Inleiding GR 52

GR 52
De GR 52 is een aftakking van de GR 5.
Hij loopt van St. Dalmas de Valdeblore door het Parc de Mercantour
naar Menton. 
Hardnekkig blijft het gerucht dat de GR 52 mooier zou zijn dan de 
GR 5. Dit is grote onzin.

Waarom zou je de GR 52 moeten doen:
1. Omdat je een flinke lichamelijke prestatie zoekt.
2. Omdat je moeilijke paden een uitdaging vindt.
3. Omdat je van ruig en desolaat terrein houdt met veel blokken-
velden.

4. Omdat je grote afstanden over moeilijk terrein makkelijk aankan.

De GR 52 ligt in een gebied waar het niet altijd fraai weer is, ondanks 
het feit dat het zo zuidelijk ligt. Dat komt omdat de wolken door sterke
verdamping vanuit de Middellandse zee door de hoofdzakelijk 
westenwinden tegen de Alpen Maritiem worden opgestuwd. Dit leidt 
dan weer tot condensatie in de hogere regionen.  
Mijn advies: als je de GR 5 wil lopen van Maastricht naar Nice, maak 
dan ook het pad af naar Nice. Veel mooier weer, een heel fraai pad 
en zeker niet plat!! (bijv. Brec d'Utelle). 
Alleen mensen met schrik voor balconpaden met steile afgronden 
kunnen beter de klimvariant van de GR 52 nemen.
 

TIPS, VOORDAT JE BEGINT TE LOPEN

De GR 52 is MAAR 95 km, maar wel hele taaie kilometers en het pad is zeker niet op je sloffen
in 
5 dagen te doen. Er zijn dagen bij dat je maar 10 km doet over de hele dag.  Verder hangt
alles af van goed weer en de rugzak die je meedraagt.
Ze zeggen in Frankrijk dat de vallei des Merveilles het Franse inferno is. Of het is er bloedheet, 
of je zit met onweer of sneeuwbuien. 
Eind juni is het pad onmogelijk te doen, vanwege de sneeuw, die nog overal ligt en dat moet je 
niet onderschatten in de Zuid Alpen. Eind augustus heb je wel stabiel weer, maar de dagen zijn
een stuk korter: om 7.00 uur licht, en om 19.00 uur donker, 
dat kan je soms in problemen brengen. 
In juli is normaliter de beste tijd, maar de refuges zitten 
al maanden tevoren vol, alleen te boeken
via internet en vooruit betalen. Haal je de etappe niet 
door slecht weer of een pijnlijke knie, dan
heb je pech en ben je je geld kwijt, èn je hebt nog 
geen oplossing. 
 
Als je afhankelijk bent van refuges, omdat je geen tent meeneemt, bedenk dan wel dat het eerste 
stuk over Col du Barn naar Boréon een geweldig eind lopen is, 
dus je moet flink doorstampen.
Halfweg is geen andere oplossing als Boréon. Nà Boréon, 
pak dan zowel refuge de Madone de
Fenestre (halve dag) als ook refuge de Nice, 
anders wordt de dag te lang, daarna weer refuge
de Merveilles.
 
Hoe je het zonder tent oplost vanaf refuge de Merveilles tot aan Sospel, is een ander probleem. 
De afstand is 33 km zonder watertappunt en je moet lopen over een bergkam en behoorlijk 
dalen 
en stijgen, in een gebied waar het 's zomers heel erg warm kan zijn. Er zijn mensen die dan
afdalen 
naar Col de Turini (475 m lager), maar ze moeten de volgende dag weer 2 uur omhoog en 
dan nog de rest van het pad lopen, waarvan je nog niet op de helft was. Realiseer je dit terdege. 
Er zijn mensen die dan de GR 52 A onderlangs gaan lopen naar Sospel, of zelfs de bus nemen, 
maar dat is niet de route van de GR 52. Trouwens ook de GR 52 A moet je niet onderschatten.
Hij loopt weliswaar lager op de berg, maar volgt alle flanken van de berg, dus je loopt steeds dal
in en dal uit en naar beneden naar het stroompje en weer omhoog. Zo kan je je lelijk vergissen in
de afstanden. Zie verder hierover het aparte hoofdstuk in het rode blok: GR 52 A

Wij kwamen iemand tegen bij Baisse de Valmasque, die 20 kg op de rug had en begin 50 was. 
Hij deed een wedstrijd met het boekje om te proberen nèt zo snel of nog sneller te lopen dan de
uren 
aangegeven in het boekje. Heel knap, dat doen weinigen hem na.
Reken gemiddeld 2 uur extra bij het boekje als er meer als 6 uur voor staat.
Tip
Lees even het verhaal over refuges, onderaan inleiding Alpen. Het kan in je voordeel werken.

INLEIDING

Ik heb lang nagedacht of ik de GR 52 zou gaan lopen, ik was tenslotte al twee jaar geleden 
in Nice aangekomen. Zeker gezien mijn hoogtevrees en nu ook gezien mijn leeftijd (64 jaar)
en mijn luchtprobleem, wat na twee neusoperaties nog niet was opgelost. Bovendien willen
wij nooit afhankelijk zijn van refuges en zijn we self-supporting met tent, 
kooktoestel en
noodvoer, waardoor je met rugzakken van 18 en 20 kg op pad gaat. 
Maar iedereen praat er
over dat de GR 52 zo mooi is, dus willen wij dit niet missen en 
besluiten we om toch maar te
gaan. 
 
De vorige keer, op weg met de GR 5, op 23 juni, 2009, waren we in St. Dalmas de Valdeblore 
en nu, op 15 juli, 2011, zijn we er weer, nu voor de GR 52. 

We besluiten nu voor de boerencamping te kiezen, nèt vóór het dorp, omdat de municipal 
aan 
het eind van het dorp ons de vorige keer niet goed was bevallen. Het sanitair was wel
goed, maar moe als we waren, moesten we de 
net opgezette tent verplaatsen helemaal
naar de andere kant van de 
camping, omdat de vaste stekken het dichtst bij de voorzieningen 
moesten staan. 
Deze boerecamping heeft slechts 2 wc's, 
2 douches en 1 bak met 2 kraantjes om je te wassen, 
maar we redden ons wel. 
Er staan uitsluitend tenten, voor caravans is geen plaats. Overdekt 
staan tafels en stoelen om aan te eten en te zitten als het weer niet goed is, er staat zelfs een 
magnetron en er is een keukenblokje. 
De beheerdster is een alleraardigste vrouw met 2 grote honden, die alle paden heeft gelopen, 
en die precies weet wat echte lopers 
doormaken. Ze is ook veel aardiger voor GR lopers, als 
voor andere 
kampeerders.
Als we in Menton zijn en de bus pakken naar St. Martin de Vésubie, lijn 73, moeten we haar 
tevoren bellen, 
dan komt zij ons van de bus halen, wat ons drie uur lopen spaart. 
Heel lief mevrouw Myriam le Duff – e-mail “bernard.leduff@wanadoo.fr 
tel.0493 028330/ 06 84158455. We kunnen onze auto op haar terrein laten staan in garage
mort voor 3,50 euro per dag. 
 
DE TOCHT

Zaterdag 16 juli, 2011 
St.Dalmas de Valdeblore - vóór Boréon

Om 5.45 uur uit het dons. Mooi weer. Een clubje padvinders ligt te kletsen en in de boom boven
ons
kwetteren vele mussen. Op dit uur nog alle ruimte bij de bak met de 2 kraantjes. Om 7.15 uur
lopen 
we al. We moeten meteen flink omhoog. We moeten 1160 m klimmen en we gaan pal
noord, geen zon 
op de snuit, helaas. We gaan eerst door een vallei met bos en een riviertje.
We ontbijten bij een 
herdershutje in de zon en warmen even op. Het is niet heet in de schaduw 
op dit uur. 
Dan zien we op een klein smal en steil weggetje heel veel auto's rijden. Rond 12.00 uur komen 
we 
bij de parkeerplaats bovenaan. Stampvol auto's. Niet te geloven. Die gaan allemaal van hier
uit 
wandelen naar Col de Veillos (2194 m) of liggen aan de meertjes van Millefonts. 
Twee deltavliegers 
wachten gespannen op de juiste wind om de berg af te springen, om daarna 
meteen te stijgen. 
Later zien we ze hoog boven ons zweven. 


Het is steil naar de Col de Veillos en dan volgt nog een flinke klim naar Col du Barn (2452 m).
Als we picknicken komen de padvinders van de boerencamping ons voorbij. Echt een kluppie
blije wuppen van Jo met de banjo. Ze zijn nu al kapot 
en het zijn allemaal twintigers. Niet
geoefend zeker. Ze zullen er wel te hard zijn ingevlogen. 
GR lopen is duurlopen. Niet te snel,
maar wel lang doorgaan. 
Ik loop zowiezo niet snel omhoog. Ik heb geen energie en moet steeds
stoppen om mijn hartritme op orde te krijgen. 
De afdaling van Col du Barn is nogal kaal en stenerig. Rechts hangen onweerswolken. Vlot 
afdalen dus maar. 
Later wordt de vallei heel mooi als we door een prachtige vallon met 
mélèzebos (lariksen) en grasplekjes langs een riviertje afdalen. 
Om half vijf komen we bij Vacherie du Collet op 1842m. Hier zoeken we een mooi plaatsje langs 
de rivier, uit het zicht van passanten. Jo met de banjo komt aan de andere kant van het veld staan.
Zij staan wèl in het zicht en maken veel herrie. 
Gelukkig maakt ons riviertje nòg meer herrie, dus
het stoort ons niet. 

Zondag, 17 juli, 2011 
Vóór Boréon - nà Boréon
Wakker om 6.15 uur. Slecht geslapen. De rivier pal naast ons maakt een oorverdovend lawaai. 
Al mijn jammetjes liggen op het pad, zonder zakje. Er is een beestje mee aan de sjouw geweest. 
Alle jammetjes zijn nog heel op die van de bosbessen en de honing na. Logisch, dat hij die het 
lekkerst vond. Goeie les: niets meer buiten laten liggen. 
Het regent, bah. Na een kwartiertje 
wordt het even droog. Terwijl we ons wassen in de rivier, 
regent het 
weer. Mijn handdoeken worden nat. Pech gehad. Ik maak het nu af. Koos zuivert water
tussen de buien door, 
fles voor fles. We ontbijten maar in de tent. Oud brood. In een refuge krijg
je het niet beter. 
Om half negen is het droog. Gauw de boel inpakken en eindelijk op pad. Een half uurtje verder 
ligt links een hutje met drinkwater en een meertje. Ook mooie platte plaatsjes voor je tentje. 
Voor wildkamperen is dit hier een aanrader. Dus een half uur doorlopen nà Vacherie du Collet. 
Vallée de la Mollières is mooi. Soms wat stukjes over de weg, soms paralel door het bos. 
Naar Col de Salèse (2031 m) is geen echte klim. De col is trouwens niets aan. Geen uitzicht. 
Weer parallel aan de halfverharde weg, loop je over een 
zeer fraai pad naar beneden, 
grotendeels langs de rivier. Hele volksstammen komen ons lopend tegemoet. Zulk geweldig
weer is het nu niet voor 
een dagtripje in de hoge bergen. Maar goed, ze moeten het zelf maar
weten. Het is zwaar bewolkt en af en toe 
regent het een beetje. 
Le Boréon ligt als een balcon tegen de bergen geplakt en heeft ook nog een klein stuwmeertje. 
Het laatste stuk moet je echt over de weg lopen, want hier is geen andere oplossing met die
loodrechte wanden. 
De vangrail is hier niet overbodig. Even voorbij de gîte d'étappe, verder 
langs de weg naar beneden, ligt in de bocht 
een hotel met restaurant, terras en 3 vlaggen. 
Het is te koud voor het terras, dus wij duiken naar binnen. 
Een sfeervol restaurant met bar. Het heet l'ô à la bouche. 

 
We ploffen in de leren bank, drinken een lekkere capuccino en kijken naar zeer fraaie foto's over 
de bergen met zijn flora en fauna 
op een groot TV-scherm. Het is pas 11.30 uur. We blijven zitten
tot 12.00 uur en dan kunnen we als eerste lunchen: 
Lamsbout (gigot d'agneau) met groente en gebakken aardappels. Heerlijk. Colaatje erbij en een 
grand café toe. Dat is anders als noodvoer.
Om 13.00 uur lopen we weer. Een keisteil zigzagpad omhoog. Halfweg staat een grafzerk van 
twee jonge gendarmes die waren 
omgekomen bij een reddingstocht op de Mont Pelago in de
winter van 2008.
Het opschrift luidt:
 “la montagne n'est ni juste, ni injuste, elle est dangereuse”. Reinold Messner, de beroemde 
Zwitserse bergklimmer zei dit, en het intigreert me. Messner is de grootste nog levende berg-
klimmer. Hij weet wat de bergen zijn, en hij heeft gelijk. 
De bergen zijn niet goed of fout, ze zijn
gevaarlijk. Als je je dat maar realiseert als je in 
de bergen loopt.  
Als we eenmaal op hoogte zijn, krijgen we een fraai, smal balconpad. Gelukkig loopt het door het 
bos en is de zeer steile helling begroeid met bomen, 
want anders had ik sommige stukken wel wat
eng gevonden. Bij pont de Peïrastreche – 
wij zeggen pont de Perestroïka – begint een soort van
eindeloos trappenpad, gemaakt 
van grote keien met hele grote stappen. Dáár wordt je moe van
met zo'n 
grote zak op. En mijn knieën krijgen het ook goed te verduren. Als het eindelijk ophoudt,
lopen we 
door een prachtig groen dal van rivier de Boréon. 

We willen gaan wildkamperen bij 
het meertje van Trécolpas. We komen mensen tegen, volbeladen
met spullen, 
die komen er vandaan. We moeten er niet heengaan nu, storm en mist en ijskoud. 
Bedankt voor de tip. We zijn nog niet echt moe en het is pas 16.15 uur, maar we vinden een fraai
plekje links opzij van het pad in de diepte, mooi beschut tussen twee 
grote keien met een stroompje
ernaast. Helemaal perfekt. Daar hadden al anderen 
gestaan. Iemand had er een ei gepeld en
kaaskorstjes rondgestrooid, 
maar dat ruimen we op.
We hebben de tent nog niet staan of het begint flink te 
stormen en te plenzen. We waren nèt op tijd. 
Het onweer brult in alle hevigheid los. En dat gaat een paar uur door.

Maandag 18 juli, 2011
Nà Boréon - refuge de Nice
Om 6 uur is het prachtig weer. Er ligt ijs op de tent en het gras kraakt en is helemaal wit. Wassen is 
lekker fris in het kabbelende 
stroompje naast ons. 
Om 8 uur gaan we welgemoed op pad. Het is een fraai stukje door dun mélèzebos vol stroompjes. 
Het is nog een flinke klim naar Lac de Trécolpas. Goed dat we dat gisteren niet gedaan hadden.
Het is een prachtig bergmeer
en het ligt zeer idyllisch. 


We rusten even uit en ik doe een korte broek aan. Dan beginnen we aan 
de steile klim naar Pas
de Ladres (2448 m). 
Mooie col, maar een gemene klim. 


Daarna krijgen we een lange afdaling vol toeristen naar refuge de Madone 
de Fenestre. Je kan
merken dat 
het hoogseizoen is. Zelfs touringcars staan er. Die moeten toch over een klein
weggetje rijden.
Om 13.00 uur kunnen we nog eten. Koos een omelet en ik rundvlees met cnocci.
De grote brokken rundvlees zijn prima. 
Om 14.00 uur gaan we vrolijk verder voor de volgende etappe. Eerst is het pad wel aardig, 
omhoog door de alpenweides, 
maar dan worden het blokkenvelden, blokkenvelden, blokkenvelden.
Soms moeten we ons 2 m 
rechtstandig omhoog hijsen. Koos helpt me en geeft me een kontje. 
Alleen kwam ik hier nooit overheen. Het pad is zwaar en zeer moeilijk. 


Je kan nauwelijks van een pad spreken. Dit is gewoon een pure klauterpartij.
En weer blokken-
velden. Ook oppassen dat je niet in de grote gaten terecht komt, 
want dan heb je zo gebroken
onderdanen. Soms heb je moeilijke grote passen, 
het schiet niet op.  
En dan komt de Pas de Mont Colomb. Een onaangename verrassing. Met 2548 m is hij niet zo 
hoog, maar het is een smalle hap uit de rots. 
Net voor één persoon om doorheen te gaan.
 

En dan de andere kant!!! Koos waarschuwt voorzichtig: misschien is het minder eng als het lijkt.
Een diep gat aan de andere kant. 50 m naar beneden niks. Aan de rechterkant is een smal
couloir  van ongeveer 1,5 m diep. Ik gil het uit en durf niet. Ik ben zo bang. Koos gaat steeds voor
me staan, zodat ik het gat naar
 beneden niet kan zien. Op mijn kont schuif ik heel voorzichtig 
naar beneden.  Richeltje voor richeltje.
Mijn rugzak zet me steeds klem in de rots en ik moet me steeds loswringen, gelukkig maar, dan 
schiet ik niet in één keer door. Koos helpt me geweldig, stukje voor stukje. Hoe doen mensen dat
hier als ze helemaal alleen zijn ??? Over deze passage is nergens
in beschrijvingen iets terug te
vinden. Vandaar dat ik het maar doe. Je bent gewaarschuwd.
Uiteindelijk komen we heel aan op
het pad beneden ons, dat met steile haarspelden verder
afdaalt, maar het is weer een pàd.
Daarna krijgen we weer blokkenvelden, blokkenvelden,



blokkenvelden. Er komt geen eind aan. Soms moet je even speuren naar de markeringen,maar 
over het algemeen zijn de markeringen op de GR 52 uitstekend.
We zijn moe van al dat geklim
en geklauter. Het wordt al laat en we zijn er nog steeds niet.
Als we maar voor donker uit die
blokken zijn, anders breek je helemaal je nek.
Uiteindelijk komen we weer op een pad. Er staan wilde paarden te grazen. Dan moeten we nog 
weer verder langs een stuwdam en een stuwmeertje. Daarboven zien we 
refuge de Nice liggen.
Er staat een visser met een tent aan het meertje. Wij gaan even verderop staan achter een grote
kei voor de koude wind, recht in het zicht 
van de refuge aan de overkant. Jammer dan. We zijn te
moe om verder te lopen voor een beter plekje. Keikapot zijn we na twaalf en een half
uur sjouwen
door die bergen. We hebben misschien maar 10 km afgelegd. Het mag geen naam hebben,
maar het houd je goed bezig. Het is half negen en er waait een ijskoude wind over het water. 
We zitten hier op 2230 m. We zijn te moe om te eten. We genieten van een cup à soup en een
bakje koffie en we nemen twee hartkeks met kaas. Het begint donker te worden.
De score van vandaag: 21 gemzen en 1 jonge steenbok. 



Net voordat we de tent sluiten: 
1 wolf op een meter afstand! Ik kon het niet helemaal goed zien,
maar hij was iets groter als 
een Duitse herder – en honden zijn verboden in de Mercantour en
voor een vos was hij veel te groot
en te donker. Hij had een prachtige grijs/witte dikke staart.



Dinsdag, 19 juli, 2011

We staan vroeg op. Wassen in het meertje is een koude boel. De visser is ook al wakker. De zon
doet zijn best
maar komt niet bij ons in het smalle dal. De eerste lopers komen al uit de refuge.
Zowaar 
de padvinders van Jo met de banjo hebben in de refuge geslapen- de watjes- ze lopen
naar beneden, 
houden ze het voor gezien? Wij lopen de trappen op naar de refuge en dan naar
het hoger gelegen dal. 
Hier zien we een paar zeer fraaie bivakstekken. Jammer dat we gister
te moe waren om tot hier 
te komen. 
Misschien hadden we dan wel een rustdag gepakt. (hadden we dat maar gedaan, achteraf 
gezien).
We gaan zeer moeizaam omhoog. We zijn nog goed kapot van gisteren. Uiteindelijk komen we 
bij Lac de Niré. Volgens de bordjes een half uurtje van de refuge. Wij doen er een uur over.
We rusten wat en nemen 2 hartkeks met kaas. Mooi meertje, waterig zonnetje en die ijskoude 
wind.
We gaan verder op weg naar Baisse de Basto. Op 2700 m. De hoogte is niet zo erg, maar
het pad
is zo steil. Het begint zachtjes te miezeren. De wind wordt stormachtig. We moeten 
weer blokkenvelden
over en dan wat sneeuwvelden. Het begint nu hard te regenen en te
stormen.
Het gaat sneeuwen, het wordt een felle sneeuwstorm. We lopen hier toch in Juli en niet in 
Februari? Ben ik nu zo in de war?? Ik heb het koud. Mijn super Berghaus regenjas laat het na
10 jaar afweten. 
Ik ben sjompe nat. Ik zeg maar niets tegen Koos. Hij moet steeds op mij wachten, want ik kom
maar 
moeizaam omhoog. Gelukkig is het pad zeer goed gemarkeerd, anders ben je hier
helemaal verloren. 
Om 12.00 uur komen we in een gierende sneeuwstorm op de top. Het sneeuwt horizontaal.
We hebben het ijskoud en ik ben zeiknat tot op mijn onderbroek. Het water staat in mijn
schoenen.
Het begint te onweren. Het knalt om ons heen. Sneeuw en onweer tegelijk, is dat mogelijk??
Waar zijn we hier in godsnaam mee bezig? Het is hier hartstikke gevaarlijk. Gauw afdalen!!
Gelukkig is dit geen Mont Colomb en kunnen we over een normaal pad afdalen.
De sneeuw blijft echt liggen. Maar ik hoor steeds schriiiit langs de rotsen van de bliksem en 
d
an knalt het eruit. Ik gil van angst. Ik ben zo bang. We zitten hier vlakbij de Mont Bego,
die grotendeels van ijzer is en 6 x meer onweer aantrekt, dan andere rotsen. Dan krijgen we
weer 
blokkenvelden en sneeuwvelden te traverseren, kleine meertjes, overal water, overal
onweer, 
overal kale rotsen. Ook de paden zitten vol water, het zijn riviertjes. Koos heeft het
zó koud. 
Zijn handen zijn helemaal wit. Eindelijk zien we een klein schuin grasveldje. Daar
zetten we de tent 
op om te schuilen. We zitten twee uur te bibberen in onze natte spullen.
Buiten spookt het.
Tegen half vier stopt het onweer en miezert het nog. Ook de storm wordt minder.Koos wil 
niet weg, maar we kunnen hier niet blijven. Te schu
in en te hoog voor een overnachting. 
We vriezen hier dood. Oppakken die boel. Tja dat gaat niet zo makkelijk. Alles is wit. De
tent is 
hard bevroren. Mijn rugzak heeft al die tijd buiten gestaan in het noodweer en is
kleddernat, 
ook de inhoud. Toch maar inpakken en wegwezen.
Een nieuw gevaar: dichte mist.
We zien een meter ver. Sneeuwvelden traverseren wordt heel moeilijk. Blokkenvelden zijn 
nog 
moeilijker. We zien geen markeringen meer. We raken de weg kwijt. Als je een
blokkenveld verkeerd 
oversteekt ben je totaal gedesoriënteerd. Dit is echt erg. Terug.
Mekaar niet kwijtraken en 
markeringen zoeken. Hier is geen telefoonbereik en hier komt
ook geen helicopter. 
Je moet het zelf doen.
La montagne n'est ni juste ni injuste, la montagne est dangereuse. Ja Reinhold Messner
je hebt volkomen gelijk. Na een half uur vindt Koos weer een markering. Gelukkig, we
hebben weer
de goede weg. Nu de blokkenvelden door, turend van markering naar
markering. Een inspannend
zoekplaatje. We ploeteren weer verder, sneeuwvelden,
blokkenvelden, het wisselt elkaar af. 
Met mooi weer in de zon lukt dat wel, maar nu is het heel lastig. Ineens zien we door 
de mist heen een groot meer: Lac du Basto. Daar gaan we naar toe!.
Er is een grasveld bij en er staan twee tentjes, ieder achter een groot rotsblok. We zijn 
er zelfs 
sneller dan gedacht. 10 meter van het pad staat een dikke rots en er is een
stroompje. 
De rest van het veld is een moeras met 15 cm water erop. We ruimen wat
keien en we kunnen 
de tent een beetje schuin neerzetten. Perfekt. Hier geen mist,
het is droog, maar er staat weer 
een ijskoude wind. We zitten op 2370 m. In de verte
klaart het op. Het is hier mooi.
We moeten hier gaan slapen in een natte slaapzak met een natte pyama, natte sokken, 
nat ondergoed en een natte fleecetrui. Ik heb helaas mijn buitensportondergoed niet
ingepakt, want we
gingen toch naar warme oorden??
Koos heeft het geluk van een droge trui, maar ik krijg een super idee: we hebben toch 
een
aluminium reddingsdeken? Die gebruik ik nu en plak hem helemaal om mijn
lichaam en dan kruip ik 
in de natte slaapzak. Ik krijg het eindelijk lekker warm. Wat ben
ik gelukkig. Koos ligt de hele nacht 
te ritselen en te vechten met zijn aluminium
noodvoorziening. Ik moet er wel om lachen.
De regen komt terug in het donker en gaat weer over in sneeuw.

Woensdag, 20 juli, 2011

Om 6.00 uur rits ik de tent open. Het is prachtig hier. Prachtig weer, prachtig uitzicht,
maar
koud.  
Het is overal een beetje wit en er ligt weer ijs en sneeuw  op de tent. We draaien ons 
nog even om en wachten tot de zon een beetje in de richting van onze tent gaat schijnen. 
Om half acht ga ik me wassen in het stroompje. Lekker fris. Het gras is nog wit en het 
kraakt.
Het is echt stralend weer en het is hier heel erg mooi. De zon komt er aan.
Hij schuift langzaamvan hoog op de bergen naar beneden. Nog even en we kunnen
ontbi
jten in de ochtendzon. Heerlijk.
 
Om half 10 gaan we pas op pad, lekker relaxed. Het is superweer met een strakblauwe 
lucht.
Ja, vandaag van refuge de Nice naar refuge des Merveilles zal een makkie zijn.
Het weer bepaald 
alles in de bergen. Maar gisteren was het best penibel op sommige
momenten. 
We zijn zó op Baisse de Valmasque (2549 m). 
We moeten een klein sneeuwveldje over en er is een goed pad. Baisse de Valmasque is 
een mooie col. We krijgen ook een normaal pad naar beneden naar de 
Vallée des
Merveilles. Het is een zeer fraaie vallei met meertjes.
                                               

Het is hier echt heel mooi. Het mooiste stuk van de route. De rest was tot nu toe grauw
en kaal en veel keien. Verder vind ik de GR 52 tot nu toe niet veel aan. Wel extreem
moeilijk met die blokkenvelden. Zowat alles is verboden in de Vallée des Merveilles: 
Overal staan borden, je mag niet van de route af, je mag niet wildkamperen, je mag niet
plassen 
of poepen, je mag niets weggooien, je mag niets plukken, je mag hier niet met
stokken lopen,
 je mag geen water drinken uit de stroompjes of meertjes, enz, enz.
Overdrijven ze niet een beetje??
Een gids, die met een groep 20 m van het pad af is en in de natuur stampt, wordt boos 
op mij omdat ik toch met stokken loop (tja, die knieën). Ik moet de stokken onderste 
boven gebruiken op de rubberen handvaten. Ook goed, als ik hiermee de vrede kan
bewaren.
Overdrijve n ze niet een beetje???
 
We eten wat bij de refuge, waar we rond de middag aankomen en zoeken dan een plekje 
voor 
de bivak achter de rots bij de refuge. Dat is gereglementeerd hier. Je mag je tent pas
na 19.00 uur 
opzetten. Geen water hier, tja dan moeten we ons maar wassen bij de bron
buiten bij de refuge. 
Ook de toilet (2 voetstappen en een gat), moet je van de refuge
gebruiken. Bah, het stinkt er en
ze hebben geen fonteintje om je handen te wassen.
Dat vind ik nou vies.
We hebben de middag vrij. Kunnen we fijn alles drogen. 
                                           


  Het is inmiddels wisselend bewolkt en er staat weer een koude wind.
 We zitten op 2111 m. 
Lekker niets doen. We zijn best heel moe van dat avontuur van gisteren. Lekker rust,
heerlijk, 
totdat.....er een Duitser aankomt, die 2 m van ons af zijn tent wil opzetten! Idioot,
je kunt hier
kiezen tussen 2 hectaren!!! Ja, maar naast ons was een plat stukje....
Rot op, zoek maar een 
ander plat stukje. Duitsers willen altijd einordnen, dat krijgen ze
maar niet afgeleerd.
  Gelukkig, zijn vriendin wil er niet staan, hoera, hoera.

Donderdag, 21 juli, 2011.

Om 5.45 uur wakker. Er staat een hele koude wind. Gauw wassen bij de bron bij de refuge.

Ik zie al mensen met mutsen op tenten inpakken. Die wassen helemaal niet. Rare Fransen. 
  Overal over fussen, altijd persé een douche. En in de bergen wassen ze zich plotseling 
6 dagen
 niet en poetsen ook geen tanden. Bah.
  We vullen alle flessen die we hebben. 3 liter per persoon vandaag. Dat is 3 kg water. 
  Om 7.15 uur gaan we op pad. Shit, we lopen verkeerd. Rechts van het stuwmeer, i.p.v. 
links. 
Dat kost ons dik een half uur. Zonde van de tijd en de energie. Beter opletten.

We stijgen 
meteen fors. We hebben een fraai pad langs 3 stuwmeertjes boven elkaar.
We hebben weer 
een stralende ochtend met een staalblauwe lucht en een zeer
koude wind. 
  We stijgen 325 m tot aan Pas de Diable (2430 m). Achteraf begrijp ik wel waarom ze 
zulke strenge regels toepassen in de Vallée de Merveilles.
Het gebied wordt overlopen door toeristen. 
De meesten komen per auto uit een dal
vanaf Tende of Col de Turini, lopen een paar uurtjes en
zijn bij de refuge. Ze komen
sightseeen en blijven twee nachten. Elke nacht 80 matrasjes bezet 
gedurende 
twee ën een halve maand + nog eens 20 tentjes in bivak, dat zijn ruim 8000 mensen 
per seizoen. Dan is de druk te groot op zo'n berggebied.
  Op Pas du Diable hebben we werkelijk een super uitzicht op de bergketen waar we 
overheen 
moeten lopen en de Middellandse zee.

Nu is het 33 km naar Sospel zonder enige mogelijkheid voor drinkwater, ook geen
stroompje.
Vandaar dat we ieder met 3 liter zeulen. Ik ga zowat door de veren. Koos neemt
een liter over.
Een jong stel, die ook niet van refuges houden en liever wildkamperen, lopen een stukje 
samen
met ons naar beneden. Eerst is het pad flink steil, later wordt het een aardig pad
tegen steile 
grashellingen, waar je flink tempo kan maken bij tijden.
Nèt voor Baisse Cavaline wordt ik weer 
akelig. Hartritmestoringen dreigen. Water drinken
en wat druivesuiker helpt. Ik moet oppassen 
met uitdrogen en niet te zuinig met mijn 
drinkwater omgaan. Even rusten en daarna ga ik
gelukkig weer als een speer.
We zakken af. 
Col de Raus 2000 m. Baisse de St. Véran 1836 m en even picknicken. Daarna knetterstel 
omhoog 
naar een lelijke oude bunker van l'Authion op 2080 m. Verdorie, hier lopen we flink
verkeerd.
 
Shit, het kost ons een uur extra. Verspilde energie. Je moet hier scherp linksaf een klein 
paadje
over de helling naar beneden nemen tot aan de D 68 en dan de weg blijven volgen
tot aan een 
haarspeldbocht en een vacherie beneden. Markeringen ontbreken hier.
Vanaf Baisse de St. Véran 
hadden we een gruwelijk saai pad, maar nu wordt het weer
mooi in het bos van Breil-Roya. 
We zijn al die tijd redelijk op hoogte blijven lopen en we moeten nu zelfs weer 100 m stijgen 
naar 
Mont Giagiabella. Dit vraagt veel kruim, omdat we er eigenlijk te moe voor zijn. Maar
we lopen nu 
op een prachtige, steile bloemenhelling. Voor het eerst zien we bloemen op
de GR 52. 
Het wordt tijd. Kale stenen vervelen gauw.
Om 17.30 uur komen we aan op Baisse de Ventabren (1862 m). Er staan twee lege 
badkuipen
voor de koeien. Gelukkig waren we met maximaal water vertrokken vanmorgen,
dus we redden 
ons wel. Koos gaat ter plekke op de vlakte zitten en verroert geen vin meer.
Hij is moe.
Ik wil daar niet staan en ga op zoek naar een beter plekje. Na 3 afgekeurde voorstellen 
gaat hij
akkoord met een plekje iets op de helling naast een paar bomen. We hebben een
mooi uitzicht op
twee dalen. We koken ons noodvoer: cup a soup, Knorr spaghetti
carbonara en  
Nescafé moccakoffie toe. We houden ieder precies één liter water over voor
morgen. 
Wassen gaat helaas niet. (Voor het eerst). Een uurtje later komt het jonge stel bij ons staan, 
waar we mee gepraat hebben op Pas du Diable. Ze gaan wat verder omhoog staan. 
Prima, daar hebben we geen last van. Of wij nog water voor ze hebben? Ja maximaal een 
halve liter. 
Da's niet handig van ze, ze hadden meer water mee moeten nemen.
We gaan vroeg slapen, 
want we zijn bekaf. De wind blijft koud en om 20.00 uur liggen we
al in de slaapzak.
's Nachts schuifelt er een groot beest om de tent.

Vrijdag 22 juli, 2011

Om 6.00 uur weer op. Da ken hendig as te om 20.00 uur er al in ligt. We hebben
ochtendrood –
water in de sloot en het is half bewolkt. Het ziet er niet goed uit. Gelukkig
gaan we vandaag 
de bergen uit en dalen we af naar Sospel. Ik heb het gehad met die kou
en die bergen. 
Het weer is niet stabiel en ik ben keimoe. De GR 52 is me een dimensie te veel. Het pad is
zeer moeilijk, de bergen zijn kaal en het is permanent koud.
We hebben geen water genoeg om ons te wassen, dus met een vochtig washandje en wat 
sanitaire
 doekjes moeten we ons redden. Zelfs tandenpoetsen zit er niet in. 
Na 6 dagen bivak verlang ik naar een douche en stromend water uit de kraan. Ook verlang
ik naar fruit, verse groenten en melkproducten. Dus vol gas naar Sospel. 
Om 7.15 uur lopen we al. We zijn vlot op Baisse de la Déa. Hier lopen we wederom
verkeerd. Een militair pad met een tunneltje en een haarspeldbocht. Haarspeldbocht??? 
Dat staat niet op de kaart. Shit, we lopen oostwaards i.p.v. zuidwaards.Terug. 
Weer een uur verspeeld. Nu zoeken. Na veel zoeken vinden we het pad. 
Door een hek en
dan omlaag naar rechts. Geen duidelijke situatie hier, dus let goed op. 
Verder maar weer.
Je moet Cime de la Gonella recht omhoog over de graat, want anders
 moet je een chemin
penible nemen en daar houd ik niet van. Gelukkig valt het geel/groene pad alleszins mee 
over de crête en is het minder eng als het aanvankelijk leek.
Daarna moeten we de Mangiabo recht over op 1821 m. Wanneer gaan we nu afdalen 
naar Sospel?? Het lijkt er niet op. Overal om ons heen dreigen onweerswolken en wij lopen
van de ene graat naar de andere graat. Zo ben je wel erg kwetsbaar voor onweer. 
Regelmatig zien we de Middellandse zee en daar schijnt de zon. We lopen dus de goede 
kant op. Waar we vandaan komen is het soep.
Het is een fraai, maar eindeloos pad.
Het lijkt soms op de Vogezen.
We hebben veel uitzicht. 
We zien in de verte Brec d'Utelle en Madone d'Utelle. Daar liepen we twee jaar geleden 
op de GR 5.
Rond de middag zijn we op Baisse de Lignières (1342 m). Hier zijn mooie bivakstekjes,
maar ook
zonder water. Eindelijk gaan we afdalen, heel geleidelijk, vriendelijk voor de
knieën.In de verte zien we Sospel eindelijk liggen. 
De allerlaatste etappe voor Sospel is een fraai pad in slingers en haarspeldjes tussen 
agrarische terrassen naar beneden. Pas rond 14.00 uur komen we in het stadje. Het is hier
lekker warm en 
de zon schijnt. We duiken het terras op voor een cola en een enorm ijs met
veel rum en rozijnen. 
Koos pakt twee grote bier. Ha, we worden weer mens. Ik bespreek
meteen een tafeltje in Le Picoune 
voor vanavond. We kennen dit prima restaurant van 4 jaar
terug toen we hier met de moter waren 
voor de prachtige Route des Grandes Alpes.
Weer vol energie lopen we naar de dichtstbijzijnde camping, camping municipal, heerlijk
rustig
onder de bomen en hoera een douche, wat lekker.
's Avonds lekker buiten op het terras een verrukkelijke pizza gegeten bij Le Picoune (= het
geklingel van de koeiebel) met een pastis en een roséetje.

Zaterdag, 23 juli, 2011

Rustdag. Koos gaat vers brood halen en een krant. Later halen we fruit, yoghurt en melk.
Heerlijk, heerlijk. Het is overal zwaar bewolkt in de bergen, maar in Sospel schijnt de zon.
We spreken een Canadese mevrouw. Ze heeft de GR 52 in haar eentje gelopen en van
refuge
 de Merveilles tot Sospel in één keer.!!!! Ze was totaal kapot. Ze had nog nooit
zo'n moeilijk pad 
gelopen met zulke grote afstanden.

Zondag, 24 juli, 2011.

Om 5.45 uur gaat de wekker. Hup, opschieten voor de laatste grote etappe. We hebben gisteren 
nog Hotel des Alpes gebeld in Castellar, maar dat is afgebrand, och arm. Sorry, meneer, 
dat wist ik niet. Dan maar in één keer doorstiefelen. Om 7.30 uur lopen we. 
Het is weer stralend weer. Even goed opletten op de route: er lopen hier 6 rood/wit gemarkeerde 
paden: de GR 52 in- en uit, de GR 52A in- en uit en de GR51 in- en uit. Reuze handig dat ze die 
allemaal de zelfde kleur geven. We beginnen meteen met klimmen. We moeten 700 m omhoog tot 
Col du Razet (1032 m). Sospel ligt maar op 350 m, daarom is het er zoveel warmer.
Eerst hebben we een grindweg, dan kleine steile paadjes in het bos. De lucht trekt dicht, het
is weer overal zwaar bewolkt  en zeker niet heet. Het lijkt hier wel wat op de Vogezen. 
Om 11.00 uur staan we op de Col. Het is hier apekoud. Mistflarden met veel wind trekken over. 
Ik leg de link met het nevelwoud van Monteverde in Costa Rica. Gauw het fleecevest aan 
en verder. In beweging blijven. Nu omhoog naar Colle Basse (1107 m) op de grens met Italië.
We zien niets. Bos, dikke mist en koud. We moeten een breed keienpad naar beneden. Het is
lastig lopen. Op de Prairie de Morga gaan we picknicken. Het motregent. Het zal wel van de
verzadigde mist komen. Soms zien we even iets verder in een gat in de mist. We waren zojuist
300 m afgedaald en die moeten we nu weer omhoog naar Col du Berceau (1090 m). Je blijft hier 
klimmen tot de laatste snik, het lijkt de GR 5 wel. Om 14.30 uur rusten we even in het bos, 
nèt voor het hoogste punt, enigszins uit de wind. Hoezo heet traject? Verrot koud is het hier. 
Het lijkt wel november. Als we over de col komen staan we vol in de storm en de laaghangende 
wolken. We zien geen hand voor ogen. We moeten een keisteil pad naar beneden vol glijkeien. 
We gaan heel voorzichtig en heel langzaam. Desondanks val ik 5 x. Koos moet me overeind helpen, 
ik heb de kracht niet om het zelf te doen. Onze zakken zijn eigenlijk te zwaar. Bij plan de 
Lion (716 m) zijn de wolken opgetrokken. We zien Menton en Monte Carlo liggen. 
Prachtig panorama. Nu we wat kunnen zien, vinden we het wel heel erg mooi. 
Het wordt nu ook warm in de zon. Het glijpad is nog steeds super-moeilijk. We zijn zo dichtbij 
en nog zo ver weg. Heel langzaam gaan we verder.
Pas om 18.30 uur staan we op zeeniveau in Menton-Garavan. 
We lopen in Menton over de boulevard en moeten nog ongeveer 3 km naar de camping municipal. 
We zijn moe. Koos lost het anders op:
We stoppen bij Hotel Napoleon *** direct aan de boulevard. Geweldig.
Kost wa, mar dan hedde ok wa. Wat een luxe na 6 x bivak. Heerlijke douche, heerlijk bed en 
de volgende ochtend lekker ontbijt in de achtertuin tussen de vogeltjes.
's Avonds Menton in en bij één van de vele Italiaanse restaurantjes een pizza eten. 
Lekker, na al dat noodvoer.

Maandag, 25 juli, 2011.

In de ochtend de toerist uithangen in mondain Menton, 
tussen de middag heerlijk eten bij een Marokkaan. Wat een feest na zo'n barre tocht. 
En het is hier heet. Zeker 35 graden.
Tegen vieren nemen we de stoptrein van Menton-Garavan naar Nice. 
In Nice, recht vóór het station komt bus 73 van Lignes Azur naar St. Martin de Vésubie. 
Deze vertrekt om 17.00 uur. Goed navragen op welke plek hij precies stopt. 
Dat is niet duidelijk. Er staan heel veel mensen te wachten. Uiteindelijk komen er twee 
bussen en vertrekken ze pas een kwartier later. Eerst dwars door Nice in het spitsuur 
naar het vliegveld, daarna de stad uit door de kloof van de Vésubie.  
Spectaculair met die grote bus over die smalle wegen en door die kleine
tunneltjes. De bus heeft de hele weg nodig en moet steeds flink toeteren om van andere 
weggebruikers voldoende ruimte te krijgen. Bijna 2 uur in de bus voor slechts 1 euro per
persoon. Dat doet de overheid om de dorpen leefbaar te houden. Het is een zeer fraaie rit.
Het onweert ondertussen als een gek, maar het deert ons niet in de bus. Gister vanuit het
hotel hebben we Myriam leDuff van de boerecamping in St Dalmas de Valdeblore gebeld 
en verteld dat we met deze bus zouden komen. Ze staat er!!! Ze heeft keurig 
40 minuten extra gewacht op de bus die te laat was. Wat lief. Alles bij elkaar kost de 
ophaal service haar meer dan een uur van haar tijd + benzine.
Wat een geweldige service van deze camping. Ze wil er zelfs niets voor hebben. Maar
zo kom je niet van ons af. De volgende dag als we afrekenen voor de camping en 
de stalling van de auto, geven we haar een terechte flinke fooi.
 
NASCHRIFT

Is de GR 52 mooier dan de GR5?? Beslist niet in mijn optiek. 
 
De GR 52 is zeer moeilijk, zeer ruig en ligt in een slecht weer gebied. 
 
Misschien ben ik wel te oud voor zo'n pad met zo'n enorme rugzak. 
We doen volgende maand Tour de Queyras nog (GR 58) 
(dit ging subliem, zonder problemen, we hadden prachtig weer
eind augustus - dus aan de leeftijd lag het niet).
We hebben het overleefd, maar het had ook anders kunnen uitpakken.
Als je in een blokkenveld in een gat stapt en je breekt een been en je
hebt slecht weer,
dan vries je dood. Er is geen hulp in zo'n gebied.
Als je jong bent, je hebt een klein
rugzakje en prachtig weer, dan is
de GR 52 wel goed te doen. 
 
Volgend voorjaar beginnen we aan de GR 51 Balcon de la Méditerrannée
of les balcons
de la Côte d 'Azur. Van Menton naar Marseille.
Grotendeels in dagtochten.
Het gehele pad is hier en daar verdwenen, door aanleg van snelwegen,
door uitbreiding van steden. Zwitsers hebben de beste krenten uit
de pap beschreven en m.b.v.
het openbaar vervoer en de auto
proberen we er veel van te doen. We zetten 
de caravan op een centraal
gelegen camping.
De campings zijn hier in april al open.
De GR 51 staat in het boekje: Rother walking guide – Côte d'Azur en is in het Engels
verkrijgbaar bij het Landschap – Kleine Berg te Eindhoven. Daarnaast moet je 
de passende blauwe IGN kaarten kopen.