Hoofdstuk II De Vogezen.

De hele Vogezen in één keer is een net iets te grote afstand
voor ons en dus
hebben we die in tweeën geknipt:
 
I. Van Liverdun (boven Nancy) naar Ribeauvillé
Van 8 juni, 2006 t/m 21 juni, 2006

II. Van Ribeauvillé naar Nommay
Van 3 september, 2006 t/m 14 september, 2006
 
De Vogezen is een heel fraai gebied met behoorlijk Alpiene 
uitdagingen hier
en daar. Het is ook een echt wandelgebied met
vele fraaie paden in een
afwisselend landschap en gelukkig
zodanig toeristisch dat er
voldoende voorzieningen onderweg
zijn om te kamperen en te eten. Ook het openbaar
vervoer is niet
hopeloos.


Wij kenden de Vogezen al van meerdere vakanties
met het hele
gezin in het voorjaar
en in het hoogseizoen in de omgeving van
Col de la Schlucht en Ballon d'Alsace.
Deze vakanties waren ons zeer goed bevallen en we hadden
steeds mooi weer.
Ook nu waren we in beide periodes gelukkig met het weer en 
dat scheelt veel.
We hebben de Vogezen met veel plezier gelopen en vonden het 
traject nà de Alpen
het fraaiste. 
Het boekje van de Vogezen begint bij Col du Donon tot iets 
voorbij Belfort. 
Wij beginnen echter een paar dagen eerder bij Liverdun voor 
Custines, daar waar 
deel III van ons boekje “Luxemburg-
Lotharingen” begint. Dit boekje beschrijft de
GR 5 over 440 km,
het is in het zwart/wit en uit 1995. Het is lang niet verkrijgbaar
geweest omdat het in herdruk was.
Wij hadden het geluk in de uitverkoop van Demmenie te 
Eindhoven nog een exemplaar te bemachtigen, want anders
hadden we zo wie zo niet verder kunnen gaan.

In de Op Pad hebben we gelezen dat het boekje nu weer bestaat met een gewijzigde
route. Het kan dus zijn dat wij hier en daar wat anders gelopen hebben als dat jullie
gaan doen.
Het boekje Crête des Vosges vonden wij hier en daar redelijk summier in de beschrijving 
en we moesten nogal eens puzzelen hoe verder. Gelukkig zijn de kaartjes goed. 
( Wij lopen altijd op kaart en op markeringen, we hebben geen GPS.)
Op de route zetten wij regelmatig onze caravan in “garage mort”, d.w.z. dat we de caravan 
en/of de auto achterlaten op
een centraal gelegen camping, bereikbaar met openbaar
vervoer,
omdat we een week of een dag of tien gaan lopen met rugzak en tent. Voor het
parkeren
op de camping betaal je dan een heel klein bedrag, omdat je geen gebruik maakt
van
het sanitair en je spullen kan je zo bewaakt achterlaten. Meestal kost het enkele euro's
per
dag, voor de dagen dat je er zelf niet bent. In het hoogseizoen zijn campingbazen niet
zo
happig op dit parkeersysteem, maar in het voor- en najaar lukt het altijd. Even duidelijk
afspreken, voordat je gaat lopen.
 
De Vogezen
 
I)   Van Liverdun naar Ribeauvillé juni, 2006.
 
Woensdag, 7 juni, 2006
 
We pakken de draad weer op en rijden met de caravan naar Rothau in de Vogezen, iets 
onder Schirmeck.
Het is mooi weer en de weg is iets langer dan gedacht dus komen we pas om 17.00uur aan 
op de camping.
Het is de eerste camping die buiten op de tarieflijst het fenomeen
“garage mort” vermeld. Wij spreken ook meteen af dat we vanaf de volgende dag een tijdje
weg zijn en ons direkt zullen melden als we weer gebruik maken van
het bloc sanitair.
Het is 's avonds berekoud met 0 graden. Een iets te dun dekbedje ingepakt voor in de 
caravan. Gelukkig liggen we nog
niet in ons tentje, want op de camping hoor je wel het
verkeer
dat af en aan door Rothau dendert met grote vrachtwagens.
Wat zielig voor zo'n klein dorpje en haar bewoners. Ook de trein rijdt pal langs de camping
en achter de caravan stroomt een riviertje. Het is er niet stil, dus. Maar het ligt gunstig en de
plaatsen zijn heel mooi. We hebben vast treinkaartjes gehaald voor morgen en gekeken hoe
lang we lopen van de camping naar het station. We perfectioneren onze rugzakken en
proberen te slapen.
 
Donderdag, 8 juni, 2006

Liverdun - voorbij Custines
 
Om 7.30 uur lopen we van de camping af naar het station. Wat een verrassing. Op het station  
deelt een Franse spoorwegbeambte
verse croissants uit en koffie. Hoe sympatiek. Daarna
stappen we in de trein naar Straatsburg. Hij doet er drie kwartier over.
Hier kopen we kaartjes voor de trein naar Nancy. We gaan over een uur en drinken nog even 
koffie op een terrasje in de buurt
van het station. Vervolgens gaan we met een superluxe trein
met airco naar Nancy. Hadden
we in Nederland maar zulke treinen!
Na een uur zijn we in Nancy. Nu moeten we nog anderhalf uur wachten voor de trein naar
Liverdun, die alleen maar 's morgens
vroeg, rond de middag en 's avonds gaat. We gaan maar
ergens op een zonnig terrasje een cappucino drinken bij een
Ierse pub. Het is prachtig weer.
Van Nancy naar Liverdun duurt maar een kwartiertje.

Het lopen begint. We zijn het dorp nog niet uit of bij het eerste de beste bospad zit een groep
zigeuners met loslopende honden. We hebben bijna een vechtpartij met onze Paddy, maar we
kunnen deze voorkomen. Dan komen twee zigeunerkinderen aanrennen om Paddy te aaien.
Weer schrik. Hij beet ze nèt niet. Dan komt er een rare engerd uit de bosjes met zijn broek op
zijn knieën, wat ziet die man er uit. Wat een zooitje, die zigeuners.
Wonen daar zonder sanitaire voorzieningen en die kinderen gaan ook niet naar school. 
In Nederland zou dat zo niet kunnen.
Daarna lopen we rustig verder over vele kaarsrechte paden door het bos. Bij Custines steken 
we de rijksweg over en een water,
het spoor, de Moezel en uiteindelijk de snelweg via een
viaduct. Bij een kroegje drinken we een colaatje en vullen we onze flessen met water. Bij de
bakker kopen we twee croissants en een pizza-tje. Zo, en dan nu op zoek naar een
wild
kampeerplekje.
Het is pas 16.00 uur. We moeten een heuvel op en krijgen dan een groot breed pad door 
het bos. Bos, bos, bos.
Er komt geen eind aan. Om 18.00 uur rusten we even op een
boomstam en Paddy ligt te slapen aan onze voeten.
Komt er ineens een vent aan met twee honden. Een jachthond en een Deense dog. Ze 
komen recht op Paddy af en beginnen te
vechten. Paddy wordt flink gebeten. Wat een
consternatie. De vent loopt gauw door. Wij zijn te voet
met een grote rugzak en kunnen
niets.
Bovendien zijn we moe. Paddy heeft een behoorlijk gat in zijn flank. We lopen nog
drie kwartier verder.
Eindelijk vinden we een geschikt stekje van het pad af via een klein paadje 2 x rechts in 
een open stukje met gras. Arme Paddy.
We kunnen niet naar een dierenarts.
 
Vrijdag, 9 juni, 2006

Voorbij Custines - voorbij Grémecy
 
Dankzij mijn nieuwe Exped luchtmatras heb ik heerlijk geslapen. Op dat dunne Thermarest 
matje deed ik nooit een oog dicht.
We wassen ons primitief met vochtige doekjes van het Kruidvat. Paddy heeft een flink gat 
opzij, maar likt het schoon.
Hij lijkt redelijk fit.

Om 8.45 uur gaan we weer op weg. We hebben vele saaie wegen door bossen en velden.
We lopen door uitgestorven dorpjes, waar niets te koop is. Bij de Mairie van Amance kunnen
we onze flessen met water vullen. We rusten even in Amance op een bankje bij de kerk en
genieten van een fraai uitzicht. We hebben mooi weer en een windje, lekker.

We moeten veel
kilometers vreten. De wegen zijn niet echt interessant. Dit is duidelijk zo'n
verbindingsgebied
van de heuvels bij Metz en Nancy naar de Vogezen toe. We picknicken
bij een meertje met een
picknickbank en een kikkerkoortje. Etang de Brin.

In Brin sur Seille drinken we limonade.
We wachten drie kwartier tot het winkeltje naast de
bar open zou gaan.
Maar het blijft dicht. Hij blijkt gesloten te zijn van 12.00 uur tot 16.00 uur.
Dat duurt te lang.
Dan maar flessen vullen bij de bar en straks noodvoer eten. Er zit niets
anders op.
We hebben loeisaaie asfaltwegen temidden van graanvelden.

Na Grémecy –
2 x hoesten en je bent er door – vinden we een fijn stekje naast de GR 5
in het veld. Even later komen 14 koeien
kijken bij het hek. Er is maar één pikdraadje
tussen hun en onze tent. Even later volgen nog
50 witte dikbillen. En maar snuiven.
Ze verdringen elkaar om maar naar ons te kunnen kijken. Als ze maar achter dat ene
pikdraadje blijven, anders worden
we platgetrapt...
Na een poosje taaien ze af. We zijn zeker niet interessant genoeg. Het is een mooie
avond
en we zitten een
beetje met een lege maag.
 
Zaterdag, 10 juni, 2006.

Voorbij Grémecy - Vic sur Seille
 
We staan om 6.00 uur op met prachtig weer en om 7.30 uur lopen we weer. We 
hebben nu een mooie route door bossen en velden.
Gelukkig is het allemaal zandpad.
Ik heb zo'n hekel aan
asfalt. Soms hebben we een vet modderpad en ik ben blij dat we
sinds
Luxemburg met stokken zijn gaan lopen, want anders zijn sommige paden niet te
doen. Helaas is er in Salonnes geen café meer.
We maken koffie op het gras bij de dorpspomp met bronwater. Na een heel mooi 
hellingbos komen we om 11.30 uur al aan in
Vic-sur-Seille. Eerst nemen we een biertje
op een terrasje. Het sist er in. Het is ook zo warm. Dan doen we boodschappen
bij de
bakker en daarna in een klein winkeltje van sinkeltje bij een mooie Marokkaanse uit
Quarzazate. Ja, dat kennen wij,
vlak bij de kashba van Ait Bin Hadduh, waar vele films
zijn
opgenomen.

We hebben weer iets te eten vanavond.
Dan moeten wij nog anderhalve kilometer
doorlopen aan de andere kant van het dorp naar de camping aan de RD 38 aan
een meertje. Hoera, eindelijk weer een camping met warm water, een fijne douche en
de rust. Het is
camping La Tuilerie ***
Wat een luxe, een halve dag rust. Het is 26 graden en we liggen lekker in de zon. 
Morgen wordt het nog warmer.
Op de camping komen tegen de avond twee broers
aan. Ze doen samen de GR 5, één week
per jaar. Meer, vinden de vrouwen niet goed.
Eén van de broers heeft een grote tas op zijn
buik hangen – de zak met lekkers –
Zonder die zak met lekkers ging hij niet lopen. (Volgens ons had hij net een ernstige
ziekte overwonnen???)

De kramsvogel zit ook op de camping.
 
Zondag, 11 juni, 2006.

Vic sur Seille - Etang du Villers
 
Om 5.30 uur hebben we een fraaie zonsopkomst. Een grote rode bal in de vallei met 
een wollige mistdeken boven de grond.
Om 7.30 uur zijn we weer op pad. Het wordt heet vandaag. De weg is weer waardeloos. 
Voor 95% asfalt tussen de velden,
zelfs asfalt op een bospad. Bij Assenoncourt rusten
we wat op een picknickbank van een kunstatelier. We drinken er
water, kletsen een half
uurtje en vullen al onze flessen met water. Daarna lopen we door naar
het bos en zoeken
een wildkampeerplaatsje
bij Etang de Villers. Koos stampt eerst rond, om te kijken of er
geen mierennesten zijn of slangen. Dan gaan we eten en tegen de
schemer zetten we de
tent op. Ik vind het wel een beetje eng. We staan pal langs het pad
en verderop staan
twee schiethutten.
Als ze vanavond nu maar niet gaan jagen op wilde zwijnen, want dan
staan we verkeerd. Ook hoop ik dat we morgen vroeg
niet ontdekt worden door vroege
vissers.

We hebben een prachtig kikkerkoortje in de avond.
 
Maandag, 12 juni, 2006.

Etang du Villers - Gondrexange
 
Ik heb slecht geslapen, want ik lag niet rustig. Gelukkig is er niemand langs gekomen en 
de jagers zijn ook niet geweest.
We hebben weer prachtig weer en om 7.45 uur lopen we weer. We hebben een kruipdoor, 
sluipdoor pad door het bos,
waar het pad bijna geheel overgroeid is. We lopen flink
vandaag. In Fribourg vullen we bij twee oude opaatjes onze
watervoorraad bij, want anders
konden we niet verder. Er zijn geen bevoorradingsdorpjes. Alles is uitgestorven hier.
We passeren alleen bossen en vijvers vol met waterlelies. Het lijkt de omgeving van
Oisterwijk wel.
Verder veel modder en muggen. We worden stilaan opgevreten. Daarna lopen we heel 
lang langs het Marne-Rijnkanaal. Het is heet vandaag, 30 graden. Mooi weer is
leuk, maar
zó heet hoeft
voor ons eigenlijk ook niet. Om half twee zijn we al op de camping Les Mouettes
in
Gondrexange.
Lekker douchen, bijkomen
en uitrusten op het gras in de zon. In het kleine
winkeltje kopen we een ijsje en allemaal lekkere dingen.
We verrekken van de honger.
Rijstcrackers en cup-a-soup vullen de maag niet echt.
De twee broers met hun zak lekkers komen er ook kamperen.
 
Dinsdag, 13 juni, 2006.

Gondexange - Abreschviller
 
Om 5.30 uur op. Het wordt weer heet. Om 7.30 uur lopen we de camping af. Het wordt 33 graden 
vandaag. We hebben weer voor
driekwart van de route asfalt. Van Gondrexange tot St. Quirin
asfalt.
Balen. Het komt me de strot uit. Om 10.30 uur is het echt al
zinderend heet. De loopstokken
blijven in het asfalt staan en je moet ze er echt uittrekken.
St. Quirin is een heel erg fraai en
pittoresk
dorp met een kerk met twee grote baroktorens en een echt Silbermann orgel uit 1746!
In Hostellerie La Prieurité
hebben we van 12.00 uur tot 13.30 uur heerlijk gegeten. Salade met
tonijn, rundvlees met groente en frietjes en aardbeien
met ijs toe. Daarna nemen we nog een
grand café. Zo, nu kunnen we er wel weer even tegen.

We gaan nu een heel mooi gebied in. De Vogezen zijn nu echt begonnen. Steile bospaden,
omhoog en omlaag,
die sterk doen denken aan Luxemburg. In Abreschviller vallen we zó op de
camping
Du Moulin, aan de route vanuit de hoogte. Morgen wordt het nòg warmer met onweer,
dus we moeten nòg vroeger gaan lopen.
Op de camping zit een Nederlandse meneer bij de caravan. Zijn vrouw loopt ook de GR 5 met 
een klein rugzakje in haar eentje.
Hij doet de boodschappen, kookt, brengt haar op de route,
haalt haar weer op en brengt overdag de caravan naar de
volgende camping. Ze heet Lottie en
is fysio-
therapeute ergens in de Achterhoek. De twee broers – met de zak met lekkers -komen
ook op deze camping slapen.
 
Woensdag, 14 juni, 2006.

Abreschviller - Col de Donon
 
DE VOGEZEN VOLGENS HET BOEKJE
 
We staan in het donker op en we gaan al lopen om 6.15 uur. Het wordt een zware kluif en het 
is heet. De route is prachtig.
Kleine paadjes door het bos. Veel klimwerk. Door de hitte
verdampen we veel en drinken daarom ook veel. Ik moet veel rusten. Het gaat niet gemakkelijk
vandaag. Halfweg komt Lottie ons voorbij lopen. Een klein rugzakje is nu echt in het voordeel
met zo'n weer. Ik kom haast niet vooruit, lijkt het.

Bij Col d'Engin lopen we vol in de zon.
Het is om af te pijgeren. Volgens het boekje was hier
een bron. Dat zou fijn zijn, want we hebben geen water meer.
Onze arme Paddy heeft ook
zo'n dorst. We kunnen nergens water vinden.
Dan eerst maar eten. Het is al over enen en
we zijn moe. Van dit weer wordt je heel erg moe. We blijven ruim een uur zitten.

Dan kunnen we het pad niet vinden.
Het is hier echt spoorzoeken. We lopen een half uur
verkeerd. Dan maar weer terug. We komen wederom op een plek
waar water zou moeten zijn.
Geen drup.
Dan in godsnaam maar de Col du Donon op zonder water.
Ik ben helemaal af. We krijgen nu een zeer steil klimmend paadje tussen de rotsen. De twee 
broers passeren ons.
In 1 km moeten we 200 m stijgen. Ik vecht me omhoog. Je moet soms
stappen maken van 50 cm hoog.
Bijna niet te doen met zo'n grote rugzak op. Hoe Paddy
omhoog komt is een wonder. Wat een bijzondere bordercollie hebben we toch.
Het gaat heel goed met zijn wond. Hij is dicht en hij heeft gelukkig geen infectie gehad. 
Ondertussen vecht ik me omhoog in
de volle zon. Ik sterf zachtjes. Na "uren" kom ik boven,
helemaal op.

Op de top van Col du Donon (1008 m) staat een
would-be oud “Keltisch” tempeltje. Koos
zit er al te praten met de twee broers. Het uitzicht is zeer heiig.
Onweer in de lucht.
We pauzeren uitgebreid en ik kom weer bij. Maar we blijven erg dorstig. Dan gaan we
naar beneden,
op naar het hotel du Donon. Dat blijkt nog best ver te zijn. We moeten flink
dalen
met grote stappen naar beneden.
Wat een rotcol, die Donon. Er komen twee honden aan die met Paddy willen vechten. 
De arme ziel. Hij loopt zo braaf mee,
heeft ook dorst en is moe. Hij heeft helemaal geen
zin in die honden. Koos maakt ruzie met de eigenaar van de
honden en we lopen verder.
Eindelijk komt het hotel in zicht. Het is heel leuk. Een mengeling
van Frans-Duitse stijl.
Hij heeft ** en is van Logis de France. We ploffen neer op het terras en ze halen als eerste 
een bak water voor ons Padje.
Daarna vier pils voor ons. Ze sissen naar binnen. De twee
broers komen ook aan hompelen. Snakken
ook naar een koud pilsje. Proost.

We krijgen een hele leuke kamer en we duiken direkt onder de douche. Je kon ons
uitwringen.
Daarna krijgen we een heerlijk goed verzorgd diner op het terras buiten aan
de achterkant
van het hotel. Uiteraard met een Elzasser wijntje en een flesje Carola,
heerlijk Elzasser Spa-
water. Naderhand slapen we als ossen in een fijn bed.
Onze Paddy ligt op het matje naast het bed. De Fransen zijn heel hondvriendelijk in hotels 
en restaurants.
Voor het slapen betalen we slechts 62,- euro per nacht voor twee personen
+ hond.
( wij zijn later op de GR 53 hier nog eens teruggeweest en aten toen verrukkelijk wild zwijn). 
 
Donderdag 15 juni, 2006.

Col de Donon - Schirmeck
 
Om 9.00 uur verlaten we weer monter het hotel na een goed ontbijt. We hebben een 
prachtige route met volop
waterstroompjes voor onze Paddy. Rond 11.00 uur staan
we op het station van Schirmeck.
Onze trein gaat pas over twee uur – voor 3 minuten
treinen naar  
Rothau. Dan maar even het dorp in en bij de Match supermarkt een
lekkere
lunch kopen, ook voor ons Paddy. Als we in Rothau op de camping aankomen
komen ze van diverse kanten aangelopen.
Zoveel gelopen? Wat knap. Er staat een Nederlands echtpaar, dat elke dag met auto 
en fietsen naar de GR 5 route rijdt,
de fietsen aan het eindpunt zet, terugrijdt naar het
beginpunt, en
vervolgens een stukje van de route lopen.
Hoe willen die dat gaan doen in de Alpen? Leer toch gewoon met die zak op te lopen, 
dat is veel eenvoudiger.
's Middags sta ik al onze kleding te wassen. Niks rook meer fris. Er zijn mensen, die 
lopen de hele GR 5 in één keer.
Heel knap, heel vermoeiend. Maar ik wil niet drie
maanden met
3 T-shirts en 1 pyama doen. Af en toe frisse spullen aan en eens een
dagje uitrusten, of
sightseeën heeft ook zijn bekoring. Verder herpakken we de
rugzakken voor de volgende
etappe.
 
Vrijdag, 16 juni, 2006.

Schirmeck - Le Hohwald
 
Om 8.00 uur zitten we in de trein naar Schirmeck. Drie minuten later lopen we weer. 
Het beginpad is afgesloten en we kunnen
de route niet vinden. Na veel gezoek en
via een omleiding
komen we uiteindelijk op de juiste route. We lopen langs het
concentratiekamp Struthof.
Nooit van gehoord. Hier zijn 30.000 mensen omgekomen,
daar wordt je niet vrolijk van.
We lopen helemaal boven langs de rand van het werkkamp.
De mensen die hier moesten
werken in de zilvermijnen kregen geen salaris en nauwelijks
te eten. Als ze dood omvielen, kwam de
volgende werkploeg. Je kunt je zoiets niet
voorstellen.
Wat we ons ook nauwelijks kunnen voorstellen is het feit dat de hele parkeerplaats vol 
Duitse bussen staat met Duitse zestig
plussers die hier komen kijken als uitstapje....
Je wordt hier niet goed van.
Struthof maakt diepe indruk op ons en het blijft nog lang
in onze hoofden hangen als we
lopen.

De route is overigens weer heel erg mooi, maar zwaar. 750 m omhoog, 500 m omlaag
en zo 25 km lang. Om 13.00 uur zijn we op 1000 m, daarna zakken we weer 200 m en
dan
stijgen we weer tot 1075 m.
We komen door prachtige beukebossen met steile hellingen en kleine paadjes. 
beukenbos
Op cruciale punten is de route slecht aangegeven en dan wordt het weer spoorzoeken. 
Dat kost veel tijd en energie. 
Weer een half uur verkeerd gelopen. Balen. Uiteindelijk
komen we om 17.30 uur aan op
camping “Le Hohwald”, midden in het bos.
Ik ben wederom compleet kapot. De afstanden zijn me iets te groot en dus te zwaar met 
het warme weer en de grote rugzak. 
Helaas liggen de campings nogal ver uit elkaar,
dus
het is niet anders.
 
Zaterdag 17 juni, 2006.

Le Hohwald - Barr
 
Ik heb slecht geslapen. De hele nacht heeft een hond het wild lopen opjagen in het bos.
Om 6 uur zijn we weer op.
Om 7.45 uur lopen we weer. Wederom hebben we een zeer fraaie route. Eerst gaan we
door Le Hohwald, het is een zeer Duits
aandoend kitscherig toeristisch plaatsje. Daarna
gaan we via smalle bospaadjes redelijk omhoog. Vlak voor Mont St. Odile
komen we
een clubje Zweden tegen op de fiets. Even gezellig staan babbelen.
De Mont St. Odile is
een mooi klooster met een
gouwe en een blauwe mosaïk kapel. Enige jaren geleden is
hier bij Maennelstein op de heuvel een vliegtuig neergestort in
dichte mist. 200 doden,
weet ik nog wel van het nieuws.

Nu stikt het van de bussen vol bejaarden, die een groepsuitstapje doen.
Je zou hier een
fraai uitzicht kunnen hebben, als het er niet zo heiig was. Daarna lopen we
door een mooi
bos alsmaar naar
beneden naar Barr. Het is best wel aangenaam in de bossen met die
hitte. Net vóór Barr lopen we tussen de wijnvelden.
Hier is het zinderend heet. We zijn om
15.15 uur al bij het station. Dat is boffen. We kunnen met de trein van 15.46 uur
naar
Schirmeck. Om 17.10 uur zijn we weer in Rothau. Geen slechte verbindingen hier.
Ze hebben hier zelfs supertreinen in de vorm van een riante, wat verlengde bus. Ik zou
willen dat ze zoiets ook in Nederland hadden.

We zijn moe.
We liggen al vóór 22.00 uur in bed.
 
Zondag, 18 juni, 2006. Rustdag
 
We hebben een rustdag vandaag. 's Morgens een meegebrachte, oude krant lezen en 
daarna rijden we naar Le Hohwald met
de auto.

Het enige probleem van de Vogezen is het feit dat je nergens op zondag boodschappen
kunt doen. Heel on-Frans,
maar het komt door de grote invloed van Duitsland en het is
zelfs bij wet zo geregeld.
We wisten van het lopen dat Le Hohwald een terrasje had bij
de bakker, met een klein winkeltje, die wèl op zondag open is. We kopen melk, yoghurt,
bier en wijn. Ook eten
we een ijsje op het terras en nemen een grand café. 's Middags
verkassen we de caravan naar Ribeauvillé. Het is een supercamping,
zeer verzorgd en
schoon,
een municipal “Pierre de Coubertin”, langs de Rue de Landau. Hij ligt aan de
oostkant van het stadje,
ongeveer twee en een halve km van de GR 5.
Ribeauvillé vinden wij het leukste stadje van de Elzas.
Eerst de boel installeren en dan per auto Ribeauvillé Gare zoeken, het stationnetje 
ligt ongeveer 4 km ten oosten van het stadje
in de velden. Bij een mevrouw die daar in
de buurt woont, regelen we dat
we daar de auto ongeveer drie dagen binnen de poort
mogen parkeren.
Dat is veiliger dan de auto in the middle of nowhere achterlaten bij
dat stationsgebouwtje, waar maar
een enkele keer per dag een trein stopt.

Het is verzengend heet. We hebben de moed niet om te gaan lopen naar het dorp,
maar we gaan
heel lui met de auto. We gaan gezellig eten bij een restaurantje met
een binnenplaatsje aan de
achterkant. Tja, boodschappen konden we niet echt
doen vandaag. Alles dicht. Ik griezel van de andere gasten die de specialiteit van de
streek bestellen: stamppot zuurkool met spek,
worst en varkenspoot. En dat met
35 graden!! Gelukkig hebben ze ook andere dingen op de
menukaart. Een heerlijke
Elzasser
Pinot Gris erbij en een flesje Carola water. We genieten van de zwoele avond.
 
Maandag, 19 juni, 2006.

Barr - St. Pierre Bois (van de route af)
 
Het is vandaag bewolkt, maar de temperatuur is goed. We staan weer klerevroeg op 
om met de trein van 7.10 uur (de enige) uit
Ribeauvillé-Gare te vertrekken.
Na 5 minuten moeten we overstappen
in Sélestat en vervolgens treinen we naar Barr.
De treinen kloppen allemaal perfekt. Zodra we uitstappen in Barr, begint het te onweren 
(7.45 uur!!). Het onweer is ook vroeg
opgestaan vandaag. We schuilen ergens onder
een groot afdak. Na een half uurtje wordt het weer droog en zoeken we de route.
Zodra we hem gevonden hebben lopen we via de route weer terug tot halfweg Barr en
gaan dus uiteindelijk met een uur vertraging
op pad.

Barr is een fraai
Elzasser plaatsje met veel vakwerkhuizen. Het is na de onweersbui
iets afgekoeld, maar de zon
komt alweer terug. We lopen door de wijnvelden en om
10.00 uur drinken we koffie in Andlau.
Wat een luxe, zo op de route.
We hoeven er niet eens voor om te lopen. Ook Anlau is een fraai plaatsje. Daarna 
duiken we het bos weer in. We moeten 700 m
stijgen en lopen naar de Ungersberg.
Bovenop horen we weer onweersdreunen.
Dan maar weer zo vlot mogelijk afdalen.
Het valt niet mee, het is een steil pad. We hebben geluk met het onweer, het gaat 
ergens anders naar toe.
Om 16.00 uur verlaten we de route voor een boerecamping in St.Pierre Bois. Het is 
4 km lopen over het asfalt.

(Dit zouden we geen tweede keer meer doen, maar gewoon ergens wild gaan staan).
De boer heeft geen warme douche. Balen. Daar lopen we nu zo'n eind voor om!!!
Hij verkoopt
wèl melk en yoghurt. Het is weer stikheet en benauwd. Om 17.00 uur
zetten
we de tent op bij de boer en we gaan vlug eten koken. Bij de koffie...pats,
weer een onweersbui met flink wat regen.
Tot 20.00 uur verplicht in de tent en dan is het weer schitterend weer. Kunnen we 
nog even een rondje lopen met de hond.
 
Dinsdag, 20 juni, 2006.

St. Pierre Bois - bij Haut Königsbourg
 
Om 8.00 uur lopen we de 4 km weer retour over het asfalt en pakken we de route 
weer op. Het is vanmorgen iets minder
warm en de zon is er niet de hele tijd. Er
vliegen wel veel
kwaaie beesten in het bos. Het barst van de horzels.
We hebben zowiezo weer heel veel bos vandaag. Veel mooie paden, vaak 
afgewisseld met bospaden voor houtafvoer.
We zijn al om 12.00 uur in Châtenois. Dit is een heel aardig Elzasser stadje. 
Ze hebben daar ook een heel leuk restaurantje
met een binnenplaatsje, midden
in het stadje aan je linkerhand.
We nemen allebei het dagmenue met kaassoufflé,
biefstuk met
echt lekkere frietjes, sla, en ijs toe. Daarbij een fles Carola groen en
uitgeperst citroensap. Heerlijk. We hadden echt
honger en we smullen ervan.
De heer bedient, de vrouw staat in de keuken. De prijs is
10,- per persoon.
Ongelooflijk. Ik raad het
jullie zeer aan: “Aux quatre Saisons” 71, Rue du Maréchal
Foch
met Elzasser en Portugese specialiteiten.
We blijven tot 14.00 uur zitten. We zitten zo gezellig. Daarna vullen we onze flessen 
met water en lopen we weer verder
in de heuvels en de bossen. Langzaam en op
het gemak. Tussen 17.00 uur en 19.00 uur zitten
we op een bankje aan de bosrand
voorbij een apepark en eten onze avondhap. De politie
rijdt rond en kijkt argwanend
of we gaan kamperen.
Nee, dat doen we niet aan de weg, we kijken wel link uit. We zitten wel aan de voet 
van de Haut Königsbourg, maar we
vinden een wildkampeerplaatsje op een
doodlopend bospad, waar niemand ons kan zien.
We worden wel opgevreten
door de muggen, maar dat hoort er bij. Ik krijg weer een onrustige nacht, maar dat
heb ik eigenlijk altijd met wildkamperen.
Bang dat er een mountainbiker langs komt,
of een verdwaalde wandelaar of zo en dat je dan ontdekt wordt.
Bang voor wilde zwijnen en zo met ons Padje in de tent. Ik houd niet van al die 
beesten in het pikdonker 's nachts.
 
Woensdag 21 juni, 2006.

Haut Königsbourg - Ribeauvillé
 
Hoera, het wordt licht om 5.30 uur, de nacht is voorbij en het is rustig gebleven. 
Het is niet zonnig, maar verder hebben niet
te klagen. Om 7.15 uur lopen we weer.
Het is flink klimmen naar Haut Königsbourg.
Het is rond de 22 graden, maar met
een luchtvochtigheid van 99% valt het niet mee. We zweten behoorlijk en ruiken
onszelf. Verdorie we lopen achter een
hotel-restaurant langs bij Haut Königsbourg!
Hadden we dàt geweten, dan hadden we natuurlijk liever
hier gelegen voor 43,-
euro per nacht. Waarom staat dit nu niet met naam en toenaam in het boekje??
U bent gewaarschuwd: hier slapen ligt vast veel rustiger.

2016. Helaas het hotel blijkt niet meer te bestaan.
Andere oplossing zoeken dus.
 
Wat een groot ding is dat, Haut Königsbourg. Dat moeten we naderhand maar 
eens gaan
bezichtigen met de auto en Paddy in de caravan een paar uur
achterlaten.
We lopen nu op fraaie paden in het bos, nu weer afdalend tot Tannenkirch. Hier 
drinken we koffie op een terras.
De zon is er weer. Het blijft benauwd en klef. Weer onweersdreiging. Na 
Tannenkirch gaan we weer klimmen door het bos.
Dan krijgen we een lange weg
vals plat.
Daarna lopen we langs drie ruïnes bij Ribeauvillé, gevolgd door een zeer
steile en
moeilijke afdaling naar het stadje. We komen er om 12.15 uur aan en alle
winkels zijn dicht tot 15.00 uur.
We gaan een broodjeszaak, annex bakker binnen. We nemen tarte flambé aux 
chèvre. Lekker, het is een soort pizza,
maar dan veel lichter, met geitenkaas.
Daarna lopen we door
naar de camping waar we om 14.00 uur arriveren.
We zijn doodop, vermagerd en uitgelopen voor deze keer. De hitte heeft ons zeker 
gesloopt. We nemen een frisse douche
en gaan onze auto halen bij het stationnetje
bijna een uur lopen verderop. Daarna doen we boodschappen
en kopen weer vlees,
verse groenten, vers fruit, melk en yoghurt. En natuurlijk een lekkere Pinot Gris en
ook nog een paar voor thuis.
We bellen Claude en Christine bij Besançon of we vrijdag langs kunnen komen. 
We kopen ook voor hun een kadootje.
In Ribeauvillé zitten twee nesten met ooievaars op de daken met jongen. Het echtpaar 
ooievaar loopt ook over de camping
op zoek naar stukjes barbecue vlees. Ze zijn
totaal niet
bang voor de hond en Paddy reageert ook niet op ze. Hij slaapt.
En wat staat daar op de camping bij het bloc sanitair? De Kip Compact van Lottie 
en haar
man. Da's sterk.
Dan 's avonds maar even bijbabbelen onder het genot van een wijntje.
 
Donderdag, 21 juni, 2006. Toeristische dag
 
We hangen de toerist uit. Haut Königsburg is geweldig. De Duitsers hebben het 
voor de oorlog voor veel geld weer
gerestaureerd en opgeknapt. Na de oorlog is
het Frans bezit
en die heffen nu entree – van de Duitsers – die het komen bezichtigen.
Dubbel genaaid,
noemen we dat. Fraaie situatie, we kunnen er wel om lachen.
Als je de gelegenheid hebt, moet je dit beslist gaan zien.
 
 
b. Van Ribeauvillé tot aan Nommay – van 3 september t/m 14 september, 2006.
 
Ribeauvillé – Thann 3-9-06 tot/met 8-9-06
Thann – Evrette Salbert 11-9-06 tot/met 13-9-06
Evrette S. – Nommay dagtocht 14-9-06.
  
Zondag, 3 september, 2006.

Ribeauvillé - Aubure
 
Gisteren hebben we de caravan gezet in Cernay bij Vieux Thann. Het is toch 600 km van 
huis, de afstanden worden steeds groter.
Vanmorgen zijn we met de trein van 10.30 uur via Mulhouse naar Ribeauvillé gereisd. Dat 
was de enige mogelijkheid vandaag.
We hebben maar 5 minuten overstaptijd in Colmar,
maar dat gaat goed gelukkig. Eerst moeten we ruim een uur lopen vanaf het
station van
Ribeauvillé naar het stadje Ribeauvillé, terug op de route waren we gebleven
waren op
21 juni.
Er is groot feest in het dorp. Een soort rattenvanger van Hamelenfeest met muziekkapellen 
met veel piccolo's,
een Middeleeuwse optocht en veel mensen. Overal staan lange, gedekte
tafels met etende mensen. Alle terrassen zitten vol.
Een soort Brabantse dag dus, maar dan
in de Elzas. Hartstikke leuk, moeten we misschien een ander jaar eens meemaken
,maar wij
hadden nu gepland om de GR 5 te gaan lopen. Dus tant pis – pech gehad. 
Pfifferdaj optocht Ribbeauvillé
Pfifferdaj is op de eerste zondag van september
Voor ons dus geen koffiedrinken hier. We kunnen met die grote rugzak nergens heen. 
Jammer, want het is hier best gezellig. Het valt niet mee om tegen de stroom in en
langs
de optocht dwars over naar onze route te lopen. Iedereen houdt ons tegen en
we moeten ergens buiten het dorp om lopen.
Maar dat willen we niet, dan kunnen
we onze route nooit vinden.
Dus toch maar stoicijns doorlopen. Gelukkig maar, want
aan
het eind van het dorp gaat de route meteen met een smal paadje omhoog.

We hebben vandaag weer een prachtige route
door het bos. Soms is er een
uitzichtspunt en verder veel geklim. We zijn nog niet helemaal in vorm.
Het gaat
nogal moeizaam.
Om 18.30 uur komen we aan op de camping van Aubure, een kleine, charmante 
boscamping “Les Acacias”.
Een vriendelijke vent in de receptie geeft alle
randonneurs – GR 5 lopers – 5% korting. Wij zetten onze tent op vlak bij een abri =
een afdak, wat niet onverstandig is met al die zwarte regenluchten om ons heen.
Er zit echter
zoveel vaart in dat er nauwelijks iets uit valt. Verder hadden we de hele
dag zon en wolken,
steeds droog en een aangename temperatuur. Maar vanavond
lijkt het ineens herfst met storm.
 
Maandag, 4 september, 2006.

Aubure - Bonhomme
 
Ik heb vannacht slecht geslapen. Het ging flink te keer met de storm en af en toe 
regen. Vanochtend kunnen we toch droog
ontbijten buiten. Het is wel flink kouder
en er staat
meer wind. Gelukkig blijft het de hele dag droog.
We lopen de hele dag in de bossen tot aan Bonhomme. Hier zoeken we ons 
wezenloos naar de route en de camping rural –
de boerencamping. Uiteindelijk
hebben we het pad gevonden. Keisteil recht omhoog. De
bordjes en markeringen
waren
verdwenen vanwege wegwerkzaamheden. We zitten ondanks de pikzwarte
luchten nog steeds buiten. Wel met een trui aan
en een windstopper. Op maandag
zijn de winkels dicht in Bonhomme. Dat is pech. Camping Les Myrtilles ligt
tegen
een steile
helling met even klimmen naar het bloc sanitair waar van alles twee is.
Wij zijn de enige klant. We eten noodrantsoen.
 
Dinsdag, 5 september, 2006.

Bonhomme - Col de la Schlucht
 
Verdorie, al weer slecht geslapen. De hele nacht dendert er zwaar verkeer door 
het dorp beneden ons. Bonhomme is ook
twee kerkklokken rijk die elk kwartier
3 x luiden. Om gek
van te worden. Koos tukkert gewoon door alle klokken heen.
Hij wel.

De boerecamping is niet
duur voor 8 euro en hij is heel schoon. Gelukkig hebben
we vanmorgen stralend weer en
een staalblauwe lucht, ondanks de storm van
vannacht.

We hebben een prachtig pad vandaag. Veel steile klimmen, afgewisseld met bos
en hoogveen
met heide. Ook vele fraaie vergezichten. Soms moeilijke paden met
veel hotsknots keien
en grote stappen. Je moet voortdurend opletten, om je enkels
niet te verstuiken.
Acheraf gezien hadden we bij punt 82 in het boekje beter de
GR 532 kunnen nemen,
gemarkeerd met een geel blokje, want we denken dat die
veel mooier is en
je komt toch weer op hetzelfde punt uit. Dan loop je mooi
bovenover tot punt 83. Dan sta je op Col du
Calvaire du Lac Blanc (1144 m).
Hier kan je in de refuge du Blancrupt een prima salade eten.
We nemen ook nog
een ijscoupe. We zitten op een
heerlijk terras in het zonnetje. Het is goed weer
vandaag. Af en toe wat wolkenvelden, maar ook veel zon.
Het pad is lang vandaag. Steeds maar heuvel op en heuvel af. We komen om 
18.30 uur kapot aan op Col de la Schlucht.
We hebben ruim 10 uur gelopen en ik
heb het wel gehad. Ook ons Padje is helemaal af.
Ze hebben op Col de la Schlucht
twee hotelletjes, maar de ene is vol, dus blijft de andere over. Het is hotel Tetras.
Niet duur, wel oud. We hebben een
matig diner, maar de tarte aux myrtilles –
bosbessenvlaai, maakt veel goed, want die is verrukkelijk. Het hotelletje is een
beetje verlopen. De douche functioneert niet. Het licht op de gang ook niet.
Maar geen nood,
we hebben tenslotte een hoofdlamp bij en verder op de gang
ontdekt Koos een badkamer,
waar de douche het wel doet. Er zit geen gordijn voor
het raam. Nou jammer dan. Plotseling is er een dikke mist op de Col.
We liggen fijn binnen in een lekker bed in dit geval.
 
Woensdag, 6 september, 2006.

Col de la Schlucht - Mittlach
 
We hebben prachtig weer. We lopen pas om 9.15 uur. Eerder kon niet i.v.m. het 
ontbijt en het afrekenen. Ze hadden
geen personeel, of ze waren op vakantie, in
ieder geval werkte het niet
zoals het zou moeten.

We hebben een schitterende tocht. Eerst moeten we klimmen naar Le Honeck.
Daar drinken we op het gemak koffie in de refuge les Trois Fours,
omdat er buiten
een koude wind staat. We zitten nu op 1363 m met een wijds uitzicht. Daarna wordt
het weer spoorzoeken
naar de route. Vervolgens dalen we zeer steil af naar
Lac du Schiessrothried
en het Lac du Fischboedle.
Dit is veruit het mooiste stuk van de Vogezen. Wij hebben hier vroeger met de 
kinderen in dagtochten gelopen.
Voor ons een feest van herkenning en zo mooi.
Wat is het hier toch prachtig. We gaan hier op een boomstam picknicken.
Daarna dalen we helemaal af naar Mittlach. Een prachtig stuk, maar moeilijk. 
Steile paden, gladde boomwortels en
glad door de waterstroompjes. Ook veel
puinhellingen met ongelijke keien.
Het valt niet mee met die grote rugzak op.
Het gewicht van de rugzak duwt goed door op de knieën. Je breekt je nek op
die paden, maar het is zo mooi.
Overal zijn zijn kleine waterstroompjes tussen de rotsen en hier heb je zeer fraaie 
bossen. In Mittlach is alles dicht
tot 16.00 uur, dat is dus de kroeg en een minuscule
Coop supermarkt.
We lopen 3 km verder over het asfalt – vals plat omhoog –
bij 30 graden voor camping
municipal “Langenwasen”. We zetten onze tent op
op een heerlijk stekje.
Nu nog boodschappen doen anders valt er niets te eten vanavond. Ik vraag een 
Franse mevrouw of ze nog boodschappen
moet doen en of ik dan even mee
mag rijden. Ze is zo aardig om mij even naar de winkel te rijden om 17.00 uur.
Nu kan ik van alles kopen: hondevoer, melk, yoghurt, fruit, groente , vlees en
brood. Geweldig. Ook nog een Pinot Gris, onze Elzasser favoriet (= wijn) en
zo kunnen we er wel
weer tegen. Wat is het leven weer mooi.
 
Donderdag, 7 september, 2006

Mittlach - Grand Ballon
 
Alles is zeiknat vanmorgen. Wat een vocht hier in het dal. Alles zit onder de 
dauw. Om half negen is alles weer ingepakt en
gaan we weer op pad. We
moeten via een geel kruis weer naar het rode blokje. We moeten rechtstandig
door het bos
naar boven. Ongeveer 600 m stijgen over 3 km. Er zitten echt
steile stukken tussen. Het wordt meer klimmen dan wandelen,
maar het is
hier wel erg mooi. We klauteren langs een waterval omhoog. Is dit wel het
goeie pad?? Soms raak ik bijna mijn
evenwicht kwijt met die zak op en
achterover klappen geeft nare gevolgen. Hier en daar zijn
glibberige stenen
door de vocht.
Boven komen we uit op een paardenwei. De paarden staan gelukkig wat 
verderop en zien Paddy niet. Ze blijven waar ze zijn.
Ik ben een beetje bang
van paarden. Hoera, we zijn de pikdraadjes over en lopen nu over een
aangenaam pad op de crête
(= kam). Hier kan je even kilometers maken.
Het is iets omhoog en iets omlaag in de bossen tussen de bosbessen.
Heel mooi, heel aangenaam. Wel ver. In Markstein drinken we koffie in een 
leuke uitspanning met een glazen koepel.
We nemen er een heerlijk stuk
myrtille vlaai bij.
Daar kunnen we wel weer een eindje op lopen. Het is
jammer dat we
wat beperkt uitzicht hebben vanwege de mist en de
laaghangende wolken. Toch hebben we ook regelmatig even de zon.
In Le Haag drinken we een colaatje op de houten picknickbank buiten. 
Daarna gaan we tussen de koeien door aan de laatste
200 m omhoog
beginnen naar de Grand Ballon op 1424 m, het
hoogste punt van de
Vogezenroute.
We komen boven bij een
weerstation met koepel. Het zit
erop.
We hebben nog nèt geen bui. Wel hangen overal vette
onweerswolken.
We dalen licht af naar Hotel du Grand Ballon, waar we om 17.00 uur aan-
komen. Het is een prima hotel. We krijgen een leuk
zolderkamertje met
dakkapel en badkamertje. Hond geen enkel bezwaar. Eerst lekker douchen
en dan even in de leeskamer wat leuke boekjes lezen.
Koos vindt iets over de geschiedenis van de Elzas en ik heb een heel
grappig boekje over tafelmanieren.
Daarna hebben we een prima diner met uiteraard een pinot gris. Als we 
terug zijn op onze kamer, begint het overal om ons heen te
onweren.
Geeft niet. We liggen binnen en de koepel boven heeft vast wel een
bliksem-afleider. Paddy is bang van onweer,
maar ligt weer op een matje
naast ons bed. Lekker veilig bij de baas. Nu lekker slapen.
Morgen moeten we 1100 m afdalen naar Thann.
 
Vrijdag, 8 september, 2006.

Grand Ballon - Thann
 
Overal om ons heen is het potje peren. Er hangt een dikke mist. Als Koos 
vroeg de hond gaat uitlaten, kan hij nauwelijks zien
waar hij loopt. Na het
ontbijt beginnen we meteen met spoorzoeken. We kunnen het juiste pad
niet vinden en het is ijskoud.
Zoek maar eens de markeringen in de dikke mist. Niets. Min of meer op 
de tast dalen we af. Om elf uur wordt het stralend weer.
Het blijft wel koud
en er staat nu een straffe wind. Wederom hebben we
weer een magnifiek
pad. We lopen veel door hellingbossen.
Het is niet louter dalen, af en toe moeten we ook weer 200 m stijgen, bijv. 
naar Silberloch en Molkenrain, 1100 m. Valt dàt
even tegen. Het is een lange,
lange weg tot Thann. Hier nemen we de trein naar Cernay en
om 16.30 uur
lopen wij weer op
de camping. Dat valt achteraf toch niet tegen.

Ik ben wel
erg moe. Morgen nemen we een rustdag en daar ben ik wel blij
mee.
Nu doen we nog even wat boodschappen met de auto bij Le Clerc
en eten buiten in de laatste zonnestalen.
Vanavond slapen we weer riant in de caravan.
 
Zaterdag, 9 september, 2006.
 
Onze Paddy is jarig. Hij is negen jaar vandaag. We hebben prachtig weer. 
Eerst gaan we nog even per auto over de
Route des Crêtes naar de Grand
Ballon. We moeten even kijken wat we gisteren
niet konden zien in de mist.
Een fraai uitzicht vanaf de Grand Ballon. Dat wilden we niet missen.

Als je de GR 5 doet, moet je hem ook in alle facetten zien en beleven, vinden
wij.
Daarna rijden we naar Vieux Thann. Dat valt tegen. Barr, Andlau, Châtenois
en Ribeauvillé
zijn vele malen mooier. We gaan terug naar de camping in
Cernay
en verkassen onze caravan naar de camping in Belfort, L'Etang des
Forges. Deze *** camping
is een stuk mooier.

's Middags gaan we te voet naar het Château/Citadelle en bekijken de
prachtige leeuw van Bertholi.
Hij is 11 m hoog en 22 m lang en hij staat daar
sinds 1880.
Onze “toutou” alsacien. Ons Fikkie dus. Zeer imposant.
Ook bekijken we de oude stad en pikken een terrasje.
Belfort is lang een semi-zelfstandig gebied geweest en was het laatste 
arrondissement van Frankrijk, vandaar nummer 90.
We zoeken het station
en lopen
dwars door de fraaie en heel mooie stad terug naar de camping.
Tegen 17.00 uur zijn we weer bij de caravan. Rustdag???
 
 
Zondag, 10 september, 2006. Toeristische dag
 
We gaan nog even sightseeën vandaag. We rijden naar het Peugeotmuseum in 
Socheaux.
We zijn al 30 jaar verstokte
Peugeotrijders en we zijn nu tòch in de buurt.
Het museum
is in één woord schitterend. Niet alleen alle auto's van Peugeot,
maar ook fietsen, bromfietsen, moterfietsen, zagen, landbouwwerktuigen,
koffiemolens, naaimachines, pepermolens, en
wapens zijn aanwezig. Peugeot heeft
het allemaal
gemaakt. Ook de aankleding is uniek. In Jugendstil.
Het oude fabriekje ook, met prachtige mosaïken en gietijzeren markthalconstructies,
zoals van Les Halles in Parijs indertijd, of het station van Den Bosch.
Er hangen
hele mooie oude affiches en oude foto's van het straatbeeld in Parijs rond
1900.
Er zijn videopresentaties en filmpjes. Een heel compleet museum en helemaal
niet saai.
Een echte aanrader.
 
Maandag, 11 september, 2006. 

Thann - vóór Rouge Gazon
 
We staan om 5.45 uur op. Het is nog stikke donker. Dat is het nadeel van lopen in 
september ten opzichte van mei of juni:
het is laat licht en vroeg donker, dus je dag
is aanzienlijk korter.
Om 7.00 uur lopen we dwars door de stad naar het station.
Shit. Ze hebben een treinstaking. Onze trein van 8.10 uur wordt een stoptrein en 
vertrekt een kwartier te laat en komt pas
om kwart over negen aan in Mulhouse.
Onze aansluiting naar Thann ging om 8.48 uur en de
volgende gaat om 11.03 uur.
Balen. Maar....... wat schetst onze verbazing: de trein naar Thann staat nog op ons
te wachten!!!! Ze laten schoolkinderen
in de trein een half uur wachten op een paar
buitenlandse lopers, die de hele dag aan hun zelf hebben. Niet te
geloven, het is
echt waar.
Wij zijn hier uiteraard zeer blij mee. Dat is nog eens service voor
de toerist.!!! Wat boffen wij toch. Aardige Fransen.
Om 10.00 uur gaan we lopen. Bos, bos, bos, bos. Niets als bos en vals plat. 
Je wordt er ziek van. Ergens dreigt nog
een onweersbui, maar we krijgen hem niet,
gelukkig. En maar omhoog lopen. Dat staat helemaal niet in het boekje,
maar dit
traject valt flink tegen.
Normaliter ben ik gek op hellingbossen, maar ik kan nu geen
hellingbos meer zien.
Ik had me er zo op verheugd om vanavond te slapen in de
Ferme-auberge van Rouge Gazon. We hebben
er ooit met de kinderen koffie
gedronken tijdens een dagtocht.
Maar helaas, we kunnen Rouge Gazon niet halen.

Om 18.30 uur,
als we na al die kleine bospaadjes van de hellingbossen eindelijk
een stukje gras zien, nèt het bos uit,
gaan we wildkamperen. Het begint al donker
te worden en ik ben helemaal kapot. Is de GR 5 nog leuk??
We hebben nog een heel klein beetje water en delen dat met ons Paddy. 
Geen koffie toe, na het noodrantsoen. Geen water meer.
 
Dinsdag, 12 september, 2006

Rouge Gazon - Giromagny
 
We hadden vannacht een lekker stil plekje op een bergje op 1100 m hoogte. 
Er waren wel heel erg veel vliegen.
Om 8.15 uur lopen we weer. Zonder water. Ook de hond niet. Heel erg blij 
zijn we als we na een half uur lopen
een bordje met “source” zien. Gelukkig.
We
kunnen drinken, onze flessen vullen en ons wassen. Wat een bof, anders
hadden we toch wel een groot probleem gekregen.

We lopen nu over een mooie, smalle weg rondom
Lac des Perches. Soms
hebben we een moeilijke passage. Het meer ligt diep onder ons.
Verder lopen we door afwisselend bos, heide en weide. Omhoog en omlaag,
heel aardig. Vervolgens krijgen we
een hele steile klim naar de Ballon d'Alsace.
In het boekje staat dat dit hier heel erg lastig wordt
als er nog sneeuw ligt.
Daar kan ik me alles bij voorstellen. Om 12.00 uur zijn we al boven.
We gaan
op een bankje heerlijk
in de zon picknicken en genieten van het uitzicht.
Boven
ons zoeft een parapante (valschermspringer) van de helling af.
Een fraaie sport, als je dat durft. Daarna gaan we naar beneden. Soms hebben
we behoorlijk steile hellingen.
We lopen ook weer door heel veel bos. Om 16.45 uur komen we aan op de 
camping in Giromagny.
Le paradis des Loups”. Hij ligt midden in het dorp.
Heel handig voor de boodschappen.
Ik ben best wel weer moe. Als we aan het koken zijn voor de tent, komt er 
een jonge Belg aanlopen.
Hoe is het mogelijk dat wij met van die grote zakken
op lopen en hij kan het niet? Kom maar terug met je rugzak nà
het eten.
Hij heeft een goede rugzak, maar hij zit verkeerd op zijn rug. Wij beginnen
de
bandjes te stellen. Het zit al beter. We geven hem de nodige tips.
Niet meteen de Ballon
d'Alsace op lopen en even vlot naar het Meer van
Genève gaan.
Oefenrondjes doen in de Ardennen en dan lopen in
Luxemburg en het zo opbouwen. Ja, ja, hij begrijpt het, hij ziet in dat hij
zo niet verder kan. Succes, jongen en vooral aan de GR 5 beginnen,
maar wel doucement.
 
Woensdag, 13 september, 2006.

Giromagny - Belfort
 
Vanaf Giromagny loop je zowat plat naar Evrette Salbert. Daar lopen we 
van de GR 5 af naar Valdoie en daarna gaan we
met de bus naar de
camping van Belfort. Om 13.00 uur komen we
op de camping aan.
We houden rust. Ik heb mijn energie
opgesoupeerd. Ik heb voortdurend
een energiegebrek. Hier moet ik iets aan gaan doen voor de volgende
etappe in de Jura.
Zo gaat dat niet lukken.

Ons Padje is ook zo moe. De artrose speelt hem parten.
 
Donderdag, 14 september, 2006. Dagtocht

Evrette Salbert - Nommay
 
Het is zwaar bewolkt. We doen vandaag een dagetappe met lichte rugzak. 
Eerst nemen we vanaf de camping de bus terug
naar Valdoie. Dan lopen
we weer omhoog naar Evette Salbert.
We hebben geen bijzonder uitzicht.
Alles is soep.
Het is echt heel erg nevelig. Met helder weer zouden we mooi
naar Zwitserland kunnen kijken, maar dat zit er niet in.
Het Fort van Salbert is ook niet echt spannend. Even moeten we puzzelen, 
maar dan vinden we het pad weer. We lopen flink.
Na het fort is het pad
weer redelijk plat. In Brévilliers
drinken we koffie.

's Middags rusten we wat vaker. Paddy heeft de pijp uit
en is erg moe.
Om 16.00 uur pakken we bus 5 in Nommay naar Montbéliard, en daarna
de trein naar
Belfort. We hebben een prima aansluiting op deze tijd.
Dat is boffen. Daarna moeten we nog drie kwartier door de stad naar de
camping lopen. Onze arme Paddy
kan niet meer.
Wij zijn nog
redelijk fit, want zonder zware rugzak is het lopen niet zo moeilijk.

Met het oog op de hond
besluiten we te stoppen. We gaan nu niet meer aan
de Jura beginnen. Het boekje van de
Vogezen is uit. Volgend jaar gaan we
verder,
maar we moeten eerst goed uitvlooien hoe het hier zit met de bussen
en de treinen.
 
Vrijdag, 15 september, 2006.
 
Het regent zachtjes. We rijden met de auto naar St. Hippolyte. Openbaar 
vervoer is hier heel moeilijk.
Eenmaal 's morgens om 6 uur.
Dus volgend jaar hier geen caravan parkeren. Dat wordt nog een puzzel. 
De Jura langs de Zwitserse grens is zowat geheel verstoken
van het
openbaar vervoer.


Het is hier nat. De wolken hangen tot op de grond.
Terug bij de tent bellen
we Christel.
Theo is gisteren overleden. Onze arme buurman. De lol is eraf.
We gaan morgen naar huis.
 
 
`s Middags is het gelukkig droog. We gaan naar Ronchamp, naar de kapel van 
Le Corbusier.
Hij ligt prachtig boven op een heuvel.
Hij is al 60 jaar oud en toch zo
hypermodern. Prachtig gebouwd als een enorme paddestoel en geen muur is er
recht.
Hij is bijna zo groot als het Evoluon en zo bijzonder. Zowel van buiten als van
binnen.
Wat knap dat iemand zoiets kan bedenken en bouwen. Ik ben heel blij dat
ik dit gezien heb.
Arme Theo, het blijft in je hoofd spoken.