De Alpen deel IV 

Van Larche naar Nice
 
Van 17 juni, 2009 tot en met 26 juni, 2009.
 
Dinsdag, 16 juni, 2009.
 
We hebben onze nieuwe hond, Coco, een Schotse collie,  naar de 
familie
Feigly gebracht. Ze is nu 8 maanden. Zij wordt ons nieuwe
wandelmaatje.



's Middags zijn we naar
Larche gereden.
Leuk om onze sympathieke campbaas van camping Les Marmottes 
weer
terug te zien. We staan er nu voor de derde keer. Eén keer
geeindigd met de
GR 5, één keer met de moter toen wij Route des
Grandes Alpes deden.
Hij waarschuwt ons dat er nog heel veel sneeuw boven in de bergen 
ligt.
Zelf had hij deze winter 7 meter !!! sneeuw op zijn camping (ligt
op 1600 m).
Hoezo opwarming van de aarde.? En dat in de Zuid
Alpen! Zoiets weet je gewoon niet in Nederland.

De laatste sneeuw is pas een week geleden van de camping
verdwenen. Hij adviseert
ons morgen zo vroeg mogelijk te vertrekken.
Na 12.00 uur wordt de sneeuw zacht door de zon en dan zak je te ver
er door heen.
Dan wordt het moeilijk.

Wij kunnen uiteraard onze auto in “garage mort” parkeren achter
het gebouw tussen twee oude caravans.
 
Woensdag, 17 juni, 2009.

Larche - les lacs d'Agnell bivak
 
Om 5.00 uur gaat de wekker. Om 6.15 uur lopen we de camping af.
Het is zwaar bewolkt. 
Ik heb de hele nacht wakker gelegen over
deze etappe van vandaag.
Als ik het maar kan, als ik het maar haal. 
We hebben dit jaar nog geen meter geoefend vanwege het jonge
hondje.
Die mag in het begin maar een klein stukje lopen. 

En op 6 januari in het ziekenhuis liggen na ernstige hartritme storingen, is ook niet zo best.

Het eerste stuk naar Pont Rouge schiet lekker op. Het gaat over een asfaltweggetje, vals
plat,
maar goed te lopen. Overal stroomt water. Overal liggen nog restanten sneeuw. Bij
de parkeerplaats gaan we op een grote steen ontbijten.
Hartkeks, jam, appel en
vruchtensap. Een stel oudere Fransen gaan ons voorbij. Ze hadden een pet op van de
GR 20 van Corsica.
Dat is geen kattepis. Het zullen wel goeie lopers zijn. Ze hebben lichte
rugzakjes op en gaan uitsluitend via gîtes en refuges.
Wij gaan verder door een fraaie vallon van de Lauzanier, naast een riviertje. Langzaam, 
maar geleidelijk stijgen we.
Het valt ons zwaar. Ongetrained en mijn hartritme krijg ik niet
onder controle. Lastig. Om 10.15 uur komen we bij het Lac du Lauzanier.
Het is hier prachtig. Nèt zo mooi als Lac d'Anterne vóór Chamonix. Overal liggen grote 
plakken sneeuw en dat weerspiegelt dan
weer in het water. Een serene omgeving.
Het is alleen jammer dat het al een half uurtje zachtjes regent. Met een blauwe lucht is het
hier vast nóg mooier. Niets aan te doen. Na een kwartiertje is het weer droog, gelukkig.
Wel hangt er een pikzwarte lucht.
Het zal toch niet de hele dag zeikweer worden?
Ze hadden zo mooi weer voorspeld. Vanaf nu lopen we in de sneeuw.
Soms is het pad moeilijk te vinden. Bij het volgende meertje achter het kruis op 2428 m 
zak ik weer in elkaar.
Nee toch, niet weer mijn hart op tilt? Jawel hoor. Hartritmestoringen!
Het is weer helemaal mis. Ik liep ook al zo langzaam sinds het Lac du Lauzanier.
Geen energie.
Ik zit een half uur als een zombie in de sneeuw. Ik kan nog geen flesje water vasthouden. 
Geen kracht.
Ik neem een hartpilletje voor noodgevallen. Drinken. Vier Franse passanten
geven goedbedoelde adviezen.
Ik heb de kracht niet om te reageren. Na een tijdje gaat
het weer een beetje. Twee stappen lopen – rusten,
twee stappen lopen – rusten. Het
schiet niet echt op. We moeten een 60 % schuine helling traverseren voor een kilometer
of wat.
Als je gaat glijden, lig je 600 m lager in een ijskoud meertje met sneeuw en ijs,
daar kom je levend nooit uit. Ik durf niet.
Ik doe mijn rugzak af en loop Koos achterna, die zich een weg in de sneeuw schopt. 
Ik probeer in zijn voetstappen te stappen.
Het gaat langzaam. Stapje voor stapje.
Doodeng. Hoogtevrees en geen energie. Als ik maar niet val. Het is al 12.00 uur geweest.
Het is inmiddels prachtig weer met een staalblauwe lucht. En de sneeuw is zacht. 
We waren gewaarschuwd.
Soms zit je er kniediep in, of je glijdt uit. Halfweg is een platter
stukje, waar ik even kan rusten. Koos doet zijn zak af
en gaat terug om mijn rugzak op te
halen. Ook hij is moe. Terecht. Het tweede stuk gaat over een iets minder steile helling
en draag ik mijn eigen rugzak weer. Uiteindelijk komen we pas om 15.15 uur op de pas
aan van Pas de Cavale.

Pas de Cavale
Het plaatje is Pas de Cavale, vanaf de weg van Col de la Bonnette.De zuidkant dus. Het gaat 
over die hap in de bergen.

Op Pas de Cavale hadden we dus rond de middag al moeten zijn. Vanaf 10.00 uur ruim
5 uur door de sneeuw gezwoegd zonder echt op te schieten.
Het is heel zwaar voor mij,
heel eng en heel moeilijk. En voor Koos is het uiterst vervelend. Maar hij is geduldig.
Mensen die dit gaan lopen in een andere tijd zonder sneeuw zullen dit vast wel
fluitend
door de alpenwei lopen, maar ja we zitten nu eenmaal andere omstandigheden. Ik heb
totaal geen energie meer en geen kracht
en ik ben ontzettend moe. Maar ik kan hier niet
blijven. We eten onze lunch met hartkeks, ham en kaas en dan
moet ik naar beneden.
Hier kan geen ziekenauto en geen helicopter komen. We hebben niet eens bereik met
de mobile telefoon.
Zo, nu de afdaling. Die is eng!!!!  Heel steil, heel smal, rollende keien, sneeuwplakken 
en een heel diep gat. Ik durf niet,
maar ik MOET. Als mijn beenspieren het maar houden!
Wat is hoogtevrees toch lastig. Deze afdaling is nog enger als van
Col de Girardin.
Zó griezelig. Eén misstap en ik val hartstikke dood.
Heel voorzichtig gaan we naar beneden. Koos helpt me waar hij kan en wacht steeds op 
me. Hij is zó lief.
Om 16.30 uur lopen we weer op een normaal bergpad. Bousiéyas halen
we nooit meer, maar die refuge was zowie zo
niet zo aantrekkelijk, hebben we ooit met
de moter gezien. We besluiten om wild te gaan kamperen bij de Lacs d'Agnel.
Mooie, ronde pingogaten en heel diep. Niet in elk gat staat water. Er liggen grote 
sneeuwvelden rondom.
We zoeken een dalletje, waar de sneeuw nèt weg is.
Gletsjerranonkels staan in de plaats.
We genieten van de zon en de rust en het zeer fraaie uitzicht van de bergen met 
sneeuwvelden.
We staan op 2343 m tussen de sneeuw. Zo hoog en zo fris hebben
we nog nooit gekampeerd.
 
Donderdag, 18 juni, 2009.

Lacs d'Agnell - St. Dalmas le Selvage
 
We hebben een prachtige ochtend. Een vos schuiert de marmottenholen af op zoek naar 
jongen.
Wat een mooi stekje hebben we toch. Echt schitterend. We hebben lekker
geslapen in onze
donzen slaapzakken,buitensportondergoed en fleecetrui, maar wassen
in het meertje is wel erg fris vanochtend. Daar wordt je lekker wakker van.
We gaan om 7.30 uur op pad. Hup, meteen weer over een sneeuwveld. Eerst gaan we 
helemaal naar beneden naar 2000 m
over een landschap met bulten, dan steken we de
rivier over - Salsa Moreno - en dan weer omhoog naar Col des Fourches op 2262 m.


Col de Fourches

Wat staan hier weer lelijke bunkers. Met de rug er naar toe gaan we lekker in de zon ontbijten
met hartkeks.
Dan moeten we weer een heel stuk afdalen. Diverse malen kruisen we de weg
naar Col de la Bonnette, de hoogste col van Europa, die
per auto bereikbaar is ( 2802 m) en
15 % helling. Je kan
je auto daar op een randje parkeren en dan lopen naar Cime de la Bonnette
tot 2990 m.
Er zijn veel Duitse motorrijders op pad. Het lijkt wel een epidemie.
In Bousièyas rusten we uit op het bankje voor de refuge. We tappen drinkwater bij de bron. 
De refuge is gesloten en alleen 's middags open. Het bestaat uit één hok met 2 stapelbedden
voor 16 personen, 1 kraan + bak,
1 douche en 1 wc – twee voetstappen en een gat.
Toilette turque, noemen de Fransen dat.
Ik ben daar maar even naar de toilet geweest. Dat is beter dan in de natuur. 

De refuge Bousièyas is in 2014 geheel vernieuwd en het is nu een beter adres

We dalen af naar een boshelling
en moeten dan weer stijgen over een breed pad met een
aangenaam hellingspercentage. Daarna
moeten we een rivier oversteken. In de zomer een
prutsstroompje
vermoedelijk, nu een redelijk wild stromende rivier van ongeveer 50 cm diep.
Er staat behoorlijk
druk op. We doen de bergschoenen en de sokken uit en de Teva's aan
en waden er door.
Net gesmolten sneeuw en dus goed koud. Teva's weer uit, sokken en
schoenen weer aan, je bent zo
een kwartier verder.
We picknicken in het bos en komen twee mannen tegen van rond de dertig, die al twee 
dagen op suikerklontjes lopen,
omdat ze nergens iets te eten kunnen vinden.
Onbegrijpelijk dat je niet beter voorbereid op pad gaat. Je neemt toch noodvoer mee!!
Wij delen onze lunch niet, want wij weten ook niet wanneer we een winkel zullen 
tegenkomen. We moeten verder omhoog.
Op naar Col de la Colombière op 2237 m.
We moeten weer veel sneeuwvelden oversteken, maar ze zijn dit keer niet moeilijk.
Het is wel ongeveer een kilometer sneeuw, maar de weg is vals plat. Op de col, vol
sneeuw kunnen we eerst de
markeringen niet vinden. Rechtuit, of hier naar beneden,
waar vage markeringen staan. Het boekje is niet
duidelijk, het kaartje niet, het kompas
niet.
De strepen zullen wel ergens onder anderhalve meter sneeuw zitten.
We besluiten het pad rechts naar beneden te nemen. (Hadden we dat maar niet gedaan).
Volgens het boekje zijn we in anderhalf uur in St. Dalmas le Selvage. Mooi niet. We 
zwoegen drie en een half uur over een
doodeng smal balconpad vol overhangende
doornstruiken en zeer diepe afgronden. K
oos heeft me diverse keren moeten helpen
over verschrikkelijke stukken met gevaar voor
eigen leven. Drie en een half uur stress
heb ik gehad. Is de GR 5 leuk? Nee, hier zeker niet.
Ik ben helemaal op van de zenuwen
en de angsten.
Later horen we dat we een oud pad hebben genomen, de laatste jaren werd het niet 
meer gebruikt en bijgehouden. Hier en daar was het ook vervallen.
Tja, dat hebben
wij weer.
Ik kan echt niet meer verder. Ik ben helemaal stuk. Koos vraagt in de
gîte in St. Dalmas of
ze nog twee bedden vrij hebben. Jawel in de kelder, tussen een
trits Duitse motorrijders.
Ik zit buiten de huilen op het terras. Ik ben zo moe. Ik wil niet
tussen die
Duitse moterrijders liggen. Ik wil graag slapen vannacht.

Koos gaat praten met de beheerster en ze heeft nog een
klein kamertje met een
stapelbed voor ons. Perfekt. Ik ben helemaal blij. We gaan douchen
en kunnen ook
mee eten gelukkig,
want een restaurant en een winkeltje zijn alleen open in juli en
augustus. Het onweert buiten. Wij zitten lekker binnen.
Het eten is matig, een dikke carbonade en kale pasta, maar beter als niets. 
Nog gezellig gebabbeld met vier Fransen.
 
Vrijdag, 19 juni, 2009.

St. Dalmas le Selvage - St. Etienne de Tinée
 
We doen een lam dagje vandaag. We vertrekken pas om 8.30 uur. Gezellig 
ontbeten met de Fransen.
De waardin van de gîte kent de omgeving heel goed.
Ze loopt zelf ook veel. Van
St. Dalmas tot Fouillouse in één keer in de herfst.I
In de winter gaat ze op ski's naar familie
in de Vanoise. Dat doen wij haar niet
na.

We vertrekken naar Col d'Anelle, 240 m hoger over een boerepad in het bos.
Het is weer
prachtig weer en 30 graden. Makkie, zou je zeggen. Niet dus.
Steeds weer mijn hart dat te snel gaat. Ik krijg het maar niet onder controle. 
Ik ga heel langzaam omhoog. Even rusten. Verdorie,
word ik toch weer ziek.
Overgeven en dreiging tot flauwvallen. Het ziet er echt slecht uit.
Koos is heel
lief en bezorgd.
Hij is vast bang dat ik hier van de wereld ga. Ik neem maar
weer een pilletje voor noodgevallen voor mijn hart. Na een ruim half uur gaat
het al weer beter. Gelukkig, ik
ben er nog.

Rugzak weer op en maar weer verder. We zijn al bijna boven.
Ergens staat
een
moterrijder met een tentje in het veld in de zon. Hij ritst nèt zijn tent open.
Die slaapt lang .
We zwaaien in de verte. Na de col, moeten we nog een stukje
verder omhoog en dan 600 m steil naar beneden.
Hè bah, wéér een balconpad, maar deze is iets breder en redelijk te doen 
voor iemand met hoogtevrees.
Het is wel erg steil van tijd tot tijd. Om half
één komen we aan bij St.Etienne de Tinée. We kennen het van de motertocht.
Het is een leuk dorp. Volgens de verhalen op internet van Flokstra uit Enschede 
kan je heel lekker eten in hotel Les Amis.

richtingswijzer
 



Dat slaan we niet over. En een halve dag rust is ook nooit weg met zo'n snert hart
als spelbreker. Even zoeken.
Hotel les Amis ligt wat achteraf van het pleintje. Ze hebben ook een prima kamer 
met drie bedden, een balcon en een douche.
De toilet zit verder op de gang. Om 13.00 uur kunnen we mee eten. Geweldig.  Wat
een bofkonten zijn we! Echt goed en echt Frans. Mensen die de Franse
taal een
beetje machtig zijn moeten hier beslist stoppen en gaan eten. Het is de aanbeveling
meer dan waard.
We kregen gebraden eend!! Zielig van de eend, maar verrukkulluk klaargemaakt. 
Voorafje, toetje, koffie.
Alles super goed voor 14.00 euro.
Daarna wat stinkspul gewassen en aan mijn draai-elastiek op het balcon te drogen 
gehangen. Dan even rust.
Koos slaapt als een os. Ik niet helaas.
Buiten zijn ze met een kogel een oud gebouw aan het afbreken en onder ons balcon 
draait de betonmolen.
Dagboek schrijven is ook een optie. Als Koos weer wakker
wordt gaan we even het dorp verkennen.
Ze hebben ook een winkeltje op het pleintje.
We willen graag een biertje ergens op het terras, maar alles is dicht
en het begint te
onweren. Gauw terug naar het hotel, de was van het balcon halen. Even later
met de
regenjassen aan maar weer op pad.
Na een kwartiertje schijnt de zon weer. Het is een aardig dorpje, St. Etienne de Tinée,
we verkennen ook even de route voor morgen vroeg. We kopen een brood, dan
hebben we morgen een variant voor hartkeks. We kijken
bij de VVV naar de weers-
voorspelling.
Helaas, dat ziet er niet best uit. Morgenmiddag weer onweer en de dagen
erna veel regen met harde wind, 12 graden en
sneeuw op 2300 m. Wel ja, we zien wel.
Maar we moeten naar de Petit Mounier op 2600 m en ergens wild kamperen.
We zien wel, we zijn gewaarschuwd, niet hoog gaan staan, maar het lager zoeken. 
We moeten maar vroeg beginnen morgen.
Ik hang mijn was aan het elastiek tussen twee eiken stoelen op de kamer. Ik wil een 
stoel wat verder zetten om de was niet op de grond te laten hangen en shit er klapt
een stoel
om, precies op mijn rechter kleine teentje. Het doet zo'n pijn.
Gebroken teen, ook dat nog. Wat een handicaps heb ik toch. Ach, de GR 5 loop je
grotendeels op karakter, dus gewoon doorgaan.
 
Zaterdag, 20 juni, 2009

St. Etienne de Tinée - Roya
 
Na de lekkere koffie van Hotel les Amis, gaan we om 7.30 uur lopen. Het weer ziet 
er goed uit, blauwe lucht en lekker fris,
ongeveer 18 graden denk ik. We krijgen
een supersteil pad omh
oog naar Auron. Halfweg de helling gaan we ontbijten.
Dit keer niet met hartkeks, maar met de pain complet, dat we gisteren gekocht
hadden.

We gaan weer verder omhoog.
Het is wel een fraaie wandeling maar knettersteil.
We zigzaggen veel, er komt geen eind aan. Om
hoog lopen gaat redelijk met mijn
gebroken teentje, maar dalen is een ramp. Gewoon doorlopen en
doorbijten.
In het ski-oord Auron is alles zo dood
als een pier. Ergens zijn ze echter nèt een
terras aan het inrichten en wij zijn meteen de eerste klant van het seizoen.
Ze hebben superlekkere koffie, een toilet en water voor onze flessen, wat wil je
nog meer?

Vervolgens krijgen we een zeer fraai bospad naar Col du Blainon. We zijn om
13.30 uur op
de col. Maar weer meteen afdalen want het wordt aan alle kanten
pikzwart om ons heen. We krijgen een zeer fraaie afdaling over fraaie hellingen
vol alpenbloemen. Echt alle kleuren
geel,lila, paars en wit tussen vers groen.
Echt schitterend. In het boekje staat dat je in een uur
afdaalt over 500m naar
beneden,
maar wij doen daar een uur en drie kwartier over. Oei, wat doet dat
teentje pijn en de andere tenen ook, trouwens.
Nog een wonder dat ik vandaag
zo met
een kon lopen. Omhoog ging wel redelijk, maar omlaag, au, au, au.
Op het laatst begint het te regenen, maar we zijn niet zo erg nat als we in de 
gîte van Roya aankomen. Het wordt ook koud
en het waait hard, maar het wordt
ook weer droog.
De gîte van Roya is enkele jaren geleden afgebrand.
Tijdelijk heeft er een grote tent gestaan. Sinds kort is het schooltje van Roya
verbouwd tot gîte.
Heel goed gedaan.
Er zit een enthousiaste beheerder op die heel goed kan koken. Toen wij 
aankwamen was hij druk in de weer met tourtons,
een soort grove ravioli,
een echte bergspecialiteit van de streek.
Wij houden er niet zo van, gehakt in
bladerdeeg en dan in olie gebakken. Een bietje dreug. ..Maar gelukkig krijgen
we die niet te eten. Later bleek
dat ze voor de markt bestemd waren van
morgen in
St Etienne de Tinée. Daar is dan de grote happening van de
trancehumance. Een bijverdienste van de huttenwaard.
Bij de transhumance laten ze duizenden schapen los op weg naar de hoge 
bergen met bordercollies en patous.
Dan worden alle alpenweides
kaalgevreten en zie je geen bloem meer. De transhumance is een
folkloristische happening
voor de boeren en de toeristen, samen met
markten van oude
ambachten enz. Een groot feest in het bergdorp.
Daarna verdwijnt de schaapsherder voor drie maanden in de bergen 
met zijn kudde = troupeau.
Pas in de herfst komen ze weer naar beneden.

We slapen met nog een Nederlands stel op de kamer. Els en Joris uit Brabant.
Gezellig.
We hadden ze al zien lopen in St. Etienne, maar we wisten niet dat
ze GR 5 lopers waren.
 
Zondag, 21 juni, 2009

Roya - bivak naast rivier le Démant
 
Ik heb heel erg slecht geslapen. Het heeft vannacht verschrikkelijk gespookt. 
Felle onweersbuien
met enorme knallen. Hoe moeten we nu die hele hoge
bergen in met zo'n weer? Als we dag
tochten doen, gaan we nooit met dit weer
naar boven.
Ik haat onweer hoog in de bergen. Ik durf niet, ik durf niet. Om 6 uur
gaat de wekker. Ik
fluister naar Koos dat ik niet ga. Ik ben bang. Er hangen zware
wolken, maar het is droog.
En koud. Het heeft gesneeuwd. De wereld heeft een
dun laagje wit.
Koos vindt dat ik me gewoon moet aankleden en we zien straks wel verder. 
Ook gewoon de rugzak inpakken. Punt uit.
Om 7 uur is het ontbijt, maar ik kom met lood in de slippers aan. Het weerbericht 
is mitigieux, d.w.z. Het kan vriezen en
het kan dooien. Ja, dat zie ik buiten ook wel.
De huttenwaard heeft een goede oplossing: Na twee uur lopen staat een hut.
Daar kan je wel je tent opzetten op beschut terrein. Is het weer nòg slechter, dan
keer je weer om, hij heeft nog
plaats voor vannacht. Oké, we gaan op pad om
7.30 uur. Iedereen is al weg. Wij zijn de laatsten.
Het is vandaag de langste dag
en dat
wordt goed gevierd in St. Etienne. In Roya staan slechts zes boerderijen
en een kerkje plus de gîte, dus hier is nu niet bepaald
een feestterrein. De waard
gaat vandaag zij
n tourtons uitventen. Vanavond weer koken voor de volgende
gasten. Hard werken
in de zomermaanden voor deze lui. In de winter zijn ze vast
skileraar,
want ze kennen de bergen op hun duimpje.
Ik ben op van de zenuwen. Met slecht weer hoog in de bergen, dat is geen pretje. 
Maar de lucht breekt een beetje.
Het ziet er niet verkeerd uit. God zegene de
greep dan maar. We lopen langzaam
omhoog in het bos. Als we het bos uitkomen
en op de alpenweiden lopen, kunnen we de brug niet over. Het houten bruggetje
is weggeslagen door het noodweer van gisteren?
Of was het al langer zo? Hoe komen we de rivier nu over? Hij gaat nogal te keer. 
Terwijl we wat heen en weer pionieren
langs de kant, komt er een rescuehelicopter
aan en landt aan de overkant. Komen
ze ons overzetten? Nee, hoger op de berg
halen
ze een man op. Hersenschudding? Gevallen? Hij is helemaal nat en loopt
als een zombie tussen twee andere mannen.
Ondertussen doen wij de bergschoenen uit en de Teva's aan en lopen meer dan 
kniediep door een behoorlijk wilde rivier
, van ongeveer 5 m breed met spekgladde
stenen. Aan de andere kant de boel
weer afdrogen en de sokken en schoenen
weer aan.
Duurt gauw een half uurtje, dat pootje baden, onvrijwillig in ijskoud water.
Ondertussen vliegt de helicopter met het slachtoffer weer weg.
Wij kruipen verder omhoog en af en toe schijnt de zon. Dat is heel fijn, want het is 
behoorlijk koud. Als we bij de vervallen
hut aankomen, besluiten we verder te gaan.
Wij vinden de plaats
niet geschikt. Elke keer zoeken we een plaatsje voor de tent
voor het geval dat. Daar wordt ik wel rustig van. In noodgevallen is er een oplossing.
We kruipen langzaam verder omhoog.
Het wordt 1100 m stijgen vandaag. We
moeten nog drie keer een riviertje oversteken, maar
deze zijn niet zo diep. Het is
wel heel moeilijk over die gladde keien, als je je schoenen
droog wilt houden. Je
kan niet de hele tijd wisselen met Teva's.
Overal komt flink water naar beneden. Overal ligt ook nog flink sneeuw. We gaan 
nu een steile zigzag helling op en dan komen
we uit bij een moeras, waar de sneeuw
nèt weg is. We eten naast een plak sneeuw onze middagboterhammen van de gîte.
Er komt een vent alleen aan, met ook een grote rugzak. Hij is al in Modane begonnen
en doet deze wandeling nu voor de
derde keer. Hij had de andere twee keer regen
en mist. Dat klinkt hoopvol, maar niet heus. Hebben wij het tot nu toe beter getroffen.
Hij is ook zo weer weg. Wij kijken hoe hij de sneeuw
in gaat en besluiten hem maar
na te doen en zijn spoor te volgen. Van markeringen of een pad is hier geen sprake.
Het is gewoon overal wit.
De zon schijnt volop. Met mist verdwaal je hier. We moeten behoorlijk veel 
sneeuwvelden over. Enkele kilometers.
De sneeuw is hier gelukkig harder, als op
Pas de Cavale en het is platter, niet tegen een helling aan, meer in een kom.
Om 14.00 uur zijn we op Col de la Crousette op 2480 m. Dit is weer zo'n col waar je 
overheen kukelt. Smal en een diep
gat er naast. Maar we zijn er nog niet. We moeten
naast dat diepe gat
een stèle op, een geitepad zo'n honderd meter verder omhoog.
Doodeng, steil en smal. Daar
ga ik weer met mijn hoogtevrees. Ik concentreer me
maar weer op
Koos' zijn hielen en het pad en kijk niet rond. Shit, ook nog een
sneeuwveld op het pad met een helling van 60 graden.
Het gat ernaast is zeker
1000 m kale helling naar beneden. We moeten aan de bovenkant over de
sneeuw
helling klimmen over losse stenen en modder. Dit is weer linke soep
en ik sta stijf van angst.
Maar we moeten verder. Hoera, we redden het, heel en wel.
Om 15.00 uur zijn we op de stèle
van de Mont Mounier en beginnen we aan de
afdaling. We boffen nog steeds met het weer.
We lopen over een hoge, brede
crête in een kaal
maanlandschap. Ontzettend kaal. Wat zal het hier 's zomers heet
zijn. Wij hebben 12 graden en een koude wind.
We beginnen op ons gemak aan de lange afdaling. De Vacherie de Roure halen 
we toch niet en beneden zoeken we wel
een wild kampeerplekje. Om 17.30 uur
staan we bij de rivier de Démant op
1950 m. Een paradijselijk plekje en we
besluiten hier te blijven. We zijn moe. Aan de overkant staat onze eenzame
wandelaar uit M
odane. Na drie keer wist hij zeker ook wel dat dit het mooiste
plekje is. We zwaaien naar elkaar. De mélèzes en de rivier er tussen geeft ons
ieder
wat privacy. Tent opzetten, koken en afwassen. Bij de koffie begint het te
regenen en het wordt koud.
Als we in de tent zitten begint het te onweren. Wat hebben wij geluk gehad! 
En hoera
we zijn Col de la Crousette over met goed weer. Nog een keer hoera, want
mijn hart ging niet op tilt vandaag.
 
Maandag 22 juni, 2009.

Bivak le Démant - St. Sauveur sur Tinée
 
We hebben een koude, maar mooie ochtend. Wèl ochtend rood, water in de sloot. 
We zien wel. Lekker koud wassen
in de rivier. Onze buurman is allang weg om
6 uur. Als alles opgepakt is,
moeten we nog met de Teva's door de rivier met de
schoenen hoog opgeknoopt aan de rugzak.
Dat voordeel had de buurman, die
was al aan de andere kant.
Uiteindelijk lopen we om 7.30 uur. We lopen heerlijk in de zon door hoog gras 
en weiden vol bloemen.
Nu is de GR 5 weer leuk. Hier doe je het voor. Geweldig.
Wat is het leven toch mooi. Dit is fijn lopen.
We moeten nog twee keer een riviertje over, maar dat kan net met de schoenen 
aan.
Verdorie, nu gaan we weer omhoog. We lopen helemaal om het gehucht
Vignols heen. Overal staan bordjes
verboden te kamperen. Ze hebben hier
zeker een hekel aan GR 5 lopers. We moeten nog verder omhoog.
Het wordt
weer een balconweg met een diep gat. Vallon de Gourgette. Brr, wat een diep
ravijn naast ons.
Ineens staan we voor een gemene plak sneeuw voor ons van ongeveer 30 m 
breed op een hellingshoek
van 70 graden. Wat nu? Aan de overkant staat een
man driftig te gebaren.
We horen hem niet. Lawaai van een waterval. Hoe
moeten we nu verder?
Bovenover is onmogelijk. Veel te hoog, veel te steil.
Er onder langs? Dan moet ik rechtstadig 4 m naar beneden op een richel bij
de waterval boven de diepe spelonk.
Dat is ook geen optie. De sneeuw is
verijst. Een weg schoppen is niet mogelijk. Toch zien we
een vaag spoor van
de vorige dag. Koos besluit het spoor te volgen. Ik doe mijn rugzak af en moet
hem direkt volgen.
Ik ben nog nooit in mijn leven zo bang geweest als nu.
De sneeuw is ijs
en je hebt geen grip. Had ik maar crampons (= stijgijzers).
Maar die heb ik niet. Min of meer op mijn tenen volg ik Koos met knikkende
knieën. Meer houvast heb ik niet.
Als ik hier ga glijden, ga ik geheid tussen
4 plankjes de wereld af. Ik sta stijf van de adrealine. Als één brok zenuwen
kom ik er overheen. Ik leef nog.
Nu verstaan we de man aan de andere kant. We staan gedrieën op dik 50 cm 
naast de sneeuw.
Hij is zo verschrikkelijk bang, want het sneeuwveld is hol en
het kan zo in de diepte storten. Oh, dat wisten
wij niet. Dat kon je vanaf onze
kant niet zien. Maar de man zag dat wij er heel over kwamen, dus
hij gaat
direkt er over naar
de andere kant.
Nu moet Koos nog weer terug om mijn rugzak te halen.
Ook dàt redt hij. Drie
keer over dat enge
sneeuwveld en hij is nog niet overleden.
Ik ben zo blij dat
we nog heel zijn. Ja, vanwege deze, zeer gevaarlijke situaties
zou ik iedereen willen aanraden, ga in hemelsnaam 14 dagen later. Want de
sneeuw maakt sommige passages
echt heel moeilijk en heel gevaarlijk.
Zonder sneeuw is deze passage vast niet zo moeilijk.
Tjonge, jonge wat was
dit eng.
Het aller engst en het allermoeilijkst van de hele GR 5.

Mijn hart ging gelukkig niet te keer en deed normaal. Maar goed ook.
Nu moeten we nog 3 meter naar beneden, het watervalletje oversteken. Er
komt een grote scherpe
kei los, recht op mijn scheenbeen. Gelukkig, niets
gebroken, alleen een lelijke wond. Och, dat kan er ook nog wel bij. Het is
toch
niets vergeleken met wat we
net gedaan hebben. We lopen verder omhoog
en gaan bij
Porte de Longon op de alpenweide ontbijten met hartkeks en jam.
Ik tril helemaal van de
spanning, zo kan ik niet verder lopen. Ik moet me eerst
even ontspannen.
Ik behandel de beenwond met pleisterspray tegen de vliegen.
Ineens zien we vier steenbokken grazen op de berg
tegenover ons. Dat maakt
weer veel goed. Later zien we nog een gems en heel veel
alpenmarmotten.
We lopen door een prachtige grote alpenwei vol bloemen en vlinders. De wei 
ligt in een kom. En we zien wilde tulpen!! Nog nooit eerder gezien.Kleine gele
tulpen met
een oranje randje. Het staat er vol mee. Prachtig.
Ik raak alle stress weer kwijt. Om 10.00 uur komen we bij gîte de Longon aan. 
Ook wel Vacherie du Roure genaamd.
We zitten buiten op de picknickbank
en drinken een grand café. De zon schijnt wel, maar het is frisjes.
De boerin
vertelt
dat ze pas een week open is, omdat de refuge helemaal onder de
sneeuw lag.
Ze kon aanvankelijk de refuge helemaal niet terugvinden! Ze
vertelt ook dat ze het dorp Roure
al gewaarschuwd had om die gevaarlijke
passage bij
Porte de Longon af te sluiten met een omleiding. Maar dat
hadden ze dus nog niet gedaan. Ze vond het een wonder
dat we er overheen
waren gekomen. Alles wat ze aan eten en drinken in de refuge verkoopt, komt
haar man haar
dagelijks brengen in een grote rugzak. Wat een manier om je
geld te verdienen! Toch een hard leven in die bergen. De gîte is trouwens
redelijk primitief. Echt een koeiehok.
We krijgen nog een partijtje mooie alpenweide en dan ineens een knettersteile 
afdaling. Niet eng, heel fraai zelfs,
maar wel steil. Daarna volgt nog een smalle,
enge balc
onweg. Je ontkomt
niet aan die krengen in de Zuid Alpen.
Het wordt wat platter bij Rougois. Een gehucht met boerderijen, waar de boer 
woont van die boerin boven in de refuge.
Hij heeft elke dag wel een moeilijke
weg te lopen met een volle rugzak.
We gaan picknicken temidden van de koeien.
Daarna gaan we over een brede halfverharde bosweg naar beneden. Nèt voor
Roure wordt het weer een balconpad.
Ik baal ervan en ik volg liever de weg tot
het arboretum. Dan ga ik samen met Koos verder over het balconpad naar
beneden naar Roure. Roure is een klein pittoresk dorpje, echt tegen de wand
aangeplakt.
We willen wel een terrasje, maar we kunnen er geen vinden.
Helaas, dan maar weer verder naar
beneden. We zien St. Sauveur le Tinée
fraai liggen,
maar we zijn er nog niet. We moeten nog 600 m steil afdalen.
Zigzag, zigzag. Om 16.30 uur komen we op de camping aan,
die naast de gîte
ligt, a
an de noordkant van het dorp.
Onze eenzame buurman van het paradijselijke plekje staat er ook. Hoe is hij 
dat ijsveld bij Porte de Longon overgekomen?
Hij heeft zich 4 meter rechtstandig laten zakken op het richeltje. Ook heel erg 
knap.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
Attentie: de camping (en ook de gîte) in St. Sauveur de Tinée is gesloten.
Europa heeft het drinkwater voor het hele dal van de Tinée afgekeurd.
Oplossingen: Er is een hotel in St. Sauveur (maar die ziet er echt niet uit, wat
een griebus). Er zijn een gîte en een auberge in Roure. Wild kamperen is hier
lastig, want er zijn op dit traject niet veel platte en stille stukjes. Wil je toch
persé gaan kamperen, pak dan in St. Sauveur sur Tinée de bus terug naar
St. Etienne de Tinée voor de goede camping daar. De volgende dag dan
maar weer retour met de bus naar St. Sauveur de Tinée. Voor een euro per
busritje is daar ook over heen te komen.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------

We hebben pech.
Op maandag is het restaurant dicht en ook de winkel. Shit,
moeten we nu in een dorpje ook al noodvoer gaan eten?
We hebben trouwens
niet zo veel meer. Balen.
We gaan naar de bakker en kunnen toch nog van alles
kopen.
De bakker verkoopt nog iets meer dan brood. We kopen brood, twee
appelvlaaitjes, melk, yoghurt,
een pot courgette in thymsaus, taboulé
(= Marokkaanse salade) blikjes makreel in mosterdsaus, tomaten en meloen.
We zullen niet verhongeren.
Els en Joris, van de gîte in Roya, zitten ook ergens op de stoep bij een smoezelig 
cafeetje. Grappig elkaar weer te zien.
Ook zij hadden bange momenten gehad bij
het ijsveld. Zij waren
toch helemaal bovenover geklommen. Heel erg knap.
Er komen nog een heleboel Duitsers met motoren op de camping. Ze willen 
allemaal op de rij op onze lip gaan staan en
er is nog driekwart van het veld
leeg. Fichez-moi la paix, zouden de
Fransen zeggen. Laat me met rust. Maar dat
zullen ze wel niet snappen,
dus Koos legt ze in het Duits haarfijn uit dat er genoeg
plaats is aan de andere kant van het veldje. Verdorie, kom toch niet met die
scheerlijnen in onze tent staan! Die Duitsers weer hoor. Einordnen muss sein.
Flikker op en verdeel de zooi een beetje. Hebben we allemaal plaats.
Stelletje herrie-apen. Minstens e
en meter of twee van ons af, schiet op.  
 
Dinsdag 23 juni, 2009. 

St. Sauveur sur Tinée - St. Dalmas de Valdeblore
 
Gisteravond was het bewolkt en regende het een beetje. Vandaag beginnen we 
weer staalblauw. Om 7.30 uur gaan we lopen.
Eerst worden we ingehaald door
Joris en Els. Ze zijn gister met de bus teruggegaan naar St. Etienne de Tinée,
hebben daar
een restaurant gezocht en zijn met de auto teruggekomen naar
St. Sauveur de Tinée. Slim, want de gîte naast
de camping heeft geen
maaltijdvoorziening. Als we zitten te ontbijten, komen de Amerikanen langs,
die ons passeerden
op het sneeuwveld voor Pas de Cavale. Ze waren zo
afgeknapt op de refuge in
Bousiéyas, dat ze maar de bus hadden genomen
naar St. Sauveur de Tinée. Kom jongens, dat is niet echt de GR 5 lopen, af en
toe een stukje hier en daar. Maar ja, wie doet de GR 5 dan ook voor zijn 25
jarig huwelijksfeest? Kan je beter een feestje houden in Den Bosch of zo.
Het is nu wisselend bewolkt met een koude wind. We lopen naar Rimplas. 
Uitgestorven. Nergens koffie te krijgen.
Daarna gaan we naar beneden en via
een fraaie Romeinse steile
bosweg weer naar boven. We picknicken in Bolline
in een parkje vol hondepoep. Fris is anders, maar we hebben wel leuk uitzicht en
een bankje. Hier is de GR slecht aangegeven.
Een paar keer verkeerd gelopen
en weer teruggelopen. Wat een uitgestorven kiet hier. Uiteindelijk de
goede weg
weer
gevonden. Nergens een restaurant of koffietent. Om 14.30 uur komen we
uit in St. Dalmas de Valdeblore.
We passeren eerst een boerecamping aan de rechterkant van de weg vóór het 
dorp.
*) Lees info verderop. We zien dan een cafeetje midden in het dorp. 
Hoera, een terrasje, wat een luxe. 
  We drinken een colaatje en lopen dan door
naar de gemeentecamping helemaal aan de andere kant van het dorp. 
Niemand
te vinden op de camping met bijna uitsluitend vaste plaatsen. 
  We zetten de tent
helemaal vooraan op een klein groenstrookje. We zijn net helemaal geinstalleerd,
komt er zo'n gemeenteknakker vertellen dat we helemaal achterin op de camping
moeten gaan staan, ver weg van het
bloc sanitair. Bekijk het even vogel, we zijn
moe en we gaan geen dagmars van de wc afstaan, we lopen al genoeg.
We verkassen uiteindelijk toch maar met lange tanden, toch vooraan, aan de
overkant bij bankjes, in de wind. Ze hebben wel een lekkere douche, dat scheelt..
Daarna doen we boodschappen bij de Proxi en drinken we een lekker biertje op 
het terras.We koken uitgebreid en
duiken op tijd in de slaapzak. Koude rotwind.
Je moet wel in de tent. Morgen wordt het een lange dag naar Utelle.
Vandaag hadden we een saaie dag met saaie paden. Ze waren wel steil. We 
kwamen haast niet vooruit en
we zijn hartstikke moe. Welterusten.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
 *) Wij zijn in 2011 voor de GR 52 gestart op de boerencamping van St. Dalmas 
de Valdeblore. Mevr. Myriam le Duff
- email "bernard.leduff@wanadoo.fr" /
telnr. 0033493028330 of 0033684158455 is heel aardig tegen GR lopers.
Ze is zelf een loper en weet precies wat de GR lopers doormaken. Deze camping 
heeft slechts 2 wc's , 2 douches en 1 bak met 2 kraantjes om je te wassen half
buiten.
Ze heeft ook een overdekte ruimte met tafels en stoelen om aan te eten of
te koken als het weer niet goed is.
Er staat zelfs een magnetron en er is een
keukenblokje. Ze staat in het ANWB boek van de kleine campings.
 
 
Woensdag, 24 juni, 2009

St. Dalmas de Valdeblore - bivak Col d'Andrion
 



De wekker gaat om 5 uur. Het wordt nèt licht. Je opmaken met een hoofdlamp op, 
is best lastig. Om 6.30 uur gaan we op pad.
Een zeer steile klim over een skipad,
wordt later gewoon steil,
maar wel fraai bospad. Het is nog koud in de schaduw.
Op Col du Varaire (1710 m) zitten we even op te warmen in de zon. Verder maar 
weer door het bos omhoog naar Caire Gros.
Daar gaan we lekker uitgebreid
ontbijten met uitzicht op de Middellandse Zee (jawel) en het klooster
van Madone
d'Utelle.
Daar passeren Els en Joris ons. Ha, de ontbijtclub weer. (zo noemen ze ons). 
Daarna wordt het voor mij aanzienlijk minder leuk. Flokstra had het over een fraaie
kamweg
met prachtige uitzichten. Ik lijd vreselijk aan hoogtevrees en zie alleen
Koos zijn hielen, die ik l
angzaam, voetje voor voetje volg. En na elke bocht gaat
het weer zo verder. Twee en een
half uur loop ik zo in de stress met trillende knieën.
Op een breder stukje moet ik even
afkicken. Het lijkt wel of ik een corset om mijn
hoofd heen heb.
Ik kan van angst nauwelijks praten. Ik sta te trillen als een rietje.
Verschrikkelijk, dit is voor mij echt afzien. Dit is de
zesde dag vol stress. Dit is toch
niet leuk meer? Waarom loop ik de GR 5 nog?
Oh, die rottige balconpaden in de
Zuid Alpen.

Het is dat ik hier nergens weg kan,
anders stopte ik nu, echt waar. Dit vraagt te
veel van mijn zenuwen.
Pas bij Collet des Trous (1982 m) gaan we lunchen en
wordt het een normaal bergpad met
fraaie alpenweiden en koeien met bellen.
Voorbij les Granges de la Brasque (oude casernes)
komt er ontstuimig veel lekker
bronwater uit de muur
en
vullen we alle flessen. Dit is het enige waterpunt tussen
Valdeblore en Utelle. Met ieder drie liter water gaan we verder.
Bij Col d'Andrion vinden we een fraaie open plaats in het bos, 25 m van de weg af.
We blijven hier en genieten van de laatste zonnestralen.
 
Donderdag, 25 juni, 2009.

Col d'Andrion - Utelle

Om 5.45 uur wakker. Shit, om 6.00 uur wandelt een meneer met zijn hond wat
verderop door het bos. De hond doet een
rondje over ons kampeerplekje. Hij
rent zelfs rond de tent. Gelukkig, hij blijft niet en knockt af. We zijn niet verraden.
Wassen met vochtige doekjes
vanmorgen. Ontbijten met hartkeks en koffie en
dan inpakken en wegwezen. We hebben heerlijk geslapen in het bos.
Om 7.30 uur op pad. Er staan al drie auto's vlakbij op de parkeerplaats. Vroege 
wandelaars. De weg hier naar toe is toch niet eenvoudig. Het is mooi weer en
helemaal
niet koud. We moeten meteen flink naar beneden lopen. We kruisen
regelmatig de weg van La Tour naar Rocquabillière,
waar gisteren hordes
Duitse motorrijders over heen kwamen. We moeten 300 m afdalen, zigzag tot
aan Col de Fournès.
Daarna gaat het koel en fraai door het bos tot de Col de
Gratteloup.
Ongeveer een kwartier lopen nà de col zijn er nog heel
veel aardige
kampeerveldjes vóór les Prats. Misschien wel het risico dat je tussen de schapen
staat, maar de veldjes zijn
al kaalgevreten, dus daar heb je geen last meer van.
Dan beginnen we aan de Brec d'Utelle. 

Brec d'Utelle

Eerst hebben we een rotsig balconpad, flink omhoog.
Gelukkig is dit balconpad niet zo
heel smal. Het gaat maar omhoog. Dan wordt het echt rotsklimmen want we moeten echt
helemaal over de top.
Wat een onaangenaame verrassing. In periodes met onweer, niet
erg prettig, zelfs gevaarlijk. Gelukkig hebben we goed weer.
Daarna volgt er weer een stukje smal balconpad en dan moeten we scherp zigzag dalen 
over een pad met rollende keien. Voor mij hadden ze deze bult niet in de route hoeven
opnemen.
Met mijn hoogtevrees wordt ik hier weer niet vrolijk van. Daarna gaat het even
goed door een
koel bos en dan krijgen we wéér een smalle balconweg met twee
bruggetjes,
waar eerst slechts kettingen zaten. Ik ben erg blij met de bruggetjes. Wat een
rotpad. Na twee kilometer
stressen komen we eindelijk bij de Col du Castél. Ik moet even
op adem komen, maar het
is hier bloedheet. Geen zuchtje wind. Een beetje drinken, een
mueslireep en verder maar
weer. In de verte ligt Utelle, een fraai plaatje. De afdaling gaat
wel, maar het is een moeilijk pad.
Steil, rollende stenen en grote stappen naar beneden.
Soms is het niet te doen met die korte
benen en die grote rugzak.
Het pad blijft lastig en je moet goed opletten tot de laatste twee minuten voor Utelle. 

Utelle

Om 13.45 uur planten we ons op het prachtige terras van hotel Bellevue. Ze zijn niet open
vanavond – buiten het seizoen – 
dus we kunnen hier helaas niet blijven slapen. Maar eten
kunnen we er nu wél. En wel heel lekker met een 
heerlijke fles Bandol erbij, de beste rosé
van Zuid Frankrijk. Geweldig.
Gelukkig zijn we hier op donderdag, en niet op woensdag, want dan is alles dicht. We blijven 
op het gemak schranzen tot half vier. Heerlijk, heerlijk. We gaan het dorp verkennen,
zonder
onze zakken,
die laten we maar even staan. Helaas, Utelle lijkt in de verte mooier, dan dat het
van dichtbij is. Er lopen enkele oude mensen,
een paar kleine kinderen en er zijn veel vervallen
huizen. Het enige piepkleine winkeltje is óók dicht.
Die gaat pas op 1 juli open tot 15 augustus.
Dan vanavond maar weer uit eten. We nemen een drankje op
het terrasje van Le Relais en
dan eten we vanavond
hier wel van de kleine kaart. Inmiddels is de lucht helemaal dichtgetrokken
en
het onweert richting Col de la Bonnette.
Brec d'Utelle hangt in de wolken. Ik hoop voor alle mensen die nog onderweg zijn, dat ze er geen 
bui overheen krijgen.
Het pad is zo al moeilijk genoeg. Om 18.15 uur gaan we de gîte in. Hij zit in
een oud schooltje, naast een poort.
We kwamen er ook achter door te vragen, want het staat
nergens. Er is een trap naar de voordeur. De deur
is open en er is niemand. We installeren ons
maar en gaan douchen, heerlijk, na een nacht
bivakkeren in het bos.
Daarna lopen we naar Le Relais om iets kleins te gaan eten. Wat schetst onze verbazing? Hij 
heeft niets te eten,
ondanks alle bordjes die er hangen. Een salade moet je 's middags uiterlijk
om half drie bestellen voor 's avonds.
Kan het nog groeien in zijn tuintje zeker. Wat een
restaurant!! Het wordt dus niets in Utelle,
want het restaurant van vanmiddag is ook dicht. Daar
sta je dan boven op de berg in de middle of Utelle = nowhere.
Je bent gewaarschuwd, neem noodvoer mee naar Utelle, want ook de gîte heeft geen restauratie, 
alleen een keukentje.
We keren terug naar de gîte en eten cup-a-soup, hartkeks, blikje ansjovis, blikje makreel en hebben 
koffie toe.
Ook goed. Meer hebben we ook eigenlijk niet nodig, want we hadden vanmiddag zeer
uitgebreid gegeten.
Je zal hier op woensdag langskomen, kan je echt op een houtje bijten.
Om 20.30 uur komt een dame van de gemeente
afrekenen: 24 euro. Ook geen geld, we hebben de
hele
gîte voor ons alleen met 12 slaapplaatsen in 4 stapelbedden van drie hoog. Een hele klim, als
alles vol is. Er komt niemand meer.
Wat een luxe voor 24 euro, een hele school voor ons alleen.
Maar als je de pech hebt om geen noodrantsoen
bij je te hebben, ben je hier wel in de aap
gelogeerd met een lege maag.
Het onweert zwaar in de bergen om ons heen, maar niet in Utelle.
 
Vrijdag 26 juni, 2009
 
Heerlijk geslapen met zijn tweeën in de gîte en het raam wagenwijd open, dat kan, zonder Fransen
op de kamer. Gezellig even ontbijten en om 7.30 uur op pad.
We doen helaas geen rondje extra naar Madone d'Utelle. We hebben dat vorig jaar met de motor 
gedaan over een smalle,
steile weg. Daarom wilde ik nu zo graag te voet naar het klooster met
uitzicht. Maar het heeft geen enkele zin.
De wolken hangen 20 m boven de daken van Utelle en de
Madone is onzichtbaar in de wolken.
 
Later toch nog ingevuld 
RONDJE MADONE D'UTELLE

 



Dinsdag, 26 juli, 2011
 We zijn net klaar met de GR 52 en we doen nu nog even de trip van Madone d'Utelle er
achteraan, want we waren
toch in de buurt. (St. Dalmas de Valdeblore). 
 Nu tuffen we omhoog naar Utelle en parkeren de auto vooraan in het dorp. (821 m) Met 
een dagrugzakje gaan we op pad. De route is geel gemarkeerd. In een uurtje lopen we
naar boven en drinken koffie bij
de gîte. (wie begint hier nu een gîte)!! We praten wat
met de uiterst vriendelijke dame, die blij was
met een klant. Als het hier bedevaart is
( 9 juli) komen hier duizenden mensen, zelfs
met grote bussen!! Nu zijn wij de enigen. 
We hebben naar alle kanten fraai uitzicht, maar er hangen wel donkere wolken hier en
daar. We lopen wat rond en gaan
naar het tempeltje als uitzichtspunt ( 1194 m) 

 

daarna dalen links af in een gat tussen de rechte rotsen. Er staat een houten wegwijzer bij.
Het pad gaat vrij recht naar beneden tussen de keien, maar is goed te doen. Beneden kom
je uit op een soort kale hoogvlakte met een paar struiken: Col d'Ambellarte (967 m). Dan
loop je door het bos naar beneden richting Utelle en kruis je de GR 5.
Hier moet je rechtsaf
als je verder gaat naar Levens of linksaf retour over de GR 5 terug naar
Utelle. 
Het hele rondje kost je drie uur, als je een lusje doet vanuit Utelle en dan doorloopt naar
Levens, dan is het 2 uurtjes extra. Ik zou de omweg alleen aanraden met helder weer en
als je tijd over hebt, anders kan je hem beter overslaan. Zo spannend is het nu ook weer
niet.
Dit is een invuloefening, die we dus later gedaan hebben.
 
Verder met de oorsponkelijke GR5 beleving op 26 juni, 2009

Utelle - Aspremont
Het water gutst van ons gezicht. Het is benauwd en klef en broeierig warm, zo vroeg in de morgen. 
Eerst lopen we over
een fraaie oude ezelweg langs de rotsen naar een kapel. Het is geen eng
balconpad, want het is wel een meter breed.
Mocht je ooit in Utelle nog voor een gesloten deur
staan
omdat alles dicht is, geen nood, er zijn nog een paar aardige kampeerveldjes zowel links
als rechts van het pad ongeveer
tien minuten vóór de kapel. Er is daar geen water. Dat had je
moeten tappen op het dorpsplein in Utelle.
Daarna gaat de oude weg verder langs de rotsen,
hoog boven de rivier de Vésubie. Het pad is soms breed en soms smal en de afgrond aan de
linkerkant is behoorlijk diep en loodrecht. Ik probeer het maar te negeren, door niet naar die
kant te kijken.
In de verte ligt Levens. Daarna krijgen we een moeilijke en erg steile afdaling met uitsluitend 
rollende keien.
Daarna gaan we een prachtig oud middeleeuws bruggetje over de rivier de
Vesubie
op 195 m om vervolgens weer flink te
klimmen naar Levens. Weer een keienpad,
maar met een aangename hellingshoek, dus dat loopt wel vlot.
Tussen de bomen is het lekker
koel. In Levens lopen we langs een restaurant van een tennisveld, waar het goed toeven is
buiten op de eerste etage. Ze hebben daar een overdekt terras. Het waait lekker door. Een
jong stel met een babytje runt
de tent en ze serveren een prima lunch voor een zeer redelijke
prijs.
We genieten daar echt een uurtje van.
De eetgelegenheid is schijnbaar goed bekend,
want even later zijn alle tafels buiten bezet.

Inmiddels trekt het overal dicht
en begint het te rommelen. Het onweer begint al vroeg om
12.00 uur. Nu krijgen we drie keer een domme aktie van de GR 5.
Flokstra mopperde er ook al over en hij had volkomen gelijk. Ik zou jullie aanraden, doe niet 
zo dom als wij. V
olg NIET het boekje, maar ga gewoon rechtuit over het asfalt. Het scheelt
een grote omweg, met zinloos omhoog en
omlaag gedoe.

Enfin, wij doen dat niet want Koos wil persé de markeringen blijven volgen. Dus we gaan
naar boven naar
het dorp, (de buitenkant) om daarna weer via trappen af te dalen. Wat een
kul.
Daarna willen ze weer voor 500 m de D19 mijden en leiden ons via een keienpad naar
beneden
en daarna weer omhoog naar de weg. Vertragingsfactor twee. Het onweert
inmiddels aan
alle kanten, alleen boven onze hoofden is het nèt blauw. Vervolgens gaan we
wéér van het asfalt af. Een rotpad met keien omhoog,
dan door de maquis vervolgens steil
naar
beneden en weer omhoog. Wat een bezigheidstherapie van vijf kwartier om achteraf
1,5 km asfalt te vermijden. Gewoon bezopen. Wat zijn dit voor stomme akties?

Vertragingsfactor drie. Dit slaat gewoon nergens op. Het zijn klotepaden, door
oninteressant gebied.
Je wordt er alleen maar moe van. Het onweer is nu echt overal.
En ja, daar komen we weer op diezelfde asfaltweg uit. Bah. Nu gaan we maar even tempo
maken. Het is hier
nog droog. We gaan een breed gruispad op. Ook goed.
Daarna moeten we naar de Mont Cima. Het knalt aan alle kanten. Drie onweersbuien 
tegelijk rond de Mont Cima.
We zoeken beschutting onder een paar lage dennetjes, gehurkt
in het gras. We worden flink nat ondanks onze regenjassen.
Korte broek en onderbroek zijn
doorweekt.
Is niet erg, droogt straks wel. Het is inmiddels al half zes en we zijn nog niet in
Aspremont.
Het schoot niet op vandaag, of de weg was lang, dat kan natuurlijk ook. Er zat
ook veel hoogteverschil in, kleine stukjes, maar continue.
Na een uur trekt het onweer weg
en ploegen we de
Mont Cima over. De stenen zijn glad en het zand is glijklei geworden
met dikke klonten die blijven plakken onder de schoenen.
Oppassen dat we niet vallen.

Ineens komen we de bult over en hebben we een
prachtig uitzicht over het dal van de Var en
de Middellandse Zee, onder een loodzware lucht. Beneden ons zien we Aspremont liggen in
de avondzon.
Wat een mooi plaatsje op een heuvel. Er volgt een steile afdaling met hele grote
stappen,
nog wat asfalt en dan zijn we in Aspremont. Nu nog een hotel. Het is al laat. Shit er is
er maar één. De andere is dichtgespijkerd.
Dat ene hotel heeft ook de deur op slot. Wat nu?
Er stopt een man in een auto, de eigenaar van het hotel. We moeten wachten. Hij zal zien wat
hij kan doen. Na 10 minuten doet hij de deur open.
Hij bromt wat, doet moeilijk, kijkt nog eens
in zijn planning,
maar na vijf minuten heeft hij uiteindelijk toch besloten om ons een kamer te
geven.
Tja, je kan tenslotte niet iedere zwerver die langs loopt een kamer geven......
Koos zijn creditkaart helpt.
Gelukkig, we kunnen droog slapen vannacht. We hebben een keurige kamer, wat klein, maar 
met douche en toilet en een
mooi uitzicht op de Var. En verschrikkelijk slechte matrassen met
een enorme kuil erin.
Maar goed, we zijn allang blij. Je hebt hier geen keus. Eerst maar evenl
lekker douchen.
Ik ben zo moe. We hebben 28 km gelopen vandaag. Eerst even huilen. Dat
lucht op.

Daarna gaan we eten aan de overkant, in het enige restaurant – Chez Mireille –
Gesloten op dinsdag en woensdag. Mooi geluk dat wij hier op vrijdag zijn. Het is een top
restaurant met
een top ober.
Echt een ober, zoals een ober moet zijn. Ik houd van zo'n ober.
Voorkomend,
adviserend, onzichtbaar en er altijd zijn als je hem nodig hebt. We komen
langzaam weer bij.
Buiten plenst het. Na het eten duiken we het bed in.
We zijn helemaal af, maar Nice is niet ver meer. Ik lig op het uiterste randje aan het 
voeteneind, om de kuil te mijden in de matras.
 
Zaterdag, 27 juni, 2009.

Aspremont - Nice
 
Na het ontbijt bij een zeer vriendelijke dame, gaan we even zonder zakken Aspremont 
bekijken. Dat moet je beslist doen,
want dat is zeer de moeite waard. Je mist veel, als
je het overslaat.
Trappen op, smalle straatjes, veel potplanten, fraaie uitzichten. Echt
heel pittoresk.
We treffen het. Ze hebben een marktje en we kopen brood en kaas voor
onderweg.
Dit is pas de tweede gelegenheid om vers brood te kopen op de hele tocht,
dus wapen je met
hartkeks op deze hele etappe.

Om 8.30 uur gaan
we op pad. We zijn laat voor ons doen. Het weer is weer drukkend
benauwd, bewolkt en met een vochtigheidsgraad van de tropen.
Het water stroomt van
ons gezicht bij elke stap. Koos en ik krijgen bijna ruzie. Hij wil
persé weer de
markeringen volgen.
Naar beneden, parkeerterrein over, trap op en we zijn weer terug
bij het begin.
Nòg een keer hetzelfde circuitje. Wat een stomme aktie. Blijkt het de
markeringen van de GR 51 te zijn,
maar Koos wilde niet het boekje volgen …..
Hè, hè, o
m bijna 9.00 uur gaan we op pad voor de goede weg. Maar niet voor lang.
Na een geitenboer en een rot steil pad omhoog
raken we de markeringen helemaal
kwijt en het boekje geeft ook geen houvast. We volgen maar
een gele streep, dat
pad gaat ook omhoog. We komen bij een oud fort, waar ze met schietoefeningen
bezig zijn. Tja, wat nu?
Kompas er bij. Ah, we moeten naar rechts en omhoog. Na een tijdje houdt het pad op. 
We gaan dwars door de maquis
(= prikstruikgewas in pollen, meestal gaspeldoorn).
Recht omhoog de bult op. Geen gemakkelijk pad. Plotseling vinden we ineens weer
het pad met de
gele streep. Wat een ontzettend steil pad is dat. Hè, hè, eindelijk boven.
We komen uit bij een groot
fort en een loopgraaf en een groot hek, bovenop de Mont
Chauve
. We staan weer op 853 m
moet dat nou, zo op het eind? Zo komen we niet
verder.
Links is onmogelijk, maar rechtsom lukt wel. We volgen het hek en dan is er
een keisteil spoor naar beneden.
Nu niet vallen, dan ben ik te snel in Nice. We gaan
om het hek heen bij een mast. Het paadje wordt beter en ineens
hebben we een
betonnen trapje omhoog.
Wat een luxe!! We komen uit op een asfaltweg, nou ja!!!
We hebben een prachtig uitzicht. We doen extra de weg verder naar boven en ook 
nog een trapje zonder leuning.
We zijn er nu toch. Wat een lelijk fort, c.q. bunker
hebben ze hier ooit
gebouwd. Afbreken die hap. Goed, dan doen we nu de asfaltweg
met haarspelden naar
beneden. Ver beneden ons zien we een gruisweg met een paal
met wandelaanduidingen. Dáár moeten we naar toe. Na anderhalf uur ploegen omhoog
en omlaag,
komen we aan bij de intersection van 40 minuten volgens het boekje.
Moet je aan het begin wel duidelijk de
markeringen neerzetten.!!!!

Een duidelijke beschrijving in het boekje, zou ook ku
nnen helpen. En ook vermelden dat
hier de GR 51 doorheen loopt, met dezelfde rood-witte markering. Dit maakt het allemaal
niet eenvoudiger, zo dicht bij het eindpunt.
Het is maar dat jullie het weten, bij de
geitenboer na Aspremont niet
omhoog lopen, maar ergens rechtsom op dezelfde hoogte
blijven. Scheelt veel energie.

We gaan lunchen op een plaatsje met een zeer fraai uitzicht over Nice. Achter ons ritselt
een slang weg. Nu moeten we nog een lang keienpad volgen over de Crête de Graus.
Het loopt wel op één hoogte, maar door de ongelijke keien moet je goed op het pad letten
om je enkels niet te
verzwikken, en daarom schiet dit pad niet op. Dan volgt een lange
afdaling over het asfalt en door de straten van Nice.
Het boekje zegt dat je ergens de bus moet pakken. Nee, dat doen wij niet. Je loopt de 
GR 5 van de Waddenzee tot
de Middellandse zee, en dan ga je niet het laatste stukje
met de bus. Gewoon doorlopen, alsmaar rechtuit, dat kan niet
moeilijk zijn. We lopen
over een lange rechte weg met trams, alsmaar naar beneden, richting zee. Op de stoep
bij een
cafeetje drinken we nog een koude cola en rusten even. Daarna eventjes
afzwaaien naar het station en alsvast
treinkaartjes kopen voor morgen. Overstappen in
Marseille en 8 uur in de trein richting Briançon, we gaan even stoppen
op 23 stations,
vandaar. Dat is morgen dus een hele dag zitten.

Nu zoeken we ons hotel. Als afsluiting van 3000 km lopen
gaan we ons verwennen in een
****sterren hotel. Nee, niet in het fameuze Negresco, dat is echt te sjiek, maar we nemen
Hotel Mercure in de Rue Notre Dame. Die ligt mooi opzij van de grote boulevard richting
zee en mooi halfweg de zee en
het station. Flokstra had er ook geslapen. Zo kwamen
we op het idee. Toen we op de Mont Chauve waren hebben we
even gebeld voor een
reservering met creditcardnummer. Anders wordt je vast geweigerd als SDF-er
(= Sans Domicile Fixe, dat betekent: dakloze). We hebben een prima hotel en een heerlijk
bed. De zakken af, douchen, nette kleren a
an en op de Teva's naar de zee, pootjes in het
water.

Tocht volbracht...Mission accomplished.
3000 km wandelpad, vanaf de Waddenzee,
en niet altijd eenvoudig. Het laatste stuk door
het Parc de Mercantour was zelfs het moeilijkste van alles, door de vele sneeuw,
de rolkeien
in de steile afdalingen en de enge balconwegen.
Ik ben er, het was prachtig en ik doe deze nooit weer. Zonder Koos hulp had ik hier niet 
gestaan.
We gaan Vieux Nice in, hartstikke gezellig. We pikken een terrasje. 's Avonds gaan we terug 
om er te eten.
Alle landen van de wereld zijn vertegenwoordigd. Eten we Afgaans, of Turks?
We besluiten voor Tunesisch.
Vieux Nice doet een beetje denken aan een soek, met smalle
straatjes en allerlei kleine winkeltjes.
Terug richting ons hotel zien we allerlei straatartiesten bezig met acrobatiek of muziek. 
Hartstikke leuk, we gaan een keertje niet met de kippen op stok naar bed. De volgende
ochtend gaan we naar de bovenste
etage van het hotel om even het uitzicht te bekijken.
Hotelgasten hangen verveeld in witte badjassen rond het zwembad.
We gaan terug naar de tweede etage. Daar is een prachtige binnentuin, waar wij kunnen 
zitten in afwachting t
ot onze trein rond de middag.
 
Zijn we nu klaar met lopen? Nee, zeker niet. Er zijn nog vele GR's te gaan. Je moet alleen 
fit genoeg blijven om ze te doen. Kijk maar verder op onze site, wat we nog meer lopen
in de Franse Alpen, waar we helemaal aan verslingerd zijn. Het weer is er zoveel beter als
in Zwitserland of Oostenrijk. De Franse Alpen zijn ook niet zo aangeharkt, dat vinden we
persoonlijk mooier. Verder zijn er nog ..tig LAW's in Nederland te gaan (alleen het weer..)!
Wij kochten alle GR boekjes, en een aantal LAW boekjes van Nederland  bij het Landschap 
in Eindhoven. Die hebben werkelijk alles op loop- en fietsgebied en ook goeie
wegenkaarten
van Oman, Algarije of noem maar een dwarsstraat in de wereld. Ze zijn ook op internet te
vinden.
Wij wensen jullie allemaal heel veel wandelplezier, het is een mooie hobby.