De Alpen III van Modane tot aan Larche in 2 stukken.
 1e stuk Modane – Briancon 66 km
Voordat ik mijn ervaringsverhaal vertel even het volgende:
Als je van Briancon terug wil naar het noorden om ergens je auto of je 
caravan op te halen, of met de trein terug wilt naar Nederland, dan is het 
goed het volgende te weten;
 
Er gaat geen bus van Briancon naar Grenoble, ook al staat het op het 
internet. Vanaf station Briancon ga je met de navette (klein busje) over 
Col de Montgenièvre naar Oulx in Italië en van daar uit gaat om ongeveer 
18.00 uur een TGV trein naar Modane. Uitsluitend gereserveerde plaatsen. 
Trein is redelijk vol, dus reeds reserveren in Briancon.
 
Zondag 27 juli, 2008 t/m 30 juli, 2008.
 
Vrijdagmiddag hebben we ons Paddy laten inslapen. Hij kon niet meer, hij was schoon op. 
Zijn spieren waren al grotendeels verdwenen, zei de dierenarts. Hij liep puur op wilskracht 
en medicijnen. Onze bijzondere bordercollie. Wij hebben in 10 jaar 10.000 km met hem gelopen. 
Hij heeft van Pieterburen tot aan het Meer van Genève de GR 5 meegelopen.
 
We zijn erg verdrietig en missen hem enorm. Daarom hebben we besloten om maar een paar 
dagen te gaan lopen. Even weg van alles.
 
We vertrekken vroeg met stralend weer en rijden helemaal alleen op de weg naar Briancon. 
We zijn ook helemaal alleen op Col du Galibier. Het is er prachtig. Overal helder om ons heen. 
We staan even te genieten op de col om 8.30 uur. Om 9.30 uur zijn we al op de camping in Modane.
We parkeren de auto op camping Les Combes op garage mort bij een zeer vriendelijke campingbaas. Wat het kost?? 
Mogen we zelf bepalen. Zeer sympathiek. We moeten vandaag 1400 m klimmen vanaf Modane tot aan 
Col de la Vallée Etroite op 2434 m.
Om 10.00 uur beginnen we te lopen vanaf de camping in Modane. De campingbaas wijst ons een bospad binnendoor 
naar Fourneaux waar we de GR 5 komend vanaf het station weer oppakken. Dan volgt een fraaie, maar lange en steile 
klim door het bos, ergens beneden in de diepte stroomt een klein riviertje. Bij het wintersportplaatsje Val Fréjus lopen 
we verkeerd langs een weg met bochten. De GR 5 is hier slecht gemarkeerd. 
Gelukkig vinden we een picknickbank naast een appartementen-complex in de schaduw en dat kwam ons goed uit. 
Even rusten van dat eeuwig omhooggaande pad. Een mueslireep en een beetje water en we kunnen er weer tegen. 
We lopen dwars over een wei een stukje naar beneden en pikken het goeie pad weer op. Het is een brede, saaie en 
steile weg langs een foeilelijke kazerne om de Italianen tegen te houden, die nooit kwamen. Afbreken die zooi.
 
Verder gaat het pad, steil omhoog. Er komt geen eind aan. Geen één plat stukje. Uiteindelijk komen we op een soort 
hoogvlakte uit. Er wonen nog wat mensen in hutjes daar, en komen er per auto. Vraag me niet over wat voor pad. 
Ik ben heel erg moe en moet steeds even rusten. We gaan langzaam verder. Er komt ook nog een politiehelicopter 
heen en weer gevlogen en die gaat ook nog eens stuntvliegen. Fraai gezicht. Even later landt hij bij de hutjes. 
Eindelijk bereiken we de col. Refuge de Thabor passeren we maar. We willen rust. Niks tegen de refuge, 
hij ligt prachtig tegen de Thabor aan. We zoeken een wildkampeerplekje na de col.We zijn moe en het begint 
wat te miezeren. We strompelen naar beneden. Bij Plaine de Tavernette vinden we een plekje temidden van 
de koeieflatsen. Water volop, dus wassen en koken is geen probleem. We willen nèt even uitrusten, maar dan
begint het echt hard te regenen. Shit. Niet rusten dus en razendsnel de tent opzetten. Daarna verplicht een uurtje 
rust in de tent. Daarna wordt het droog en breekt zelfs de zon nog even door. Gauw koken, eten en afwassen. 
Daarna nog nèt even tandenpoetsen en dan is het donker.
Koos filtert nog wat drinkwater in het stroompje en dan begint het weer te regenen. 
Vroeg slapen maar op 2200 m hoogte. We hebben 17,5 km gedaan volgens mijn stappenteller.
 
 
Maandag 28 juli, 2008.
 
Het is zwaar bewolkt om 6.00 uur. Op de pas hangt een dikke mist.Vannacht van 02.00 uur tot 03.00 uur wakker 
gelegen van loeiende koeien. Die praten schijnbaar met elkaar in het pikdonker. Kling, kling,kling, hun bellen gaan ook
 goed te keer. Stonden we met ons tentje een goeie meter verwijderd van een koeiepad !!!! Hebben wij geluk gehad. 
Anders hadden ze met hun tweehonderden ons tentje platgetrapt. Goed dat we niet gehinderd werden door enige 
kennis hierover. We gaan ons toch maar wassen in het stroompje. Het is bibbertjes koud. Lekker fris, zegt Koos en 
staat daar poedeltje naakt. Hij wel. De eerste lopers komen al naar beneden. Koos staat ver weg van hun en ze hebben 
geen verrekijker. Er is geen wind, dat scheelt. De kou valt na een tijdje wel mee.
Verdorie ik ben mijn spiegeltje vergeten. Hoe kan ik nu mijn wenkbrauwen tekenen? Improviseren dan maar. 
Met het aardappelschilmesje als spiegeltje.Niet helemaal ideaal. Er lopen nog twee mensen voorbij. 
Ze zullen wel in refuge de Thabor geslapen hebben. Inmiddels is de mist opgetrokken. 
Er komt blauwe lucht tussen de wolken. Om 8.00 uur gaan we weer bepakt en bezakt op pad na een mueslireep en een 
warme kop koffie.
 
Wat een prachtige route vandaag.
Mt Thabor
Eerst lopen we naar beneden langs nog veel meer koeien en dan komen we bij la Vallée Etroite. Een klein gehuchtje met 
diverse huisjes en twee Italiaanse gîtes. Tot 1945 is dit Italiaans geweest en per auto kan je er alleen komen via 
Bardonnècchia in de Italiaanse Alpen.
Waarom die Fransen dit nu willen hebben??? Het is hier gewoon Italiaans en ze spreken ook Italiaans. 
visite kaartje

In Gîte refuggio “Tre Re Magi” drinken we een heerlijke Italiaanse koffie en nemen een lekker ontbijt met vers brood. 
Vallee Etroite
Hartkeks zijn wel aardig bij gebrek aan beter, maar vers brood is natuurlijk veel lekkerder. We zitten op een fraai terras 
in de zon en kijken naar de Tre Re Magi, ofwel de drie koningen: Melchior, Balthazar en Gaspard = drie bergbulten links 
van ons omhoog. Daarna moeten we 400 m omhoog via een fraaie zigzag weg door het bos naar Col des Thures. 
De weg is niet steil en loopt lekker vlot. Een makkie, die 400 m omhoog. Op de col bij het Lac Chavillon zitten wel 
100 mensen in groepjes. 
Hele families met volgepakte ezels en lama's. Arme beesten. Tjonge wat een drukte als je zo de stilte gewend bent. 
We picknicken bij Châlet des Thures en lopen dan heel relaxed zigzaggend steil naar beneden. Om 14.00 uur zijn 
we al op camping La Lame. En dúúr!!! We betalen 4,50 voor 1 nacht, excl. douche, die kost extra. 
We hebben een lekker lam dagje vandaag. Helaas krijgen we nog een buitje, maar verder is het lekker loopweer. 
De tent staat net en we hebben wat boodschappen gedaan en dan moeten we vlot de tent in voor een vette onweersbui. 
Zijn wij even blij dat we niet boven op de col staan. 
Als het weer droog is begin ik op tijd met koken. Heerlijke biefstuk, courgettes met kaas, geraspte wortel, tomaatjes en brood. 
Flesje Elzasser erbij, yoghurtje toe. Heerlijk, wat kan een mens daar van genieten. Afwas nog niet gedaan of hup, 
weer een onweersbui. Later toch nog heerlijk in de avondzon zitten opwarmen voor de nacht.
 
Dinsdag, 29 juli, 2008.
 
Om half acht gaan we op pad. Het is erg bewolkt, dat zijn de naweeën van gisteren. Meteen na de brug lopen we rechtsaf 
over een enorm groot natuurkampeerterrein in het bos. Hier en daar staat een mobiel toilet (leverancier uit Nederland) of een kraan. 
Geweldig. Ooit om te onthouden. Het is alleen te voet wat ver van de winkel. In Planpinet komt de zon door. 
We passeren de gîte d'etappe, die leuk gelegen is en gaan we over een militaire weg zigzag naar boven door een nauwe kloof. 
De weg heeft een goed hellingspercentage. We kunnen in een goed ritme vlot omhoog lopen. 
Boven wordt het prachtig weer en warm. Bij les châlets des Acles moeten we door een rivier en dan zeer steil omhoog over 
een klotepad door het bos. 
Het is het ravin de l'Opon. Na het bos komen we in de vallon de l'Opon. Een zeer bizar landschap met veel gruis en steile rotsen 
rechts van ons en bizarre groene heuvels met rhodondendrons links. Deze weg is wel 3 km lang en het is flink klimmen. 
Overal om ons heen bouwen vette onweerswolken zich op. Ik raak in paniek. Nergens is hier beschutting, 
ingeval het onweer losbarst. We moeten flink klimmen intussen, en ik kom gewoon niet vooruit. Om 12.30 uur zijn we eindelijk 
op de Col de Dormillouse op 2445 m. Het is hier steenkoud, er staat een gure wind en overal hangen dreigende donkere luchten. 
We gaan verder over een ander bizar landschap met pingo's, grote groene ronde gaten, gevormd door sneeuw en vorst. 
Om ons heen groene heuvels en hoge, kale bergen. We passeren drie perfecte en enorm grote pingo's. We bereiken de tweede col. 
Deze is niet zo moeilijk. We staan er een half uurtje later bovenop. Het is Col de Lauze 2530m. Je flikkert er zowat over de rand, 
want het is een hele steile, smalle col op een crête. Vervolgens dalen we vlot een heel eind af. Gelukkig ik ben van de stress af voor 
een onweersbui bovenop de collen. 
Om 13.30 uur gaan we picknicken. Het regent in het dal van Montgenièvre, maar bij ons klaart de lucht weer op en zitten we zelfs 
even in de zon. In de verte zijn ze een nieuwe skihelling aan het maken op een enge crête van dik 2500 m hoog. 
Twee zandwagens kunnen elkaar nèt passeren en dan rijdt er nog een dragline op en neer. De zandwagens moeten ook 
nog keren en achteruit omhoog rijden. Ik kan het niet aanzien en word er duizelig van. 
Ik ga er maar met mijn rug naar toezitten en hoor het wel als er eentje naar beneden valt. Om 14.00 uur lopen we verder naar 
beneden en komen we in een regenbui terecht. Alle regenspullen aan, hoes om de zak. Na een kwartiertje is het weer droog. 
Alle regenspullen weer uit, want het is benauwd. Daarna verdwijnen alle donkere wolken en is het weer stralend weer. 
Het is hier geen omgeving om wild te gaan kamperen en we besluiten om door te lopen naar Montgenièvre.
We zijn er al om 16.00 uur en nemen hotel Valérie *** als zijnde de beste van het spul hier. Ze zijn erg blij met klanten, 
want ze hebben er niet veel. Triest voor de mensen. We gaan heerlijk douchen en bijkomen. We pikken een terrasje in de zon, 
uit de koude wind met een biertje en een ijsje. 
Montgenièvre is een echt wintersportoord. Het eerste wintersportoord van Frankrijk. “”s Zomers is daar niet zoveel te beleven. 
Tja ze hebben er een mooie golfcourse, maar als je niet golft heb je daar weinig aan. S'avonds zitten we met 8 man aan tafel in 
het restaurant van het hotel. De rest was dicht in het dorp, behalve de gebruikelijke pizzaboer natuurlijk. 
We hebben vandaag 21,5 km gelopen, niet slecht.
 
Woensdag 30 juli, 2008.
 
Het is onze trouwdag vandaag. Al 32 jaar, wat een ouderwets span zijn wij in deze tijd. Het is weer prachtig weer. 
Helaas kunnen we pas om 8.00 uur ontbijten. Normaliter lopen we dan allang.Tant pis, zeggen de Fransen. Pech gehad dus. 
Dan maar direkt na het ontbijt op pad. Het begint met een leuk paadje vandaag, maar dat gaat al snel over.
Het pad naar Briancon is gewoon compleet verpest. Het is nu een wijde bosweg geworden met af en toe een steile helling. 
Voor langlaufskiën zeker. Het duurt 9 km lang. We moeten ook nog een stuk klimmen,daarna dalen we naar Pont d'Asfelt. 
Die brug ligt daar sinds 1734. Wàt een constructie in die tijd over die diepe kloof over de Durance. Daarna betreden we het 
bolwerk van de heer Vauban, vestingbouwer in de tijd van Napoleon. Briancon hebben ze nooit kunnen veroveren.
Zeer interessante geschiedenis over Briancon. Er zijn boekjes van. Neem je tijd voor deze prachtige oude vestingsstad. 
Wij kennen het goed en komen steeds met plezier weer terug. We lopen door de vesting naar de hoofdstraat, 
de grande gargouille en dan naar het pleintje van de stalen ridder. 
We ploffen hier neer bij een terrasje. Het stikt van de toeristen, die ons niet begrijpend aankijken. Verhuizers? 
We nemen een grand café. 10.30 uur is toch koffietijd nietwaar? We hebben nog tijd zat voor de bus van 11.50 uur naar Grenoble. 
Verder weer naar de benedenstad. We kennen het pad. Beneden vragen we wel tien mensen naar de bushalte. Ze sturen ons 
allemaal een andere richting op. De gendarmerie weet het. De bushalte ligt tegenover het postkantoor. 
Op zoek naar het postkantoor. Weer vragen. Er zijn zelfs mensen die beweren dat Briancon geen postkantoor heeft. 
Kom nou, zo'n grote stad! Uiteindelijk vinden we het postkantoor. Een PTT-er loopt vriendelijk mee naar buiten en 
wijst de plaats aan. Dáár moet je zijn. Oké.
Voor de zekerheid nog even de barman van het achterliggende café gevraagd. Ja, hier komt de bus naar Grenoble. 
Verder staat er nergens een indicatie behalve “Arrêt bus”. Alle stadsbussen rijden voorbij. Wel 15 stuks. 
Ons busje komt zo, busje komt zo, busje komt zo. Mooi niet dus. Het is inmiddels 12.30 uur. 
Koos wil nog blijven wachten tot hij een ons weegt, maar ik kap er mee. We gaan helemaal terug naar het station, een flink 
half uur lopen. Het is warm in de stad. In het station zit een vriendelijke dame aan het loket. 
Ik laat haar het briefje zien van de dienstregeling van het internet van de VFD = Trans Isère. Ze heeft er nog nooit van gehoord. 
Ze vertelt ons van de bus van Autocars Resalp. Die gaat om 14.10 uur via Col de Montgenièvre naar Italië naar Oulx. 
Naar Oulx?! Nooit van gehoord. Ja, die moeten we nemen en dan gaat er vanuit Oulx een TGV naar Modane. 
Toemaar een TGV nog wel. Ja en die doet er 40 minuten over om in Modane te komen. Oh, weet dat maar. Dus bij deze.
 
Tegenover het station eten we een salade met een glas melk en een karafje rode wijn. We zitten lekker in de schaduw. 
De tent ziet er niet uit, maar het eten is goed. Een Amerikaanse bedient ons. Viereneenhalf jaar geleden is ze met skieën 
aan en Fransman blijven plakken en nu werkt ze hier zeven dagen in de week, het jaar rond. Hoe romantisch. 
Zou ze zich het leven ooit zo voorgesteld hebben? We vragen maar niet. Om 14.10 uur gaat er inderdaad een klein 
busje naar Oulx. Voorin zit een leuke meid en dus kijkt de busschauffeur alleen naar haar en gaat het busje op 
de automatische piloot over Col de Montgenièvre. We komen een uur later toch nog heel aan in Oulx. 
De trein gaat pas na zessen. Dat wordt drie uur wachten in een vergeten Italiaans gat. Zelfs geen winkel te bekennen.
Goed om mijn dagboek bij te werken. Wat een merkwaardige trouwdag hebben we vandaag. 
Er komt nog een zwerver voorbij die ons begroet met hallo collega's. Tja waar je met een grote rugzak op alniet 
voor wordt aangezien....Moet kunnen. Om 18.25 uur gaan we eindelijk met de TGV door de lange tunnel van Fréjus. 
Het is benauwd in de trein omdat hij langzaam rijdt en veel moet afremmen. Een keertunnel dus. 
Om 19.05 uur zijn we uit de tunnel en in Modane. Vlot lopen naar de camping, gauw de tent opzetten en luxe per auto 
naar de pizzatent van een echte Italiaan tegenover het station. Hij heeft een rode luifel en hij heeft toch lekkere pizza”s!!! 
Zo eet je ze zelden, zelfs Koos vond hem lekker en die lust eigenlijk geen pizza's.
Ik neem een 8 kazenpizza en Koos iets anders. Met een goede Chianti is onze trouwdag toch nog leuk. 
Maar we missen ons hondje.
 
De Alpen III – tweede stuk van Briancon naar Larche
 
Voordat ik mijn ervaringen ga vertellen, even het volgende: Als je de auto of de caravan ergens wil 
neerzetten voor dit stuk, of misschien verder tot St. Sauveur de Tinée, dan zou ik camping municipal 
du lac les Iscles aanraden in Eygliers bij Guillestre. Hij staat in het ANWB kampeerboek en hij ligt 
vlakbij treinstation Mont Dauphin-Gare. Van hieruit kan je gemakkelijk per trein naar Briancon en de 
GR 5 verder naar het zuiden beginnen. Ook vanaf de zuidelijke kant kan je hier weer per trein terugkeren. 
Dit is een betere optie dan een camping in Briancon, die allen vrij ver van de
route af liggen. De camping is geopend vanaf 20 mei tot 10 september.
 
Briancon – Larche liepen wij van 3 juli, 2007 tot en met 7 juli, 2007
 

Het sluit wel aardrijkskundig, maar niet chronologisch aan op de vorige etappe, omdat ik zeer moeizaam door de Jura 
ging en niet zeker wist of ik ooit wel aan de Alpen zou kunnen beginnen. Wij hebben deze etappe als proef gedaan.
 
Dinsdag, 3 juli, 2007.
 We gaan een hoge Alpenetappe doen om te kijken of we dat wel kunnen met zo'n grote zak op. 
We hebben heel kritisch ingepakt. Koos heeft 21 kg en ik heb 17 kg. Met minder gaat het echt niet als je af en toe 
wild wil gaan kamperen en noodvoer mee moet nemen. We nemen gedrieën de trein naar Briancon en om 8.45 uur 
staan we daar in de stralende zon. Onze bordercollie Paddy mag ook weer mee op deze etappe want hier is het niet 
verboden voor honden. De Queyras is een regionaal park en geen nationaal park. Dat maakt het verschil voor honden.
Even later wisselt het weer van zon naar wolken., ons pad wisselt ook. 
Het gaat vanaf het station goed omhoog en we hebben een fraai uitzicht over Briancon. Het is goed loopweer. 
Zeker niet te heet. Het is ongeveer 17 graden met af en toe een fris windje. Bij les châlets des Ayes drinken we een 
grand café bij een simpele, doch sympathieke buvette. Nu gaat het steeds verder omhoog langs een fraai pad. Het is vrij steil. 
Wat een klim. We moeten vandaag 1400 m stijgen en 700 m dalen. Dit is wel pittig en waren we niet gewend in de Jura. 
Net voorbij les châlets vers le col word ik slap en dreig flauw te vallen. Het wordt heel erg donker, er komt een bui aan. 
Een grote kudde schapen komt van de toppen naar beneden met Patous. Ik ben zo bang voor Patous. Het zijn grote 
witte Pyrenesche berghonden, die als protectiehond de kuddes beschermen tegen indringers als wolven en in de steek 
gelaten (Italiaanse) honden. Ze vallen alle andere honden aan. 
Ik raak helemaal in paniek. Dadelijk bijten ze Paddy dood. Ik kan helemaal niets. Alle krachten zijn uit mijn lichaam 
getrokken en ik kan niet meer bewegen. Ik zit machteloos op de grond en vecht tegen flauwvallen, overgeven en diarrhee. 
Mijn hart gaat als een gek te keer. Koos pakt mijn rugzak en houdt Paddy kort en gaat verder omhoog de berg op, 
weg van de kudde, weg van de Patous. En ik zit als een zombie. Ik vecht om bij mijn positieven te blijven en niet van 
de wereld te gaan, dan is het over. 
Ik voel dat. Tot 4 x toe probeer ik op te staan, maar ik kan het niet. Ik ben compleet geblokkeerd. Een grote patou 
komt op mij af,maar omdat ik niet beweeg, houdt hij het bij snuffelen. Ik zit inmiddels midden tussen de schapen en 
ik heb het koud, heel erg koud op 2200 m. Het stormt. 
Koos heeft mijn rugzak meegenomen met een warme trui en iets te drinken. Mijn hart krijg ik niet stil. 
Wat hopeloos nu toch. Hoe het met Koos en Paddy afloopt weet ik niet. Ik heb genoeg aan mezelf. Ik zit als een
ijsblok in het veld. Na ongeveer een uur komt Koos er weer aan. De patou blaft aggressief tegen Koos maar doet 
verder niets. Hij is zonder Paddy en de rugzakken. Waar of ik bleef.
Ja, ik kan niet bewegen. Hij helpt me overeind en ik probeer weer langzaam te gaan lopen. Het is ongeveer 5 graden 
en ik heb het zo koud. Mijn handen zijn zo stijf van de kou dat ik de loopstokken nauwelijks kan vasthouden. 
Heel langzaam gaat het weer een beetje met me. De kudde zakt verder naar beneden, de patous ook. 
We zijn ongeveer drie kwartier lopen van Col des Ayes af (2500 m). De hartkloppingen blijven, maar ik strompel toch 
verder omhoog. Zelfs weer met de rugzak op die halverwege het pad lag. Ik heb het zó koud en ik ben zó moe, 
maar ik MOET hier weg, hoe dan ook. Als we bij Paddy aankomen is hij zó blij. Koos had hem aan de rugzak 
vastgebonden net onder de col en hij zat heel lang alleen. Ik heb helaas de kracht niet om hem te aaien. De schat. 
Braaf wachten. Hij doet het zó goed. Eindelijk zijn we op de col om 16.30 uur. Daar hadden we normaliter makkelijk 
om 15.00 uur kunnen zijn. Het stormt nog steeds met zwarte luchten boven ons. Koos helpt me een trui en een jas aan 
te trekken. Ik heb het zó koud. Het begint te regenen en we beginnen aan een steile afdaling.
Ik ga heel langzaam. Ik heb totaal geen kracht. 500 m lager ligt camping Le Planet bij Bruinissard in het bos. 
We komen er om 18.30 uur uitgeput aan. Het regent nog steeds. Koos haalt melk en twee bier bij de campingbaas en 
besteld brood voor morgen. Geweldig. Ik zet ondertussen heel langzaam de tent op. In beweging blijven is goed tegen de kou. 
Onder een boom, waar het niet zo hard regent eten we wat noodrantsoen en we gaan vroeg slapen.
's Nachts heb ik vreselijke kramp in mijn benen. Heel vervelend. Het is koud op bijna 2000 m in een klein tentje. 
Ik denk dat het tegen het vriespunt zit. Ik ben zo moe. Mijn hart is gelukkig weer tot bedaren.
 
Woensdag, 4 juli, 2007.
 
Het is 6.00 uur. Het is prachtig weer, maar wel frisjes. Ik heb redelijk geslapen. Ik voel me gelukkig weer goed. 
De tent wordt droog ingepakt en we ontbijten in de zon. Heerlijk. Tot het dorp Bruinissard lopen we langs de asfaltweg 
naar beneden. Bij la Chalp gaan we omhoog door bos en veld en we vervolgen ons pad via een prachtige balconweg 
boven Arvieux. Schitterende uitzichten over diepe dalen en scherpe hoge bergen. Sommigen met sneeuw. 
Er staat een straffe wind. Bij het Lac du Roue lopen de nodige dagjesmensen.
  
Het meertje is erg dichtgegroeid, dat is jammer. Aan de kant staat veenpluis, waterdrieblad en wateraardbei. Vervolgens moeten 
we een keiknettersteil pad naar beneden. 500 m zowat rechtstandig dalen naar Château Queyras. Oh, mijn knieën, wat doen 
die pijn en mijn tenen! Ze zitten allemaal knel en zijn beurs. Het is afzien hier naar beneden met die pijn. Rond 12.30 uur 
duiken we een tentje in net naast Château Queyras en nemen een grand café. Dit is netop tijd want het gaat geweldig stormen 
en regenen. Na een half uurtje is het ergste voorbij en nadat ik alle warme spullen over elkaar heb aangetrokken, 
vertrekken we in regenkleding naar de camping l'Isle. Het is nu zon en buien. We zitten onder een boom redelijk droog en tussen 
de buien door zetten we de tent op en eten we wat. 
De storm is weer gaan  liggen. Het wordt zelfs heerlijk weer. Twee kilometer verder is een Intermarché bij VilleVieille en 
we gaan lekkere dingetjes halen. O.a. Een lekkere Pinot Gris van Hauler, een lekkere witte Elzasser. Verder hangen we 
wat in de zon bij de tent en gaan op tijd de slaapzak in. Het wordt koud.
 
Donderdag, 5 juli, 2007.
 
Om 5.30 uur gaat de wekker. Het wordt mooi weer, maar het is nu rond het vriespunt. Om 7.15 uur gaan we op pad. 
Knettersteil omhoog bij Château Queyras. Prachtig zoals de eerste zonnestralenop dat kasteel schijnen. Dat heb ik ook 
op een plaatje thuis op de kalender van de Queyras, een van de mooiste Alpengebieden en nog niet platgetreden. 
We hebben een fraai pad. Wel gaan we flink omhoog. We moeten 1100 m stijgen vandaag. 
Om 9.00 uur komen we uit op een plat stukje naast een bospad en kunnen we in de zon ontbijten. Dan weer verder omhoog 
en door een alpenweide met loeiende stieren. De koeien staan wat verder weg. Verder gaan we door de bossen, 
door een kloof met een riviertje en dan verder omhoog naar een subcol. Hier staat veel van de rode vanille knotsorchis, 
een redelijke zeldzaamheid. Gillende alpenmarmotten zitten vlakbij.
Alpenmarmot
Paddy jaagt ze niet. Hij mag van ons niet naar de konijntjes. Daar horen alpenmarmotten ook bij. Rond 12.30 uur staan 
we op Col de Fromage. We spelen een thuiswedstrijd. Dit is de vierde keer op de Col dit jaar, steeds vanaf een andere 
kant in dagtochten. Het is helder weer en overal zie je scherp afgetekende bergen. We blijven een uur op de col en dalen 
dan af over een bekend pad naar Ceillac op het gemak. 
Ceillac
In Ceillac moeten we verplicht anderhalf uur op een terrasje zitten, want de Proxi gaat pas om 4 uur open. 
Lekkere dingen gekocht, waaronder biefstuk, yoghurt en een blikje hondevoer voor Paddy, als afwisseling op zijn 
hondebrokken. Nu nog 2 km over de weg naar camping Les Mélèzes (de lariksen) lopen. 
Het is hier prachtig in het hooggebergte. Het wordt vannacht wéér koud, maar we zitten ook op 1650 m.
 
 Col de Fromage in de winter
 de col in de winter
Ook in de winter een mooie col om naar toe te lopen
 
Vrijdag, 6 juli, 2007.
 Om 5.30 uur ben ik klaar wakker. Het is apekoud. Niet zo goed geslapen. Onze tent stond een beetje scheef en we gleden 
steeds naar beneden. Weer om 7.15 uur op pad. Het weer ziet er weer goed uit. Eerst een mooi, maar steil pad met grote 
stappen naar Lac du Miroir. Deze weg hebben we al twee keer gedaan, ook op sneeuwschoenen in de winter. Met die grote 
zak op gaat het niet vlug. Dan lopen we door naar Lac St. Anne. Eerst een fraai pad, daarna een kale skihelling. Het is druk 
bij Lac St. Anne. Het lijkt er wel een mierenest. Je schijnt er redelijk gemakkelijk vanaf de andere kant te kunnen komen, 
vanaf een grote parkeerplaats. Wij kennen dat pad niet. 
Lac St. Anne is diepblauw met heel steile bergen rondom van de Fonte Sancte. 
Foncte Sancte
Er ligt nog steeds sneeuw tegenaan. Eind juni gaan er duizenden pelgrims naar de kapel van St. Anne op bedevaart. 
Wij gaan verder naar de Col du Girardin. We moeten weer 1100 m stijgen. Ik ben erg zenuwachtig. 
Ik ben bang dat ik het niet zal halen, bang dat ik weer hartkloppingen krijg en weer geblokkeerd raak. 
Als ik maar niet flauwval. Ik krijg weer papbenen en kom bijna niet vooruit. Laten we eerst maar even gaan picknicken,
misschien gaat het daarna beter. We moeten een gruishelling omhoog. Smal en steil. Soms wat steile afgronden. Niet mijn favoriet. 
Daarna eindelijk op de col.  Op 2708 m. Hoera, ik heb het gehaald! Een van de hogere collen van de GR 5. Maar dan de afdaling. 
Met mijn hoogtevrees is dat paadje heel erg eng. Koos helpt me, stapje voor stapje met trillende knieen. Paddy loopt er over 
alsof hij dat elke dag doet.   Daarna komen we op een alpenweide met hele dikke vette marmotten.
Het is voorbij...dacht ik. Mooi niet dus. Nu weer een steil stukje met gruis dat glijdt. Heel voorzichtig, stapje voor stapje. 
Dat hebben we gelukkig ook weer gehad. Dan ineens staat er een patou op het smalle pad. Nu dat weer! 
Paddy is niet bang en wil hem wel aan de kraag. Vechtende honden op een smal bergpad is niet onze ambitie. 
Met onze loopstokken jagen we hem weg en na 5 minuten lukt het. Hebben we het nu gehad? Nee dus. 
We moeten een heel eng smal balconpad iets omhoog lopen met aan de linkerhand een steile kale afgrond van ongeveer 700 m diep. 
Koos loopt een meter voor me en ik volg hem voetje voor voetje, waarbij ik alleen naar zijn hielen en het pad kijk. 
Eén verkeerde beweging en ik schiet met die grote zak de diepte in. Later gaat het pad steil naar beneden tussen de alpenweides 
met wat graspolletjes aan de linkerkant, dat is in psychologische oogpunt iets makkelijker voor mij. We moeten nu 900 m flink dalen. 
Mijn arme tenen en knieën, die doen zo'n pijn, daarom ga ik heel langzaam. Om 4 uur staan we beneden in het dal op de asfaltweg 
van Maljasset naar St. Paul. We moeten deze asfaltweg 7 km volgen. Bij een verlaten dorpje is een bron en het water loopt in 
een bak langs de weg. Met de waterzuiveraar vult Koos alle flessen. Heerlijk koel water. Na een kilometer lopen gaan we links 
een houten bruggetje over, over de Ubaye en lopen we door een bosje. Hier ligt een klein grasveldje. Een ideaal kampeerstekje 
uit het zicht van de weg.. Eerst even lekker bijkomen in de zon. We hebben een heerlijk plekje tussen de ratelaar en 
de gevlekte orchideeën. Koken, tent opzetten en dan vroeg slapen. Ik ben zo moe.
 
Zaterdag, 7 juli, 2007.
 
Mooie datum vandaag. 7.7.7. Sidney is jarig vandaag, alweer 24 jaar. Strakjes even bellen als we bereik hebben. 
Hier in het smalle dal tussen de hoge bergen zijn we van alles afgesloten. Het is weer een prachtige dag vandaag met 
een staalblauwe lucht en de eerste zonnestralen mooi roze op de hoge rotsen boven ons. Het duurt even voordat de zon 
hier beneden is. Om 7.15 uur gaan we op pad. We laten weer niets achter als alleen platgelegen gras. 
Eerst 6 km over het asfalt en 200 m naar beneden. Nu kunnen we even flink tempo maken. De weg is nog leeg. 
Nog te vroeg voor toeristen. Het is lekker fris en het dal van de Ubaye is prachtig. Dan komen we bij een prachtige 
oude boogbrug tussen de rotsen, Pont du Châtelet, je zag hem al in de verte liggen. Werkelijk heel fraai. 
We moeten hier over en dan verder over een smal weggetje zonder vangrail 300 m omhoog met zeer fraaie uitzichten 
naar Fouillouse. 
We stoppen bij de gîte en zijn nog nèt op tijd voor een heerlijk ontbijt met koffie, melk, jus d'orange, cornflakes, vers brood en jam. 
Haaaa, wat lekker. Aan de overkant lopen twee enorme troupeaux van een paar duizend schapen met bordercollies en patous. 
Wat een prachtig gezicht, als je er niet tussen staat met je eigen bordercollie. Paddy ligt aan onze voeten te slapen. 
Na het ontbijt kunnen we er wel weer een tijdje tegen en we moeten 400 m omhoog door een schitterend dal naar 
Col du Vallonnet 2524 m. Het wordt voor het eerst warm. Het is een hele klim naar boven tussen de groene valleien, kleine riviertjes, 
prachtige bloemen en vele marmotten. Het is een feest hier te mogen lopen. De bergen zijn haarscherp en we kunnen heel ver kijken. 
Om 13.00 uur zijn wij de col over en gaan we picknicken in een soort maanlandschap. De marmotten springen om ons heen. 
Paddy reageert amper. Als we weer verder gaan wordt het landschap ruig en kaal, doods en stenerig. 
Een tussenvallei waar geen lor aan is. Ik snap niet dat er mensen zijn die hier dagtochten naar toe maken. Het is 3 x niks. 
Er volgt een lang, breed keienpad naar boven – een oud militair pad – naar Col de Mallemort 2558 m. De tweede col van vandaag. 
Idioten hebben hier ooit een kazerne gebouwd met nog een fort ruim 200 m hoger bovenop een bergtop. Arme militairen. 
Wat een onherbergzaam oord. Als het onweert hadden ze vast de eerste prijs met blixeminslag. 
Om 15.30 uur staan we op onze tweede col. Nu moeten we 900 m scherp afdalen naar Larche. Je ziet de camping al liggen, 
maar we zijn er nog lang niet. In het begin is het paadje heel smal met diepe afgronden. Ik durf weer niet. Koos begeleidt me 
stap voor stap. Dan wordt het pad beter maar wel héél steil en vol keien. We hebben wel 200 haarspeldbochten. 
Langzaam komt Larche dichterbij en wordt de camping groter. We hebben last van wolken vliegen en tan. 
Tan komt je op hete dagen tegen in de Zuid Alpen. Het zijn een soort horsels met grote groene ogen en ze steken als de beste. 
Onze kinderen waren er vroeger redelijk paranoia voor. Ik loop heel langzaam. 
Mijn voeten en mijn rechter knie wijgeren en doen verschrikkelijk pijn. Al mijn tien tenen zijn al blauw en van een teen is 
de nagel al af. Ik denk dat alle nagels eraf gaan. We komen pas om 19.00 uur op de camping aan. 
Wat was me dat een gemene afdaling. Elke stap was een kwelling.
 
De camping van Larche is een zeer aangename hooggebergte camping (1677 m) met een uitermate geschikte baas. 
We gaan lekker ons tentje opzetten en bij de campingbaas eten. We eten tartiflette, een echt berggerecht. 
Het is een soort ovenschotel met aardappels, kaas, ui, en spekjes. Lekker vet. Na onze tocht niet zo erg voor een keertje. 
We hebben vandaag 1100 m geklommen en 1200 m gedaald en daarbij nog 24 km gelopen. Dat vinden we eigenlijk best wel knap 
met zo'n pak op je rug. Ik ben keikapot en ik heb wel even genoeg van dat gezeul in de bergen. 
Ik vond deze etappe best heel zwaar. De afstanden vond ik ook groot. En de paden vond ik soms heel eng. 
Maar dat komt natuurlijk vanwege mijn hoogtevrees. 
Kamperen boven de 1650 m is niet erg warm. Ook niet in Juli. Goddank hebben we hele fijne donzen slaapzakken bij Demmenie 
sport laten maken indertijd. Daar hadden we nu veel plezier van.
 
Onze Paddy heeft het fantastisch gedaan, ondanks al zijn pillen voor artrose. Hij is nu bijna 10 jaar en hij vindt het geweldig 
om met ons op pad in de bergen te zijn. We nemen hem echter de andere hoge Alpenetappes niet mee. 
Het wordt te zwaar voor hem, we willen de confrontaties met de patous niet en hij wordt niet toegelaten in de refuges. 
Bovendien mag hij niet door de nationale parken lopen. Ik heb de tocht volbracht. Dankzij Koos' hulp. 
Maar het was niet altijd leuk. De angst voor de afgronden, de hartkloppingen en het geblokkeerd zijn, 
de pijn in voeten en knieën tijdens de afdalingen. 
Toch heb ik goede hoop om volgend jaar Thonon-les-Bains – Chamonix te gaan doen. 
Je bent nu eenmaal aan de GR 5 begonnen en hij MOET af, 
hoe dan ook.
 
Naschrift.
 
Ik had nieuwe schoenen gekocht, maar ze waren een maat te klein. Sukkel, die ik ben. Dáárom had ik zo'n last van mijn voeten. 
Gauw nieuwe schoenen gekocht voor de volgende keer.
 
Op 6 januari, 2009 komt ik in het ziekenhuis terecht met ernstige hartritmestoringen.
Ja, dàt had ik dus op Col des Ayers! Een beetje oppassen, want een hartstilstand of een herseninfarct kunnen de risico's zijn.
 
Koos is geopereerd aan een breuk, opgelopen toen hij mijn rugzak meenam bij Col des Ayers.
 
Oppassen
 
Als je wil stoppen in Larche, omdat het boekje er ook eindigt, moet ik jullie waarschuwen. 
Het is heel lastig Larche te bereiken met het openbaar vervoer. 
Je kan bij Larche beter doorlopen tot St.Etienne de Tinée en daar de bus pakken 
naar Nice en dan de trein terug.
 
Vanuit Larche rijdt de firma Pétetin 3 x per week 's morgens naar Barcelonnette met een klein busje. 
Vooraf bellen en bespreken. De gîte of de campingbaas in Larche kan je hierbij helpen. 
In Barcelonnette gaat om 12.00 uur precies een bus naar Gap. In Gap kan je dan weer de trein pakken
richting Briancon. Wij konden met onze Paddy niet mee want Pétetin nam geen honden mee. 
Uiteindelijk heeft de dochter van de campingbaas ons naar Barcelonnette gebracht. 
Anders hadden we moeten lopen en dat is toch wel een paar dagen.