De Alpen III van Modane tot aan Larche in 2 stukken.

 1e stuk Modane – Briançon 66 km
Voordat ik mijn ervaringsverhaal vertel even het volgende:
Als je van Briançon terug wil naar het noorden om ergens je auto
of je
caravan op te halen, of met de trein terug wilt naar Nederland,
dan is het g
oed het volgende te weten: 
Er gaat geen bus van Briançon naar Grenoble, ook al staat het
op het
internet. Vanaf station Briançon ga je met de navette (klein
busje) over
Col de Montgenièvre naar Oulx in Italië en van daar uit
gaat om ongeveer 18.00 uur een TGV trein naar Modane.
Uitsluitend gereserveerde plaatsen.
Trein is redelijk vol, dus reeds
reserveren in Briançon.

Voor een mooie impressie van dit gebied zie filmpje https://vimeo.
com/145778261
 
Zondag 27 juli, 2008 t/m 30 juli, 2008.

Modane - Mont Thabor
 
Vrijdagmiddag hebben we ons Paddy laten inslapen. Hij kon niet 
meer, hij was schoon op. Door de medicijnen die hij al jarenlang
slikte voor zijn artrose, waren
zijn spieren al grotendeels verdwe-
nen, zei de
dierenarts. Hij liep puur op wilskracht. Onze
bijzondere
bordercollie. Wij hebben in 10 jaar 10.000 km met
hem gelopen.
Hij heeft van Pieterburen tot aan het Meer van Genève de GR 5 
meegelopen + van Briançon naar Larche.
 
We zijn erg verdrietig en missen hem enorm. Daarom hebben we 
besloten
om maar een paar dagen te gaan lopen. Even weg van
alles. 
We vertrekken vroeg met stralend weer en rijden helemaal alleen 
op
de weg naar Briançon. We zijn ook helemaal alleen op Col du
Galibier. Het is er prachtig. Overal helder om ons heen.
We staan even te genieten op de col om 8.30 uur. Om 9.30 uur zijn
we al op de
camping in Modane. We parkeren de auto op camping
Les
Combes op garage mort bij
een zeer vriendelijke campingbaas.
Wat het kost??
Mogen we zelf bepalen. Zeer sympathiek.

We moeten vandaag
1400 m klimmen vanaf Modane tot aan Col de
la Vallée Etroite op 2434 m.
Om 10.00 uur beginnen we te lopen vanaf de camping in Modane. 
De campingbaas wijst ons een bospad binnendoor
naar Fourneaux
waar
we de GR 5 komend vanaf het station weer oppakken. Dan volgt een fraaie, maar lange
en steile
klim door het bos, ergens beneden in de diepte stroomt een klein riviertje. Bij het
wintersportplaatsje Val Fréjus
lopen we verkeerd langs een weg met bochten. De GR 5 is
hier slecht
gemarkeerd.
Gelukkig vinden we een picknickbank naast een appartementen-complex in de schaduw en dat 
kwam ons goed uit.
Even rusten van dat eeuwig omhooggaande pad. Een mueslireep en een
beetje water en we kunnen er
weer tegen.
We lopen dwars over een wei een stukje naar beneden
en
pikken het goeie pad weer op. Het is een brede, saaie en steile weg langs een foeilelijke
kazerne om de Italianen tegen te houden, die nooit
kwamen. Afbreken die zooi.
 
Verder gaat het pad, steil omhoog. Er komt geen eind aan. Geen één plat stukje. Uiteindelijk 
komen we op een soort
hoogvlakte uit. Er wonen nog wat mensen in hutjes daar, en komen er
per auto. Vraag me niet over wat
voor pad.
Ik ben heel erg moe en moet steeds even rusten.
We gaan
langzaam verder. Er komt ook nog een politiehelicopter heen en weer gevlogen en
die gaat ook nog eens stuntvliegen. Fraai gezicht. Even later
landt hij bij de hutjes.
Eindelijk bereiken we de col. Refuge de Thabor passeren we maar. We willen rust. Niks tegen 
de refuge,
hij ligt prachtig tegen de Thabor aan. We zoeken een wildkampeerplekje na de col.
We zijn moe en het begint
wat te miezeren. We strompelen naar beneden. Bij Plaine de
Tavernette vinden we een plekje temidden van
de koeieflatsen. Water volop, dus wassen en
koken is geen probleem. We willen nèt even
uitrusten, maar dan begint het echt hard te regenen.
Shit. Niet rusten dus en
razendsnel de tent opzetten. Dan maar verplicht een uurtje rust in de tent.
Daarna wordt het droog en breekt zelfs de zon nog even door. Gauw koken,
eten en afwassen.
Dan nog nèt even tandenpoetsen en dan is het donker.
Koos filtert nog wat drinkwater in het stroompje en dan begint het weer te regenen. 
Vroeg slapen maar op 2200 m hoogte. We hebben 17,5 km gedaan volgens mijn stappenteller.


Maandag, 28 juli, 2007

Mont Thabor - Névache
 
Het is zwaar bewolkt om 6.00 uur. Op de pas hangt een dikke mist.Vannacht van 02.00 uur 
tot 03.00 uur wakker
gelegen van loeiende koeien. Die praten schijnbaar met elkaar in het
pikdonker. Kling, kling,kling, hun
bellen gaan ook goed te keer.
Stonden we
met ons tentje een goeie meter verwijderd van een koeiepad !!!! Hebben wij
geluk gehad.
Anders hadden ze met hun tweehonderden ons tentje platgetrapt. Goed dat



we niet gehinderd werden door enige
kennis hierover. We gaan ons toch maar wassen in
het stroompje. Het is bibbertjes koud.
Lekker fris, zegt Koos en staat daar poedeltje naakt.
Hij wel. De eerste
lopers komen al naar beneden. Koos staat ver weg van hun en ze hebben
geen verrekijker. Er is geen wind, dat scheelt. De kou valt na een tijdje wel mee.
Verdorie ik ben mijn spiegeltje vergeten. Hoe kan ik nu mijn wenkbrauwen tekenen? 
Improviseren dan maar.
Met het aardappelschilmesje als spiegeltje.Niet helemaal ideaal.
Er lopen nog twee mensen voorbij.
Ze zullen wel in refuge de Thabor geslapen hebben.
Inmiddels is de mist opgetrokken.
Er komt blauwe lucht tussen de wolken. Om 8.00 uur
gaan we weer bepakt
en bezakt op pad na een mueslireep en een warme kop koffie. 
Wat een prachtige route vandaag.
Mt Thabor
Eerst lopen we naar beneden langs nog veel meer koeien en dan komen we bij la Vallée Etroite. 
Een klein gehuchtje
met 
diverse huisjes en twee Italiaanse gîtes. Tot 1945 is dit Italiaans geweest
en per auto kan je er alleen komen via 
Bardonnècchia in de Italiaanse Alpen.
Waarom die Fransen dit nu willen hebben??? Het is hier gewoon Italiaans en ze spreken ook 
Italiaans.
visite kaartje
 
In Gîte refuge “Tre Re Magi” drinken we een heerlijke Italiaanse koffie en nemen een lekker 
ontbijt met vers brood en ook nog voor Italiaanse prijzen!

Vallee Etroite

Hartkeks zijn wel aardig bij gebrek aan beter, maar vers brood is natuurlijk veel lekkerder. We
zitten op een fraai
terras in de zon en kijken naar de Tre Re Magi, ofwel de drie koningen:
Melchior, Balthazar en Gaspard =
drie bergbulten links van ons omhoog. Daarna moeten we
400 m omhoog via een fraaie zigzag weg door het bos
naar Col des Thures. De weg is niet steil
en loopt lekker vlot. Een makkie,
die 400 m omhoog. Op de col bij het Lac Chavillon zitten wel
100 mensen in groepjes.
Hele families met volgepakte ezels en lama's. Arme beesten. Tjonge
wat een drukte als je zo de stilte gewend bent.
We picknicken bij Châlet des Thures en lopen dan heel relaxed zigzaggend behoorlijk steil naar 
beneden.
Om 14.00 uur zijn we al op camping La Lame. En dúúr!!! We betalen 4,50 voor 1 nacht,
excl. douche, die kost extra.
We hebben een lekker lam dagje vandaag. Helaas krijgen we nog een buitje, maar verder is het 
lekker
loopweer. De tent staat net en we hebben wat boodschappen gedaan en dan moeten we
vlot de tent in voor een vette onweersbui.
Zijn wij even blij dat we niet boven op de col staan.
Als het weer droog is begin ik op tijd met koken. Heerlijke biefstuk, courgettes met kaas, geraspte
wortel, tomaatjes en brood.
Flesje Elzasser erbij, yoghurtje toe. Heerlijk, wat kan een mens daar
van genieten. Afwas nog niet gedaan of hup,
weer een onweersbui.
Later toch nog heerlijk in de avondzon zitten opwarmen voor de nacht.
 
Dinsdag, 29 juli, 2008.

Névache - Mont Genèvre
 
Om half acht gaan we op pad. Het is erg bewolkt, dat zijn de naweeën van gisteren. Meteen 
na de brug lopen we rechtsaf
over een enorm groot natuurkampeerterrein in het bos. Hier en
daar staat een mobiel toilet
(leverancier uit Nederland) of een kraan. Geweldig. Ooit om te
onthouden. Hier kost kamperen niets.
Het is alleen te voet wat ver van de winkel.

In Planpinet komt de zon door.
We passeren de gîte d'etappe, die leuk gelegen is en gaan
we over een
militaire weg zigzag naar boven door een nauwe kloof. De weg heeft een goed
hellingspercentage. We kunnen in een goed ritme vlot omhoog lopen.
Boven wordt het
prachtig weer en warm.
Bij les Châlets des Acles moeten we door een rivier en dan zeer steil
omhoog over
een klotepad door het bos. Het is het ravin de l'Opon. Na het bos komen we in
de vallon de l'Opon.
Een zeer bizar landschap met veel gruis en steile rotsen rechts van ons en bizarre groene
heuvels met rhodondendrons links. Deze weg is wel 3 km
lang en het is flink klimmen.
Overal om ons heen bouwen vette onweerswolken zich op. Ik raak in paniek. Nergens is hier 
beschutting,
ingeval het onweer losbarst. We moeten nog steeds flink klimmen en ik kom
gewoon niet vooruit, lijkt het wel. Om 12.30 uur zijn we eindelijk op de Col de Dormillouse op
2445 m. Het is hier steenkoud, er staat een gure wind en
overal hangen dreigende donkere
luchten.
We gaan verder over een ander bizar landschap met pingo's, grote groene ronde gaten, 
gevormd door sneeuw en vorst.
Om ons heen groene heuvels en hoge, kale bergen. We
passeren drie
perfecte en enorm grote pingo's. We bereiken de tweede col. Deze is niet zo
moeilijk. We staan er een half uurtje later bovenop. Het is Col de Lauze 2530m. Je flikkert
er zowat over de rand,
want het is een hele steile, smalle col op een crête. Vervolgens dalen
we vlot een heel eind af.

G
elukkig ik ben van de stress af voor een onweersbui bovenop de collen. Om 13.30 uur gaan
we picknicken. Het regent in het dal van Montgenèvre,
maar bij ons klaart de lucht weer op en
zitten we zelfs even in de zon. In de verte zijn ze een nieuwe skihelling aan het maken op een
enge crête van dik 2500 m hoog.
Twee zandwagens kunnen elkaar nèt passeren en dan rijdt
er
nog een dragline op en neer. De zandwagens moeten ook nog keren en achteruit omhoog
rijden. Ik kan het niet aanzien en word er duizelig van.
Ik ga er maar met mijn rug naar toe-
zitten en hoor het wel als er eentje naar
beneden valt. Na een half uurtje lopen we verder naar
beneden en komen we in een regenbui terecht.

Alle regenspullen aan, hoes om de zak. Na een
kwartiertje is het weer droog. Alle regenspullen
weer uit, want het is benauwd.
Daarna verdwijnen alle donkere wolken en is het weer stralend
weer.
Het is hier geen omgeving om wild te gaan kamperen en we besluiten om door te lopen
naar Montgenèvre.
We zijn er al om 16.00 uur en nemen hotel Valérie *** als zijnde de beste van het spul hier. 
Ze zijn erg blij met klanten,
want ze hebben er niet veel. Triest voor de mensen.
We gaan heerlijk douchen en bijkomen.
We pikken
een terrasje in de zon, uit de koude wind met een biertje en een ijsje.
Montgenièvre is een echt wintersportoord. Het eerste wintersportoord van Frankrijk. 's Zomers 
is daar niet zoveel te beleven.
Tja, ze hebben er een mooie golfcourse, maar als je niet van
golven houdt, heb je daar weinig aan. 's Avonds
zitten we met 8 man aan tafel in het restaurant
van het hotel. De rest was dicht in het dorp, behalve de gebruikelijke pizzaboer natuurlijk.
We hebben vandaag 21,5 km gelopen, niet slecht.
 
Woensdag 30 juli, 2008.

Mont Genèvre - Briançon
 
Het is onze trouwdag vandaag. Al 32 jaar, wat een ouderwets span zijn wij in deze tijd. Het is 
weer prachtig weer.
Helaas kunnen we pas om 8.00 uur ontbijten. Normaliter lopen we dan
allang. Tant pis, zeggen de Fransen. Pech gehad dus.
Dan maar direkt na het ontbijt op pad. Het begint met een leuk paadje vandaag, maar dat gaat 
al snel over.
Het pad naar Briançon is gewoon compleet verpest. Het is nu een wijde bosweg
geworden met af en toe een steile helling.
Voor langlaufskiën zeker. Het duurt 9 km lang.
We moeten ook nog een stuk klimmen,daarna dalen we
naar Pont d'Asfelt.
Die brug ligt daar sinds 1734. Wàt een constructie in die tijd over die diepe kloof over de 
Durance.
Daarna betreden we het
bolwerk van de heer Vauban, vestingbouwer in de tijd van Napoleon.
Briançon hebben
ze nooit kunnen veroveren. Zeer interessante geschiedenis over Briançon.
Er zijn boekjes van. Neem je tijd voor deze prachtige oude vestingsstad.
Wij kennen het goed en komen steeds met plezier weer terug. We lopen door de vesting naar 
de hoofdstraat,
de grande gargouille en dan naar het pleintje van de stalen ridder.We ploffen
hier neer bij een terrasje. Het stikt van de toeristen, die ons niet
begrijpend aankijken.
Verhuizers?
We nemen een grand café. 10.30 uur is toch koffietijd nietwaar? We hebben nog tijd zat voor 
de bus van 11.50 uur
naar Grenoble.
Verder weer naar de benedenstad. We kennen het pad.
Beneden vragen we wel tien mensen naar de bushalte. Ze sturen ons
allemaal een andere
richting op. De gendarmerie weet het. De bushalte ligt tegenover
het postkantoor.
Op zoek naar het postkantoor. Weer vragen. Er zijn zelfs mensen die beweren dat Briançon 
geen postkantoor heeft.
Kom nou, zo'n grote stad! Uiteindelijk vinden we het postkantoor.
Een PTT-er loopt vriendelijk
mee naar buiten en wijst de plaats aan. Dáár moet je zijn. Oké.
Voor de zekerheid nog even de barman van het achterliggende café gevraagd. Ja, hier komt
de bus naar Grenoble.
Verder staat er nergens een indicatie behalve “Arrêt bus”. Alle stadsbussen rijden voorbij. 
Wel 15 stuks.
Ons busje komt zo, busje komt zo, busje komt zo. Mooi niet dus.
Het is inmiddels 12.30
uur.
Koos wil nog blijven wachten tot hij een ons weegt, maar ik kap er mee. We gaan helemaal 
terug naar het station, een flink
half uur lopen. Het is warm in de stad. In het station zit een
vriendelijke dame aan het loket.
Ik laat haar het briefje zien van de dienstregeling van het
internet van de VFD = T
rans Isère. Ze heeft er nog nooit van gehoord.
Ze vertelt ons van de bus van Autocars Resalp. Die gaat om 14.10 uur via Col de Montgenièvre 
naar Italië naar Oulx.
Naar Oulx?! Nooit van gehoord. Ja, die moeten we nemen en dan gaat er
vanuit Oulx een TGV naar Modane.
Toemaar een TGV nog wel. Ja en die doet er 40 minuten
over om in Modane te komen.
Oh, weet dat maar. Dus bij deze. En direkt reserveren bij het
station in Briançon, want de TGV zit gauw vol en wat doe je dan in Oulx!
 
Tegenover het station eten we een salade met een glas melk en een karafje rode wijn. We zitten 
lekker in de schaduw.
De tent ziet er niet uit, maar het eten is goed. Een Amerikaanse bedient
ons. Viereneenhalf jaar geleden is ze
met skieën aan en Fransman blijven plakken en nu werkt
ze hier zeven dagen
in de week, het jaar rond. Hoe romantisch. Zou ze zich het leven ooit zo
voorgesteld hebben? We vragen maar niet.

Om 14.10 uur gaat er inderdaad een klein
busje naar Oulx. Voorin zit een leuke meid en dus
kijkt de busschauffeur alleen naar haar en gaat het busje
op de automatische piloot over
Col de Montgenèvre. We komen een
uur later toch nog heel aan in Oulx.
De trein gaat pas na zessen. Dat wordt drie uur wachten in een vergeten Italiaans gat. Zelfs 
geen winkel te bekennen.
Goed om mijn dagboek bij te werken. Wat een merkwaardige trouw-
dag hebben we vandaag.
Er komt nog een zwerver voorbij die ons begroet met hallo collega's.
Tja waar je met een grote rugzak op al niet
voor wordt aangezien....Moet kunnen.

Om 18.25 uur gaan we eindelijk met de TGV door de lange tunnel van Fréjus.
Het is benauwd
in de trein omdat hij langzaam
rijdt en veel moet afremmen. Een keertunnel dus.Om 19.05 uur
zijn we uit
de tunnel en in Modane.

Vlot lopen naar de camping, gauw de tent opzetten
en luxe per auto naar de pizzatent van een
echte Italiaan tegenover het
station. Hij heeft een rode luifel en hij heeft toch lekkere pizza”s!!!
Zo eet je ze zelden, zelfs Koos vond hem lekker en die lust eigenlijk geen pizza's.
Ik neem een
8 kazenpizza en Koos iets anders. Met een goede Chianti is
onze trouwdag toch nog leuk.
Maar we missen ons hondje.
 
De Alpen III – tweede stuk van Briançon naar Larche
 
Voordat ik mijn ervaringen ga vertellen, even het volgende: Als je de auto of de caravan ergens 
wil
neerzetten voor dit stuk, of misschien verder tot St. Sauveur de Tinée, dan zou ik camping
municipal D
u lac les Iscles aanraden in Eygliers bij Guillestre. Hij staat in het ANWB kampeer-
boek en hij ligt
vlakbij treinstation Mont Dauphin-Gare. Van hieruit kan je gemakkelijk per trein
naar Briançon en de
GR 5 verder naar het zuiden beginnen. Ook vanaf de zuidelijke kant
richting de Côte d'Azur, kan je hier weer per trein terugkeren.
Dit is een betere optie dan een camping in Briançon, die allen vrij ver van de route af liggen. 
De camping is geopend vanaf 20 mei tot 10
september.

Beter niet stoppen in Larche. Het openbaar vervoer is er moeizaam. Lees helemaal onderaan
verder bij OPPASSEN
 
Briançon – Larche liepen wij van 3 juli, 2007 tot en met 7 juli, 2007
 
Het sluit wel aardrijkskundig, maar niet chronologisch aan op de vorige etappe, omdat ik zeer 
moeizaam door de Jura
ging en niet zeker wist of ik ooit wel aan de Alpen zou kunnen beginnen.
Wij hebben deze etappe als proef
gedaan, met onze Paddy. Als Alpenoefenrondje, zeg maar.
 
Dinsdag, 3 juli, 2007.

Briançon - Brunissard

We gaan een hoge Alpenetappe doen om te kijken of we dat wel kunnen met zo'n grote zak op.
We hebben heel kritisch ingepakt. Koos heeft 21 kg en ik heb 17 kg. Met minder gaat het echt
niet als je af en toe
wild wil gaan kamperen en noodvoer mee moet nemen. We nemen gedrieën
de trein
naar Briançon en om 8.45 uur staan we daar in de stralende zon.
Onze
bordercollie Paddy mag ook weer mee op deze etappe want hier is het niet verboden voor
honden. De Queyras is een regionaal park en geen nationaal
park. Dat maakt het verschil voor
honden.
Even later wisselt het weer van zon naar wolken., ons pad wisselt ook. Het gaat vanaf het station 
goed omhoog en we hebben een fraai uitzicht
over Briançon. Het is goed loopweer.
Zeker niet te
heet. Het is ongeveer
17 graden met af en toe een fris windje. Bij les châlets des Ayes drinken
we
een grand café bij een simpele, doch sympathieke buvette. Nu gaat het steeds verder omhoog
langs een fraai pad. Het is vrij steil.
Wat een klim. We moeten vandaag 1400 m stijgen en 700 m
dalen. Dit is wel pittig en
waren we niet gewend in de Jura.
Net voorbij les châlets vers le col word ik slap en dreig flauw te vallen. Het wordt heel erg donker, 
er komt een bui
aan. Een grote kudde schapen komt van de toppen naar beneden met patous.
Ik ben zo bang voor patous. Het zijn grote
witte Pyrenesche berghonden, die als protectiehond
de kuddes beschermen tegen indringers
als wolven en in de steek gelaten (Italiaanse)
jachthonden. Ze vallen alle
andere honden aan. Ik raak helemaal in paniek. Dadelijk bijten ze
Paddy dood. Ik kan helemaal niets. Alle krachten zijn uit mijn lichaam
getrokken en ik kan niet
meer
bewegen. Ik krijg geen lucht en heb het erg benauwd. Ik zit machteloos op de grond en
vecht tegen flauwvallen,
overgeven en diarree. Mijn hart gaat als een gek te keer.

Koos pakt mijn
rugzak en houdt Paddy kort en gaat verder omhoog de berg op, weg van de
kudde, weg van de patous. En ik zit als een zombie. Ik vecht om bij mijn positieven te blijven
en niet van
de wereld te gaan, dan is het einde verhaal. Ik voel dat. Tot 4 x toe probeer ik op
te staan, maar ik kan het niet. Ik ben
compleet geblokkeerd. Een grote patou komt op mij af,
maar omdat ik niet
beweeg, houdt hij het bij snuffelen. Ik zit inmiddels midden tussen de
schapen en
ik heb het koud, heel erg koud op 2200 m. Het stormt.
Koos heeft mijn rugzak meegenomen met een warme trui en iets te drinken. Mijn hart krijg ik 
niet stil.
Wat hopeloos nu toch. Ik voel me hartstikke ziek..Hoe het met Koos en Paddy
afloopt weet ik niet. Ik heb genoeg aan mezelf. Ik zit als een
ijsblok in het veld. Na ongeveer
een uur komt Koos er weer aan. De patou blaft
aggressief tegen Koos maar doet verder
niets gelukkig. Hij is zonder Paddy en de
rugzakken. Koos vraagt waar of ik bleef.
Ja, ik kan niet bewegen. Hij helpt me overeind en ik probeer weer langzaam te gaan lopen.
Het is ongeveer 5 graden
en ik heb het zo koud. Mijn handen zijn zo stijf van de kou dat ik
de loopstokken nauwelijks kan vasthouden.
Heel langzaam gaat het weer een beetje met me. De kudde zakt verder naar beneden, 
de patous ook.
We zijn ongeveer drie kwartier lopen van Col des Ayes af (2500 m).
De hartkloppingen blijven, maar ik strompel toch
verder omhoog. Zelfs weer met de rugzak

op die halverwege het pad lag. Ik heb het zó koud en ik ben zó moe, maar ik MOET hier weg,
hoe dan ook. Als we bij
Paddy aankomen is hij zó blij. Koos had hem aan de rugzak
vastgebonden net onder de col en hij zat heel lang alleen. Ik heb helaas de kracht niet om
hem te aaien. De schat.
Braaf wachten. Hij doet het zó goed.




Eindelijk zijn we
op de col om 16.30 uur. Daar hadden we normaliter makkelijk om 15.00 uur
kunnen zijn. Het stormt nog steeds met zwarte luchten boven ons. Koos helpt me een trui en
een jas aan
te trekken. Ik heb het zó koud en ik ben zó moe. Het begint te regenen en we
beginnen aan een steile afdaling.




Ik ga heel langzaam. Ik heb totaal geen kracht. 500 m lager ligt camping Le Planet bij
Bruinissard
in het bos.
We komen er om 18.30 uur uitgeput aan. Het regent nog steeds.
Koos haalt melk en twee bier bij de campingbaas en
bestelt brood voor morgen.
Geweldig. Ik zet ondertussen heel langzaam de
tent op. In beweging blijven is goed
tegen de kou.
Onder een boom, waar het niet zo hard regent eten we wat noodrantsoen en we gaan vroeg 
slapen.
's Nachts heb ik vreselijke kramp in mijn benen. Heel vervelend. Het is koud op bijna
2000 m in een klein tentje.
Ik denk dat het tegen het vriespunt zit. Ik ben zo moe. Mijn hart is
gelukkig weer tot bedaren.

*)
2 jaar later kom ik er achter dat ik aan hartritmestoringen lijdt. Op 6 januari, 2009 kom ik er
mee in het ziekenhuis terecht. Ze willen me zelfs gaan opereren. Ik zie dat niet zitten. Maar...
Oppassen. Een herseninfarct kan het risico zijn.
 
Woensdag, 4 juli, 2007.

Brunissard - Château Queyras
 
Het is 6.00 uur. Het is prachtig weer, maar wel frisjes. Ik heb redelijk geslapen. Ik voel me 
gelukkig weer goed.
De tent wordt droog ingepakt en we ontbijten in de zon. Heerlijk.
Tot het dorp Bruinissard lopen we langs de asfaltweg
naar beneden. Bij la Chalp gaan
we omhoog door bos en veld en we vervolgen ons pad via
een prachtige balconweg
boven Arvieux. Schitterende uitzichten over diepe dalen en scherpe hoge bergen.
Sommigen met sneeuw.
Er staat een straffe wind. Bij het Lac du Roue lopen de nodige
dagjesmensen.
Het meertje is erg dichtgegroeid, dat is jammer. Aan de kant staat
veenpluis,
waterdrieblad en wateraardbei.

Vervolgens moeten
we een keiknettersteil pad naar beneden. 500 m zowat rechtstandig
dalen naar Château Queyras. Oh,
mijn knieën, wat doen die pijn en mijn tenen! Ze zitten
allemaal knel en zijn beurs. Het is afzien hier naar beneden met
die pijn. Rond 12.30 uur
duiken we een tentje in net naast Château Queyras en nemen een grand café. Dit is net
op tijd want het gaat geweldig stormen
en regenen. Na een half uurtje is het ergste voorbij
en nadat ik alle warme
spullen over elkaar heb aangetrokken, vertrekken we in
regenkleding naar
de camping l'Isle. Het is nu zon en buien. We zitten onder een boom
redelijk
droog en tussen de buien door zetten we de tent op en eten we wat.
De storm is weer gaan  liggen. Het wordt zelfs heerlijk weer. Twee kilometer verder is 
een Intermarché bij VilleVieille en
we gaan lekkere dingetjes halen. O.a. Een lekkere
Pinot Gris van Hauler, een lekkere witte Elzasser.
Verder hangen we wat in de zon bij
de tent en gaan op tijd de slaapzak in.
Het wordt koud. Ik ben erg blij met deze halve
dag rust.
 
Donderdag, 5 juli, 2007.

Château Queyras - Ceillac
 
Om 5.30 uur gaat de wekker. Het wordt mooi weer, maar het is nu rond het vriespunt. 
Om 7.15 uur gaan we op pad.
Knettersteil omhoog bij Château Queyras. Prachtig zoals
de eerste zonnestralenop dat kasteel schijnen.
Dat heb ik ook op een plaatje thuis op
de kalender van de Queyras, een
van de mooiste Alpengebieden en nog niet platgetreden.
We hebben een fraai pad. Wel gaan we flink omhoog. We moeten 1100 m stijgen vandaag.
Om 9.00 uur komen we uit op een plat stukje naast een bosweg en kunnen we in de zon
ontbijten. Dan weer verder omhoog
en door een alpenweide met loeiende stieren. De
koeien staan wat verder weg. Verder gaan we door
de bossen, door een kloof met een
riviertje en dan verder omhoog naar een
subcol. Hier staat veel van de rode vanille
knotsorchis,
een redelijke zeldzaamheid. Gillende alpenmarmotten zitten vlakbij.
Alpenmarmot
Paddy jaagt ze niet. Hij mag van ons niet naar de konijntjes. Daar horen alpenmarmotten ook bij. 
Rond 12.30 uur staan
we op Col de Fromage. We spelen een thuiswedstrijd. Dit is de vierde keer
op de col dit jaar, steeds
vanaf een andere kant in dagtochten. Het is helder weer en overal zie je
scherp afgetekende bergen. We blijven een uur op de col lekker relaxed, en dalen
dan
af over een
bekend pad naar Ceillac
op het gemak. 

Ceillac
In Ceillac moeten we verplicht anderhalf uur op een terrasje zitten, want de Proxi gaat pas om 
4
uur open. Als je de kans krijgt om boodschappen te doen, moet je die ook met beide
handen grijpen. Altijd op een houtje bijten is niet leuk. Dus..
.Lekkere dingen gekocht, waaronder
biefstuk, yoghurt en een blikje
hondevoer voor Paddy, als afwisseling op zijn hondebrokken. Nu
nog
2 km over de weg naar camping Les Mélèzes (de lariksen) lopen. Het is hier prachtig in het
hooggebergte. Het wordt vannacht wéér koud, maar we zitten
ook op 1650 m.
 
  

de col in de winter

Col de Fromage is ook in de winter een mooie col om naar toe te lopen op sneeuwschoenen.
 
Vrijdag, 6 juli, 2007.

Ceillac - voorbij Maljasset

Om 5.30 uur ben ik klaar wakker. Het is apekoud. Niet zo goed geslapen. Onze tent stond 
een beetje scheef en we gleden
steeds naar beneden. Weer om 7.15 uur op pad. Het weer
ziet er weer goed uit. Eerst een mooi,
maar steil pad met grote stappen naar Lac du Miroir.



Deze weg hebben we al
twee keer gedaan, ook op sneeuwschoenen in de winter. Met die
grote
zak op gaat het niet vlug. Dan lopen we door naar Lac St. Anne. Eerst een fraai pad,
daarna een kale skihelling. Het is druk
bij Lac St. Anne. Het lijkt er wel een mierenest. Je
schijnt er redelijk gemakkelijk vanaf de andere kant te
kunnen komen,
vanaf een grote
parkeerplaats. Wij kennen dat pad niet.
Lac St. Anne is diepblauw met heel steile bergen rondom van de Fonte Sancte. 
Foncte Sancte

Er ligt nog steeds sneeuw tegenaan. Eind juni gaan er duizenden pelgrims naar de kapel van
St. Anne op bedevaart. 
Wij gaan verder naar de Col du Girardin. We moeten weer 1100 m
stijgen.
Ik ben erg zenuwachtig. Ik ben bang dat ik het niet zal halen, bang dat ik weer
hartkloppingen
krijg en weer geblokkeerd raak. Als ik maar niet flauwval. Ik krijg weer
papbenen en kom bijna niet vooruit. Laten we eerst maar even
gaan picknicken, misschien
gaat het daarna beter.
We moeten een gruishelling omhoog.Soms wat steile afgronden.
Niet mijn favoriet.
 
Daarna eindelijk op de col. Op 2708 m. Hoera, ik heb het gehaald! Een van de hogere collen
van de GR 5. Maar dan de afdaling!!!!! 
Met mijn hoogtevrees is dat paadje heel erg eng. Koos helpt me, stapje voor stapje met
trillende knieen. Paddy loopt er over 
alsof hij dat elke dag doet.   Daarna komen we op een
alpenweide met hele dikke vette
marmotten.
Het moeilijkste is voorbij...dacht ik. Mooi niet dus. Nu weer een steil stukje met gruis dat glijdt. 
Heel voorzichtig, stapje voor stapje.
Dat hebben we gelukkig ook weer gehad. Dan ineens
staat er een patou op het smalle pad. Nu dat weer!
Paddy is niet bang en wil hem wel aan de kraag. Vechtende honden op een smal bergpad 
is niet onze ambitie.
Met onze loopstokken jagen we hem weg en na 5 minuten lukt het.
Hebben we het nu gehad? Nee dus.
We moeten een heel eng smal balconpad iets omhoog
lopen met aan de
linkerhand een steile kale afgrond van ongeveer 700 m diep.
Koos loopt een meter voor me en ik volg hem voetje voor voetje, waarbij ik alleen naar zijn 
hielen en het pad kijk.
Eén verkeerde beweging en ik schiet met die grote zak de diepte in.
Later gaat het pad steil naar beneden tussen de
alpenweiden met wat graspolletjes aan de
linkerkant, dat is in psychologische
oogpunt iets makkelijker voor mij. We moeten nu 900 m
flink dalen.
Mijn arme tenen en knieën, die doen zo'n pijn, daarom ga ik heel langzaam.

Om 4 uur staan we beneden in het dal op de asfaltweg van Maljasset naar St. Paul.
We moeten deze asfaltweg 7 km volgen. Bij een verlaten dorpje is
een bron en het water
loopt in
een bak langs de weg. Met de waterzuiveraar vult Koos alle flessen. Heerlijk koel
water. Na een kilometer lopen gaan
we links een houten bruggetje over, over de Ubaye en
lopen we door een
bosje. Hier ligt een klein grasveldje. Een ideaal kampeerstekje uit het
zicht
van de weg.. Eerst even lekker bijkomen in de zon. We hebben een heerlijk plekje
tussen de ratelaar en
de gevlekte orchideeën.

Koken, tent opzetten en dan vroeg slapen. Ik ben zo moe.
 
Zaterdag, 7 juli, 2007.

Voorbij Maljasset - Larche
 
Mooie datum vandaag. 7.7.7. Sidney is jarig vandaag, alweer 24 jaar. Strakjes even bellen 
als we bereik hebben.
Hier in het smalle dal tussen de hoge bergen zijn we van alles afgesloten. Het is weer een 
prachtige dag
vandaag met
een staalblauwe lucht en de eerste zonnestralen mooi roze op
de hoge rotsen boven ons. Het duurt even voordat de zon
hier beneden is. Om 7.15 uur
gaan we op pad.
We laten weer niets achter als alleen platgelegen gras.
Eerst 6 km over het asfalt en 200 m naar beneden. Nu kunnen we even flink tempo maken. 
De weg is nog leeg.
Nog te vroeg voor toeristen. Het is lekker fris en het dal van de Ubaye
is zeer fraai.
Dan komen we bij een prachtige oude boogbrug tussen de rotsen, Pont du
Châtelet, je zag hem al in de verte liggen. Werkelijk heel mooi. We moeten hier overheen
en dan verder over een smal weggetje zonder vangrail
300 m omhoog met zeer fraaie
uitzichten
naar Fouillouse.
We stoppen bij de gîte en zijn nog nèt op tijd voor een heerlijk ontbijt met koffie, melk, 
jus d'orange, cornflakes, vers brood en jam.
Haaaa, wat lekker. Aan de overkant lopen
twee enorme troupeaux van een paar duizend schapen
met bordercollies en patous.
Wat een prachtig gezicht, als je er niet tussen staat met je eigen bordercollie. Paddy
ligt aan onze voeten te slapen.
Na het ontbijt kunnen we er wel weer een tijdje tegen en we moeten 400 m omhoog door 
een schitterend dal naar
Col du Vallonnet 2524 m. Het wordt voor het eerst warm. Het is
een hele klim naar boven tussen de groene valleien,
kleine riviertjes, prachtige bloemen
en vele marmotten. Het is een feest
hier te mogen lopen. De bergen zijn haarscherp en
we kunnen heel ver kijken.
Om 13.00 uur zijn wij de col over en gaan we picknicken in een soort maanlandschap. 
De marmotten springen om ons heen.
Paddy reageert amper. Als we weer verder gaan
wordt het landschap ruig en kaal, doods en stenerig.
Een tussenvallei waar geen lor aan
is. Ik snap niet dat er mensen zijn die
hier dagtochten naar toe maken. Het is 3 x niks.
Er volgt een lang, breed keienpad naar boven – een oud militair pad – naar Col de 
Mallemort 2558 m.
De tweede col van vandaag. Idioten hebben hier ooit een kazerne
gebouwd
met nog een fort ruim 200 m hoger bovenop een bergtop. Arme militairen.
Wat een onherbergzaam oord. Als het onweerde hadden ze vast de eerste prijs met
blixeminslag.
Om 15.30 uur staan we op onze tweede col. Nu moeten we 900 m scherp afdalen naar 
Larche. Je ziet de camping al liggen,
maar we zijn er nog lang niet. In het begin is het
paadje heel smal met
diepe afgronden. Ik durf weer niet. Koos begeleidt me stap voor
stap.
Dan wordt het pad beter maar wel héél steil en vol keien. We hebben wel 200
haarspeldbochten.
Langzaam komt Larche dichterbij en wordt de camping groter.
We hebben last van wolken vliegen en tan.
Tan komt je op hete dagen tegen in de
Zuid Alpen. Het zijn een soort horsels
met grote groene ogen en ze steken als de
beste.
Onze kinderen waren er vroeger redelijk paranoia voor. Ik loop heel langzaam.
Mijn voeten en mijn rechter knie wijgeren en doen verschrikkelijk pijn. Al mijn tien tenen
zijn al blauw en van een teen is
de nagel al af. Ik denk dat alle nagels eraf gaan. We
komen pas om 19.00 uur op de camping aan.
Wat is me dat een gemene afdaling.
Elke stap is een kwelling.
 
De camping van Larche is een zeer aangename hooggebergte camping (1677 m) met 
een uitermate geschikte baas.
We gaan lekker ons tentje opzetten en bij de camping-
baas eten.
We eten tartiflette, een echt berggerecht. Het is een soort ovenschotel met
aardappels, kaas, ui, en spekjes. Lekker vet. Na onze tocht niet zo erg voor een keertje.
Wij hebben vandaag 1100 m geklommen en 1200 m gedaald en daarbij ook nog 24 km
gelopen. Dat vinden we eigenlijk best wel knap
met zo'n pak op je rug. Ik ben keikapot
en ik heb wel even genoeg van dat
gezeul in de bergen.
Ik vond deze etappe best heel zwaar. De afstanden vond ik ook groot. En de paden 
vond ik soms heel eng.
Maar dat komt natuurlijk vanwege mijn hoogtevrees.
Kamperen boven de 1650 m is niet erg warm. Ook niet in Juli. Goddank hebben we hele 
fijne donzen
slaapzakken bij Demmenie Sport laten maken indertijd. Daar hadden we nu
veel plezier van.
 
Onze Paddy heeft het fantastisch gedaan, ondanks al zijn pillen voor artrose. Hij is nu bijna 
10 jaar en hij vindt het geweldig
om met ons op pad in de bergen te zijn. We nemen hem
echter de andere hoge Alpenetappes niet mee.
Het wordt te zwaar voor hem, we willen
de confrontaties met de patous niet
en hij wordt niet toegelaten in de refuges. Bovendien
mag hij niet door
de nationale parken lopen. Ik heb de tocht volbracht. Dankzij Koos' hulp.
Maar het was niet altijd leuk. De angst voor de afgronden, de hartkloppingen en het
geblokkeerd zijn,
de pijn in voeten en knieën tijdens de afdalingen.
Toch heb ik goede hoop om volgend jaar Thonon-les-Bains – Chamonix te gaan doen. 

Naschrift.
Allemaal handicaps op deze rit. Toch besluiten we de GR 5 door de Alpen helemaal
te gaan lopen. We zijn nu eenmaal aan de GR 5 begonnen en hij moet ook af als het
enigszins mogelijk is.
Onze handicaps waren:

- Hartritmestoringen, vrij ernstige zelfs, later ben ik er in het ziekenhuis mee beland.  
 - Ik had nieuwe schoenen gekocht, maar ze waren een maat te klein. Sukkel, die ik ben. 
Dáárom had ik zo'n last van mijn voeten. I
k kom hier pas achter als we in de winter
sneeuwschoenlopen willen gaan doen. Nieuwe schoenen kopen dan maar.

- Koos is geopereerd aan een breuk, opgelopen toen hij mijn rugzak meenam bij
Col
des Ayers. Later wordt hij nòg 2 x aan een breuk geopereerd. In totaal schijnt
dat
4 x mogelijk te zijn. Als het genezen is, kan je er weer prima mee lopen, hoor. 

Fijn
door de bergen met de grote rugzak. We doen het in 2013 nog steeds.

Oppassen
assen 
Als je wil stoppen in Larche, omdat het boekje er ook eindigt, moet ik jullie waarschuwen
Het is heel lastig Larche te bereiken met het openbaar vervoer.
Je kan bij Larche beter
doorlopen tot St.Etienne de Tinée en daar de bus
pakken naar Nice en dan de trein terug.
 
Vanuit Larche rijdt de firma Pétetin 3 x per week 's morgens naar Barcelonnette met een 
klein busje.
Vooraf bellen en bespreken. De gîte of de campingbaas in Larche kan je
hierbij helpen.
In Barcelonnette gaat om 12.00 uur precies een bus naar Gap. In Gap kan je dan weer 
de trein pakken
richting Briançon.
Wij konden met onze Paddy niet mee want Pétetin nam
geen honden mee.
Uiteindelijk heeft de dochter van de campingbaas ons naar Barcelonnette gebracht.
Anders hadden we moeten lopen en dat is toch wel een paar dagen.