gegeten en het was prima verzorgd. Voor het huttenpersoneel niets dan
lof. De kwaliteit was prima en met het Nederlandse clubje was het heel gezellig. Vanmorgen om 7 uur weer met zijn zevenen
ontbeten en daarna op pad. Het is misschien wel afgezaagd, maar het is weer prachtig weer en daar ben ik erg blij mee.
Hoog in de bergen met pokkeweer is niets aan en je ziet niets.In een kwartiertje zijn we op Col du Palet 2652 m. en dalen we af
naar een foeilelijk skigebied van Tignes/Val d”Isère. Gelukkig is het pad goed. Geen brede grindweg, maar een aardig smal paadje.
We lopen heerlijk in de zon. Hoe hopeloos kan je de bergen verzieken? Kom `s zomers kijken naar Tignes. Werkelijk foeilelijk.
Op een terrasje aan het Lac van Tignes twee heerlijke kleine echte Italiaanse koffie gedronken bij een echt Italiaans hotelletje
met een vriendelijke Italiaanse. Prego? Grazie. Jan de Wit en Monique en Koos komen er ook bij zitten. Daarna gaan we 250 m
omhoog naar Pas de Tovière.
Mooi uitzicht op Tignes, Lac du Chevreuil en later Val d|Isère. Hier boven is een soort maanlandschap met keien. In de verte
komt een pikzwarte lucht aan. We dalen geleidelijk af naar Val d'Isère.
Halfweg staat een bordje: driehoek – waarschuwing voor? –
nee, geen overstekende schapen,
ook geen overstekende kamelen, erger?
Ook geen overstekende olifanten.
Wat dan wel? Overstekende vliegtuigen!!!!
Jawel, op twee meter boven de grond. Je zal het maar treffen. De afdaling zet door in mélèzebos met heel veel beekjes.
Bij Val d|Isère begint het te waaien en te spetteren. De bui komt eraan, het wordt koud. We lopen dwars door het stadje
(de GR 5 loopt buitenom). Jan duikt de Pizzeria in tegenover het busstation. Voor hem zit het erop, dit jaar.
Koos en Monique lopen door naar de camping en wij duiken een restaurant in. Het zit vol. Wij nemen het laatste vrije tafeltje.
We nemen twee keer een dagmenue en een fles rode Gamay de Savoie. Heerlijk. We genieten er van. Na drie kwartier gaan
we weer verder. De ergste regen is voorbij. Op de camping zijn we nèt de tent aan het opzetten en begint het weer te plenzen.
We duiken er gauw in. Verplicht uurtje rust. Dan komt de zon weer terug en kunnen we wat wassen. Daarna terug naar het
dorp om boodschappen te doen. Terug bij de camping zitten we beschut achter de tent voor de koude wind. Gelukkig hoef ik
vandaag niet te koken, dankzij het restaurant bezoek tussen de middag. Het is hier echt koud op 1880 m. Om 20.00 uur liggen
we in de tent met ons lange buitensport ondergoed aan. Het is echt heel koud.
Zaterdag, 23 augustus, 2008
Om 5.00 uur ben ik klaar wakker. Dat krijg je ervan als je om 20.00 uur gaat slapen. Ik houd me in voor Koos, die slaapt nog
zo lekker. Om 6.30 uur staan we op. Het is apekoud en bewolkt. Om 8.00 uur gaan we op pad. We moeten keisteil een skipiste
omhoog lopen. Ik krijg geen lucht! Heel slecht gemarkeerd. We moeten de skipiste linksaf hebben. Ook een keisteil pad.
Je gaat zowat dood. Dan is er een klein paadje links door het bos. Hier staan vijf markeringen achter elkaar. Ook overdreven.
Nu wordt het een prachtig pad. De laaghangende wolken = mist begint langzaam op te trekken.
Precies op de snelheid die wij omhoog lopen. Langs de D 902 richting Col d'Iseran, staat een splinternieuwe blokhut. Hier
kunnen we perfekt ontbijten. Koos en Monique zien we ook weer. Rond 12.15 uur zijn we op Col d|Iseran 2770 m. Te voet.
Dat is toch mooi. Het is de hoogste col van de GR 5. We boffen. De zon schijnt. Er is helemaal geen sneeuw,
maar wel een koude wind. Koos en Monique eten op de col binnen een frietje bij de uitspanning.
Wij drinken buiten in de zon en uit de wind een grand café + een tarte aux myrtilles – bosbessenvlaai. De afdaling is steil.
Halfweg doen wij de lange onderbroek en de lange broek uit en trekken we de korte broek aan. We gaan picknicken.
Het wordt weer lekker weer. Bij Pont de Neige komt er een doodeng pad door een gorge. Je kan je vasthouden aan kettingen!
Met mijn hoogtevrees ga ik dat niet doen. Koos gaat over het enge pad en ik loop naar de D 902 en ga over de weg.
Dit is eigenlijk ook geen veilig alternatief, want de weg is smal, de afgrond is diep. Er staat geen vangrail en als die sukkels
op de weg niet goed sturen lig ik zo ergens diep beneden. Er komt zelfs nog een touringcar voorbij uit Letland.
Deze weg is verboden voor dit soort voertuigen. Levensgevaarlijk.
Als zijn remmen heetlopen, dendert hij zo de diepte in. Hij heeft geen retarder.
Op een zeker moment zie ik een steile afdaling met een vaag pad. Die neem ik. Doodeng. Niet vallen met die zak op.
Ik spreek mezelf moed in en daal voorzichtig af. Ik hoop dat mijn beenspieren het niet af laten weten.
Koos komt er ook net aan. Ik ben heel blij onszelf weer heel en wel te ontmoeten. De rest van het pad is prachtig.
Dat zie je echt niet vanaf de weg. Watervallen, mooi dal, mooi pad. Zonnetje af en toe en een koude wind.
We halen Koos en Monique weer in. We moeten hier toch nog eens terug om foto's te maken. Een ritje op de moter of zo.
Het is het dal van de Lenta. Schitterend. Daarna moeten we bij een brug een heel eind langs de weg lopen, dat is weer minder.
Daarna moeten we heel erg steil naar beneden naar Bonneval sur l'Arc.
Daar komen we pas om 16.15 uur aan. We hebben hotel La Pastorelle besproken in Tralenta, want ze hebben hier geen
camping en in de Vanoise mag je niet wild staan. De mogelijkheden zijn hier dus beperkt. Houdt daar rekening mee,
als je dit gaat lopen. Ons hotel is geheel volgeboekt. We verheugen ons op een warm bad. Helaas is er iets niet in
orde met de boiler en we zitten te rillen in een ijskoud bad. Wat een teleurstelling. Zo wordt ik nooit warm. Daarna gaan we
Bonneval bekijken. Werkelijk heel authentiek en geheel in steil. Bijzonder dorp. Koos en Monique zitten in hotel Glacier des
Evettes en wij gaan lekker eten in restaurant Au Vieux Pont. Om 21.15 uur te bed. Lekker slapen. Toch geweldig van
Val d'Isère naar Bonneval over Col d'Iseran te voet. Ik vond het vorig jaar met de motor al een hele hijs.

Zondag, 24 augustus, 2008.
Sidney en Wendy gaan vandaag naar Canada. Hartstikke leuk voor ze. Hopelijk maken ze een mooie reis. Ik heb slecht geslapen.
Het ligt niet aan het hotel. Het ligt niet aan het bed. Het ligt gewoon aan mij. Teveel in gedachten met van alles bezig.
Vervelend. Om half acht is het ontbijt in een gezellig zaaltje. Prachtig weer. Staalblauwe lucht, scherpe bergen.
We moeten via een variant in het boekje weer terug op de route, die eigenlijk Bonneval niet aandoet. Maar dan is de etappe vanaf
Val d|Isère wel heel groot en dat red ik niet. De route valt niet mee. Er is niets gemarkeerd. Steil, smal pad omhoog, soms een
beetje eng. Wat een klim. We zijn er 4 uur mee bezig. 1.15 uur staat in het boekje. Vliegen
zeker. Daarna komt een heel hoog en smal, maar mooi pad over zeer steile alpenweides met schapen. Dan volgt een flinke
afdaling naar Bessans. De camping ligt verstopt op 2,5 km ten zuiden van het dorp over
een breed plat stoffig pad. Het is nog steeds prachtig weer met een strakblauwe lucht en een fris windje. Niet al te heet.
Perfekt wandelweer. Om 15.15 uur zetten we de tent op op camping Illaz **, fraai gelegen aan de rivier.
Het bloc sanitair zit in containers, zodat ze deze in de winter kunnen wegslepen als de boel hier onder water staat. Zeer
functioneel en schoon. Als we geinstalleerd zijn komen Koos en Monique er aan en wij
lopen terug naar het dorp voor een biertje en een ijsje. `sAvonds is de zon gauw weg en wordt het koud. Dan maar
weer om 20.00 uur de tent in. Dat is lekker warm.
Maandag 25 augustus, 2008.
Eindelijk weer eens lekker geslapen. Het is bewolkt, maar niet koud. Er is geen wind. Koos en Monique gaan iets eerder op pad
dan wij. Ze hebben geen kooktoestel en drinken geen koffie `smorgens bij de tent. Eerst lopen we een stukje langs de weg.
Het is nog rustig en zo pakken we simpel het pad weer op. Dan bij een gehucht Le Collet en Col de la Madeleine
gaan we keiknettersteil naar boven. Koos en Monique zijn daar ook weer. Gelukkig heeft men hier en daar houten en stenen
trappetjes gemaakt. Het is eigenlijk wel goed te doen. Flinke klim van een paar uur,
maar niet zo gemeen als gisteren. Soms is er een steile afgrond. Ik vind het niet leuk, maar ik kom er wel door. Bij een klein
plateautje gaan we ontbijten. Er komen een paar lollige Engelsen voorbij. Zij lopen vanaf
La Rochelle onder Bretagne tot aan de Alpen en een rondje GR 55 La Vanoise.
Bij refuge du Vallonbrun (2270 m). zien we Koos en Monique aan de cola. Wij nemen een kan koffie. Koos neemt een gevulde
omelet met sla en ik een bakje hangop en twee glazen melk. Lekker, ik moet het zo vaak missen als we op pad zijn. Bij de
refuge is een bordercollie die een grote patou
(Pyreneese berghond) op afstand houdt door fixatie. Prachtig. Ik ben heel blij dat de patou niet dichterbij durft te komen.
Ik moet er niets van hebben. We gaan weer verder. We willen naar de onbemande refuge du Cuchet, 700 m boven Lanslebourg,
waar we vorig jaar met de motor op een camping hebben gestaan. We hebben een prachtig pad dat zich tegen de steile bergwand
aanslingert door alpenweides. Een beetje omhoog en een beetje omlaag en goed te doen. Hier en daar een beetje balconpad,
maar alla. Maar dan wordt het toch wel een heel erg klein paadje met enorme rechte, diepe afgronden. Lanslevillard ligt onder ons.
Ik durf niet. Ik ben zo bang. Voetje voor voetje loop ik trillend achter Koos aan. Ik haat dit soort balconpaden. Ik ben zo bang.
Ik loop te huilen van angst. Een misstap en je raakt in onbalans en je bent er geweest met zo'n zak op. Je kan je niet
tegenhouden. Als het pad weer iets breder wordt, moet ik even zitten huilen. Spanning verwerken, dat lucht op.
Een hlaf uurtje later zijn we bij Refuge le Cuchet. Koos en Monique en ook twee Fransen zijn er al. Het is pas half drie en
wij zijn er niet zo stuk van. Een muf en donker hok op een rechte bergwand en als je je`savonds vergist naar het toilet,
krikkel gebouwd boven een afgrond, dan lig je zo 700 m lager. Die refuge is niets voor ons en we besluiten om nog een tijdje
door te lopen en ergens wild te gaan kamperen, nèt buiten het parc van de Vanoise. We tappen wel water bij de bron van le Cuchet.
Alle flessen vol, voorlopig komen we geen water meer tegen. Na een uurtje lopen komen we bij Pré Vaillant op 1920 m.
Hier heb je veel wandelpaden naar alle richtingen. Koos gaat 10 minuten heen en tien minuten weer over een
bospad. Hij komt enthousiast terug. Fraai kampeerplekje gevonden op een gehooid alpenweitje met een paar bomen en met uitzicht
op Termignon in de verte. Om 16.30 uur zitten we lekker in de zon. Bij Bonneval sur l'Arc hangt een vette zwarte lucht.
We hebben een heerlijk stekje. We koken onze instantmaaltijd van Knorr met cup a soup vooraf en koffie toe. Het is prima zo.
Om 20.00 uur valt nog een licht buitje. We gaan maar lekker slapen.
Dinsdag 26 augustus, 2008.
We boffen, we hebben een prachtige dag wederom. Om 6.45 uur hebben we al de zon. We zitten op Pré Chamois, maar we hebben
helaas geen gems gezien. We lopen al om half acht. We kunnen ons helaas niet wassen. Té weinig water. We komen straks wel
een riviertje tegen en wassen ons dan wel. Dwars door het bos vinden we een paadje dat ons binnen 5 minuten op de route zet.
We beginnen aan een flinke klim, maar dat is goed om wakker te worden. Op 2200 m komen we over de Crête de la Turra.
Er staan een paar bewoonde hutjes, maar helaas, we zien geen waterpunt. Nu, dan maar later wassen.
Uiteindelijk om half 10 wil ik toch ontbijten. We stoppen bij een grote kei. Nog steeds geen water.
Dan toch maar een nat washandje door mijn gezicht halen en me opmaken. Anders kan ik me niet vertonen, vind ik zelf.
Na een uurtje goed rusten, gaan we weer verder. Bij boerderij La Femma, zijn we het spoor bijster.
Markeringen zijn hier zowiezo bijna niet sinds Tignes, en dat is al even terug.
In slingers afdalen over een boerepad willen we niet. Gelukkig is het helder en hangt er geen mist en kunnen we
rechtuit lopen over weides, hobbel de bobbel. Plotseling vanuit het niets volgen we een pad dat de goede richting opgaat.
We komen uiteindelijk bij een parkeerplaats, Bellecombe, waar het zwart staat van de auto's van dagjesmensen en
er staat zelfs een luxe touringcar. Ongelooflijk. Wij lopen verder tussen de dagtoeristen langs een meertje = Plan du Lac
naar de Refuge du Plan du Lac. Het is een grote refuge met een gezellige eetzaal, een gezellige salon met zitgelegenheid
voor 's avonds of slecht weer. We zijn hier al om 13.00 uur. We nemen onze rust. Koos neemt een gevulde omelet met
cola en hangop. Ik neem twee crêpes Grand Marinier met groene sla, hangop en cola.
We babbelen gezellig met een clubje Fransen, die hier een dagtocht maken. Na drie kwartier komen Koos en Monique er ook aan.
Zij blijven hier en gaan morgen verder met de GR 5 richting Modane rechtstreeks. Wij lopen nog een stukje verder naar
Refuge Entre deux Eaux (2120 m) omdat we besluiten de GR 55 te gaan doen naar Modane.
Het zit wel snor met het weer en we lopen prima. Bij deze refuge hebben ze een Tervurenaar (Belgische herdershond) van maar
liefst 15 jaar. Hij heeft een hele grijze snuit, de schat.
Het weer is super en we zitten in de zon met een biertje. Ook hebben ze een heerlijke douche, zij het tegen betaling, maar een
douche is zowiezo een uniqum in een refuge op grote hoogte.(waterzuivering). We zitten temidden van hoge steile bergen in
een unieke omgeving, echt hooggebergte, geweldig.

Woensdag 27 augustus, 2008.
Vanmorgen om 5 uur naar de WC. Het spoot eruit. Ik voel me niet zo best. Bij het ontbijt probeer ik toch een paar boterhammen
met jam naar binnen te frotten. Het gaat niet van harte. We gaan om 8 uur moeizaam op pad. Het wordt saai, misschien,
maar het weer is prachtig. De bergen zijn haarscherp. Nog geen 100 m van de refuge moet ik al achter een steen gaan zitten.
Wéér diarrhee. Gewoon water. Ik voel me beroerd. We beginnen met 400 m omhoog klimmen over een aardig pad.
Ik heb daar helaas 5 x moeten overgeven en 10 x water gespoten. Niet fris, maar ik kan er niets aan doen. Voedselvergiftiging of zo.
Verkeerd water gedronken in de refuge misschien? Koos is helemaal naar beneden gegaan om mijn rokbroek uit te spoelen
in de rivier. Die kan zo niet in mijn rugzak. Ik kan mijn ingewanden niet meer onder controle houden. Wat een ramp.
Ik zit gewoon in mijn blote kont op het pad. Ik ben zó ziek. Vier Fransen uit de refuge komen voorbij en geven mij twee
immodium tabletjes. Hartstikke geweldig. Na verloop van tijd helpt het. Moeizaam vervolg ik mijn klim.
Ik ben zo slap als een vaatdoek, dus we gaan niet snel. Goh, zegt Koos, dat je gewoon doorgaat, dat zou ik niet kunnen.
Dat is een groot compliment, want Koos is iemand die nooit opgeeft. Hij wil omkeren, teruglopen naar de refuge. Ik wil niet
terug naar de bron van de besmetting, dan blijf ik ziek. Zo snel mogelijk naar Pralognan sur la Vanoise wil ik, dan kan Koos naar
de apotheek pillen halen. Na ruim twee uur zijn we eindelijk boven. Het gaat iets beter met me. De immodium werkt, ondanks dat ik
zoveel heb overgegeven. Maar ik heb helemaal geen fut. Gelukkig lopen we nu op een soort hoogvlakte, tussen twee bergruggen in.
Het is een plat, hoog gelegen dal, met allerlei meertjes, gletsjers en gruis en er staat een bitterkoude wind.
Het zal hier in het voorjaar met een pak sneeuw wel heel erg mooi zijn. Maar nu vind ik er niet zo veel aan. Bij het Lac Rond gaat
Koos picknicken en ik probeer een paar kale hartkeks. Ze blijven er in, goddank. Ik was mezelf en mijn short in het meer en leg de
boel te drogen in de zon. Hoera ik kan weer schoon, en bijna droog verder. Bij de Col de la Vanoise (2517 m) is een foeilelijke
refuge voor 150 plaatsen, een pikzwarte wolk en stikveel dagtoeristen. Wat een kermis hier. We gaan verder. We moeten
nu 1100 m afdalen. Het gaat moeizaam. Lac de Vaches kan je dwars doorlopen over stapstenen, maar het water staat zó laag,
dat je er ook wel naast kan lopen. Het zal hier in het voorjaar met de sneeuw en minder dagjesmensen wel heel leuk zijn.
We drinken in refuge des Barmettes (2010 m) een cola op het terras in de koude wind. Ik ben echt aan het eind van mijn latijn,
maar ik besluit om door te gaan na een half uurtje rust. Ik wil graag naar de camping van Pralognan sur la Vanoise, in mijn eigen
tentje en niet in een muffe refuge. Om 16.30 uur komen we daar aan. Ik ben helemaal af. Ik zit als een zombie in het gras en
Koos moet dit keer de tent opzetten. Hij blaast mijn matje op en ik schuif de tent in. Hij gaat boodschappen doen.
Na een tijdje komt hij terug met Immodium en wat avondeten. Ik kook voor hem en eet zelf twee happen.
Verder wat yoghurt en een nectarine. We besluiten om morgen een rustdag in te lassen. Ik moet eerst op krachten komen.
Donderdag 28 augustus, 2008.
Echte rustdag. Pralognan bekeken, koffie gedronken op een terrasje, boodschappen gedaan. Een standbeeld gezocht van een
bouquetin (steenbok). Uiteindelijk gevonden. Wat een groot beeld zeg, meer dan levensgroot. In de zon gezeten, het gaat een
stuk beter maar ik lust zelfs geen ijsje.
Vrijdag, 29 augustus, 2008
We doen onze ogen open en ritsen de tent open en we hebben alweer mooi weer vandaag. Om 8.00 uur gaan we op pad.
Koos voelt zich niet al te fit en neemt maar vast twee immodium uit voorzorg. We hebben vandaag een lang pad in
een gestage klim, 1200 m omhoog. De markering is weer de grote afwezige. Maar we moeten twee keer een camping
oversteken en de rivier rechts houden, langs een bosrand en over een breed keienpad. Dat wijst vanzelf.
Genoeg indicaties om je op te richten. Na anderhalf uur lopen, gaan we voorbij Prioux ontbijten bij een picknickbank,
gelegen tussen de rivier en de weg.
Auto's rijden en masse langs over de asfaltweg. Waar komen die nu vandaan en waar gaan die allemaal naar toe?
Het is hier toch hooggebergte? Bij Pont de Peche is een parkeerplaats voor maar liefst 300 auto's. Het domme
toeristentreintje rijdt er ook nog rond. Hallo, het is hier toch Zandvoort niet! Niet te geloven.
Het pad blijft breed en keierig en is af en toe behoorlijk steil. Hier en daar is een boer met veel koeien.
De dagjesmensen haken één voor één af. Het is ze te ver. Als we even staan te rusten, zien we een hermelijn.
Steeds weer steekt hij zijn koppie tussen de stenen. We zien hem breeduit op 1 m afstand. We staan doodstil.
Plotseling heeft hij een muisje in de bek, steekt het pad over en verdwijnt verder omhoog tussen de stenen.
Ook zien we nog een aantal jonge alpenmarmotten. Ze zijn niet echt schuw. Om 15.00 uur zijn we al bij refuge
Péclet-Polset op bijna 2500 m hoogte.
Dàt is nog eens een hooggelegen refuge! Helaas is het een lelijke, houten blokkendoos met een betonnen onderstel
bestaande uit pilaren. We drinken een colaatje en liggen even in een ligstoel in de zon. Kunnen we blijven slapen?
Ja, er is nog plaats en even later gaan we ons installeren in een kamer voor zes personen. Daarna gaan we nog even
zonder bepakking naar het meertje, het Lac Blanc op 2500 m. Het ligt er mooi, maar lac vert of lac emeraude zou
een betere naam zijn op dit moment. Het zal wel het grootste deel van het jaar bevroren zijn. In een half uurtje zijn we
heen- en weer. We voelen ons toch wel moe en hangen wat in de ligstoel in zon. Er komt nog een club van 28 mensen
aan met kleine kinderen – familiereünie, oh help. Daarna komt er nog een club bergklimmers op leeftijd van 12 man,
zodat we uiteindelijk met 51 man in de hut zitten. Wat een lawaai en een geschreeuw van de familiereünie.Je wordt er dol van.
Weg rust in de bergen! Wie verzint het in godsnaam om in zo'n oord een familiereünie te houden? Duur en onconfortabel en
bergvolk tot last. Mijn petje af voor de kok, die op een klein groepje rekende en op het laatst voor 51 man moest gaan improviseren.
Albert Heijn zit hier niet om te hoek. Het eten is prima in deze refuge. Vooral de tartelet au pomme en de groentesoep,
waren niet te versmaden. Om 20.30 uur gaan we naar onze slaapzaal om weg te zijn van de herrie in de eetzaal. In onze kamer
staan drie stapelbedden. We zijn met zijn vijven. Gelukkig niemand snurkt.
Zaterdag, 30 augustus, 2008.
Om 6 uur ben ik wakker. Het wordt nèt licht. In het halfdonker op de gang de spullen ingepakt en me opgemaakt.
Om half acht gaan we op pad. Het merendeel van de refuge slaapt nog. Wederom is de lucht staalblauw en de bergen
zijn haarscherp. Het is mooi zo vroeg en zo hoog in de bergen. De eerste zonnestralen snuffelen aan de toppen.
We moeten eerst 400 m omhoog door een bizar maanlandschap. Daarna steken we een paar sneeuwveldjes over. Eind augustus!
Dat is dus eeuwige sneeuw. Het laatste stukje naar de col is rechtstandig omhoog klauteren. Ik zou het naar beneden niet
kunnen. De modder is glad en de stenen glijden weg. Een hele hijs op de vroege morgen. Om 9.00 uur zitten we op de
hoogste col van de GR = 2796 m Col de Chavière. Je kan hier uitsluitend te voet komen. Het is nog stil in de bergen.
We zijn de enigsten hier. Wat is het hier mooooi. We kunnen heel ver kijken. Naar het zuiden zien we de Mont Viso,
Mont Thabor, Barre des Ecrins en la Meije. Prachtig. Naar het noorden zien we de Mont Blanc in al zijn witheid en
la Vanoise met zijn gletsjers. We gaan nu 1800 m dalen. Daar hebben we een hele kluif aan. Knieën insmeren met
Voltarencreme, dat helpt goed en een knieband om. Aan de zuidkant is het landschap niet zo bizar als aan de noordkant.
Meer een soort alpenweides met bobbels. Een bord waarschuwt ons voor een agressieve patou.
Gelukkig komen we hem niet tegen. Wel komen we een jonge herderin tegen met twee bordercollies en een grote troupeau schapen.
Ook zien we bijna tamme, dikke marmotten. Verderop gaan we steiler naar beneden en over een fraaie balconweg langs een rivier
de St. Bernard. De balconweg gaat over in een fraai bospad op gelijke hoogte tot drie hutten, genaamd Polset. We picknicken daar.
We zijn al 1000 m gedaald. Nu nog 800 m te gaan. We krijgen een knettersteil bospad met ongelijke keien en veel denneappels.
Moeilijk pad. Veel glijden. En het is heet. Zeker 30 graden.
Zo dalen we behoorlijk af naar Modane. Daar komen we om 14.30 uur aan met pijnlijke knieën en voeten.
Onze trein gaat pas om 16.30 uur. Dan maar een terrasje zoeken in de schaduw. We moeten overstappen in Chambéry,
dan een half uur wachten en dan op de trein naar Annecy. We zijn daar om 19.30 uur. Helaas, verder komen we niet
vandaag. Is er een camping in het centrum op loopafstand van het station? No way.
We pakken ** hotel Nouvel, niet ver van het station. Ze hebben gelukkig nog een kamer voor ons. Even opfrissen. Als we de stad
in willen lopen staat er een bordje bij het hotel: “complet”. Hebben wij even geluk gehad.
We hebben de oude stad gevonden met de arcades, een grachtje, oude pandjes en stampvolle terrasjes. Het is vol in
Annecy, overvol met mensen. Ik dacht dat de vakanties voorbij waren.
Ze hebben er honderden terrasjes met duizenden mensen. Heel gezellig voor een keertje, niet voor een hele week.
We eten in Brasserie St. Antoine bij een kerkje.
In Annecy kan je je geld wel kwijt. Morgen verder met het openbaar vervoer op zoek naar onze auto.
Zondag, 31 augustus, 2008.
Rustig opgestaan. Uitgebreid ontbeten en dan naar het station. 27 minuten in de rij gestaan om te vragen waar de bus van de
SNCF stopt. Antwoord: “Rechtuit, ergens bij de bussen”. Geweldig, wat een duidelijk antwoord. Diverse mensen gevraagd,
niemand weet het. Om 9.50 uur stopt er een bus van de firma X met een uiterst vriendelijke kleine chauffeuse, die bevestigt dat
ze naar Genève rijdt en stopt in La Roche sur Foron. Pas op, hoe langer de plaatsnaam in Frankrijk, hoe kleiner de plaats.
Ook zo met La Roche sur Foron. Daar aangekomen moeten we een uur wachten in de middle of nowhere voor de trein naar
St. Gervais le Fayet. Na een uurtje rijden zijn we daar om 12.30 uur. Volgens de dienstregeling gaat er om 13.15 uur een bus
naar la Contamines de Montjoie. Dat zou mooi zijn. Eerst maar even wat eten. Koos neemt een omelet en ik een pannekoek met
cointreau. Om 13.15 uur geen bus. Overal gekeken, overal gezocht. Niemand die het weet. Ik begin zwaar te twijfelen aan
de aangeplakte dienstregeling. Om 13.40 uur komt er toch nog een bus die naar Contamines rijdt.
Hoera, hoera. Bij parc de loisirs in Contamines zet de bus ons af. Nu nog twintig minuten lopen naar de camping.
Het is warm en hele volksstammen zitten in het park te barbecuen. Met de auto gaan we voor de zesde keer dit jaar
over Col de Galibier.
Na deze trip voel ik me helemaal niet moe en goed fit. Mijn rugzak woog ook bijna niets meer, dacht ik.
Toch maar even wegen: Oh, 17 kg. Ach, je went ook overal aan.