GR 52 A van oost naar west – COL de TENDE
tot COLMARS LES ALPES


Inleiding


Terwijl wij bezig waren de GR 52 te lopen in 2011, krijgen 
we in een restaurant in le Boréon
een placemat onder ons
bord met daarop ingetekend:
De GR 5, de GR 52 en de GR 52 A.
De GR 52 A stond niet in ons verouderde boekje van de 
GR 5 ingetekend en dus wisten we
niet eerder van het
bestaan af.
In de winter van 2011/2012 besluiten we het nieuwe boekje 
van de Mercantour te kopen
(reisboekenwinkel
Het Landschap - Kleine Berg
Eindhoven - ook op internet)
en de 52 A te gaan
lopen.

De route heet officieel Panoramic du
Mercantour en loopt nèt
buiten het nationale
park van de Mercantour langs, want de
mogelijkheid opent om de hond mee te nemen.
Het pad is ongeveer 250 km lang, loopt niet noord-zuid, maar 
oost-west en op lagere hoogten
als de GR 5 en 52.
Dat wil niet zeggen dat het pad gemakkelijker is.
Wat zijn de moeilijkheden?

  1. Het pad loopt lager op de berghelling en daar is het 
    warmer.
  2. Het is er droger, dus weinig water onderweg, terwijl
    je door de hogere temperatuur
    meer dorst hebt.
  1. De paden zijn niet zo goed onderhouden – hij wordt
    minder intensief belopen – dus sommige paden zijn
    redelijk dicht gegroeid en er zijn hier en daar
    ingestorte hellingen,
    waardoor sommige passages
    heel moeilijk worden.
  1. Je passeert relatief veel dorpjes, maar helaas vaak zonder voorzie-
    ningen, dus neem voldoende noodvoer mee.
    5.   Alle paden volgen de bergflanken, dal in en dal uit, naar beneden
naar het beekje en daarna weer naar boven. Je vergist je dus
verschrikkelijk in de afstanden, die in het
boek veel korter lijken.

Hoogtepunten:

Tende – Saorge – Vallée de la Basséra – Sospel – Vallon de Guiou – Moulinet
Belvédère – St. Martin de Vésubie – Roure – Roubion – Col de Trente Souches
Col de Champs.

Attentie: de camping (en de gîte) van St. Sauveur sur Tinée is gesloten.
Europa heeft het drinkwater voor het hele dal van de Tinée afgekeurd.

Oplossingen
: er is een gîte (14 plaatsen) en een auberge (7 plaatsen) in Roure
En er is een hotel in St. Sauveur sur Tinée ( maar die ziet er echt niet uit. Wat
een griebus), en ook in Rimplas ( een heel stuk verder).
Ben je met de hond, dan kan je het beste met de bus naar St. Etienne de Tinée
en daar op de camping gaan staan, om vervolgens de volgende dag weer de
bus retour te nemen naar St. Sauveur de Tinée. Ach, voor een euro per busritje
is dat ook wel een oplossing.

Wij hebben het pad gelopen met een Schotse collie en hij liep goed. Ook op
richeltjes, blokkenvelden en ingestorte hellingen. Hij had alleen last van de
hitte.

Als je met een hond gaat lopen pas dan op voor patous – de grote witte 
protectiehonden
die bij de schaapskuddes lopen – ze kunnen je hond
aanvallen en bijten. Loop altijd van de kudde af en houd je hond kort
aangelijnd bij je. Jaag de patou weg met je loopstokken.

WATER
Neem extra water mee voor de hond, weinig waterstroompjes onderweg. 
We hadden 1 literfles
met water voor de hond bij ons. Waar mogelijk
vulden we steeds bij.
Zelf hadden we ieder twee Siggflessen van 1 liter bij ons. Omdat het zo 
heet was dronken we
soms 5 liter water op een dag....op het eerste
stuk.
Ik geef per dag de waterpunten aan in het eerste deel, dat zo gortdroog was. 
Ik ga er wel van uit dat je een waterzuiveraar bij je hebt, anders is het niet
overal 100% gegarandeerd goed drinkwater. Wij hebben al jaren een MSR
waterzuiveraar bij ons en die bevalt heel goed.

Je moet soms wild kamperen, want honden mogen niet in een gîte. Een 
uitzondering is de gîte
op Col de Couillole. Alle campings en hotels gaan
prima met de hond.

De route is heel fraai, maar beduidend anders dan in het hooggebergte. 
Veel bos en zeer fraaie
Middeleeuwse stadjes. Het is zeker een aanrader.

Wij hebben 2 x van hoog naar laag gelopen, waarbij Sospel als laagste 
punt werd beschouwd.
Dus 1 x van Col de Tende naar Sospel en de
volgende keer van Colmars les Alpes naar Sospel.
Vanaf Colmars les Alpes zijn de 2e en 3e etappe moeilijk alsmede het 
ravijn tussen Roubion en
Roure. Dit komt door ingestorte hellingen.
Lees hierover in ons verslag.

Het openbaar vervoer in dit deel van Frankrijk is goed en niet duur,
maar wel schaars.
Meestal 1 x 's morgens, 1 x tussen de middag en
1 x aan het eind van de dag.
De bussen kosten maar één euro per rit, ook al zit je 2 uur in de bus.
Verder heb je de train de Merveilles naar Tende en Vievola en train des
Pignes
naar Colmars les Alpes. Af en toe rijden ze over zeer specta-
culaire trajecten, soms helaas door tunnels.

Zie voor de dienstregelingen op het internet: bus van Lignes d'Azur
www.cg06.fr voor bus 730 en bus 740.
Dienstregelingen Train des Pignes www.trainprovence.com
Dienstregelingen Train des Merveilles www.maligne-ter.com/nice-tende

De GR 52 A in 3 delen

  1. Vievola – Col de Tende – Sospel 16-6-2012 tot en met 21-6-2012
  2. Colmars les Alpes – St. Sauveur sur Tinée 23-6-2012 tot en met 27-6-2012
  3. Colmiane (St. Dalmas de Valdeblore) – Sospel 22-7-2012 tot en met 26-7-2012

Op de nieuwe IGN kaarten staan nummers. Deze zijn bedoeld voor de mensen die 
met een
GPS lopen. Wij doen nog steeds zonder. Maar die nummers staan ook op
de wegwijzers.
Deze nummers gebruik ik ook om uit te leggen waar de watertappunten zijn, in het
eerste deel.

De route

Vrijdag, 15 juni, 2012

We zitten op een prima camping in Breil sur Roya en we hebben al treinkaartjes
gekocht
voor de train de Merveilles tot Vievola morgenochtend. Het station ligt hier
een goede
5 minuten lopen vandaan. Het is mooi weer en we kijken aan alle
kanten op steile
bergen. Ze hebben hier naast de camping ook een fraai gemeente
zwembad, maar ze
verwarmen het water houtgestookt en dat walmt nogal over de
camping. Je krijgt de
indruk alsof hier iemand permanent zit te barbecuen.

Zaterdag, 16 juni, 2012

Breil sur Roya - Vievola - Col de Tende - Baisse de Laguna

Watertappen: 1 km na punt 338, het enige waterstroompje op dit traject. 

Vroeg op. We zijn niet de enigen. Er zijn meerdere vroege vogels op deze
camping. Het is
wederom prachtig weer en al warm. Onze trein gaat pas om
8.45 uur. Het alternatief was 6.00 uur.
Tja, dat is wel erg vroeg.

De trein komt al vast een kwartiertje te laat en het is ontzettend oude meuk
uit Italië. Minstens
75 jaar oud. Hij kreunt en beukt vooruit. Het is een prachtig
traject, voor zover hij niet in de tunnel zit, want dan zie je helemaal niets.
Ruim na 9.30 uur komen we zowaar aan in Vievola.

Nu moeten we eerst ruim anderhalve kilometer langs de weg lopen. Wij lopen
deze aanlooproute puur op de blauwe IGN-kaart. Doodeng met die racende
Italianen op de motor, die denken dat ze op een race circuit zitten met hun
knie aan de grond door de bochten. Compleet gestoord zijn ze.
Het is al behoorlijk warm. Gelukkig komt er een parallelpad in zicht en slaan
we af. Het was ooit de oude weg. Nu zit er een boer, met zijn boerderij zowat
op de weg met maar liefst zeven honden.
Hoe komen we er langs? Gelukkig
zit de helft aan de ketting en de boerin roept de anderen terug,
zodat we er
langs kunnen met onze Coco.

Bij de haarspeldbochten is de weg afgezet i.v.m. de nationale kampioen-
schappen scateboard
racen. Wij lopen er toch maar tussendoor, hoe moeten
wij anders?? Iedereen zit hier in tentjes
langs de weg. Ze zijn allemaal heel
aardig en vinden het gelukkig niet erg dat we er voorzichtig
langslopen.

Daarna moeten we weer over drie bochten langs de drukke weg met o.a. de
Italiaanse motorrijders en andere weggebruikers.
In de bocht, waar ze allemaal in de rij staan voor de Tendetunnel, zwaaien wij
linksaf over de oude weg naar de pas. Het is inmiddels bloedheet, maar
lekker rustig en we moeten 46 haarspelden naar boven lopen. Een hele kluif.
In totaal 1000 m omhoog over 10 km. Het is flink steil. Soms
heb je afsnijertjes
en die zijn nòg steiler. Het is taai. Het smalle asfaltweggetje is inmiddels
gruispad
geworden..






Een aantal mountainbikers en een enkel 4 x 4 jeepje passeert ons. We komen
nog een schaapskudde
tegen met drie patous. Lieve help. Koos gaat met Coco
helemaal de andere kant op in het veld en het
lukt hem. De patous hebben
Coco niet in de gaten. Gelukkig maar, anders hadden we niet verder
gekund.

Uiteindelijk zijn we pas om 3 uur bij het Fort Central en we zijn keikapot. 
Het zal wel van de warmte komen. Ook een grote rugzak helpt niet mee op
een steil pad naar boven.
Misschien zijn we nog niet zo in vorm. Het is pas de eerste dag...
Richting de Mont Bego ( zie GR 52) verzamelen zich zwarte onweerswolken.
We moeten nu
geen onweer hebben boven op de graat. Dat is niet fijn.
We gaan maar eens flink doorlopen op een
plat steenslagpad. Richting
Fort Tabourde komen we goddank nog een waterstroompje tegen, waar Coco
volop kan drinken en Koos met de waterzuiveraar onze flessen weer kan
voorzien van veilig drinkwater.
Fijn idee, alle flessen weer vol. Nu kunnen we straks ons noodvoer koken.






We stoppen op Baisse de Lagouna op 1677 m. Mooi grasveldje, mooi uitzicht. 
Helaas geen
waterstroompje, dus wassen zit er niet aan. Jammer dan.
We gaan nu echt niet verder. We zijn
bekaf. We zitten heerlijk in de zon te
genieten van het fraaie uitzicht. De zwarte wolken lossen
langzaam op.
Gelukkig geen onweer. Ik ga de tent opzetten, pal naast het GR pad.




Verdorie, wat een muggen. We worden letterlijk opgevreten van de muggen. 
Gauw eten klaarmaken en dan roef de tent in. Zo'n idyllisch plekje en dan
wolken muggen. Wat zonde. Lekker
languit in het gras liggen zou fijn zijn.
Mijn benen hebben inmiddels een eigen berglandschap.
Wat een ellende met die snertmuggen. Om 20.00 uur zitten we al in de tent 
en het is nog helemaal niet donker buiten. Pech gehad, morgen beter.

Zondag, 17 juni, 2012 

Baisse de Laguna - Tende - La Brigue en verder

Watertappen: bij punt 328 - waterbron in bak, in Tende, in La Brigue.

Oh, wat mooi!!!! We worden wakker met het geluid van baltsende korhoenders.!!
Prachtig.
Dit zou een zeldzaamheid zijn in Nederland. Ze zitten vermoedelijk
op een veldje aan de bosrand, zo'n 20 m van onze tent. We durven niet de
tent uit om te gaan kijken. We willen ze niet storen.
Misschien verstoren we ze dan voor altijd. Dat willen wij niet op ons geweten
hebben.
Na een half uurtje houdt het op en durven we de tent open te ritsen.
Het is weer prachtig weer. Staalblauwe lucht en geen wolkje te zien. Maar we 
zijn rap weer in de
tent. Wolken muggen.
Je wordt er gek van. Jammer van zo'n mooi plekje. Het wassen is behelpen 
met vochtige doekjes.
Zonder water kan je niet veel.
Gauw even buiten de tent wat water koken voor de koffie en dan
in de tent
eten, vervolgens snel inpakken en wegwezen.




We lopen alweer om kwart voor acht. Het is nog lekker fris en we lopen over 
een prachtig
hellingpad door het bos.Daarna volgt een steil pad naar
beneden met rolkeien. Goed oppassen. Vooral met zo'n grote rugzak op kan
je gemeen doorrollen en je benen breken.
Het wordt alweer heet. Zeker weer boven de 30 graden.

Nèt voor Tende bij balisage(wegwijzer) 328 - granges de Taillapan -hoort Koos
water naar
rechts. Het GR-pad loopt naar links. Koos slaat af naar rechts en
25 m verder is een bron met een grote waterbak.
Heerlijk koel helder water! Wat een geluk! Wa fijn.
We kunnen ons wassen, tanden poetsen en de bidons vullen. Coco lebbert 
2 bakjes water leeg.
Zo, nu kunnen we weer fatsoenlijk naar de bewoonde wereld.




Om half elf lopen we Tende in. Onder het spoor door en rechtuit de bar in. 
Naast de bar is een klein poortje en daar heeft Madame Marie een leuk
overdekt terras met jeu de boules baan.
We nemen een lekker ijsje en een cola. We komen weer helemaal bij.
Na de bar lopen we even langs de bakker voor een brood en dan op naar 
La Brigue.
Tende zelf is zeer de moeite waard om te bezichtigen. Mooi middeleeuws,



maar we hadden het
al uitgebreid bezocht vóór dat we aan de GR begonnen.
Zonder rugzak is zoiets wat handiger.
Naar La Brigue loop je eerst over een aardig paadje aan de rechterkant van 
riviertje de Roya.
Dan over een zeer fraai gerestaureerde Romeinse brug en vervolgens een 
saaie bosweg omhoog
naar Col de Loubaira.
Terwijl we even rusten, passeren nog twee wandelaars. Canadezen.
Later, op het pad naar beneden passeren wij ze weer.
Het is weer een oud ezelpad uit de Romeinse tijd, hotsknots geplaveid 
met keien.
Het is bloedheet. Tegen de 40 graden. Koos en Coco lopen
vooruit. Ik doe voorzichtig aan.
Het is altijd uitkijken op zo´n pad. Plotseling struikel ik, zwik ik om en val 
voorover. Eerst op
mijn knie, dan wordt ik gelanceerd door mijn zware rugzak,
klap op mijn hoofd en kom met
een rare smak op mijn rug terecht, dwars
op het pad, met mijn hoofd over de rand naar beneden.

Geheel geblokkeerd kan ik geen kant meer op. Ik zit vast met mijn rugzak,
fototoestel en kaartenma
pje. Ingesnoerd als het ware. Roepen helpt me niet.
Koos en Coco zijn te ver weg.
Gelukkig komen de Canadese wandelaars er weer aan. Ze helpen me 
overeind en de vrouw loopt door om Koos te zoeken. De man giet wat koud
water uit een flesje over de wond op mijn knie
en zo spoelen de steentjes
eruit. De knie is goed bebloed, maar mijn hoofd valt mee. Het zweetbandje
heeft me behoed voor een hoofdwond.
Langzaam hobbel ik naar beneden naar La
Brigue.
Bij het eerste hotel rechts over een oude Romeinse brug gaan we eten.
De mensen zijn heel aardig en we zijn welkom, ondanks de hond en onze 
bezwete lijven.
Om 13.45 uur kunnen we nog nèt aanschuiven. We hebben een heerlijk 
menu met salade, forel,
frietjes en ijs toe. Het is al het tweede ijsje van
vandaag. Coco komt weer helemaal bij en wij ook.
Ik krijg een grote pleister voor over mijn knie, die klopt, veegt en zuigt. 
Hij is behoorlijk
gezwollen, maar dat gaat vanzelf weer over.
Ik heb niets gebroken en geen hersenschudding en
dus kunnen we door met
de GR.

Om drie uur verlaten we pas het restaurant en gaan we moeizaam in de 
verzengende hitte de helling op richting Baisse de Paluna.
Maar die halen we lang niet. Ik heb veel pijn en ik strompel min of meer
vooruit. We gaan tergent langzaam en ik wordt helemaal bevangen door de
hitte. Nog vóór de
Baisse de Riodoré is mijn energie op en zoeken we een
plat plaatsje voor de tent. Weer nergens
water, maar wel een mooi uitzicht
op de bergen.
Geen muggen, dit keer, maar wel van die kleine
zwarte bijtmieren.
Tja, je zit in de natuur, dus niet zeuren.
We hebben maar 14 km gedaan vandaag. Het was tè heet.

Maandag, 18 juni, 2012

Baisse de Riodoré - Saorge

Watertappen: bij punt 245, 3 km na Baisse de Géréon = citerne, nog 1 km 
verderop =
waterval, in Saorge.

Mijn knie ziet er al wat beter uit vandaag, Wèl pijnlijk, maar hij is bijna dicht.
Er zitten steeds
vliegen op.
Het is weer mooi weer vandaag. Staal blauwe lucht en er staat een klein 
briesje. Het is wel
weer warm. We lopen om kwart voor acht weer verder de
helling op. We zijn helaas ongewassen.
We moeten heel zuinig zijn met water. Zelfs koffie zat er niet aan
vanmorgen.
Bij Baisse d'Arpèse zitten we even in een koel bos met een
windje.
Heerlijk. Er liggen nog een paar plassen water, waar Coco uit kan

drinken. Ook voor hem hadden we niets meer.
Bij Baisse de la Paluna ligt aan de kant van de weg bij een kruising van 
zandwegen, een klein plasje
water waar drup, drup wat uit de helling in
sijpelt. Koos kan hier moeizaam water zuiveren voor
onze drinkflessen.
Zonder MSR waterzuiveraar ben je toch nergens hier. Wel oppassen dat
de
filter niet verstopt raakt met modder en blaadjes.
Met alle flessen weer vol kunnen we voorlopig verder. 
De GR 52 A loopt toch wel door een
verschrikkelijk droog gebied.
Dat geeft best wel problemen in de hitte.

We lopen nu over een breed militair pad, waar je even flink kilometers 
kan maken. Het loopt fraai
door het bos met veel welkome schaduw.
Op Baisse de Géréon is een kapelletje en een picknickplaats, maar
helaas geen spoor van water. Na ongeveer 2,5 km lopen
we langs een
citerne en een bron. Een beetje moeilijk bereikbaar, maar we kunnen
toch heerlijk koel water tappen recht uit de berg. Veel drinken en alle
flessen weer volgieten. Hup, daar gaan we weer.
500 m verder is zelfs een stroompje met een waterval. Hier kunnen we 
ons wassen en tandenpoetsen. Heerlijk opgefrist gaan we weer verder.

Bij Baisse de Lugo staat een hutje met twee mannen en twee bordercollies. 
Ze vertellen dat de schaapskudde verderop graast en er zijn patous bij.
Hè, vervelend. We moeten oppassen.
Tegelijkertijd komen er nog twee GR wandelaars aan. Ze komen uit 
Normandië en zijn in Tende begonnen. Ze willen de GR 52 A lopen tot Col
de Turini en gaan dan via de GR 52 naar Vallée
de Merveilles terug naar
Tende. Ze lopen met een kleine rugzak
van refuge/gîte naar gîte. Zo doen
de Fransen dat wel meer.
Voor ons geen optie met de hond.

We komen aan op een heel steil pad. Bijna handen en voetenwerk. Het 
pad is helemaal kapot
gelopen door de schapen.
Hier loopt de kudde in een bijna loodrecht bos met een patou.
Een ongelukkiger plaats kan je niet bedenken. Koos moet Coco aan de 
riem houden en zonder stokken omhoog klauteren. Ik kom niet zo snel
omhoog en loop achter, met de patou pal achter mij.
Ik ben dol op honden, maar niet op patous.
Bange momenten. Eindelijk kom ik boven op Baisse d'Anan -1555 m - wàt
een gemene bult.
Hier is nòg een kudde met een patou. De zielepoot, hij ziet er heel 
verwaarloosd uit en hij heeft jongen gehad. Gelukkig blijft Coco strak naast
Koos lopen en negeert hij de patou. Na een tijdje
druipt de patou af.

Van de schrik bekomen, kunnen we een eindje verder eindelijk
picknicken.
Dan volgt een lange afdaling. Eerst gaat het heel steil door een diep gat, 
waarvan je denkt: hier
kan onmogelijk een pad lopen. Daarna gaat het
verder op redelijk open hellingen zonder schaduw.
40 graden. Puf, puf, het is om af te leggen. Om 18.00 uur komen we in 
Saorge aan.
Een prachtig middeleeuws dorp, geheel authentiek, gebouwd op een steile 
helling.
In Saorge is geen hotel, alleen twee gîtes. We gaan het proberen met de 
hond. Je kan hier nergens
op de steile helling wild kamperen.
De eerste gîte zit vol. Dat is pech hebben. We moesten maar
aan het eind
van het dorp proberen, daar is nòg een gîte, zei iemand in het dorp. Het ligt
bij het monument des morts.
De deur is dicht. Niemand. Er staat een 06-nummer op de deur. Dat dan maar 
bellen.
Ja, er wordt opgenomen. Heeft u nog een plaats voor twee randonneurs
(= trekkers)?
Ja, die heeft hij. Hij komt er aan. Na 5 minuten verschijnt hij en ziet onze Coco. 
Oh nee, honden zijn uitgesloten. Of we die niet buiten kunnen laten? Absoluut
niet. Coco laten
we niet pardoes in de steek. Maar honden zijn niet mogelijk,
onder geen beding.
Heel jammer. Kan hij voor ons een taxi bellen voor Fontan? (daar is een camping,
maar we hebben de puf niet meer om nog een uur te lopen). Nee, er is geen taxi.
Tjeetje, wat nu???
Na veel 555 en 666 mag Coco bij hoge uitzondering op het balconnetje slapen. 
Geweldig.
We zijn hartstikke blij. We moeten wel cash 90,- euro betalen, dat is
incl. ontbijt om 9.00 uur.
Ontbijt om 9.00 uur?? Dat is veel te laat voor ons. We doen wel zonder ontbijt.
Hij laat ons de kamer zien. Oh, dat is moooi!!! Supersjiek en splinternieuw. 
5 sterren zonder meer.
Als je mooi wilt slapen en je hebt 90 euro op zak, ga dan zeker naar deze gîte 
aan het eind van het dorp. Hij heet Ca'da Barrera en is van Gîte de France.
cadabarrera.saorge@gmail.com
Ze hebben daar een heerlijk bed vol kussens en draperieën en een prachtige 
douche/wc.
De wastafel is een uitgehakte en gepolijste grote steen met een
bijzondere kraan. Het water loopt door een soort gootje als een waterval. Ik 
houd van mooie kranen. Deze had ik nog nooit gezien.
Wat een luxe allemaal na 2 nachten wild kamperen zonder water.
En wat schetst onze verbazing? De lopers uit Normandië zijn onze buren! 
Wat een toeval.

Jammer genoeg is het enige restaurant van het dorp op maandag gesloten. 
Dus geen feestmaal.
We kopen in het enige kleine winkeltje: koude biertjes, een kilo kersen, twee 
tartes de Saorge,
tomaten en yoghurtjes. Samen met de twee bananen van
de meneer van de gîte, die voor ons
ontbijt bedoeld waren, hebben we toch
een gezonde maaltijd, die
we buiten op een bankje bij het oorlogsmonument
verorberen.
Het is prima zo. We hebben bijna 20 km gelopen.
We gaan om 9 uur naar bed en morgen vroeg weer op.

Dinsdag, 19 juni, 2012

Saorge - Breil sur Roya

Watertappen: 300 m na punt 161 bij brugje, bij punt 155 bij verdeeldoos met
slangen.

De lucht is wederom staalblauw en het is weer heet. Coco sliep lekker fris op
het balcon.
We staan om half zes op. We lagen in een heerlijk bed, alleen het dekbed
was veel te heet.
Tja, dat krijg je als je buiten slapen gewend raakt. Heel zachtjes maken we
koffie en eten we
cornflakes met houdbare melk van de gîte. Daarna nog
een yoghurtje van onszelf en we kunnen
er wel weer even tegen. De zooi
in de vaatwasser en we laten alles netjes achter.



We vertrekken om 7.15 uur. Eerst moeten we Saorge weer door naar de
andere kant en
naar beneden. We gaan weer een oude Romeinse brug
over en dan krijgen we een prachtig smal bospad omhoog.
Het is een flinke klim tot de Mont Agu - 1065 m - we zijn er om 10.30 uur.
Hier zou pas de eerste mogelijkheid zijn voor een bivakplaats (zonder
water). Blij dat we in Saorge konden blijven.
Dit was gisteren wel laat geworden èn dan zaten we geheel zonder water. 
En het voelt al weer 40 graden vandaag. Daarna volgt een lange afdaling,
ook weer door bos.
Nèt als we onze picknick naar binnen hebben gewerkt, komen onze buren
uit Saorge langs.
We zitten gezellig een half uurtje te kwebbelen. Zij lopen een stuk sneller
omdat ze maar een kleine rugzak hebben en een stuk jonger zijn. Wij
lopen verder en helemaal naar beneden tot een riviertje. Heerlijk helder
water voor Coco. Daarna gaan we weer helemaal om hoog over een keisteil
pad. Wat een tegenvaller!

Ergens gaan waterslangen naar een plastic doosje. Deksel eraf en Koos kan
daar zó tappen.
Gelukkig, alle flessen weer vol. Nu moeten we over een partij rotsen heen en
lopen vervolgens
langs een hoogspanningsmast en een paar hutjes.Er lopen
daar drie honden los en wij staan op een smal paadje. Vervelend, met Coco
aan de lijn. Vervolgens raken we de weg kwijt op een olijven
terras met steile
randen. In de verte ligt Breil sur Roya, diep beneden ons.

Wij lopen al een kwartiertje te zoeken, als ik ineens onze GR lopers uit
Normandië zie aankomen.
Zij vinden de weg en wij kunnen volgen.
We lopen nu langs verzengend hete rotsen in de volle zon. We zien Breil sur
Roya duidelijk liggen,
maar we zijn er nog lang niet. We zitten hoog en gaan
nòg hoger. We moeten nog een heel dal
door, want het pad volgt de berg-
flank. Ik heb er eigenlijk geen zin meer in. Het is ook zó heet.
We gaan heel langzaam. De fut is eruit. Dan ziet Koos wegwijzer nr. 108.
Hoera, dit pad gaat naar beneden. Het is ook bijna 17.00 uur.

Het venijn zit in de staart. We moeten nog een enge,  smalle balconweg
over met grote stappen naar
beneden. Ik durf niet en mijn energie is op.
Koos is streng. Omkeren is geen optie, ik moet maar
doorbijten en me over
de angsten heen zetten.
Uiteindelijk kom ik na anderhalf uur op de camping in Breil aan. Zowel Coco
als ik lopen op ons tandvlees.
Koos heeft nog de moed om naar het dorp te lopen en boodschappen te gaan
doen. Hij wil een
koud biertje en neemt een liter melk en wat fruit mee. Lekker.
Eigenlijk ben ik te moe voor wat dan ook, maar ik ga toch maar noodvoer
koken.

's Avonds vliegen er kleine lichtjes over het gras op ongeveer 30 cm boven de
grond. Het zijn
glimvliegjes. Prachtig. Dit had ik nog nooit gezien. Glimwormen
kende ik wel, maar glimvliegjes zijn geheel nieuw voor mij.

Woensdag, 20 juni, 2012

We nemen een rustdag. Het regent een beetje en het is niet zo heet.
De camping heeft picknick
tafels onder een afdak. Hier is het goed toeven.
We doen boodschappen en kopen wijn en biefstuk.

Donderdag, 21 juni, 2012

Breil sur Roya - Sospel

Watertappen: kraantje bij Madone des Grâces bij punt126, kraantje bij Col
de Paula punt 119, bij vallée de Basséra - punt 96, bij riviertje la Figuetta,
in Sospel..

Om half zes weer op en om 7 uur lopen. We willen een beetje de hitte vóór
zijn. Het is weer
staalblauw en de zesde hete dag van boven de 35 graden.
Het mocht ietsje minder.
Breil sur Roya slaapt nog, Coco heeft geen zin (of is nog moe) en die
moeten we trekken.
We beginnen boven Breil met een fraaie oude ezelweg door het bos naar de
kapel van Madone
des Grâces. Hier is een kraantje met drinkwater. Dan verder
omhoog naar de Col de Brouis.



We zijn er al om 9.15 uur. Het scheelt wel dat we nu met een klein rugzakje 
lopen en de rest op
de camping in de tent hebben gelaten. Na de col krijgen
we een lange en saaie grindweg naar
Col de Paula. In de verte zien we het
dorp Piëne Haute liggen, fraai op een uitstekende rots.



Hoe komen die mensen aan water??? Op Col de Paula is water uit de kraan, 
maar het is non-
surveillé. Verder is het hier gortdroog en ik moet niet denken
aan bosbrand. Dan is het hier heel eng.

Daarna zakken we af in de prachtige vallei van de Basséra. Helemaal beneden
door het bos komen we in het paradijs bij een zeer idyllische stek met zuiver
water en een dikke pad in camouflagepak. Hij kan zó dienen bij het leger in
Afghanistan. Hij weegt zeker wel een kilo en heeft de grootte van een forse
schildpad. Het is hier zó verrassend mooi en koel, ik zou hier wel de rest van
de dag willen blijven.




We blijven ruim een half uur zitten en genieten van dit paradijs. Daarna gaan
we weer langs een bloedhete helling naar Col de Pérus. Het is pas kwart voor
twaalf. We zijn fijn opgeschoten.



Bovenop is het heet en aan de overkant van de weg moeten we op een hete
helling verder.
In de schaduw gaan we picknicken en we blijven lang zitten. In de verte zijn
een paar auto's
aan het scheuren met piepende banden. Die lui van Top Gear zeker.
Dan gaan we steil naar beneden en komen opnieuw in een paradijsje terecht
bij het riviertje
La Figuetta. Lekker met de pootjes even in het water en water
zuiveren voor onze drinkflessen.
Coco drinkt zich helemaal lens. Het is er zo fijn, dat we weer een half uurtje
blijven hangen.
Eigenlijk hebben we er helemaal geen zin meer in om in die kleffe warmte
verder te moeten gaan.
Maar goed, je moet toch in Sospel aankomen dus
pak jezelf bij de kraag en hup.

We lopen nu parallel aan een waterkanaal (voor irrigatie en drinkwater), maar
we zien geen markeringen meer. Dan naar rechts, retour. Dan naar links,
retour. Waar zijn nu toch die markeringen?? Dan maar een smal paadje recht
naar boven. We komen uit op een weg.
Laat die Mont Agaisen maar zitten. We gaan linksaf en komen langs punt 98
en 81 en we lopen
soepel Sospel binnen. Om drie uur zitten we al op het
terras met cola en bier. Ut kos koijer -
het kon slechter - zeggen ze in
Brabant.





Onze trein gaat pas om vijf minuten voor zes, dus we hebben tijd
zat. Het is heerlijk toeven onder de bomen. Aan de overkant is een Huit à
Huit, dus
een winkel die van 8 uur 's morgens tot 8 uur 's avonds open is.
Hier kan ik even lekkere dingen kopen om vanavond te eten op de camping.
Vlees, groente, fruit en yoghurtjes. Ik ben dol op
de Franse één persoons
yoghurtjes in allerlei smaken.
Op de stille camping in Breil horen we 's avonds herrie in het dorp. 
Midzomernachtfeest.
Tot twee uur dreunen we de tent uit. En het is klef. De slaapzak is vochtig.

Vrijdag 22 juni, 2012

We verkassen per auto naar het eindpunt van de GR 52 A: Colmars les
Alpes aan de westkant
van de route. Onderweg is er geen berg te zien, zó
heiig, zo vochtig. Hartstikke klef en al weer 35 graden. In Colmars zitten
we 1000 m hoger, niet klef, een windje en scherpe bergen.
Het is er heerlijk. We zitten op boerecamping Les Pommiers. Dicht bij het
dorp, dicht bij de route.
Prima.

Zaterdag, 23 juni, 2012
Colmars les Alpes - Entraunes

Om half zes gaat de wekker. Blauwe lucht en koud. De thermometer in de
auto zegt 5 graden.



Wat een verschil met Breil sur Roya! Er staat een fris windje, brrrr. Fleecevest
aan en we beginnen met een fikse klim omhoog door het bos. Fraai pad.
Als straks de zon schijnt gaan we wel ontbijten
met die "heerlijke" hartkeks
van Beversport. Dat is zowat om half tien. Bij Ratery staat zowaar
een koffie-
tentje aan de weg. Helaas, we moeten nog een heel eind vandaag, dus we
moeten de
koffie overslaan. Geen tijd.

We lopen door over een fraaie bosweg die lekker loopt.
Bij de afslag Cabane
Neuve is een bron. Fijn vers en koel water in de flessen. We verlaten de
bosweg en lopen omhoog over een smal bospaadje. Het is schitterend hier.
Bosooievaarsbek,
orchideeën, duivelsnaaigaren, turkse lelie, het is er
allemaal. Ook zijn er veel kleine stroompjes,
ideaal voor Coco. Verder zien
we veel wroetsporen van wilde zwijnen. Uit het bos komen we op
een
prachtige, bloemrijke alpenweide. We denken nu bijna bij Col de Champs
te zijn, maar dat
blijkt nog helemaal niet zo. We gaan omhoog, omlaag,
allerlei geulen door, en nog weer door
een bos. Waar is nu toch die col?

Eindelijk om 12.00 uur liggen we boven, languit in de alpenwei vol bloemen
in de stralende zon.
Lekker genieten.



Er komen een man en vrouw op leeftijd naar boven. Ze zijn 80 en 83 jaar
oud.Ze hebben een
klein rugzakje op en hebben de auto bij Ratery
geparkeerd. Ze hebben de rest gelopen!
En hij heeft ook nog twee kunstknieën!!! Hij kan dus niet op de grond zitten,
want dan komt hij niet meer overeind, maar op een flinke kei zitten gaat
prima. Wat knap die mensen. Zij liepen in de
zomermaanden regelmatig
dagtochten in de bergen. Petje af. Taaie Fransen.




In de verte brommen motoren over de weg. Vanaf dààr is de col niet zo mooi
als hier, weten we
van een motertocht. Hier liggen we midden tussen de
bloemen met prachtige vergezichten op ruige bergen. We zitten op de grens
van Parc de Mercantour, die ligt hier 15 m vandaan. Daar bij dat paaltje is het
verboden voor onze Coco.

We blijven anderhalf uur boven zitten. Dan wordt het een beetje spoorzoeken
hier en daar
waarna een lange afdaling volgt door een hete kloof. Vast weer
35 graden vandaag. Regelmatig
rusten we even in een beetje schaduw. Bij
een hele diepe kloof Carcareï gaan we linksaf door
het bos en zien dan
eindelijk Entraunes liggen.



We ploffen neer op het enige terras bij de enige uitspanning. We drinken
bier en cola van een vies tafeltje. Cola zonder ijsblokjes. We nemen
er ieder
een ijsje bij. Niet te vreten, half verdroogd en minstens 2 jaar oud.
Nou ja, we willen niet klagen. De enige winkel in Entraunes is dicht. Dan 
moeten we hier
vanavond maar eten. Het is niet anders, maar ik heb er geen
goed gevoel bij.

We zoeken de camping. Het is een kleintje, maar hij ligt wel aardig. Koos gaat
languit liggen
en schiet omhoog: mierennest. Dan maar de tent opzetten op
het veldje ernaast. Als ik de eerste
haring de grond in timmer, loopt er een
hele baan zwarte mieren over de tent. Verdorie.
Dan maar weer een andere stek zoeken. Ho eens, zegt de campingmevrouw
die juist aan komt lopen, in de natuur moet je niet zo kieskeurig zijn. Troela,
ik ben niet bang voor een miertje, maar
ik kan niet slapen temidden van hele
nesten, dat doe je jelf maar. Ondanks protest van de campbazin, doen we een
derde poging in de schaduw.
Hè,hè, dat gaat goed. Volgende probleem. Alleen 1 toilet, 1 douche en 
1 wastafel bij de heren
is open en er zijn 14 plaatsen bezet. De damesafdeling
is dicht. Dat scheelt poetsen, want het
is nog geen hoogseizoen. Oh, ja???
Mogen we dan ook voor de halve prijs staan?? Nee, dat
deed ze niet. Mispunt,
verdelg die mieren maar eens van je verwaarloosde camping!!

Ach, laat maar. We hadden ons verheugd op verse groeten en fruit en een 
beetje rust.
Nu moeten we weer om 19.30 uur naar het dorp lopen voor het restaurant, dat 
niet eerder open
is. Het restaurant is uitgesproken slecht, de bediening is
superslecht. Het duurt een eeuw, het
ziet er niet uit en het wordt op tafel
gegooid door iemand met vuile kleren aan. Iedereen zit meer
dan een uur te
wachten totdat er iets komt. Ik eet alleen de salade, die drijft in de olie, en
het vlees.
De frieten zijn net vette sponzen. We wachten het toetje niet af. Koos 
betaald 50,- euro voor
bagger. Zonde van het geld. We geven geen fooi.
Nog nooit zo slecht gegeten in Frankrijk!!
Hadden we maar noodvoer gegeten, dat was vast lekkerder geweest. 
We drinken koffie bij
de tent en gaan dus na tienen pas slapen.

Entraunes is a bloody experience. Entraunes est une endroit épouvantable.


Zondag, 24 juni, 2012

Entraunes - Vallée de l'Adrech voorbij Les Tourres

We gaan om 7 uur weer op pad. Saai verhaal: de lucht is staalblauw en het wordt
weer heet.
We beginnen met een prachtig pad omhoog, waarbij we af en toe een half
verhard pad kruisen.



Dat is de D 139. Het is lekker in het bos, hoog boven de kloof van de Bourdous.
Op een mooi
stekje in de zon gaan we ontbijten. Daarna volgt een bospad op
hoogte. Nu moeten we een paar
hellingen over klauteren, waar de helling is
ingestort. Ooit door wateroverlast tijdens heftige
onweersbuien??
Soms heb je een paar smalle stappen hoog boven de rivier de Bardous.
Dan krijgen we een helling die geheel is ingestort. Eerst moeten we naar 
beneden klimmen,
dan weer over een blokkenveld omhoog en weer verder naar
boven klauteren. Dan volgt een
heel moeilijke passage met hele grote stappen
boven een afgrond naar een uitgehakte rotsrichel.
Eén verkeerde stap en je valt in een ontzettend diepe, smalle kloof. Dan ben je 
morsdood.
Niemand die je hier vindt, of je er ooit uit kan halen. Brr, dit is wel
heel eng.
Ik sta aan de grond genageld van angst. Koos stuurt Coco eerst naar
de rotsrichel. Hij doet het
braaf en gaat wonderwel geweldig. Als hij hier fout zo
gaan, konden wij hem onmogelijk redden
en hij moet nog 4 jaar worden...
Koos helpt mij met die grote stappen - zo moeilijk met die zware, grote rugzak.- 
Gelukkig, ik
sta op de rotsrichel en moet nu verder. Het pad is ongeveer 40 cm
breed en 100 m lang.
Met een gapende diepte erlangs....Vreselijk voor iemand
met hoogtevrees.

Als het pad weer overgaat in een normaal bospad, ga ik op het eerste de beste
platte stukje zitten
en begin een potje te janken. Ik moet even de spanningen
en emoties kwijt. Ik was zóóóó bang.
Dit was echt niet leuk en redelijk gevaarlijk. Ze mochten de weg hier wel eens een
beetje
fatsoeneren en veiliger maken. Maar dit pad is de laatste jaren absoluut
niet onderhouden. Zoveel GR 52 A lopers zijn er ook niet. We zijn hier nog
niemand tegengekomen.

Weer denk ik aan de woorden van Reinhold Messner: "La montagne est ni juste,
ni injuste,
la montagne est dangereuse".
Ik moet er niet aan denken deze passage te moeten doen met slecht weer of 
in mijn eentje.

Dan volgt een prachtig relaxed pad door het bos dat in lange slingers omhoog
loopt. Waar is nu de col? Links? of rechts? Het blijft raden. We hebben nog een
hele lange weg te gaan en komen dan
uiteindelijk uit op de Col de 30 Souches
(2017 m)
, precies op de grens van het Parc de Mercantour.



Als Coco 1 stap naar links doet, zit hij op verboden terrein.

Wat is het hier moooooi!!!!!! De mooiste col ooit. Het staat vol met paradijslelies. 
Nee, geen graslelies, veel groter: paradijslelies. Schit-te-rend.



We blijven hier een uur zitten genieten van deze zeer fraaie col. Er is één ander
stel, ver weg
aan de overkant. Verder is hier niemand. Deze col is alleen lopend bereikbaar
over een lastig en lang pad. Waarschijnlijk daarom is deze col zo mooi en zo puur.

Nu volgt een lange, lange afdaling. Eerst een keienpad naar Les Tourrès: vier
boeren en zelfs
een gîte, misschien een optie voor de mensen die moe zijn.
Wij hoeven dit niet te proberen met
een hond. Daarna volgt een eindeloos
balconpad, die alle flanken van de bergen volgt. Soms
heel eng, smal en hoog,
maar vooral heel lang en heet. We gaan alle kloven en zijdalen in- en uit.
Ook hier is soms een deel van de helling weggespoeld en moet je klimmen over 
harde modder.
Soms passeer je smalle richels. Coco doet het perfekt, alsof hij
nooit anders heeft gedaan.

We zijn inmiddels heel erg moe want het is ook zo warm. Om half zes hebben
we eindelijk een klein schuin stekje gevonden om te bivakkeren, pal naast het 
pad, vlak bij een waterval.



Met wat grote keien vult Koos de gaten op, zodat we min of meer plat kunnen 
liggen. Aan
het voeteneind staat een boom, zodat we nooit met tent en al van
de helling kunnen glijden.
Het is een fraai plaatsje bij riviertje l'Adrech op 1587 m. 
Nadat we ons noodvoer hebben gekookt en de afwas hebben gedaan in het 
riviertje, begint
de lucht dicht te trekken en voelen we een paar spetjes.
Dan maar de tent in, het wordt toch donker.  
Het tentje staat eigenlijk wel verrekte schuin. Steeds moeten we ons omhoog 
trekken, anders
ligt de hond klem tussen de boom en onze voeten.
's Nachts heb ik slecht geslapen. Angst voor een horde wilde zwijnen. 
Wroetsporen genoeg.

Maandag 25 juni, 2012

Châteauneuf d'Entraunes - Péone

De lucht is nog bewolkt, maar trekt weer open. Het wordt weer blauw en heet.
Coco schrikt zich het apezuur als er vlak voor zijn neus een grote haas
wegspringt.
We gaan laat op pad. Pas om 7.45 uur. We lopen te veel te klungelen en de
waterzuiveraar doet het niet. Uiteindelijk blijkt de pompmembraan verstopt.
Gelukkig krijgt Koos de boel weer aan de praat en kunnen we weer met alle
flessen vol op pad.
Nog steeds geen platte bivakplaatsen tegengekomen.We lopen min of meer
op hoogte over fraaie bospaden met steile hellingen en hebben soms enge,
smalle oversteken bij riviertjes. Soms lopen we over leisteen richels, nèt
kolengruis. Dat zal wel spekglad worden ingeval van regen.




We blijven alle rechte rotsen volgen tegen de helling. Daarna moeten we
smal tussen de rotsen
door steil naar beneden, dan weer over enge richeltjes
en dan weer steil over instabiel kolengruis.
We komen de eerste GR 52 A loper tegen op dit traject: een Engelsman van
ongeveer 70 jaar,
in zijn eentje, zonder loopstokken en ook met een flinke rugzak op.
Ik verzoek hem voorzichtig te zijn. Zo in je eentje zijn dit soort paden toch
linke soep. Als je
struikelt en valt is er geen hulp op dit eenzame pad en
kan je dagen onopgemerkt blijven liggen.

Ongeveer anderhalf uur na ons bivak komen we aan bij Châteauneuf
d'Entraunes. Het is een
heel klein dorpje op een bult. Wat een uithoek!
Het is 3 x niks. Op de hoek van de straat staat
een waarschuwingsbord:
"Zeer bochtige weg, gevaarlijk bij nat weer".
Hier wil je toch niet wonen? Moet je even naar de bakker in de winter met
sneeuw. Doodeng.




Nu dalen we over een fraai bospaadje heel diep in een dal af. Dan passeren
we een degelijke houten brug over een flinke rivier: la Barlatte. Daarna weer
keisteil omhoog. Weer smalle randjes over kolengruis en het is hier zó heet.
Om kapot te gaan zó heet. We komen aan in het gehucht Bouchanières. Ze
hebben daar wonderwel een fraai restaurant met een nòg fraaier terras.
Mooi gaas boven het terras tegen de zon. Helaas er is geen mens. Je kan 
zó binnenlopen in de
bar, naar een keurige wc en naar de keuken. Geen
mens. Roepen, roepen, geen mens.
Na 20 minuten uitrusten op het terras, zien we beneden ons een man lopen
naar zijn auto.
We moesten maar achterom lopen en aanbellen.
Ja, verdomd, er komt een vrouw aan. Ze had het gisteren druk gehad met
de oldtimer club uit
Nice met 80 personen. Ze was even in slaap gevallen.

Ze is heel erg aardig en we bestellen 2 cola en een salade met ham, kaas
en brood.Verrukkelluk.
Zes verschillende Franse kazen. Heerlijk. Koffie toe. Zo, nu kunnen we er
wel weer even tegen.

Bij een riviertje is de brug weggeslagen. We moeten ons 2 m steil naar
beneden laten zakken, door het riviertje banjeren en dan weer 2 m steil
omhoog klimmen. Een hele hijs, maar het houd je soepel. Coco zoekt
moeiteloos zijn weg, fantastisch. We dachten dat het een mietje was,
maar ze
is heel flink en doet het geweldig.

Daarna krijgen we zowat een rechtstandig pad naar boven naar Col
de Séglière, gevolgd door een steil balconpad. Puf, puf, het is weer
35 graden. Waarom is het toch alle dagen zo heet?
Nou ja, beter als regen, want dan wordt het pad wel heel moeilijk.




Aan het eind van de middag komen we aan in Péone. Om 17.00 uur
zitten we op een terras met
cola en bier. Daar knap je van op. Dan even
vlot doorlopen naar de camping, een kilometer
hogerop na het dorp.
Shit, het hek is op slot en er is niemand. Dan maar weer retour naar het
dorp. Een paar mennekes op het plein beweren dat de camping wèl open
is, maar de poort klemt.
Dan maar weer die kilometer omhoog en het nogmaals proberen.
Verdraaid, met wat inspanning krijgen we de poort open. Wat een riante 
camping. Helemaal voor
ons alleen. Heerlijke douche, alles op en top
schoon, warm water voor de afwas. Toiletpapier
op het toilet. Schaduw
en een windje voor ons op het terein. Super.
Morgenochtend moeten we 10 euro in de brievenbus doen en kunnen
we weer verder.
Wat wil een mens nog meer??? Wij zijn hartstikke tevreden. We moeten
helaas weer noodvoer
eten, want Péone heeft geen winkel.

Dinsdag, 26 juni, 2012

Péone - Col de Couillole

Je raad het al: blauwe lucht en heet, als we de tent open ritsen. Lekker wassen,
de haren wapperen in een briesje. Het was wel weer loeiwarm vannacht, het wilde
maar niet afkoelen. Waarom
moeten we uitgerekend gaan wandelen met een
standvastige canicule? (hittegolf).
Om half 8 lopen we eerst een stukje over de asfaltweg. Slechts één auto
passeert ons. Dan volgt
een zeer fraai bospad omhoog naar Valberg. Vóór tien
uur zitten we al op een terrasje achter een verrukkelijke Italiaanse koffie. Daarna
zoeken we een winkeltje voor wat boodschappen en
vervolgens strijken we neer
op een bankje nèt buiten een parkje (parkje is verboden voor
honden) om eens
flink te buffelen met melk, yoghurtjes en verse abricozen. Mmmm, lekker.



Na een uurtje lopen we verder over een gemakkelijk pad. Het loopt lekker vlot.
Om 12.15 uur
zijn we al in Beuil. Dàt valt even mee, ondanks de warmte. Beuil
is een leuk, compact dorpje.

We lopen er dwars doorheen, mooi middeleeuws. Maar dan moeten we een diep,
heet gat in met
een asfaltweg midden op de vlakte. Het is zeker 40 graden. Dit
zien we even niet zitten.
De moed zakt ons in de schoenen.
We keren terug naar het restaurant "l'Escapade", waar we al langs waren
gekomen op de heenweg.
Het heeft een heerlijk terras en zelfs een Michelinster!.
Toe maar. e-mail hotel-escapade@wanadoo.fr
We bestellen 2 grote salades en 2 cola. Koffie toe. Na 2 uur zitten we mudvol en
zijn we 55,-
euro lichter, maar het was het meer dan waard. Prima kwaliteit, grote
portie, goede bediening,
fijn terras, zeer vriendelijke mensen, ondanks het feit dat we met een hond komen
en er niet
al te fris uitzien bij dit weer.

We rapen de moed weer bij elkaar en duiken nu toch het hete gat in. Het valt 
100% mee.
Het is nu bewolkt en er staat een windje. Wat een bofkonten zijn wij
toch.
We gaan nu omhoog naar een col, maar het pad loopt door een koel bos.
Vallon de
Couillole.
We zijn best vlot boven. Om half vijf staan we op de col. We horen en ruiken 
troupeaux,
en waar troupeaux zijn, zijn patous, dus hier wild kamperen is
uitgesloten.

Op de col staat een groot houten gebouw met verweerd hout en kleine raamp-
jes.
Het is gîte de la Fripounière. www. lafripounière.com
tel. 00 33 493 0202 60.
Bij Anne-Claude en Patrick zijn we van harte welkom mèt hond. Fantastisch.

Het is een gîte d'Etape en we krijgen kamer 13, op de tweede etage. De meest
ruime kamer met het oog op de hond. Met badkamer om de hoek. Super. En dat
terwijl ze zelf een Tervuerense
herder en een patou hebben! alsmede vier katten.
De patou hebben ze als pup van de dood gered. Toch wel super van de eigenaar
om dit beest op te nemen. Het hondje hoorde bij een schaapskudde en de
herders vonden hem niet goed genoeg. Ze mishandelden de pup en gooiden
hem in de herfst bij de schapen op de vrachtwagen en ze zouden hem wel
afknallen, dan waren ze daar maar van af.
Patrick heeft de hond gekocht van de herders en hij is nu een uitstekende 
waakhond voor de gîte.
Als wij met Coco naar buiten willen, moet eerst de patou naar binnen. Dat vinden
ze geen probleem.

We liggen eerst een uurtje op bed. We zijn zó blij dat we hier terecht kunnen. 
Het kost 47,- euro
p.p. voor demi-pension, dus met avondeten en ontbijt. Netjes.
Het avondeten is om 19.15 uur.
We zijn met zijn zevenen. 2 Franse toeristen per auto, 1 Franse loper van 
dagtochten per auto
vise versa naar de startplaats en 2 Zwitserse motorrijders.
Het eten is buitengewoon goed en wij kunnen jullie dit adres van harte aanbevelen

Woensdag, 27 juni, 2012

Col de Couillole - St. Sauveur sur Tinée

We staan om 5.45 uur op. Het was heet vannacht in de gîte. Wij zijn toch het 
buitenslapen
gewend, en dan ineens binnen.... Ook al staat het raam wagenwijd
open.
De patou ligt breeduit in de moestuin op de sla-plantjes, die deze mensen
met zoveel zorg en toewijding proberen te laten groeien....voor hun gasten.



Om 7 uur is het ontbijt en om 7.30 uur zijn we weer op pad. Eerst hebben we een
keisteil pad naar beneden met twee ingestorte stukjes helling en daarna lopen
we in een fraaie vallon in het bos
gestaag naar beneden.

Na een uurtje zijn we in Roubion. Roubion is een prachtig middeleeuws dorpje
gebouwd op
een rotsrichel, hoog boven een loodrechte vallei. Welke gek wil daar
nu wonen?
Ook voor de toerist per auto is het hier niet eenvoudig om te komen.
We lopen dwars door het schitterend gerestaureerde dorpje en het reeds
geopende terras voor de koffie is zeer verleidelijk, maar we slaan het met
moeite over. Het is nog vroeg en fris en we
hebben nog een heel eind te gaan
vandaag en het wordt vast wel weer 35 graden of meer.



Het is eigenlijk nù al warm. Via een uitgehakte tunnel lopen wij het zeer fraaie
Roubion weer uit
over een smalle weg met diepe afgrond, die hoog boven de
vallei is aangelegd. De weg is
half verhard.
Ik zou hier voor geen prijs durven rijden met de auto, maar anderen schijnbaar
wel, want
4 x zet een auto ons in de stof, alsmede een brommer en ook nog
een auto van de andere kant.
Hoe hebben ze elkaar kunnen passeren??? Vermoedelijk langs het randje en
hier is geen vangrail.
Brrrr. Dat was vast geen feest. De weg is hooguit 3 m
breed en de afgrond gaat 700 m loodrecht
naar beneden.
Na een tijdje verlaten we de weg en dalen we sterk af over een zigzaggend 
bospad naar de rivier.

Bij de rivier staan grote waarschuwingsborden dat het hier gevaarlijk is, ingeval  
van heftige onweersbuien en een plotseling zwellende rivier. Dit soort situaties
moet je ook echt niet onderschatten. Een fruttig, kabbelend beekje kan in een
paar minuten veranderen in een woeste stroom, grote bomen en rotsblokken
meesleurend. We hebben dit meermalen gezien. En dat niet alleen, blijkt hier.
Aan de andere kant van de rivier is een enorme helling van zo'n 800 m hoog
geheel naar beneden gegleden. Voor ons ligt een gigantische berg van grote
rode brokken scherpe stenen. We moeten onze weg zoeken tussen de rivier
en een 3 m hoog blokkenterrein van een 150 m breed. Voor ons is dat
moeilijk, voor ons hondje is dat nog veel lastiger.
Normaliter stuur je hier geen hond overheen, maar we hebben geen keus.
Langs of door de rivier lopen gaat niet, want die verdwijnt in een diepe kloof.
Dus eerst maar door de rivier waden naar de overkant en dan maar klimmen
en klauteren met zijn drieën. Na een uurtje zijn we alle drie ongeschonden
aan de andere kant. Heel knap gedaan van Coco en zijn pootjes zijn ook nog
heel.
Nu moeten we nog over een paar afgeknapte bomen klimmen, die kris kras 
over elkaar liggen en dan vinden we een vaag pad in het bos. Daarna moeten
we min of meer op handen en voeten rechtstandig omhoog klimmen en
komen weer op het oorspronkelijke pad uit. We lopen langs een prachtig
irrigatiekanaal, nog geheel in tact en operationeel. Het paadje er langs is wel
smal en de afgrond diep. Gelukkig groeien er bomen op de helling, dan lijkt
het minder eng.

Na een tijdje komen we bij de volgende hindernis: Wéér een ingestorte helling. 
Nu staan we niet aan de onderkant, maar halfweg op de flank. Ergens halfweg
boven mij aan de ingezakte kant, zie ik een richeltje van het ingestorte pad.
Daar durf ik echt niet overheen. Véél te smal.
Gelukkig, dat hoeft ook niet. Ons pad gaat ineens scherp naar beneden en 
daarna weer via boomwortels steil omhoog. Een soort omleiding, zeg maar.
Bij een steenmannetje komen we weer bij het orspronkelijke pad. Een tiental
meters beneden ons zien we nog steeds het irrigatiekanaal lopen. In het
boekje lees ik later dat het 8 km lang is en via Roure naar St. Sauveur de
Tinée de
rivier de Tinée in stroomt.



We zijn nu bijna aan de overkant van de kloof van de Vionène en zien
Roubion fraai liggen,
vastgeplakt op de rechte hoge rotsen. Hadden ze er een
brug overheen gelegd, dan stonden w
e hier 5 minuten later, nu deden we er
bijna drie en een half uur over!!!

Het pad wat we nu door de kloof volgen is schitterend, maar wel smal en met 
diepe gaten. Met
mijn hoogtevrees is het niet gemakkelijk.
We komen bij La Cérise. Drie hutten tegen een steile wand en er wonen
ook nog mensen.
Om 12.15 uur gaan we picknicken onder een boom met een paar keien
en gras. De plek is hier iets
ruimer en we zitten nèt voor Roure. Het is
inmiddels weer verzengend heet: zo'n 35 graden.
We blijven geruime tijd zitten, maar we moeten verder. Alle moed verzamelen
dan maar.

Verroest - hier staat een bordje dat deze weg - die we nèt achter de rug
hebben - voorlopig is afgesloten. Rare snurkers, die Fransen, zet zo'n bordje
dan ook aan de overkant bij Roubion!



Ach, we zijn er zonder gebroken benen overheen gekomen. Het alternatief
over de veel langere
D 30 naar St. Sauveur de Tinée was ook geen feest
geworden over bloedheet asfalt met jankende
Italiaanse motoren en andere
weggebruikers.

Maar ingeval van slecht weer, naderend onweer of hevige regenval had je
dat wel moeten doen.
Halfweg een helling staan die in zijn geheel gaat
schuiven, dat overleef je niet. Het is hier
duidelijk heel instabiel in deze kloof.




Roure is ook een leuk middeleeuws dorpje en ook hoog tegen de wand
geplakt, nèt als
Roubion. We kennen Roure nog van de GR 5, van 3 jaar
geleden. De GR 5 en de GR 52 A
lopen nu parallel tot St Dalmas de
Valdeblore. Daarna splitsen ze zich weer.
Van Roure naar St. Sauveur de Tinée is een fraaie lange steile afdaling op
een bloedhete helling,
die ons nog heel goed heugt van de GR 5.
Af en toe zien we het waterkanaal weer, nu in sterk afgeslankte vorm.
Er wordt dus veel water uit getapt in Roure.

Coco gaat een paar keer liggen en wil niet meer. Zij is vermoedelijk
bevangen door de hitte met haar dikke jas aan. Schotse collies hebben
een enorme vacht, goed voor de Highlands in Schotland
maar met 40
graden en geen zuchtje wind is het haar echt te veel. We
hebben het
zelf ook wel
warm met die dikke zak op.




Om half vier zijn we op de camping in St. Sauveur. We gaan eerst languit
liggen bijkomen.
Alle drie. Dan moet ik de tent opzetten en gaan we
boodschappen doen. Dit kan bij de bakker
rechts en bij de alimentation
links op de hoofdstraat. Daarna gaan we bij de kroeg met de stoeltjes
op straat een lekker koud pilsje drinken en de bushalte zoeken.

Bushalte????

Ja, de bushalte. Bus nr. 740 gaat morgenochtend om 8.45 uur richting
Nice.
Tja, we houden er mee op. We zijn totaal gesloopt door de hitte. Ook de
komende dagen blijft het onverminderd heet, volgens de voorspellingen.
Met een rugzak op van 18 en 20 kg en onze leeftijd is 2 x 5 dagen =
160 km, meer dan genoeg bij deze temperaturen.
Zeker ook voor de hond moeten we stoppen. Zij heeft het helemaal gehad.

Het laatste stuk naar Sospel houden jullie nog te goed. Wanneer? Geen
idee. Maar ons principe
is dat elk GR pad ooit begonnen, ook tot de laatste
snik voltooid zal worden. De terreur van
de rood/witte streepjes, zal ik maar
zeggen.

Terugtocht met het openbaar vervoer naar Colmars-les-Alpes gaat
uitstekend.

We maken een spectaculaire tocht met een goedgevulde bus van Lignes 
d'Azur door de prachtige
kloof van de Tinée. Zie internet www.cg06.fr. voor
de dienstregeling. Bus 740.
Kosten: 1 euro p.p.
We gaan niet helemaal tot Nice, maar stappen uit in Colomars Gare.
(Achteraf gezien was
misschien St. Martin du Var een betere keuze geweest.
- meer dorp, meer voorzieningen,
wel wat verder lopen naar het treinstation. )
We moeten heel lang wachten. Onze Train des Pignes gaat pas om 13.22 uur.
We lopen een tijdje langs de weg richting Nice en vinden een leuke
pizzeria/restaurant in een
verbouwd oud stationnetje van La Manda met
partytenten in de tuin. We drinken eerst rustig
2 koffie, nemen daarna
uitgebreid een ijsje en op het laatst een heerlijke salade. Het is hier
goed
toeven. Om 13.00 uur lopen we weer terug naar het stationnnetje van
Colomars Gare.

De trein is wederom een oud schud-en-beuk vehikel en we gaan wederom
over een spectaculair traject langs de rivier de Var. Om 15.20 uur stappen
we uit in Thorame-Haute. Een zeer
desolate plaats met een stationnetje,
een kerkje en een kroeg die al jaren gesloten is.
Volgens de dienstregeling op internet gaat er om 15.40 uur een bus naar
Colmars les Alpes.
Verdomd, er staat een 8-persoonsbusje en die vertrekt
braaf iets later dan gepland. Ze wachtte
nog op de trein uit tegengestelde
richting. Je weet maar nooit of er nog een klant bij zit.
Maar die is er niet, dus we hebben de bus voor ons alleen. Rond half 5
zijn we weer op camping
Les Pommiers bij onze auto. Perfekt.
Het is hier weer een stuk frisser, dat wil zeggen, een aangename 25 graden.
Ook dit kan je allemaal vinden op het internet bij www.trainprovence.com

Laatste deel van de GR 52 A

Zaterdag, 21 juli, 2012

We zijn vandaag naar St. Martin de Vesubie gereden, en pakken morgen de
draad weer op.
Deze GR moet toch gewoon af.

Het pad van St.Sauveur sur Tinée naar St. Dalmas de Valdeblore kennen
we van de GR 5.
Dit alles hoeft voor ons geen 2e keer, dat geloven we wel.
Voor de details moet je zoeken bij Alpen IV van de GR 5 datum;
23 juni, 2009.
Je moet eerst omhoog naar een kapelletje en vervolgens over een saai
gruispad lopen naar Rimplas.
Daarna kan je picknicken op een bankje
tussen de hondenpoep in een parkje bij Le Planet en dan
omhoog - omlaag
- omhoog - omlaag met spoorzoeken naar St. Dalmas de Valdeblore.
Pas op: alles is hier rood/wit gemarkeerd: GR 5, GR 52, GR 52 A - het lijkt
Sospel wel.
Als je dit pad loopt, moet je wèl gaan kamperen bij Myriam
le Duff op de boerecamping rechts naar beneden, nèt vóór St. Dalmas de
Valdeblore. Echt een aanrader.
Er kunnen alleen tenten op het terrein en ze heeft 2 wc's, 2 douches en
2 wasbakken. Een keukenblokje (half open) met een magnetron.
Myriam kent alle bergpaden en weet precies wat lopers moeten 
doormaken. Ze is erg sympathiek
voor GR lopers. Ze is zelf fanatiek
bergloper.
Gezellig Frans babbelen helpt.

De gemeentecamping daarentegen aan de andere kant van het dorp,
snapt niets van rugzaklopers.
Caravans staan vooraan bij het washok en jij mag met je tentje ver weg
achteraan op het terrein
staan.
Er is een prima winkeltje in St. Dalmas en ze hebben een bakker.
De kroeg heeft koud bier.
Er is ook een gîte d'étape, nèt vóór de gemeentecamping. De eigenaar
is berggids.

Vergeet niet het oude centrum rechts te bekijken. Het is heel fraai en
middeleeuws.

We staan in St. Martin de Vésubie op de kleine camping Ferme
St. Joseph. We zitten precies in het hoogseizoen, dus het is er afgelaaien
vol. Tant pis (pech gehad). Naast ons staan mensen in een minuscuul
klein tentje, hooguit 50 cm hoog. Daar slapen nog twee volwassenen in
ook.
Daar moet je met een schoenlepel in en vooral niet meer bewegen.
Ja, zo kan je wel licht lopen, maar het lijkt zeer onconfortabel en tijdens
een stortbui is het
helemaal een drama. Waar laten die nu hun
rugzakken??

Zondag, 22 juli, 2012

St. Martin de Vésubie / Colmiane v.v.

We gaan eerst vanuit St Martin de Vésubie omhoog naar Colmiane
(richting St. Dalmas de Valdeblore) voor een dagtocht. Eerst dwars door
het dorp met vele trappen omhoog langs een
gootje (gargouille). Heel
fraai middeleeuws, dat St. Martin. Het lijkt een beetje op Tende.
Ze hebben hier nog al wat historische en pittoreske stadjes. Allemaal
heel mooi.



Halfweg de route hebben wij een fraai beeld op Venanson, gebouwd 
boven op een rotsrichel.
Het lijkt zo een beetje op Piëne Haute.
Shit, ik ben mijn fototoestel vergeten. Dan moet Koos het maar doen. 
Ik ga niet helemaal terug.
We hebben ook een fraai zicht van bovenaf op St. Martin. Heel mooi, 
met het eerste zonlicht.
Daar moet Koos ook maar even een foto van nemen.
Daarna krijgen we een fraaie oude Romeinse weg of ezelspad
( de zoveelste in Zuid Frankrijk),
die geleidelijk omhoog gaat door het
bos.
Boven bij Colmiane moeten we een stukje parallel aan de weg lopen,
maar dat is niet erg.
Het is hier nog hartstikke rustig. La Colmiane is
duidelijk een ski-oord. We zijn al om tien uur boven. We kijken even
over de rand naar beneden en zien de camping municipal en St. Dalmas
de Valdeblore liggen.

Het gaat te ver om even een half uur naar beneden te lopen om Myriam
le Duff een handje te schudden ( zie GR 52), van de prima boerecamping.
Dank zij haar hoefden we vorig jaar dit pad niet te lopen vanaf St. Martin
in het noodweer 's avonds om 19.00 uur, toen we met de bus van
Nice
naar St. Martin reden. Zij was zo lief om ons op te halen, nadat we
tevoren gebeld
hadden.
Nu konden we niet bij haar staan, omdat we de hond bij ons hebben en
haar camping is verboden
voor honden - omdat de GR 52 verboden voor
honden is.
Vandaar de keuze voor St. Martin de Vésubie - Ferme St. Joseph en de
wandeling op en neer naar
Colmiane.

Op de col drinken we koffie op een terrasje, in een stevig windje. Alle
wijnglazen vallen om.
Het is hier zelfs aan de koude kant, maar de koffie is lekker. Omdat
we niet de terugweg over hetzelfde pad willen lopen, kiezen we voor
de Vallon de Vernet naar beneden naar St. Martin.
Hij is keurig geel gemarkeerd. Eerst krijg je een meertje aan je
linkerhand en dan ga je
keisteil door het bos naar beneden. Het is
een prachtig pad en het gaat ook veel sneller, maar
sommige passages
met glijsteentjes kan ik niet houden met mijn enkels en knieën en dus



doe ik hele stukken op mijn kont. Dat gaat ook. Je krijgt er wel vuile
handen van, maar die was ik straks wel. Nog nèt in het bos gaan we
vóór 12 uur picknicken, anders zitten we zó in het dorp.
Via de Chemin vert - de groene weg - lopen we keurig om het dorp heen.
We zijn weer vroeg terug en hebben een halve rustdag.
Er zitten wat lelijke wolken in de lucht. Krijgen we onweer???

Maandag, 23 juli, 2012 

St. Martin de Vésubie - Belvédère/Gordolasque 

Het heeft vannacht geregend. Om half zes gaat de wekker. Het is nog
schemerdonker.
Om 7 uur lopen we de camping af. Eerst hebben we bijna
5 km een plat pad over een boereweg.
Mooi uitzicht op Venanson, dat nog in de schaduw ligt. Later wordt het
smalle asfaltweggetje
een gruispad en dan wordt het steeds smaller tot
het ophoudt bij wat verlaten hutjes en een
boer, die alle markeringen
van de boom heeft weggekrast. Hij houdt zeker niet van wandelaars.
We zoeken ons pad naar links en even later staat er op een stuk beton
geschreven met viltstift:
Berthemont GR 52 A. Gelukkig, we hebben het pad weer gevonden! 
Nu moeten we steil naar boven tot bijna 1300 m en vervolgens steil 
zigzaggend afdalen op een
totaal overwoekerd pad over een verlaten
kastanje-aanplant. Eindelijk komen we bij de
ingang van het kuuroord.
Er staan twee bankjes in de zon en in de harde koude wind. Hoe
anders
is het weer van een maand geleden.
We gaan er zitten picknicken. Kuuroord gangers kijken ons verbijsterd
aan. Ze dragen een
tasje met Vie-vitale, met allerlei zooi erin, die je
portemonnaie vast niet vitaal maakt.
Gewoon een GR gaan lopen, daar wordt je véél fitter van.

Jammer, we komen niet in Berthemont zelf, dus geen terrasje met koffie
en geen bakker.
Ach, hartkeks werken ook. Daarna krijgen we een lekker
zigzaggend pad door het bos naar boven
weer met een koude, harde
wind. Het stormt gewoon. Zijn we helemaal boven, dan krijgen we weer
net zo'n pad naar beneden. Het houdt je wel bezig. Daarna krijgen we
een partijtje richeltjes lopen
langs een supersteile helling. Dit vind ik
helemaal niet leuk. Ik loop langzaam van de schrik en het duurt
eindeloos. Ik ben altijd bang dat ik op zo'n pad struikel. Ik ben ook
altijd bang in de auto als we in een lange tunnel rijden dat we moterpech
krijgen. Stom natuurlijk, maar ik heb dat nu eenmaal.
Onze Coco heeft nergens last van en loopt dapper op de richeltjes.

Eindelijk wordt het weer een normaal bospad en lopen we plotseling 
langs een waterkanaal.
Dit duurt een heel eind, en dan wordt het ineens een betonnen wandelpad
met trapjes en hekjes
en staan we in Belvédère. Er is helaas niet veel te
beleven. Eén terrasje bij het kerkpleintje,
waar we uitrusten en een
colaatje drinken. Dan kruimelen we Belvédère uit naar beneden naar
de rivier de Gordolasque. De camping mevrouw van de Ferme
St. Joseph, zei dat het beter was om hierna wild te gaan kamperen,
beter dan eerst af te zakken naar de camping van Rocquebillière,
wat ons plan was. Dan wordt de etappe van morgen naar Col de Turini
véél te lang, en daar
hebben we een hotel besproken. Luisteren naar
de deskundige dus.

Meteen nà de brug du Véseau vinden we linksaf achter een ketting de
enige platte wildstek
naast een enorme puinhelling. Ik hoop dat die
dikke keien niet naar beneden gaan vallen, want
dat overleven we niet.
Verder is het een goed stekje op grind, met een paadje naar beneden
naar
de rivier. De tent zetten we vast met keien, i.p.v. met haringen.




Er komt nog een visser langs met zijn zoontje, maar daar hebben we
verder geen last van.

Dinsdag, 24 juli, 2012 

Gordolasque - Col de Turini

Ik heb bijna niet geslapen vannacht. Beesten, waarschijnlijk een groep
gemzen, kwamen vannacht over de puinhelling naar beneden denderen,
vermoedelijk om te drinken bij de rivier. Daarbij trapten ze hele
keienregens los. Flinke brokken ploften naar beneden, nèt naast onze
tent.



Koos had wel een klein muurtje gestapeld ( 30cm), maar dikke keien,
die een beetje stuiteren of uit elkaar spatten gaan dwars door de tent
heen en dan kunnen we het niet meer navertellen.
Ik was dus doodsbang vannacht, dit keer puur voor grote stenen.

Ik ben blij dat het licht is om 5.45 uur en ik ga me vast wassen bij de
rivier de Gordolasque.
Deze ontspringt in de Mercantour - hij stroomt uit het Lac de la Fous,
bij refuge de Nice -
waar wij wild gekampeerd hebben op de GR 52.
Om half acht lopen wij volgepakt weer verder, gelukkig, weg van de
gevaarlijke puinhelling.

Eerst hebben we een stukje asfaltweg en dan gaan we door een fraai 
bos naar Flaut (866m).
Een picknickplaats met drie oerlelijke bunkers van de Italianen in
1940-1945. Dit gebied was
n.l. vóór de oorlog Italiaans. Pas na 1945
is het in Franse handen gekomen als herstelbetaling
van Mussolini.
In het boekje staat dat hier water is bij de bunkers, maar dat hebben
we nergens kunnen vinden.
We zakken wat af tot een waterkanaal en een grasveldje bij wat
huizen en daar gaan we
ontbijten met brood en jam. Daarna dalen we
verder af over een overwoekerd pad tot diep in
de kloof van de Rau.
Hier was een bivak onmogelijk geweest en bovendien was het gisteren
veel te ver geworden. Daarna gaan we weer omhoog naar Bollène-
Vésubie.




Om 10 uur zitten we op een terrasje aan de koffie. Heerlijk. We genieten
er echt van. Ook
van de stoel. De hele tijd op de grond zitten wordt ook
vermoeiend op den duur.
Daarna kunnen wij het pad niet zo goed vinden. Slecht gemarkeerd
in het dorp. Een man in het
dorp die we de weg vragen, stuurt ons
helemaal de verkeerde kant op. Wat een ellende.
Trap op trap af en weer verkeerd. We zijn zo een half uur kwijt èn veel
energie.
Uiteindelijk moeten we via trappen helemaal naar beneden. We komen
langs een antieke rioolzuivering, die erg stinkt en naderhand zijn
afvalwater loost op het waterkanaal en de rivier.
Dit kan beter Fransen!!

We zitten nu op 485 m en gaan nu weer zigzag omhoog door het bos.
Onderweg komen we twee
Franstalige Belgen tegen. Ze zijn helemaal stuk. Ze combineren de
GR 52 met de GR 52 A en
doen te grote afstanden per dag (tijdgebrek
en toch veel willen doen). Ze hebben ook te weinig
water. We troosten
ze, nog even afdalen en dan weer omhoog en jullie zitten in Bollène-
Vésubie.

We zigzaggen met lange halen verder omhoog en gaan picknicken. 
We denken dat we de zigzaggen al bijna gehad hebben, maar dat is
niet waar. Pas om 2 uur komt er een eind aan. We zijn dan op
1127 m vlak bij de Cime d´Escaletta. Nu volgt een goed bospad op
vals plat. We hebben nog 10 km
te gaan voor Col de Turini. Na een
tijdje wordt het zelfs een breed bospad, geschikt voor
brandweerauto´s
en bomenrooiers.

Tegen de tijd dat je denkt, het wordt nu wel saai, gaan we via een klein,
steil bospad omhoog
naar 1476 m. We komen vier Duitsers tegen.
Dertigers, schat ik zo, met te veel overgewicht.
Ze zijn helemaal stuk.
Vermoedelijk te weinig water en te weinig ervaring met grote afstanden.
Tja, je kan beter eerst een oefenrondje maken en niet meteen een GR
gaan lopen.
Wij moeten nog ongeveer 5 km vals plat door kleunen. Elke drie
kwartier stoppen we even.
We hebben nu niet veel water meer. Gelukkig komen we nog twee
piepkleine stroompjes voor
Coco tegen. Met de tong op de grond,
haalt hij er nog vocht uit, en het spaart ons water.
Uiteindelijk komen we om 17.15 uur aan op Col de Turini na
2100 m hoogteverschil door de dag heen en 18,5 km.
De mevrouw van de camping in St. Martin had gelijk. Dit was een
lange etappe en je moet hem
halen.

We gaan naar ons gereserveerde hotel Les Trois Vallées en
nemen een heerlijk pilsje op een zonnig terras. Prima.



Daarna volgt een verrukkelijke douche. Wa fijn, oh wa fijn.
En dan een perfekt diner op het terras. Super, super. Echt aan te
bevelen, dit hotel.

Woensdag, 25 juli, 2012 

Col de Turini - Moulinet

Na een heerlijk ontbijt met broodjes, melk en yoghurt, gaan we om 8.15 uur weer
op pad.
De lucht is wederom staal blauw en het is nog lekker fris op de col. Eerst moeten 
we 100 m
omhoog over een skipiste, maar al gauw gaan we rechtsaf over een
fraai bospad. Het lijkt hier
wel een beetje op Luxemburg. Dan dalen we af naar
Baisse de Patronel op 1607 m.
Qua hoogte zijn we dus nog niets opgeschoten sinds Turini. We dalen verder af
en het wordt steeds warmer. Ook de vegetatie wordt weer wat meer mediterraan,
met thijm, lavendel en rozemarijn.

Om 12 uur zijn we al in Moulinet. Fijn, gaan we eerst een salade eten op het 
terras...
Mooi niet.
Het eerste restaurantje is alleen 's avonds geopend op afspraak en het tweede
restaurant: Le trou du renard - het Vossehol dus, serveert alleen drankjes op 
het terras en niet eens van harte. Eten werd alleen gekookt voor de bejaarden
van het dorp.
Nou, dan maar gauw naar het enige dorpswinkeltje. Het zit op een pleintje en 
bestaat uit een cafeeke met daarachter een zéér beperkt winkeltje. Hij gaat
over 5 minuten dicht, dus ik heb nog geluk. (12.30 uur) en hij gaat pas weer
open om 18.30 uur. Wat een tijden! Past niet bij
Hollanders. Ik koop wat voor
vanavond + melk en 2 bier voor Koos. Dan nu maar alles
meesjouwen. Het
brood was helaas uitverkocht, dan maar pain grillé, als variant op de hartkeks
en het is ook licht, dus gemakkelijk mee te nemen.

Vooruit, naar het noorden van Moulinet, daar moet ergens de boerecamping 
Le Seuillet liggen.
Verdorie, da's nog een eind vals plat omhoog lopen over het asfalt. Nog geluk 
dat er weinig
verkeer is. Op het laatst nog flink omhoog naar een echte boere-
camping. Een paar veldjes,
schapen en geiten op een steile helling en een
groot kippehok. Daarentegen een klein bloc sanitair
met van alles één, maar
we redden ons wel. Er zijn maar drie veldjes bezet, inclusief ons.

We gaan eerst maar eens in de schaduw een beetje eten en rusten. Dan zoeken
we een plekje
achter het kippenhok, waar we de tent opzetten. Om vier uur
begint het te onweren. Mooi g
eluk dat we niet onderweg zijn, maar naast de
tent zitten. Beschutting op 10 cm afstand.



Maar het stelt allemaal niet zoveel voor. Na een kwartiertje is het weer droog.
Muisstil op de camping. Er staan twee Franse stellen bij elkaar, die zitten te
kaarten en een Nederlands gezin dat contactgestoord is.

Donderdag, 26 juli, 2012

Moulinet - Sospel

Owee, owee, 's morgens om 4 uur beginnen drie hanen te kraaien in een 
potdicht kippenhok
(de boer had ze 's avonds opgesloten), waar wij pal
naast staan. Die hanen gaan continue door
tot 7 uur. Als ik daar als kip
tussen zou zitten kregen ze wel een vlerk van mij om hun oren.
Stelletje lawaai papagaaien!!!

We zijn toch vroeg wakker, dus we lopen al om 7 uur. Het wordt weer warm
vandaag. Er
komt geen eind aan.
In het dorp lopen we verkeerd omdat we een markering over het hoofd zien,



die ergens hoog boven ons op een hoek op de regenpijp blijkt te staan.
Dit kost ons een half
uur. Trappen op, trappen af en nog een keer. Onnodige
energie verspilling. Je kan n.l. op drie manieren het dorp zuidwaards verlaten.
Je moet de middelste mogelijkheid hebben. Niet te hoog, niet te laag.

We dalen helemaal af naar een riviertje en hebben dan een fraai, doch steil
bospad omhoog.
Later wordt het een brede gruisweg. Dan volgt een smalle
balconweg met diepe gaten.
Niet echt mijn favoriet.
Bij paal nr. 15 - Pas de la Capelette - kan je rechtuit over een smalle graat
en dan zeer steil naar beneden - niet voor hoogtevrezers - of gewoon de
GR 52 A volgen naar
rechts. Ook hier smalle paadjes - maar het gaat. We
gaan naar Granges de Cuous bij paal nr. 50.
Het bestaat uit één ruïne van een oude boerderij met een heerlijke 
pruimenboom met eierpruimen.
We komen net op het juiste moment langs.
Hoe kan hij het zo goed doen in dit kurkdroge gebied??

Bij paal 51 is er een splitsing.

Mogelijkheid 1 = weer terug naar boven naar
dezelfde hete helling waar we vanaf kwamen, maar nu iets lager aanhouden
op de helling. Dit pad is totaal overwoekerd.
Koos probeert het 20 meter, maar er is geen doorkomen aan.

Mogelijkheid 2 = een goed pad naar beneden volgen, welke regelmatig
belopen is. Deze weg is geel gemarkeerd en we besluiten deze te volgen.
We komen bij de brug van Fountan, bij paal nr. 52.



Hele fraaie kloof. We lopen voor 90 % door het bos langs een steile helling -
maar wel min of
meer op gelijke hoogte en we volgen de rivier de Guiou.
Een schitterende vallei.
Een geweldig mooi en goed belopen pad, wat licht op en neer gaat.
Halverwege kom je een waterkanaal tegen. Heel fijn om onze watervoorraad
aan te vullen en onze Coco gaat er languit
voor liggen.

Bij paal nr. 54 kom je bij een brug op de weg uit. Het is de D 2566 van Sospel
naar Col de Turini.
We volgen deze weg even naar links en bij paal 55 hebben we de GR 52 A 
weer te pakken en
dalen we rechts langs de weg af. Meteen weer rechts
(goed opletten) een klein paadje naar de
rivier volgen. Over de bailybrug
over de rivier, even naar links en dan rechts een steil pad omhoog nemen
tot je bij een weg uitkomt. Dit is een stevige klim naar paal 79. Dan deze
rustige
weg nog 6 km volgen tot Sospel. Het pad is wel lang, maar loopt
relatief snel omdat het vals plat naar beneden gaat.




Om half 4 zitten we op een terrasje bij 32 graden achter bier en cola.
De GR 52 A zit er op.

Retour per trein naar Nice en de bus naar St. Martin de Vésubie.
De cirkel is weer rond.




Wachten op de boulevard van Nice voor onze bus naar St. Martin de Vésubie.