De Alpen deel IV Van Larche naar Nice
 
Van 17 juni, 2009 tot en met 26 juni, 2009.
 
Dinsdag, 16 juni, 2009.
 
We hebben onze nieuwe hond, een Schotse collie, Coco naar de familie 
Feigly gebracht. Ze is nu 8 maanden. 's Middags zijn we naar Larche gereden.
Leuk om onze sympathieke campbaas van camping Les Marmottes weer 
terug te zien. We staan er nu voor de derde keer. Eén keer geeindigd met de 
GR 5, één keer met de moter toen wij Route des Grandes Alpes deden.
Hij waarschuwt ons dat er nog heel veel sneeuw boven in de bergen ligt. 
Zelf had hij deze winter 7 meter !!! sneeuw op zijn camping (ligt op 1600 m). 
Hoezo opwarming van de aarde.? En dat in de Zuid Alpen! 
Zoiets weet je gewoon niet in Nederland.De laatste sneeuw is pas een week geleden 
van de camping verdwenen. Hij adviseert ons morgen zo vroeg mogelijk te vertrekken. 
Na 12.00 uur wordt de sneeuw zacht door de zon en dan zak je te ver door. 
Dan wordt het moeilijk. Wij kunnen uiteraard onze auto in “garage mort” parkeren achter 
het gebouw tussen twee oude caravans.
 
Woensdag, 17 juni, 2009.
 
Om 5.00 uur gaat de wekker. Om 6.15 uur lopen we de camping af. Het is zwaar bewolkt. 
Ik heb de hele nacht wakker gelegen over deze etappe van vandaag. Als ik het maar kan, als ik het maar haal. 
We hebben dit jaar nog geen meter geoefend vanwege het jonge hondje. Die mag in het begin maar een klein stukje lopen. 
En op 6 januari in het ziekenhuis liggen na ernstige hartritme storingen, is ook niet zo best. Het eerste stuk naar Pont Rouge 
schiet lekker op. Het gaat over een asfaltweggetje, vals plat, maar goed te lopen. Overal stroomt water. 
Overal liggen nog restanten sneeuw. Bij de parkeerplaats gaan we op een grote steen ontbijten. 
Hartkeks, jam, appel en vruchtensap. Een stel oudere Fransen gaan ons voorbij. Ze hadden een pet op van de GR 20 van Corsica. 
Dat is geen kattepis. Het zullen wel goeie lopers zijn. Ze hebben lichte rugzakjes op en gaan uitsluitend via gîtes. 
Wij gaan verder door een fraaie vallon van de Lauzanier, naast een riviertje. Langzaam, maar geleidelijk stijgen we. 
Het valt ons zwaar. Ongetrained en mijn hartritme krijg ik niet onder controle. Lastig. Om 10.15 uur komen we bij het Lac du Lauzanier. 
Het is hier prachtig. Nèt zo mooi als Lac d'Anterne vóór Chamonix. Overal liggen grote plakken sneeuw en dat weerspiegelt dan 
weer in het water. Een serene omgeving. Het is alleen jammer dat het al een half uurtje zachtjes regent. Met een blauwe lucht is het 
hier vast nóg mooier. Niets aan te doen. Na een kwartiertje is het weer droog, gelukkig. Wel hangt er een pikzwarte lucht. 
Het zal toch niet de hele dag zeikweer worden? Ze hadden zo mooi weer voorspeld. Vanaf nu lopen we in de sneeuw. 
Soms is het pad moeilijk te vinden. Bij het volgende meertje achter het kruis op 2428 m zak ik weer in elkaar. 
Nee toch, niet weer mijn hart op tilt? Jawel hoor. 
Hartritmestoringen! Het is weer helemaal mis. Ik liep ook al zo langzaam sinds het Lac du Lauzanier. Geen energie. 
Ik zit een half uur als een zombie in de sneeuw. Ik kan nog geen flesje water vasthouden. Geen kracht. 
Ik neem een hartpilletje voor noodgevallen. Drinken. Vier Franse passanten geven goedbedoelde adviezen. 
Ik heb de kracht niet om te reageren. Na een tijdje gaat het weer een beetje. Twee stappen lopen – rusten, 
twee stappen lopen – rusten. Het schiet niet echt op. We moeten een 60 % schuine helling traverseren voor een kilometer of wat. 
Als je gaat glijden, lig je 600 m lager in een ijskoud meertje met sneeuw en ijs, daar kom je levend nooit uit. Ik durf niet. 
Ik doe mijn rugzak af en loop Koos achterna, die zich een weg in de sneeuw schopt. Ik probeer in zijn voetstappen te stappen. 
Het gaat langzaam. Stapje voor stapje. Doodeng. Hoogtevrees en geen energie. Als ik maar niet val. Het is al 12.00 uur geweest. 
Het is inmiddels prachtig weer met een staalblauwe lucht. En de sneeuw is zacht. We waren gewaarschuwd. 
Soms zit je er kniediep in, of je glijdt uit. Halfweg is een platter stukje, waar ik even kan rusten. Koos doet zijn zak af 
en gaat terug om mijn rugzak op te halen. Ook hij is moe. Terecht. Het tweede stuk gaat over een iets minder steile helling 
en draag ik mijn eigen rugzak weer. Uiteindelijk komen we pas om 15.15 uur op de pas aan van Pas de Cavale. 
Pas de Cavale
Hier hadden we dus rond de middag al moeten zijn. Vanaf 10.00 uur ruim 5 uur door de sneeuw gezwoegd. 
Het is heel zwaar, heel eng en heel moeilijk. Mensen die dit gaan lopen in een andere tijd zonder sneeuw zullen dit vast wel 
fluitend door de alpenwei lopen, maar ja we zitten nu eenmaal met die sneeuw. Ik heb totaal geen energie meer en geen kracht 
en ik ben ontzettend moe. Maar ik kan hier niet blijven. We eten onze lunch met hartkeks, ham en kaas en dan 
moet ik naar beneden. Hier kan geen ziekenauto en geen helicopter komen. We hebben niet eens bereik met de mobile telefoon. 
Zo, nu de afdaling. Die is eng!!!!  Heel steil, heel smal, rollende keien, sneeuwplakken en een heel diep gat. Ik durf niet, 
maar ik MOET. Als mijn beenspieren het maar houden! Wat is hoogtevrees toch lastig. Deze afdaling is nog enger als van 
Col de Girardin. Zó griezelig. Eén misstap en ik val hartstikke dood. 
Heel voorzichtig gaan we naar beneden. Koos helpt me waar hij kan en wacht steeds op me. Hij is zó lief. 
Om 16.30 uur lopen we weer op een normaal bergpad. Bousiéyas halen we nooit meer, maar die gîte was zowie zo 
niet zo aantrekkelijk, hebben we ooit met de moter gezien. We besluiten om wild te gaan kamperen bij de Lacs d'Agnel. 
Mooie, ronde pingogaten en heel diep. Niet in elk gat staat water. Er liggen grote sneeuwvelden rondom. 
We zoeken een dalletje, waar de sneeuw nèt weg is. Gletsjerranonkels staan in de plaats. 
We genieten van de zon en de rust en het zeer fraaie uitzicht van de bergen met sneeuwvelden. 
We staan op 2343 m tussen de sneeuw. Zo hoog en zo fris hebben we nog nooit gekampeerd.
 
Donderdag, 18 juni, 2009.
 
We hebben een prachtige ochtend. Een vos schuiert de marmottenholen af op zoek naar jongen. 
Wat een mooi stekje hebben we toch. Echt schitterend. We hebben lekker geslapen in onze
donzen slaapzakken, maar wassen in het meertje is wel fris vanochtend. Daar wordt je lekker wakker van. 
We gaan om 7.30 uur op pad. Hup, meteen weer over een sneeuwveld. Eerst gaan we helemaal naar beneden naar 2000 m 
over een landschap met bulten, dan steken we de rivier over en dan weer omhoog naar Col des Fourches op 2262 m. 
Col de Fourches
Wat staan hier weer lelijke bunkers. Met de rug er naar toe gaan we lekker in de zon ontbijten met hartkeks. 
Dan moeten we weer een heel stuk afdalen. Diverse malen kruisen we de weg naar Col de la Bonnette, de hoogste col van Europa, 
per auto bereikbaar ( 2802 m) en 15 % helling. Je kan je auto daar op een randje parkeren en dan lopen naar 
Cime de la Bonnette tot 2990 m. Er zijn veel Duitse moterrijders op pad. Het lijkt wel een epidemie. 
In Bousièyas rusten we uit op het bankje voor de gîte. We tappen drinkwater bij de bron. De gîte is gesloten en 
alleen 's middags open. Het bestaat uit één hok met 2 stapelbedden voor 16 personen, 1 kraan + bak, 
1 douche en 1 wc – twee voetstappen en een gat. Toilette turque, noemen de Fransen dat. 
Ik ben daar maar even naar de toilet geweest. Dat is beter dan in de natuur. We dalen af naar een boshelling 
en moeten dan weer stijgen over een breed pad met een aangenaam hellingspercentage. 
Dan moeten we een rivier oversteken. In de zomer een prutsstroompje vermoedelijk, nu een redelijk wild 
stromende rivier van ongeveer 50 cm diep. Er staat behoorlijk druk op. We doen de bergschoenen en de sokken uit 
en de Teva's aan en waden er door. 
Net gesmolten sneeuw en dus goed koud. Teva's weer uit, sokken en schoenen weer aan, je bent zo een kwartier verder. 
We picknicken in het bos en komen twee mannen tegen van rond de dertig, die al twee dagen op suikerklontjes lopen, 
omdat ze nergens iets te eten kunnen vinden. Onbegrijpelijk dat je niet beter voorbereid op pad gaat. 
Je neemt toch noodvoer mee!!
Wij delen onze lunch niet, want wij weten ook niet wanneer we een winkel zullen tegenkomen. We moeten verder omhoog. 
Op naar Col de la Colombière op 2237 m. We moeten weer veel sneeuwvelden oversteken, maar ze zijn dit keer niet moeilijk. 
Het is wel ongeveer een kilometer sneeuw, maar de weg is vals plat. Op de col, vol sneeuw kunnen we eerst de 
markeringen niet vinden. Rechtuit, of hier naar beneden, waar vage markeringen staan. Het boekje is niet duidelijk, 
het kaartje niet, het kompas niet. De strepen zullen wel ergens onder anderhalve meter sneeuw zitten. 
We besluiten het pad rechts naar beneden te nemen. 
Volgens het boekje zijn we in anderhalf uur in St. Dalmas le Selvage. Mooi niet. We zwoegen drie en een half uur over een 
doodeng smal balconpad vol overhangende doornstruiken en zeer diepe afgronden.
Koos heeft me diverse keren moeten helpen over verschrikkelijke stukken met gevaar voor eigen leven. 
Drie en een half uur stress heb ik gehad. Is de GR 5 leuk? Nee, hier zeker niet. Ik ben helemaal op van de zenuwen en de angsten. 
Later horen we dat we een oud pad hebben genomen, de laatste jaren werd het niet meer gebruikt en bijgehouden. 
Tja, dat hebben wij weer. Ik kan echt niet meer verder. Ik ben helemaal stuk. Koos vraagt in de gîte in St. Dalmas of 
ze nog twee bedden vrij hebben. 
Jawel in de kelder, tussen een trits Duitse moterrijders. Ik zit buiten de huilen op het terras. Ik ben zo moe. Ik wil niet tussen die 
Duitse moterrijders liggen. Ik wil graag slapen vannacht. Koos gaat praten met de beheerster en ze heeft nog een klein kamertje 
met een stapelbed voor ons. Perfekt. Ik ben helemaal blij. We gaan douchen en kunnen ook mee eten gelukkig, 
want een restaurant en een winkeltje zijn alleen open in juli en augustus. Het onweert buiten. Wij zitten lekker binnen. 
Het eten is matig, maar beter als niets. Nog gezellig gebabbeld met vier Fransen.
 
Vrijdag, 19 juni, 2009.
 
We houden een lam dagje vandaag. We vertrekken pas om 8.30 uur. Gezellig ontbeten met de Fransen. 
De waardin van de gîte kent de omgeving heel goed. Ze loopt zelf ook veel. Van St. Delmas tot Fouillouse in één keer 
in de herfst. In de winter gaat ze op ski's naar familie in de Vanoise. Dat doen wij haar niet na. We vertrekken naar Col d'Anelle 
240 m hoger over een boerepad in het bos. Het is weer prachtig weer en 30 graden. Makkie, zou je zeggen. Niet dus. 
Steeds weer mijn hart dat te snel gaat. Ik krijg het maar niet onder controle. Ik ga heel langzaam omhoog. Even rusten.
Ik word me toch weer ziek. Overgeven en dreiging tot flauwvallen. Het ziet er echt slecht uit. Koos is heel lief en bezorgd. 
Hij is vast bang dat ik hier van de wereld ga. Ik neem maar weer een pilletje voor noodgevallen. Na een ruim half uur 
gaat het al beter. Gelukkig ik ben er nog. Rugzak weer op en maar weer verder. We zijn al bijna boven. 
Ergens staat een moterrijder met een tentje in het veld in de zon. Hij ritst nèt zijn tent open. Die slaapt lang.
We zwaaien in de verte. Na de col, moeten we nog een stukje verder omhoog en dan 600 m steil naar beneden. 
Verdorie, wéér een balconpad, maar deze is iets breder en redelijk te doen voor iemand met hoogtevrees. 
Het is wel erg steil van tijd tot tijd. Om half één komen we aan bij St.Etienne de Tinée. We kennen het van de motertocht. 
Het is een leuk dorp. Volgens de verhalen op internet van Flokstra uit Enschede kan je heel lekker eten in hotel Les Amis.
richtingswijzer
 
Hotel Les Amis
Dat slaan we niet over. En een halve dag rust is ook nooit weg met zo'n hart als spelbreker. Even zoeken. 
Hotel les Amis ligt wat achteraf van het pleintje. Ze hebben ook een prima kamer met drie bedden, een balcon en een douche. 
De toilet zit verder op de gang. Om 13.00 uur kunnen we mee eten. Geweldig. Echt goed en echt Frans. Mensen die de Franse
taal een beetje machtig zijn moeten hier beslist stoppen en gaan eten. Het is de aanbeveling meer dan waard. 
We kregen gebraden eend!! Zielig van de eend, maar verrukkulluk klaargemaakt. Voorafje, toetje, koffie. 
Alles super goed voor 14.00 euro.
Daarna wat stinkspul gewassen en aan mijn draai-elastiek op het balcon te drogen gehangen. Dan even rust. 
Koos slaapt als een os. Ik niet. 
Buiten zijn ze met een kogel een oud gebouw aan het afbreken en onder ons balcon draait de betonmolen. 
Dagboek schrijven is ook een optie. Als Koos weer wakker wordt gaan we even het dorp verkennen. 
Ze hebben ook een winkeltje op het pleintje. We willen graag een biertje ergens op het terras, maar alles is dicht en het begint 
te onweren. Gauw terug naar het hotel, de was van het balcon halen. Even later met de regenjassen aan maar weer op pad. 
Na een kwartiertje schijnt de zon weer. Het is een aardig dorpje, St. Etienne de Tinée, we verkennen ook even de route voor morgen
vroeg. We kopen een brood, dan hebben we morgen een variant voor hartkeks. We kijken bij de VVV voor het weer. 
Helaas, dat ziet er niet best uit. Morgenmiddag weer onweer en de dagen erna veel regen met harde wind, 12 graden en 
sneeuw op 2300 m. Wel ja, we zien wel. Maar we moeten naar de Petit Mounier op 2600 m en wild kamperen. 
We zien wel, we zijn gewaarschuwd, niet hoog blijven staan, maar het lager zoeken. We moeten maar vroeg beginnen morgen. 
Ik hang mijn was aan het elastiek tussen twee eiken stoelen op de kamer. Ik wil een stoel wat verder zetten om de was 
niet op de grond te laten hangen en shit er klapt een stoel om, precies op mijn rechter kleine teentje. Het doet zo'n pijn. 
Gebroken teen, ook dat nog.
 
Zaterdag, 20 juni, 2009
 
Na de lekkere koffie van Hotel les Amis, gaan we om 7.30 uur lopen. Het weer ziet er goed uit, blauwe lucht en lekker fris, 
ongeveer 18 graden denk ik. We krijgen een supersteil pad omhoog naar Auron. Halfweg de helling gaan we ontbijten. 
Dit keer niet met hartkeks, maar met het pain complet, dat we gisteren gekocht hadden. We gaan weer verder omhoog. 
Het is wel een fraaie wandeling maar knettersteil. We zigzaggen veel, er komt geen eind aan. Om hoog lopen gaat 
redelijk met mijn teentje, maar dalen is een ramp. Gewoon doorlopen en doorbijten. In het ski-oord Auron is alles zo dood 
als een pier. Ergens zijn ze echter nèt een terras aan het inrichten en wij zijn meteen de eerste klant van het seizoen. 
Ze hebben superlekkere koffie, een toilet en water voor onze flessen, wat wil je nog meer? Vervolgens krijgen we een zeer 
fraai bospad naar Col du Blainon. We zijn om 13.30 uur op de col. Maar weer meteen afdalen want het wordt aan alle kanten 
pikzwart om ons heen. We krijgen een zeer fraaie afdaling over fraaie hellingen vol alpenbloemen. Echt alle kleuren geel,lila, 
paars en wit tussen vers groen. Echt schitterend. In het boekje staat dat je in een uur afdaalt over 500m naar beneden, 
maar wij doen daar een uur en drie kwartier over. Oei, wat doet dat teentje pijn en de andere tenen ook, trouwens. 
Nog een wonder dat ik vandaag zo meteen kon lopen. Omhoog ging wel redelijk, maar omlaag, au, au, au.
Op het laatst begint het te regenen, maar we zijn niet zo erg nat als we in de gîte van Roya aankomen. Het wordt ook koud 
en het waait hard, maar het wordt weer droog. De gîte van Roya is enkele jaren geleden afgebrand. 
Tijdelijk heeft er een grote tent gestaan. Sinds kort is het schooltje van Roya verbouwd tot gîte. Heel goed gedaan.
Er zit een enthousiaste beheerder op die heel goed kan koken. Toen wij aankwamen was hij druk in de weer met tourtons, 
een soort grove ravioli, een echte bergspecialiteit van de streek.
Wij houden er niet zo van, gehakt in bladerdeeg en dan in olie gebakken. Maar later bleek dat we deze niet te eten kregen, 
maar dat ze voor de markt waren van morgen in St Etienne de Tinée. Een bijverdienste van de huttenwaard. 
Dan is er de transhumance. Dan laten ze duizenden schapen los op weg naar de hoge bergen met bordercollies en patous.
Dan worden alle alpenweides kaalgevreten en zie je geen bloem meer. De transhumance is een folkloristische happening 
voor de boeren en de toeristen, samen met markten van oude ambachten enz. Een groot feest in het bergdorp. 
Daarna verdwijnt de schaapsherder voor drie maanden in de bergen met zijn kudde = troupeau. 
Pas in de herfst komen ze weer naar beneden. We slapen met nog een Nederlands stel op de kamer. 
Els en Joris uit Brabant. Gezellig. We hadden ze al zien lopen in St. Etienne, maar we wisten niet dat het GR 5 lopers waren.
 
Zondag, 21 juni, 2009
 
Ik heb heel erg slecht geslapen. Het heeft vannacht verschrikkelijk gespookt. Felle onweersbuien met enorme knallen. 
Hoe moeten we nu die hele hoge bergen in met zo'n weer? Als we dagtochten doen, gaan we nooit met dit weer naar boven.
Ik haat onweer hoog in de bergen. Ik durf niet, ik durf niet. Om 6 uur gaat de wekker. Ik fluister naar Koos dat ik niet ga. 
Ik ben bang. Er hangen zware wolken, maar het is droog. En koud. Het heeft gesneeuwd. De wereld heeft een dun laagje wit. 
Koos vindt dat ik me gewoon moet aankleden en we zien straks wel verder. Ook gewoon de rugzak inpakken. Punt uit.
Om 7 uur is het ontbijt, maar ik kom met lood in de slippers aan. Het weerbericht is mitigieux, d.w.z. Het kan vriezen en 
het kan dooien. Ja dat zie ik buiten ook wel. De huttenwaard heeft een goede oplossing: Na twee uur lopen staat een hut. 
Daar kan je wel je tent opzetten op beschut terrein. Is het weer nòg slechter, dan keer je weer om, hij heeft nog plaats voor 
vannacht. Oké, we gaan op pad om 7.30 uur. Iedereen is al weg. Wij zijn de laatsten. Het is vandaag de langste dag en dat 
wordt goed gevierd in St. Etienne. In Roya staan slechts zes boerderijen en een kerkje plus de gîte, dus hier is nu niet bepaald 
een feestterrein. De waard gaat vandaag zijn tourtons uitventen. Vanavond weer koken voor de volgende gasten. Hard werken 
in de zomermaanden voor deze lui. In de winter zijn ze vast skileraar, want ze kennen de bergen op hun duimpje.
Ik ben op van de zenuwen. Met slecht weer hoog in de bergen, dat is geen pretje. Maar de lucht breekt een beetje. 
Het ziet er niet verkeerd uit. God zegene de greep dan maar. We lopen langzaam omhoog in het bos. Als we het bos uitkomen 
en op de alpenweides lopen kunnen we de brug niet over. Het houten bruggetje is weggeslagen door het noodweer van gisteren? 
Of was het al langer zo? Hoe komen we de rivier nu over? Hij gaat nogal te keer. Terwijl we wat heen en weer pionieren 
langs de kant, komt er een rescuehelicopter aan en landt aan de overkant. Komen ze ons overzetten? Hoger op de berg halen 
ze een man op. Hersenschudding? Gevallen? Hij is helemaal nat en loopt als een zombie tussen twee andere mannen.
Ondertussen doen wij de bergschoenen uit en de Teva's aan en lopen meer dan kniediep door een behoorlijk wilde rivier 
met gladde keien, van ongeveer 5 m breed. Aan de andere kant de boel weer afdrogen en de sokken en schoenen weer aan. 
Duurt gauw een half uurtje, dat pootje baden, onvrijwillig. Ondertussen vliegt de helicopter met het slachtoffer weer weg.
Wij kruipen verder omhoog en af en toe schijnt de zon. Dat is heel fijn, want het is behoorlijk koud. Als we bij de vervallen 
hut aankomen, besluiten we verder te gaan. Wij vinden de plaats niet geschikt. Elke keer zoeken we een plaatsje voor de tent 
voor het geval dat. Daar wordt ik wel rustig van. In nood gevallen is er een oplossing. We kruipen langzaam verder omhoog.
Het wordt 1100 m stijgen vandaag. We moeten nog drie keer een riviertje oversteken, maar deze zijn niet zo diep. 
Het is wel heel moeilijk over die gladde keien, als je je schoenen droog wilt houden. Je kan niet de hele tijd wisselen met Teva's. 
Overal komt flink water naar beneden. Overal ligt ook nog flink sneeuw. We gaan nu een steile zigzag helling op en dan komen 
we uit bij een moeras, waar de sneeuw nèt weg is. We eten naast een plak sneeuw onze middagboterhammen van de gîte. 
Er komt een vent alleen aan, met ook een grote rugzak. Hij is al in Modane begonnen en doet deze wandeling nu voor de 
derde keer. Hij had de andere twee keer regen en mist. Hoopvol. Hij is ook zo weer weg. Wij kijken hoe hij de sneeuw
in gaat en besluiten hem maar na te doen. Van markeringen of een spoor is hier geen sprake. Het is gewoon overal wit. 
De zon schijnt volop. Met mist verdwaal je hier. We moeten behoorlijk veel sneeuwvelden over. Enkele kilometers. 
De sneeuw is hier gelukkig harder, als op Pas de Cavale en het is platter, niet tegen een helling aan, meer in een kom.
Om 14.00 uur zijn we op Col de la Crousette op 2480 m. Dit is weer zo'n col waar je overheen kukelt. Smal en een diep 
gat er naast. Maar we zijn er nog niet. We moeten naast dat diepe gat een stèle op, een geitepad zo'n honderd meter 
verder omhoog. Doodeng, steil en smal. Daar ga ik weer met mijn hoogtevrees. Ik concentreer me maar weer op 
Koos'zijn hielen en het pad en kijk niet rond. Shit, ook nog een sneeuwveld op het pad met een helling van 60 graden.
Het gat ernaast is zeker 1000 m kale helling naar beneden. We moeten boven over de sneeuwhelling klimmen over losse 
stenen en modder. Dit is weer linke soep en ik sta stijf van angst.
Maar we moeten verder. Hoera, we redden het, heel en wel. Om 15.00 uur zijn we op de stèle van de Mont Mounier en 
beginnen we aan de afdaling. We boffen nog steeds met het weer. We lopen over een hoge, brede crête in een kaal 
maanlandschap. Ontzettend kaal. Wat zal het hier 's zomers heet zijn. Wij hebben 12 graden en een koude wind. 
We beginnen op ons gemak aan de lange afdaling. De Vacherie de Roure halen we toch niet en beneden zoeken we wel 
een wild kampeerplekje. Om 17.30 uur staan we bij de rivier de Démant op 1950 m. Een paradijselijk plekje en we 
besluiten hier te blijven. We zijn moe. Aan de overkant staat onze eenzame wandelaar uit Modane. Na drie keer wist hij 
zeker ook wel dat dit het mooiste plekje is. We zwaaien naar elkaar. De mélèzes en de rivier er tussen geeft ons ieder
wat privacy. Tent opzetten, koken en afwassen. Bij de koffie begint het te regenen en het wordt koud. 
Als we in de tent zitten begint het te onweren. Wat hebben wij geluk gehad! En hoera
we zijn Col de la Crousette over met goed weer.
 
Maandag 22 juni, 2009.
 
We hebben een koude, maar mooie ochtend. Wèl ochtend rood, water in de sloot. We zien wel. Lekker koud wassen 
in de rivier. Onze buurman is allang weg om 6 uur. Als alles opgepakt is, moeten we nog met de Teva's door de rivier 
met de schoenen hoog opgeknoopt aan de rugzak. Dat voordeel had de buurman, die was al aan de andere kant. 
Uiteindelijk lopen we om 7.30 uur. We lopen heerlijk in de zon door hoog gras en weides vol bloemen. 
Nu is de GR 5 weer leuk. Hier doe je het voor. Geweldig. Wat is het leven toch mooi. Dit is fijn lopen. 
We moeten nog twee keer een riviertje over, maar dat kan net met de schoenen aan. 
Verdorie, nu gaan we weer omhoog. We lopen helemaal om het gehucht Vignols heen. Overal staan bordjes 
verboden te kamperen. Ze hebben hier zeker een hekel aan GR 5 lopers. We moeten nog verder omhoog.
Het wordt weer een balconweg met een diep gat. Vallon de Gourgette. Brr, wat een diep ravijn naast ons.
Ineens staan we voor een gemene plak sneeuw voor ons van ongeveer 30 m breed op een hellingshoek 
van 70 graden. Wat nu? Aan de overkant staat een man driftig te gebaren. We horen hem niet. 
Lawaai van een waterval. Hoe moeten we nu verder? Bovenover is onmogelijk. Veel te hoog, veel te steil. 
Er onderdoor? Dan moet ik rechtstadig 4 m naar beneden op een richel bij de waterval boven de diepe spelonk.
Dat is ook geen optie. De sneeuw is verijst. Een weg schoppen is niet mogelijk. Toch zien we
een vaag spoor van de vorige dag. Koos besluit het spoor te volgen. Ik doe mijn rugzak af en moet hem direkt volgen. 
Ik ben nog nooit in mijn leven zo bang geweest als nu. De sneeuw is keihard en je hebt geen grip. Had ik maar stijgijzers. 
Maar die heb ik niet. Min of meer op mijn tenen volg ik Koos met knikkende knieën. Meer houvast heb ik niet. 
Als ik hier ga glijden, ga ik geheid tussen 4 plankjes de wereld af. Als één brok zenuwen kom ik er overheen. 
Nu verstaan we de man aan de andere kant. We staan gedrieën op dik 50 cm naast de sneeuw. 
Hij is zo verschrikkelijk bang, want het sneeuwveld is hol en het kan zo in de diepte storten. Oh, dat wisten wij niet. 
Dat kon je vanaf onze kant niet zien. Maar de man zag dat wij er heel over kwamen, dus hij gaat direkt er over naar 
de andere kant. Nu moet Koos weer terug om mijn rugzak te halen. Ook dàt redt hij. Drie keer over dat enge 
sneeuwveld en nog niet overleden. Ik ben zo blij dat we nog heel zijn. Ja, vanwege deze, zeer gevaarlijke situaties z
ou ik iedereen willen aanraden, ga in hemelsnaam 14 dagen later. Want de sneeuw maakt sommige passages 
echt heel moeilijk en heel zwaar. Zonder sneeuw is deze passage vast niet zo moeilijk. Tjonge, jonge wat was dit eng. 
Het aller engst en het allermoeilijkst van de hele GR 5. Mijn hart ging gelukkig niet op tilt. Maar goed ook.
Nu moeten we nog 3 meter naar beneden, het watervalletje oversteken. Er komt een grote scherpe kei los, recht op 
mijn scheenbeen. Gelukkig, niets gebroken, alleen een lelijke wond. Och, dat is toch niets vergeleken met wat we 
net gedaan hebben. We lopen verder omhoog en gaan bij Porte de Longon op de alpenweide ontbijten met hartkeks 
en jam. Ik tril helemaal van de spanning, zo kan ik niet verder lopen. Ik moet me eerst even ontspannen. 
Ik behandel de beenwond met pleisterspray tegen de vliegen. Ineens zien we vier steenbokken grazen op de berg 
tegenover ons. Dat maakt weer veel goed. Later zien we nog een gems en heel veel alpenmarmotten. 
We lopen door een prachtige grote alpenwei vol bloemen en vlinders. De wei ligt in een kom. En we zien wilde tulpen!! 
Nog nooit eerder gezien.Kleine gele tulpen met een oranje randje. Het staat er vol mee. Prachtig. 
Ik raak alle stress weer kwijt. Om 10.00 uur komen we bij gîte de Longon aan. Ook wel Vacherie du Roure genaamd. 
We zitten buiten op de picknickbank en drinken een grand café. De zon schijnt wel, maar het is frisjes.De boerin vertelt 
dat ze pas een week open is, omdat de refuge helemaal onder de sneeuw lag. Ze kon aanvankelijk de refuge helemaal 
niet terugvinden! Ze vertelt ook dat ze het dorp Roure al gewaarschuwd had om die gevaarlijke passage bij 
Porte de Longon af te sluiten met een omleiding. Maar dat hadden ze dus nog niet gedaan. Ze vond het een wonder 
dat we er overheen waren gekomen. Alles wat ze aan eten en drinken in de refuge verkoopt, komt haar man
dagelijks brengen in een grote rugzak. Wat een manier om je geld te verdienen!
We krijgen nog een partijtje mooie alpenweide en dan ineens een knettersteile afdaling. Niet eng, heel fraai zelfs, 
maar wel steil. Daarna volgt nog een smalle, enge balconweg. Je ontkomt niet aan die krengen in de Zuid Alpen. 
Het wordt wat platter bij Rougois. Een gehucht met boerderijen, waar de boer woont van die boerin boven in de refuge. 
Hij heeft elke dag wel een moeilijke weg te lopen met een volle rugzak. We gaan picknicken temidden van de koeien. 
Daarna gaan we over een brede halfverharde bosweg naar beneden. Nèt voor Roure wordt het weer een balconpad. 
Ik baal ervan en ik volg liever de weg tot het arboretum. Dan ga ik samen met Koos verder over het balconpad naar
beneden naar Roure. Roure is een klein pittoresk dorpje, echt tegen de wand aangeplakt. We willen wel een terrasje, 
maar we kunnen er geen vinden. Helaas, dan maar weer verder naar beneden. We zien St. Sauveur le Tinée fraai liggen, 
maar we zijn er nog niet. We moeten nog 600 m steil afdalen. Zigzag, zigzag. Om 16.30 uur komen we op de camping aan, 
die naast de gîte ligt, aan de noordkant van het dorp.
Onze eenzame buurman van het paradijselijke plekje staat er ook. Hoe is hij dat ijsveld bij Porte de Longon overgekomen? 
Hij heeft zich 4 meter rechtstandig laten zakken op het richeltje. Ook heel erg knap.We hebben pech. 
Op maandag is het restaurant dicht en ook de winkel. Shit, moeten we nu in een dorpje ook al noodvoer gaan eten? 
We hebben trouwens niet zo veel meer. Balen. We gaan naar de bakker en kunnen toch nog van alles kopen. 
De bakker verkoopt nog iets meer dan brood. We kopen brood, twee appelvlaaitjes, melk, yoghurt, 
een pot courgette in thymsaus, taboulé (= Marokkaanse salade) blikjes makreel in mosterdsaus, tomaten en meloen. 
We zullen niet verhongeren.
Els en Joris, van de gîte in Roya, zitten ook ergens op de stoep bij een smoezelig cafeetje. Grappig elkaar weer te zien. 
Ook zij hadden bange momenten gehad bij het ijsveld. Zij waren toch helemaal bovenover geklommen. Heel erg knap.
Er komen nog een heleboel Duitsers met motoren op de camping. Ze willen allemaal op de rij op onze lip gaan staan en 
er is nog een heel groot stuk leeg. Fichez-moi la paix, zouden de Fransen zeggen. Maar dat zullen ze wel niet snappen, 
dus Koos legt ze in het Duits haarfijn uit dat er genoeg plaats is aan de andere kant van het veldje.
Flikker op en verdeel de zooi een beetje. We willen wel rust, verdorie. Stelletje herrie-apen.
Een meter of twee van ons af, schiet op.

  

 
Dinsdag 23 juni, 2009.
 
Gisteravond was het bewolkt en regende het een beetje. Vandaag beginnen we weer staalblauw. Om 7.30 uur gaan we lopen. 
Eerst worden we ingehaald door Joris en Els. Zijn gister met de bus teruggegaan naar St. Etienne de Tinée, hebben daar 
een restaurant gezocht en zijn met de auto teruggekomen naar St. Sauveur de Tinée. Slim, want de gîte naast 
de camping heeft geen maaltijdvoorziening. Als we zitten te ontbijten, komen de Amerikanen langs, die ons passeerden 
op het sneeuwveld voor Pas de Cavale. Ze waren zo afgeknapt op de gîte in Bousiéyas, dat ze maar de bus hadden genomen 
naar St. Sauveur de Tinée. Kom jongens, dat is niet echt de GR 5 lopen, af en toe een stukje hier en daar.
Het is nu wisselend bewolkt met een koude wind. We lopen naar Rimplas. Uitgestorven. Nergens koffie te krijgen. 
Daarna gaan we naar beneden en via een fraaie Romeinse steile bosweg weer naar boven. We picknicken in Bolline 
in een parkje vol hondepoep. Fris is anders, maar we hebben wel leuk uitzicht. Hier is de GR slecht aangegeven. 
Een paar keer verkeerd gelopen en weer teruggelopen. Wat een uitgestorven kiet hier. Uiteindelijk de goede weg weer 
gevonden. Nergens een restaurant of koffietent. Om 14.30 uur komen we uit in St. Dalmas de Valdeblore. 
We passeren eerst een boerecamping aan de rechterkant van de weg voor het dorp.
*) Lees info verderop. 
We zien dan een terrasje midden in het dorp. Hoera, een terrasje, wat een luxe. 

We drinken een colaatje en lopen dan door naar de gemeentecamping helemaal aan de andere kant van het dorp. 

Niemand te vinden op de camping met bijna uitsluitend vaste plaatsen. 

We zetten de tent helemaal vooraan op een klein groenstrookje. We zijn net helemaal geinstalleerd,

komt er zo'n gemeenteknakker vertellen dat we helemaal achterin op de camping moeten gaan staan, ver weg van het
bloc sanitair. Bekijk het even vogel, we zijn moe en we gaan geen dagmars van de wc afstaan, we lopen al genoeg. 
We verkassen uiteindelijk toch maar met lange tanden, toch vooraan,
aan de overkant bij bankjes, in de wind. Ze hebben wel een lekkere douche, dat scheelt..
Daarna doen we boodschappen bij de Proxi en drinken we een lekker biertje op het terras.We koken uitgebreid en 
duiken op tijd in de slaapzak. Koude rotwind. Je moet wel in de tent. Morgen wordt het een lange dag naar Utelle. 
Vandaag hadden we een saaie dag met saaie paden. Ze waren wel steil. We kwamen haast niet vooruit en 
we zijn hartstikke moe.Welterusten.
 *) Wij zijn in 2011 voor de GR52 gestart opde boerenecamping van St. Dalmas de Valdeblore. Mevr. Myriam le Duff
-email "bernard.leduff@wanadoo.fr" / telnr. 0033493028330 0f 0033684158455 is heel aardig tegen GR lopers.
Ze is zelf een loper en weet precies wat de GR lopers doormaken.
Deze camping heeft slechts 2 wc's , 2 douches en 1 bak met 2 kraantjes om je te wassen.
Ze heeft ook een overdekte ruimte met tafels en stoelen om aan te eten of te koken als het weer niet goed is.
Er staat zelfs een magnatron en er is een keukenblokje. Ze staat in het ANWB boekvan kleine campings.


Woensdag, 24 juni, 2009
 
De wekker gaat om 5 uur. Het wordt nèt licht. Je opmaken met een hoofdlamp op, is best lastig. Om 6.30 uur gaan we op pad. 
Een zeer steile klim over een skipad, wordt later gewoon steil, maar wel fraai bospad. Het is nog koud in de schaduw. 
Op Col du Varaire (1710 m) zitten we even op te warmen in de zon. Verder maar weer door het bos omhoog naar Caire Gros. 
Daar gaan we lekker uitgebreid ontbijten met uitzicht op de Middellandse Zee (jawel) en het klooster van Madone d'Utelle. 
Daar passeren Els en Joris ons. Ha, de ontbijtclub weer. Daarna wordt het voor mij aanzienlijk minder leuk. Flokstra had 
het over een fraaie kamweg met prachtige uitzichten. Ik lijd vreselijk aan hoogtevrees en zie alleen Koos zijn hielen, die ik
langzaam, voetje voor voetje volg. En na elke bocht gaat het weer zo verder. Twee en een half uur loop ik zo in de stress 
met trillende knieën. Op een breder stukje moet ik even afkicken. Het lijkt wel of ik een corset om mijn hoofd heen heb. 
Ik kan van angst nauwelijks praten. Ik sta te trillen als een rietje. Verschrikkelijk, dit is voor mij echt afzien. Dit is de
zesde dag vol stress. Dit is toch niet leuk meer? Waarom loop ik de GR 5 nog? Oh, die rottige balconpaden in de 
zuid Alpen. Het is dat ik hier nergens weg kan, anders stopte ik nu, echt waar. Dit vraagt te veel van mijn zenuwen.
Pas bij Collet des Trous (1982 m) gaan we lunchen en wordt het een normaal bergpad met fraaie alpenweides en koeien 
met bellen. Voorbij les Granges de la Brasque (oude casernes) komt er ontstuimig veel lekker bronwater uit de muur en 
vullen we alle flessen. Dit is het enige waterpunt tussen Valdeblore en Utelle. Met ieder drie liter water gaan we verder.
Bij Col d'Andrion vinden we een fraaie open plaats in het bos, 25 m van de weg af. We blijven hier en genieten van 
de laatste zonnestralen.
 
Donderdag, 25 juni, 2009.
 
Om 5.45 uur wakker. Shit, om 6.00 uur wandelt een meneer met zijn hond wat verderop door het bos. De hond doet een 
rondje over ons kampeerplekje. Gelukkig, hij blijft niet en knockt af. We zijn niet verraden. Wassen met vochtige doekjes 
vanmorgen. Ontbijten met hartkeks en koffie en dan inpakken en wegwezen. We hebben heerlijk geslapen in het bos.
Om 7.30 uur op pad. Er staan al drie auto's vlakbij op de parkeerplaats. Vroege wandelaars. Het is mooi weer en helemaal 
niet koud. We moeten meteen flink naar beneden lopen. We kruisen regelmatig de weg van La Tour naar Rocquabillière, 
waar gisteren hordes Duitse moterrijders over heen kwamen. We moeten 300 m afdalen, zigzag tot aan Col de Fournès. 
Daarna gaat het koel en fraai door het bos tot de Col de Gratteloup. Ongeveer een kwartier lopen nà de col zijn er nog heel 
veel aardige kampeerveldjes vóór les Pras. Misschien wel het risico dat je tussen de schapen staat, maar de veldjes zijn 
al kaalgevreten, dus daar heb je geen last meer van.
Dan beginnen we aan de Brec d'Utelle. 
Brec d'Utelle
Eerst hebben we een rotsig balconpad, flink omhoog. Gelukkig is dit balconpad niet zo 
heel smal. Het gaat maar omhoog. Dan wordt het echt rotsklimmen want we moeten echt helemaal over de top. 
Wat een onaangenaame verrassing. In periodes met onweer, niet erg prettig, zoniet gevaarlijk. Gelukkig hebben we goed weer.
Daarna volgt er weer een stukje smal balconpad en dan moeten we scherp zigzag dalen over een pad met rollende keien. 
Voor mij hadden ze deze bult niet in de route hoeven opnemen. Met mijn hoogtevrees wordt ik hier weer niet vrolijk van. 
Daarna gaat het even goed door een koel bos en dan krijgen we wéér een smalle balconweg met twee bruggetjes, 
waar eerst slechts kettingen zaten. Ik ben erg blij met de bruggetjes. Wat een rotpad. Na twee kilometer stressen komen we 
eindelijk bij de Col du Castél. Ik moet even op adem komen, maar het is hier bloedheet. Geen zuchtje wind. Een beetje drinken, 
een mueslireep en verder maar weer. In de verte ligt Utelle, een fraai plaatje. De afdaling gaat, maar het is een moeilijk pad.
Steil, rollende stenen en grote stappen naar beneden. Soms is het niet te doen met die korte benen en die grote rugzak. 
Het pad blijft lastig en je moet goed opletten tot de laatste twee minuten voor Utelle. 
Utelle
Om 13.45 uur planten we ons op het prachtige terras van hotel Bellevue. Ze zijn niet open vanavond – buiten het seizoen – 
dus we kunnen hier helaas niet blijven slapen. Maar eten kunnen we er nu wél. En wel heel lekker met een 
heerlijke fles Bandol erbij, de beste rosé van Zuid Frankrijk. Geweldig. 
Gelukkig zijn we hier op donderdag, en niet op woensdag, want dan is alles dicht.
We blijven op het gemak schranzen tot half vier. Heerlijk, heerlijk. We gaan het dorp verkennen, zonder onze zakken, 
die laten we maar even staan. Helaas, Utelle lijkt in de verte mooier, dan dat het van dichtbij is. Er lopen enkele oude mensen, 
een paar kleine kinderen en er zijn veel vervallen huizen. Het enige piepkleine winkeltje is óók dicht. 
Die gaat pas op 1 juli open tot 15 augustus. Dan vanavond maar weer uit eten. We nemen een drankje op het terrasje van 
Le Relais en dan eten we vanavond hier wel van de kleine kaart. Inmiddels is de lucht helemaal dichtgetrokken en 
het onweert richting Col de la Bonnette.
Brec d'Utelle hangt in de wolken. Ik hoop voor alle mensen die nog onderweg zijn, dat ze er geen bui overheen krijgen. 
Het pad is zo al moeilijk genoeg. Om 18.15 uur gaan we de gîte in. Hij zit in een oud schooltje, naast een poort. 
We kwamen er ook achter door te vragen, want het staat nergens. Er is een trap naar de voordeur. De deur is open en 
er is niemand. We installeren ons maar en gaan douchen, heerlijk, na een nacht bivakkeren in het bos. 
Daarna lopen we naar Le Relais om iets kleins te gaan eten. Wat schetst onze verbazing? Hij heeft niets te eten, 
ondanks alle bordjes die er hangen. Een salade moet je 's middags uiterlijk om half drie bestellen voor 's avonds. 
Kan het nog groeien in zijn tuintje zeker. Wat een restaurant!! Het wordt dus niets in Utelle, 
want het restaurant van vanmiddag is ook dicht. Daar sta je dan boven op de berg in de middle of Utelle = nowhere.
Je bent gewaarschuwd, neem noodvoer mee naar Utelle, want ook de gîte heeft geen restauratie, alleen een keukentje. 
We keren terug naar de gîte en eten cup-a-soup, hartkeks, blikje ansjovis, blikje makreel en hebben koffie toe. 
Ook goed. Meer hebben we ook eigenlijk niet nodig, want we hadden vanmiddag zeer uitgebreid gegeten. 
Je zal hier op woensdag langskomen, kan je echt op een houtje bijten. Om 20.30 uur komt een dame van de gemeente 
afrekenen: 24 euro. Ook geen geld, we hebben de hele gîte voor ons alleen met 12 slaapplaatsen in 4 stapelbedden van drie hoog. 
Een hele klim, als alles vol is. Er komt niemand meer. 
Wat een luxe voor 24 euro, een hele school voor ons alleen. Maar als je de pech hebt om geen noodrantsoen bij je te hebben, 
ben je hier wel in de aap gelogeerd met een lege maag.
Het onweert zwaar in de bergen om ons heen, maar niet in Utelle.
 
Vrijdag 26 juni, 2009
 
Heerlijk geslapen met zijn tweeën in de gîte en het raam wagenwijd open. Gezellig even ontbijten en om 7.30 uur op pad. 
We doen helaas geen rondje extra naar Madone d'Utelle. We hebben dat vorig jaar met de moter gedaan over een smalle, 
steile weg. Daarom wilde ik nu zo graag te voet naar het klooster met uitzicht. Maar het heeft geen enkele zin. 
De wolken hangen 20 m boven de daken van Utelle en de Madone is onzichtbaar in de wolken. 

Later toch nog ingevuld

RONDJE MADONE D'UTELLE

Dinsdag,26 juli, 2011

Net klaar met de GR 52, doen we er nu nog even de trip van Madone d'Utelle achteraan, want we waren toch in de buurt 

(St. Dalmas de Valdeblore). We hadden dit pad graag gelopen op 26 juni, 2009, maar toen hing alles in de wolken en had het 

geen enkele zin om dit te doen. Nu tuffen we omhoog naar Utelle en parkeren de auto vooraan in het dorp. (821 m). 

Met een dagrugzakje gaan we op pad. De route is geel gemarkeerd. In een uurtje lopen we naar boven en drinken koffie bij 

de gîte. (wie begint hier nu een gîte)!! We praten wat met de uiterst vriendelijke dame, die blij was met een klant. 

Als het hier bedevaart is ( 9 juli) komen hier duizenden mensen, zelfs met grote bussen!! Nu zijn wij de enigen. 

We hebben naar alle kanten fraai uitzicht, maar er hangen wel donkere wolken hier en daar. We lopen wat rond en 

naar het tempeltje als uitzichtspunt ( 1194 m) 

en dalen links af in een gat tussen de rechte rotsen. Er staat een houten wegwijzer bij. 

Het pad gaat vrij recht naar beneden tussen de keien, maar is goed te doen. Beneden kom je uit op een soort kale 

hoogvlakte met een paar struiken: Col d'Ambellarte (967 m). Dan loop je door het bos naar beneden richting Utelle en kruis je de GR 5. 

Hier moet je rechtsaf als je verder gaat naar Levens of linksaf retour over de GR 5 terug naar Utelle. 

Het hele rondje kost je drie uur, als je een lusje doet vanuit Utelle en dan doorloopt naar Levens,dan is het 2 uurtjes extra.

Ik zou de omweg alleen aanraden met helder weer en als je tijd over hebt, anders kan je hem beter overslaan. 

Zo spannend is het nu ook weer niet.

Dit is een invuloefening, die we dus later gedaan hebben.

Verder met de oorsponkelijke GR5 beleving 
Het water gutst van ons gezicht. Het is benauwd en klef en broeierig warm, zo vroeg in de morgen. Eerst lopen we over 
een fraaie oude ezelweg langs de rotsen naar een kapel.
Het is geen eng balconpad, want het is wel een meter breed. Mocht je ooit in Utelle nog voor een gesloten deur staan 
omdat alles dicht is, geen nood, er zijn nog een paar aardige kampeerveldjes zowel links als rechts van het pad ongeveer 
tien minuten vóór de kapel. Er is daar geen water. Dat had je moeten tappenop het dorpsplein in Utelle. Daarna gaat de 
oude weg verder langs de rotsen, hoog boven de rivier de Vésubie. Het pad is soms breed en soms smal en de afgrond 
aan de linkerkant is behoorlijk diep en loodrecht. Ik probeer het maar te negeren, door niet naar die kant te kijken. 
In de verte ligt Levens. Spreek uit levan. Daarna krijgen we een moeilijke en erg steile afdaling met uitsluitend rollende keien. 
Daarna gaan we een prachtig oud middeleeuws bruggetje over de rivier de Vesubie op 195 m om vervolgens weer flink te 
klimmen naar Levens. Weer een keienpad, maar met een aangename hellingshoek, dus dat loopt wel vlot. 
Tussen de bomen is het lekker koel. In Levens lopen we langs een restaurant van een tennisveld, waar het goed toeven is 
buiten op de eerste etage. Ze hebben daar een overdekt terras. Het waait lekker door. Een jong stel met een babytje runt 
de tent en ze serveren een prima lunch voor een zeer redelijke prijs. We genieten daar echt een uurtje van. 
De eetgelegenheid is schijnbaar goed bekend, want even later zijn alle tafels buiten bezet. Inmiddels trekt het overal dicht 
en begint het te rommelen. Het onweer begint al vroeg om 12.00 uur. Nu krijgen we drie keer een domme aktie van de GR 5. 
Flokstra mopperde er ook al over en hij heeft volkomen gelijk. Ik zou jullie aanraden, doe niet zo stom als wij.
Volg NIET het boekje, maar ga gewoon rechtuit over het asfalt. Het scheelt een grote omweg, met zinloos omhoog en 
omlaag gedoe. Enfin, wij doen dat niet want Koos wil persé de markeringen blijven volgen. Dus we gaan naar boven naar 
het dorp, om daarna weer via trappen af te dalen. Wat een kul. Daarna willen ze weer voor 500 m de D19 mijden en leiden 
ons via een keienpad naar beneden en daarna weer omhoog naar de weg. Vertragingsfactor twee. Het onweert inmiddels aan 
alle kanten, alleen boven onze hoofden is het nèt blauw. Vervolgens gaan we wéér van het asfalt af. Een rotpad met keien omhoog, 
dan door de maquis vervolgens steil naar beneden en weer omhoog. Wat een bezigheidstherapie van vijf kwartier om achteraf 
1,5 km asfalt te vermijden. Gewoon bezopen. Wat zijn dit voor stomme akties? Vertragingsfactor drie. Dit slaat gewoon nergens op. 
Het zijn klotepaden, door oninteressant gebied. Je wordt er alleen maar moe van. Het onweer is nu echt overal. 
En ja, daar komen we weer op diezelfde asfaltweg uit. Bah. Nu gaan we maar even tempo maken. Het is hier nog droog. 
We gaan een breed gruispad op. Ook goed. 
Daarna moeten we naar de Mont Cima. Het knalt aan alle kanten. Drie onweersbuien tegelijk rond de Mont Cima. 
We zoeken beschutting onder een paar lage dennetjes in het gras. We worden flink nat ondanks onze regenjassen. 
Korte broek en onderbroek zijn doorweekt. Is niet erg, droogt straks wel. Het is inmiddels al half zes en we zijn nog niet in Aspremont. 
Het schoot niet op vandaag, of de weg was lang, dat kan natuurlijk ook. Na een uur trekt het onweer weg en ploegen we de 
Mont Cima over. De stenen zijn glad en het zand is glijklei geworden met dikke klonten onder de schoenen. 
Oppassen dat we niet vallen. Ineens komen we de bult over en hebben we een prachtig uitzicht over het dal van de Var en 
de Middellandse Zee, onder een loodzware lucht. Beneden ons zien we Aspremont (spreek uit apremon) liggen in de avondzon. 
Wat een mooi plaatsje op een heuvel. Er volgt een steile afdaling met hele grote stappen, nog wat asfalt en 
dan zijn we in Aspremont. Nu nog een hotel. Het is al laat. Shit er is er maar één. De andere is dichtgespijkerd. 
Dat ene hotel heeft ook de deur op slot. Wat nu? Er stopt een man in een auto, de eigenaar van het hotel. 
We moeten wachten. Hij zal zien wat hij kan doen. Na 10 minuten doet hij de deur open. 
Hij bromt wat, doet moeilijk, kijkt nog eens in zijn planning, maar na vijf minuten heeft hij uiteindelijk toch besloten om 
ons een kamer te geven. Tja, je kan tenslotte niet iedere zwerver die langs loopt een kamer geven. Koos zijn creditkaart helpt. 
Gelukkig, we kunnen droog slapen vannacht. We hebben een keurige kamer, wat klein, maar met douche en toilet en een 
mooi uitzicht op de Var. En verschrikkelijk slechte matrassen met een enorme kuil erin. Maar goed, we zijn allang blij. 
Je hebt hier geen keus. Eerst maar even lekker douchen. Ik ben zo moe. We hebben 28 km gelopen vandaag. 
Eerst even huilen. Dat lucht op. Daarna gaan we eten aan de overkant, in het enige restaurant – Chez Mireille – 
Gesloten op dinsdag en woensdag. Mooi geluk dat wij hier op vrijdag zijn. Het is een top restaurant met een top ober. 
Echt een ober, zoals een ober moet zijn. Ik houd van zo'n ober. Voorkomend, adviserend, onzichtbaar en er altijd zijn 
als je hem nodig hebt. We komen langzaam weer bij. Buiten plenst het. Na het eten duiken we het bed in. 
We zijn helemaal af. Ik lig op het uiterste randje aan het voeteneind, om de kuil te mijden.
 
Zaterdag, 27 juni, 2009.
 
Na het ontbijt bij een zeer vriendelijke dame, gaan we even zonder zakken Aspremont bekijken. Dat moet je beslist doen, 
want dat is zeer de moeite waard. Je mist veel, als je het overslaat. Trappen op, smalle straatjes, veel potplanten, fraaie uitzichen. 
Echt heel pittoresk. We treffen het. Ze hebben een marktje en we kopen brood en kaas voor onderweg. Dit is pas de 
tweede gelegenheid om vers brood te kopen op de hele tocht, dus wapen je met hartkeks op deze etappe. Om 8.30 uur gaan 
we op pad. We zijn laat voor ons doen. Het weer is weer drukkend benauwd, bewolkt en met een vochtigheidsgraad van de tropen.
Het water stroomt van ons gezicht bij elke stap. Koos en ik krijgen bijna ruzie. Hij wil persé weer de markeringen volgen. 
Naar beneden, parkeerterrein over, trap op en we zijn weer terug bij het begin. Nòg een keer hetzelfde circuitje. 
Wat een stomme aktie. Blijkt het de markeringenvan de GR 51 te zijn, maar Koos wilde niet het boekje volgen ….. Hè, hè, o
m 8.45 uur gaan we op pad voor de goede weg. Maar niet voor lang. Na een geitenboer en een rot steil pad omhoog raken 
we de markeringen helemaal kwijt en het boekje geeft ook geen houvast. We volgen maar een gele streep, 
dat pad gaat ook omhoog. We komen bij een oud fort, waar ze met schietoefeningen bezig zijn. Tja, wat nu? 
Kompas er bij. Ah, we moeten naar rechts en omhoog. Na een tijdje houdt het pad op. We gaan dwars door de maquis 
(= prikstruikgewas in pollen, meestal gaspeldoorn).
Recht omhoog de bult op. Geen gemakkelijk pad. Plotseling vinden we ineens weer het pad met de gele streep. 
Wat een ontzettend steil pad is dat. Hè, hè, eindelijk boven. We komen uit bij een fort en een loopgraaf en een groot hek, 
bovenop de Mont Chauve. We staan weer op 853 m moet dat nou, zo op het eind? We komen zo niet verder. 
Links is onmogelijk, maar rechtsom lukt wel. We volgen het hek en dan is er een keisteil spoor naar beneden. 
Nu niet vallen, dan ben ik te snel in Nice. We gaan om het hek heen bij een mast. Het paadje wordt beter en ineens 
hebben we een betonnen trapje omhoog. Wat een luxe!! We komen uit op een asfaltweg, nou ja!!!
We hebben een prachtig uitzicht. We doen de weg verder naar boven en ook nog een trapje zonder leuning. 
We zijn er nu toch. Wat een lelijk fort, c.q. Bunker hebben ze hier ooit gebouwd. Afbreken die hap. Goed, 
dan doen we nu de asfaltweg met haarspelden naar beneden. Ver beneden ons zien we een gruisweg met een paal 
met wandelaanduidingen. Dáár moeten we naar toe. Na anderhalf uur ploegen omhoog en omlaag, 
komen we aan bij de intersection van 40 minuten volgens het boekje. Moet je aan het begin wel duidelijk de
markeringen neerzetten, sukkels. Een duidelijke beschrijving in het boekje, zou ook kunnen helpen. 
Het is maar dat jullie het weten, bij de geitenboer na Aspremont niet omhoog lopen, maar ergens rechtsom op 
dezelfde hoogte blijven. Scheelt veel energie. We gaan lunchen op een plaatsje met een zeer fraai uitzicht over Nice. 
Achter ons ritselt een slang weg. Nu moeten we nog een lang keienpad volgen over de Crête de Graus.
Het loopt wel op één hoogte, maar door de ongelijke keien moet je goed op het pad letten om je enkels niet te 
verzwikken, en daarom schiet dit pad niet op. Dan volgt een lange afdaling over het asfalt en door de straten van Nice. 
Het boekje zegt dat je ergens de bus moet pakken. Nee, dat doen wij niet. Je loopt de GR 5 van de Waddenzee tot
de Middellandse zee, en dan ga je niet het laatste stukje met de bus. Gewoon doorlopen, alsmaar rechtuit, dat kan niet 
moeilijk zijn. We lopen over een lange rechte weg met trams, alsmaar naar beneden, richting zee. Op de stoep bij een 
cafeetje drinken we nog een koude cola en rusten even. Daarna eventjes afzwaaien naar het station en alsvast 
treinkaartjes kopen voor morgen. Overstappen in Marseille en 8 uur in de trein richting Briancon, we gaan even stoppen
op 23 stations, vandaar. Dat is morgen dus een hele dag zitten. Nu zoeken we ons hotel. Als afsluiting van 3000 km lopen 
gaan we ons verwennen in een ****sterren hotel. Nee, niet in het fameuze Negresco, dat is echt te sjiek, maar we nemen 
Hotel Mercure in de Rue Notre Dame. Die ligt mooi opzij van de grote boulevard richting zee en mooi halfweg de zee en 
het station. Flokstra had er ook geslapen. Zo kwamen we op het idee. Toen we op de Mont Chauve waren hebben we 
even gebeld voor een reservering met creditcardnummer. Anders wordt je vast geweigerd als SDF-er 
(= Sans Domicile Fixe – dakloze). We hebben een prima hotel en een heerlijk bed. De zakken af, douchen, nette kleren
aan en op de Teva's naar de zee, pootjes in het water. Tocht volbracht...Mission accomplished. 3000 km wandelpad, 
en niet altijd eenvoudig. Het laatste stuk door de Parc de Mercantour was zelfs het moeilijkste van alles, door de vele sneeuw, 
de rolkeien in de steile afdalingen en de enge balconwegen.
Ik ben er, het was prachtig en ik doe deze nooit weer. Zonder Koos hulp had ik hier niet gestaan.
We gaan Vieux Nice in, hartstikke gezellig. We pikken een terrasje. 's Avonds gaan we terug om er te eten. 
Alle landen van de wereld zijn vertegenwoordigd. Eten we Afgaans, of Turks? We besluiten voor Tunesisch. 
Vieux Nice doet een beetje denken aan een soek, met smalle straatjes en allerlei kleine winkeltjes. 
Terug richting ons hotel zien we allerlei straatartiesten bezig met acrobatiek of muziek. 
Hartstikke leuk, we gaan een keertje niet met de kippen op stok naar bed. De volgende ochtend gaan we naar de bovenste 
etage van het hotel om even het uitzicht te bekijken. Hotelgasten hangen verveeld in witte badjassen rond het zwembad. 
We gaan terug naar de tweede etage. Daar is een prachtige binnentuin, waar wij kunnen zitten in afwachting
tot onze trein rond de middag.
 
Zijn we nu klaar met lopen? Nee, zeker niet. Ik wil de GR 52 nog doen van Valdeblore naar Menton door de 
vallée de Merveilles, dan is de GR 5 pas écht af. En de dagtocht van Utelle naar Madone d'Utelle bij helder weer.
Dan is er nog Tour de Queyras – de GR 58 – door ons favorite gebied, met passen tot 3000 m.
En er is nog een mooi pad, Balcon de la Méditerrannée, de GR 51 vanaf Menton naar Marseille, 
te vinden in het boekje van Rother – Côte d'Azur – in het Engels, dit keer. Wij kochten alle GR boekjes en ook 
dit boekje bij het Landschap in Eindhoven. Die hebben werkelijk alles op loop- en fietsgebied en ook goeie 
wegenkaarten van Oman, Algarije of noem maar een dwarsstraat in de wereld. Verder kan je nog de Noord Vogezen 
lopen van Wissenbourg naar Col de Donon, dat staat nog in je GR boekje Crête des Vosges. 
Verder zijn er nog tig LAW's in Nederland te gaan.
Het Trekvogelpad moeten we ook nog afmaken.
 
Wij wensen jullie allemaal heel veel wandelplezier, het is een mooie hobby.
 
Coco, ons nieuw wandelmaatje.