TOUR DU QUEYRAS - GR 58

 

 

GR 58 inleiding


  INLEIDING

De GR 58 is een prachtig rondje door een heel fraai gebied 
in Frankrijk tegen de Italiaanse grens aan, ongeveer ter 
hoogte van Turijn, maar dan aan Franse zijde.

Wij vinden het de allermooiste Alpentocht die wij gemaakt
hebben.
Het heeft meestal beter weer dan de andere Alpengebieden. 
Helaas kennen veel Nederlanders dit gebied niet, omdat het 
niet zo gemakkelijk toegankelijk is. Je loopt over vrij hoge 
passen tot 2900 m, niet zo kinderachtig, maar met goed weer 
is het goed te doen, omdat de paden over het algemeen 
prima zijn. De dagetappes hebben vaak hoogteverschillen 
van 1000 m of meer naar boven en naar beneden, maar

voor de doorsnee bergwandelaar moet dat geen probleem zijn. In ongeveer 10
dagen ben je rond, mits het weer meezit. 
Dit is vaak in juli en augustus wel 
het geval. Ook september kan
nog heel mooi zijn daar. Het enige nadeel is dan
dat de dagen 
flink korter worden, wat voor sommige, wat langere etappes een
nadeel kan zijn. 
Ondanks dat de Queyras een regionaal park is, dus ook toegankelijk voor de hond, 
zou ik afraden deze tocht met de hond te lopen vanwege de patous. Patous zijn grote
witte honden, van origine uit de Pyreneeën, die heel log lijken, maar ontzettend snel
kunnen zijn in de bergen. De boer of schaapsherder heeft ze aangeschaft als 
protectiehonden voor de kuddes, die nogal eens worden aangevallen door wolven, 
vossen of in de steek gelaten jachthonden uit Italië. De patou heeft de opdracht alle 
hondachtigen te bijten. De patou moet niet verward worden met de bordercollie – 
zwart-wit – die de kuddes drijven.
 
De Queyras is 's zomers bereikbaar via Briançon en Col d'Izoard,  of via Italië en 
Col d'Agnel en het hele jaar via Guillestre en Combe du Queyras. Ook in de winter 
is het een prachtig gebied voor sneeuwschoenlopen. 
Wij zijn 65 en 64 jaar en lopen de tocht met rugzakken van 21 en 19 kg. 
We hebben altijd een tent, een  kooktoestel + extra gas, hartkeks, waterzuiveraar 
en  vijf dagen noodvoer bij ons. Wij zijn volledig onafhankelijk, behalve van het weer. 
Wij hebben een hekel aan het ver tevoren bespreken van refuges, want daar zijn we 
eigenlijk niet zo dol op. Is er plaats en kunnen we mee-eten, prima, zitten ze vol, 
dan hebben we onze eigen oplossing. Boven in de bergen wildkamperen vinden wij 
fantastisch. (bij goed weer).
Je beleeft dan echt de bergen en ziet nogal eens wild. Voor meer informatie over 
refuges, zie onze inleiding Alpen van de GR 5. Voor die mensen, die het Frans niet 
zo goed beheersen, heb ik het boekje vertaald. 
Tegen een kleine vergoeding kan je dat dan bij mij verkrijgen.
(wazize@telfort.nl)


 VOORDAT JE DE TOCHT BEGINT

De mensen die de GR 5 hebben gelopen kennen de Queyras een beetje van Ceillac.
Volgens het boekje begint het pad in Ceillac, maar als je om welke reden dan ook 
halfweg zou moeten afhaken, kan je per openbaar vervoer haast niet terug komen 
bij de auto, dus is een plaats met een busverbinding (zij het sporadisch) geschikter, 
zoals St. Véran, Abriès of Arvieux. Rondlopen is rondlopen, maakt niet uit waar je 
start. Dit heeft ook het voordeel dat je de tocht op verschillende plaatsen kunt 
onderbreken, of een deel in dagtochten kunt doen, waarbij je de tent bijvoorbeeld 
op de camping in Aiguilles neerzet of in Château-Queyras. Dan doe je sommige 
stukken wel op- en neer, maar dat is geen probleem, omdat de terugweg weer 
heel nieuwe vergezichten geeft. De Queyras is zo mooi.
 
Op de tocht kom je voldoende gîtes, refuges of wildkampeerplekken tegen. Vóór de 
2e week van juli en nà half augustus is er doorgaans wel plaats in de gîtes en 
refuges. Ook water is overal te vinden (wel zuiveren). Alleen in Arvieux, Ceillac en 
St. Véran  zijn kleine winkeltjes om levensmiddelen te kopen. Tussen de middag 
dicht van 12.00 uur tot 16.00 uur. 


Zeer hoge variant van de GR 58


In augustus 2013 hebben we nog een paar hoge passen gelopen boven de
2800 m.Voor de liefhebbers volgen hieronder nog de beschrijvingen. Het is
er prachtig, mits
je heel erg goed weer hebt, met onweer op die hoogte is het
niet zo prettig. Met laag
hangende wolken en dichte mist heeft het geen zin, dan
zie je niets, en kun je zelfs
verdwalen.
 Aangezien deze passen allemaal op de grens van Frankrijk en Italië liggen en vlakbij
de Monte Viso, heb je heel vaak last van de “nebbia” na 12.00 uur. Dat is het vocht
wat
door warmte optrekt uit de Povlakte, dan bij stijging stukloopt tegen de hoge
bergen en
na de middag minder tot slechter weer veroorzaakt.
  Aan het eind van de GR 58 staan de beschrijvingen naar Col de Thures, Col d'Urine, 
Col
de Seillières, Col de Valante, Passo della Losetta en de allerhoogste:
Pointe Joanne 3058 m.
 
Denk er aan dat de sneeuw soms heel lang kan blijven liggen op grote hoogte en dan 
kan het pad heel moeilijk worden. Het ligt er aan hoeveel sneeuw er het afgelopen 
jaar is gevallen. Dit varieert sterk van jaar tot jaar. Zeven meter sneeuw is geen 
uitzondering.  Hier is vanuit Nederland moeilijk informatie over te krijgen.
Misschien kun je de VVV van St. Veran bellen.
 

  MOEILIJK = dit slaat op de gewone GR 58

Er zijn slechts twee moeilijke stukken op de hele route, maar ze zijn heel goed te 
omzeilen. 
1.  Van St. Véran naar refuge d'Agnel heb je nà Col de Chamoussière (2884 m)
    een smal pad voor de  afdaling met een diepe afgrond, waar tot in juli nog 
    sneeuw kan liggen. 
col d'Agnel
     Dit is af te raden voor hoogtevrezers.


       Alternatief:

    Ga bij punt 8 in het boekje naar rechts richting Col St. Véran, dit is met een bordje 
    aangegeven en het is geel gemarkeerd. Over Col de St. Véran heb je een klein 
    stukje een smal, steil pad aan Italiaanse kant, daarna een normaal bergpad. 
    Nog steeds geel gemarkeerd. Bij het zicht op een boerderij diep beneden, moet 
    je de geel gemarkeerde weg naar links nemen. Deze passeert een ruine van 
    een kazerne en komt uiteindelijk uit op de geasfalteerde weg naar Col d'Agnel. (2744 m)
    Deze weg omhoog volgen. Dit alternatief is een halve dag langer. Je moet dus 
    wild kamperen of naar de Italiaanse gîte d'Etappe Pra Mourel (naar beneden). 
    25 plaatsen in Chianale. Brigitte.perrimond@ chianale.it 

     2. Boven Arvieux
    Vanaf Torrent Combe Bonne punt 31 tot 32 is een smalle gruisweg over een kale
helling. Kans op glijpartijen.


  Alternatief:

Loop van Bruinissard over de geasfalteerde weg naar Arvieux ( 1 uur), dan bij 
het bordje “Alpages  de Furfande” rechtsaf en de fraaie bosweg volgen naar punt 32.


  DE TOCHT.

Vanwege de  sneeuw en de kou in juni 2010 hebben we de tocht na 2 dagen 
moeten staken.
In augustus 2010 hebben we enkele dagtochten gemaakt.
In augustus 2011 hebben we de tocht afgerond.


  Deel I

 

  Vrijdag, 18 juni, 2010

 

  St. Véran tot nà Col St. Véran in Italië

Gisteren hebben we onze Coco naar het pension gebracht. Hij kan wel mee, maar 
we willen geen ontmoetingen met patous, dus is het beter om dit zonder hond te lopen.
We  parkeren onze auto om 7.00 uur 's morgens in St. Véran, het hoogst gelegen 
permanent bewoonde dorp op 2021 m in de Alpen. We lopen dwars door het nog 
slapende dorp. Aan het eind van het dorp loopt er spontaan een patou met ons mee 
voor ongeveer een uur. Ik ben stapeldol op honden maar niet op patous. We negeren hem 
gewoon. Het is maar goed dat we onze Coco niet bij ons hebben. 
We lopen door het dal van de l 'Aigue Blanche, een echt bergriviertje. 
We gaan geleidelijk omhoog naar Chapelle de Clausis.  In het seizoen begin je 
hier de hoogalpine wandelingen, bijv. naar Pic Château de Renard (2989 m) of 
Pic de Caramantran (3025 m)  

Chapelle de Clausis

Chapelle de Clausis is dan bereikbaar met een klein busje (navette) vanuit St. Véran.
Nu lopen we dus in het dal van de Aigue Blanche en hier zijn goede wildkampeerplekken.

Middenin St. Veran is overigens een gîte “Les Perce-Neige 
http://chezvincentmathieu.free.fr, open van 15 juni tot 15 september. 
De camping die in het boekje staat aangegeven ligt in Pierre Grosse, 
ongeveer 5 km van de route, dat is niet praktisch. 

Inmiddels zien wij de eerste sneeuw. 

eerste sneeuw

We pakken niet de weg naar Col de Chamoussière en refuge d'Agnel, maar gaan 
rechtsaf richting Col St. Véran. (2844 m) 
Al snel zitten we tot onze enkels in de sneeuw in een volkomen witte wereld. 
De markeringen zijn onvindbaar, maar er is een sneeuwschoenspoor in de goede richting. 
Het is verder supermooi weer met een blauwe lucht en een stralende zon, 
maar waar is het pad nou?? 
We zakken inmiddels tot onze knieën in de sneeuw. Het wordt ploeteren. 
In de verte loopt een groepje mensen met een gids voor een dagtocht.
Eindelijk op de col kijken we in de diepte naar Chianale en een meertje in Italië. 
Links van ons is een steil zigzagpad, grotendeels verdwenen in de sneeuw. 
Onmogelijk om hier af te dalen. We ploeteren wat over de graat naar rechts en 
zien beneden ons een blokkenveld, zónder sneeuw. We besluiten hier voorzichtig 
steil door de sneeuw af te dalen richting blokkenveld. Het is keisteil en soms 
schieten we tot onze heupen in de sneeuw. Je kan dan niet meer bewegen,
want je benen zitten klem in een soort kurketrekkerbeweging. Je moet je dan 
uitgraven. Een heel geploeter met die grote rugzak op. Na een uur bereiken 
we het blokkenveld. Dat is een berg grote keien met even grote gaten ertussen. 
Ik doe mijn rugzak af en behoedzaam klauteren we naar beneden tot een 
sneeuwplek van ongeveer 20 cm diep. Daar legt Koos zijn rugzak af en kruipt 
opnieuw omhoog om mijn rugzak te halen. Na een half uurtje gaan we weer ieder 
bepakt verder door de sneeuw. Uiteindelijk komen we uit op het pad. Een steil pad 
naar beneden met af en toe een sneeuwveldje. Als we onder ons een boerderij in 
de diepte zien liggen, vinden we een klein vlak stukje gras naast het pad, groot 
genoeg voor de tent. 20 m terug drupt wat water van de helling, genoeg om het 
in het opblaasbaar afwasteiltje op te vangen voor wassen, koken en drinkwater 
zuiveren. We zitten ongeveer op 2300 m. Het is niet warm. Er staat een ijskoude 
wind die over de sneeuw naar beneden waait. We kruipen maar vroeg ons tentje in. 
Buitensportondergoed aan + pyama + fleecejack en sokken en dan nòg rillen in 
je donzen slaapzak. De wind wakkert aan in de avond en komt onder de tent door.
Het slaapt niet geweldig.


 Zaterdag, 19 juni, 2010

 

 Boven Chianale naar Col Vieux

Om 6 uur op. De lucht is blauw en de wind is gaan liggen, gelukkig. De zon is nog 
niet bij de tent. Wassen is een koude bezigheid. Gauw aankleden. Ik doe hoopvol 
een korte broek aan. Koffie maken, mueslireep eten en tent inpakken. Koos is 
aan het water zuiveren en krijgt helemaal bevroren vingers. We lopen verder naar 
beneden via de gele markering en moeten dan links omhoog naar een ruïne van 
een kazerne of zo. We rusten even in de eerste zonnestralen. Hè, da's lekker 
warm. We kijken op de weg van Col d'Agnel, die beneden ons loopt. We zien de 

Monte Viso

Monte Viso (3841 m) in volle glorie met een witte jas aan. Glinsterend wit ligt hij te
schitteren in de zon. Prachtig is dat. We dalen af naar de weg en lopen dan op de 
weg weer naar boven richting Col d'Agnel (2744 m). Tot 3 x toe zoeken we links 
opzij van de weg een voetpaadje, maar steeds lopen we klem in de sneeuw, of bij 
een riviertje, die te breed en te diep is om over te steken. Het is geen doen.
Dan maar de lange weg over de straat volgen met zijn asfalt en alle 
haarspeldbochten. Een heel enkele Italiaanse auto passeert ons. Het is nog vroeg 
en bovendien is de col pas een dag open. Hoe hoger we komen, hoe meer 
sneeuw. We lopen nu door een 3 m hoge muur van sneeuw. Ergens opzij van een 
haarspeld is in de binnenbocht een stukje sneeuwvrij en kunnen we op de grond 
ontbijten met hartkeks en jam. Deze weg is eigenlijk heel steil en smal,vooral aan
Italiaanse kant, met ook flinke afgronden. 's Zomers kunnen twee campers elkaar
hier niet passeren. De vangrail is er niet, of ligt half los. Griezelig. Op de moter 
is deze weg goed te doen, maar met de auto in het hoogseizoen hoef ik hem niet. 
Hier en daar zien we mensen skieën. Hallo, half juni is al voorbij hoor en de winter 
allang (dachten wij).
Tegen 12.00 uur komen we boven op de col. Koùùùùd!!! Een ijswind van de Franse
kant blaast ons zowat van de sokken. Enkele mensen, staand naast hun auto op 
de col zeggen: Vous êtes courageux – Jullie zijn moedig.  Ja, ja, dat zijn we ook. 
Ik kan van de kou mijn loopstokken nauwelijks vasthouden. Wie denkt er nu aan 
handschoenen op 19 juni? Ik ben zowat bevroren in mijn korte broek en T-shirt. 
We staan in een volkomen witte wereld en diverse mensen zijn volop aan het 
skieën om ons heen. We zijn hier toch niet op 19 februari?

We dalen af over de weg naar de grote refuge van Col d'Agnel, in de hoop op iets
warms. Een lekker kop koffie of zo in een behaaglijk warme ruimte. Misschien 
kunnen we er ook iets warms eten. Mooi niet. De refuge is nog dicht. Ze zijn aan 
het poetsen voor een bruiloft vanavond. Wie gaat er hier nu trouwen in die kou??
We kleden ons om op het terras buiten. Lange broek en fleece jas en 
daaroverheen onze regenjas. De lui van de refuge hebben medelijden met ons.
Willen jullie een kop soep? Voor 5,- euro per kop? Heel graag. Wel buiten eten.
Geeft niet, ontdooien is belangrijker. Na een half uurtje gaan we opgewekt weer 
verder met een warme buik. Nu moeten we omhoog naar Col Vieux op 2806 m. 
We zakken weer tot onze heupen in de sneeuw en moeten ons er steeds weer 
uitgraven. We kunnen het pad niet vinden. Alles is wit. Weer skieërs om ons heen.
Ergens stroomt een rivier. Daar moeten we niet inzakken. Dan kom je er niet 
meer uit en je raakt onderkoeld. Zijn we eigenlijk wel verstandig bezig?? We willen 
vannacht ook nog weer wild kamperen. Moeten we hier eigenlijk wel mee doorgaan?
Ik begin hard te twijfelen, maar ik wil geen mietje zijn, dus ik houd mijn mond.
Koos durft niet door te steken bij de rivier, die onzichtbaar is. We gaan terug. 
Misschien loopt het pad aan de andere kant van de rivier. We spreken een paar 
mensen. Het gaat vannacht flink vriezen en ook sneeuwen. In juni? Ja, in juni.
We kappen er mee. Doorgaan is onverantwoord. Dan maar over de weg teruglopen
naar St. Veran. 30 km. Het is niet anders. Na een kwartier lopen steek ik mijn 
duim op als er een auto nadert. Hij stopt direkt. Een aardige dame neemt ons 
mee tot Pierre Grosse. Daar is een gîte. Kunnen we morgen verder naar St. Veran. 
Prima idee. Maar Koos wil niet naar de gîte. Het is pas 4 uur en we kunnen nog 
best wel een eind lopen op het hoge pad naar St. Veran, dat is nog een kilometer 
of 5. Oké, doen we. Hier geen kans op een lift, het is een boerepad. Na 10 minuten
lopen hoor ik een auto achter ons aankomen. Ik steek mijn duim op. Hij stopt.
Franstalige Belgen in een Italiaanse huurauto komen van het vliegveld in Turijn en 
gaan naar St. Veran. Wat een bof, we mogen mee. We zijn mooi op tijd bij onze 
auto en keren terug naar ons onderkomen aan het Lac Serre Ponçon. Nu eerst een
warme douche en morgen de hond halen. 

Deze zaterdag bleek de koudste junidag in 300 jaar, hoorden wij later. 

We besluiten 3 dagen later om Tour  Lac Serre Ponçon te gaan lopen met de hond.
Er is geen boekje van, maar je kan hem lopen op kaart en hij is gemarkeerd. 
Het weer slaat om. We hebben elke dag 30 graden en veel last van onweer.


  Deel II.

Begin augustus 2010 zetten we de tent op , op de camping  in Aiguilles in de 
Queyras. Een simpele camping met het hoogst noodzakelijke. Veel plaats
tussen bomen en bij de rivier de Guil. Hij kost 3 x niks en hij raakt nooit vol.
Het is op dit moment zó heet dat we wat verkoeling zoeken in de hoge bergen. 
We besluiten om een deel van de GR 58 in dagtochten voort te zetten, onze 
Coco
– Schotse collie – gaat mee. 

  Dagtocht 1

 

  Van Col d'Agnel naar Lac Egorgeou v.v.

We rijden naar Col d'Agnel in alle vroegte. Er staat een gems op de weg. 
We houden in totdat hij aan de overkant het bos in duikt. Het is nog fris en stil op
de col. We kunnen nu duidelijk het pad vinden in de alpenwei, aan de andere kant 
van de rivier, omhoog naar Col Vieux. (Dit in tegenstelling tot de vorige keer, toen
er meters sneeuw lag). We lopen over de col naar beneden naar 
Lac Foréant en Lac Egorgeou. Het is hier heel erg mooi.We kunnen heerlijk 
picknicken tussen de bloemen en de alpenmarmotten. 

Alpen marmot

Hier zijn ook wildkampeerstekjes genoeg. Daarna gaan we weer op tijd 400 m terug
omhoog naar Col Vieux, er komt een donkere lucht uit Italië opzetten. Onweer?
We komen nu dagjesmensen tegen op teenslippers en ze plukken bloemen. 
Wat zonde.


  Dagtocht 2.

 

  Van Echalp naar Lac Egorgeou v.v.

We rijden heel vroeg naar Ristolas en Echalp. We parkeren de auto bij de houten 
brug over de rivier de Guil. De Guil steken we over en we klimmen flink omhoog. 
Eerst een soort romeins
geplaveid steil pad. Later zandpad. Het is hier echt
prachtig. Plotseling springen 
twee patous achter een muurtje vandaan. We
schrikken ons wezenloos. Koos weert 
ze af met de loopstokken en ik loop vlug
met Coco door. Gered, ze geven op. 
Gelukkig, dat waren bange momenten. Later zien we spelende gemzen op de 
helling en een prachtige, nog steeds witte Mont Viso. Dit is werkelijk een 
supermooi 
pad tot aan Lac Egorgeou. Echt om nogmaals te doen. Bij de picknick
aan het 
meertje is het druk. Overal zitten groepjes mensen. Het blijken Tsjechen
te zijn.
De bus heeft ze gedropt op Col d'Agnel en haalt ze weer op bij l'Echalp.
We dalen af temidden van de Tsjechen. Van de patous hebben we gelukkig geen 
last meer. De schaapsherder is bij ze en ze staan met de kudde schapen wat 
verderop. Wat een mooie tocht hadden we vandaag. Echt geweldig. Eén der 
mooiste tochten van de Franse Alpen.


  Dagtocht 3.

 

  Abriès – Abriès in een rondje.


We zetten de auto in Abriès-La Garcine tegenover een (ongezellige) camping en 
lopen omhoog naar Collette de Gilly, dan richting Val Préveyre en vervolgens weer 
naar Abriès. De route begint tamelijk steil en het is hier en daar even zoeken naar
het goeie pad. Het eerste deel is geel gemarkeerd en loopt rechts van een rivier. 
Bij een eindstation van een skilift hebben we weer rood/wit, rechts omhoog bij een 
hooggelegen bankje. Na Collette de Gilly (2366 m) dalen we af in een prachtige 
vallei vol bloemen. 

De schapen zijn hier nog niet geweest. Vervolgens lopen we door een fraai bos vol
bloemen. Het is echt een bloemenwandeling vandaag. 

Turkse lelie

 Schitterend. Uiteindelijk terug in Abriès pikken we een terrasje en dan moeten we 

nog even naar de auto lopen bij la Garcine. Het was heel erg warm vandaag.

  Dagtocht 4.

 

  GR 58 D -Crête de Gilly

We zetten de auto in La Monta. In de oorlog hevig gebombardeerd en daarna 
getroffen door brand en een lawine. Alleen het kerkje en het douanegebouw 
staan er nog. Het douanegebouw is nu een gîte. Van horen zeggen is de gîte niet 
best en kan je hem beter overslaan. Als je op de parkeerplaats staat en naar het 
kerkje en de bergen kijkt, begint de wandeling aan de linkerkant van de 
parkeerplaats. We lopen in slingers omhoog naar de crête. Het is geen enge 
crête. De graat is vrij breed en prima te lopen, ook voor hoogtevrezers.

crete de gilly

We hebben weer een fenominaal uitzicht op de Mont Viso en op de bergen van de 
Queyras. Een prachtige tocht voor vergezichten. Hij hoort in de top drie van de 
Alpentochten, wat mij betreft. Wat is de Queyras toch mooi.
Ons hoogste punt is op 2584 m, moeiteloos bereikbaar. Aan het eind hebben we 
een steile afdaling naar Collette de Gilly. Pas op voor glijen!
Daarna lopen we vrij steil over de GR 58 naar beneden naar Ristolas. Halfweg ligt 
links nog een piepklein maar mooi meertje. Mooie wildkampeerstek. In Ristolas 
steken we de weg over en de brug over en langs de Guil lopen we enigszins 
golvend omhoog tot La Monta. Weer de brug over en de weg over en bij de gîte 
nemen we een cola op het terras. Het is er druk.


  Dagtocht 5.

 

  Van l'Echalp naar Col de la Croix en retour naar La Monta.

Vandaag zetten we de auto in l'Echalp en lopen de GR 58 B naar col de la Croix 
(2299 m) en nog een stukje door Italië in. Daarna gaan we retour via de GR 58 C 
naar La Monta en dan weer langs de Guil retour naar de auto in l'Echalp. Rond de 
middag zijn we al klaar met een best wel aardige wandeling. Maar het is meer 
een pad voor hoogbejaarden. We kwamen diverse krasse oudjes van in de 80 
tegen. Boven op de col stond een  heel zangkoor van 60 personen. Het moet niet 
gekker worden in de bergen. Het wordt hier veel te druk, we gaan naar huis.


  Deel III

We maken onze Tour de Queyras nu af van Abriès naar St. Veran. We hebben zeer 
fraai weer tijdens deze tocht en beleven geen rare avonturen, zoals vorige maand 
op de GR 52. Dus echt spannend wordt het niet, wel mooi. We hebben zware zakken
bij ons van 22 en 21 kg, goed vol met warme kleding, die wij zo ontbeerden op de 
GR 52. Een ezel stoot zich maar één keer aan dezelfde steen, we laten ons dit keer 
niet meer bevriezen.


  Vrijdag, 19 augustus, 2011

  Abriès - voorbij Col de Malrif-vóór Les Fonts de Cervrières

Precies een maand geleden – 19 juli –  stonden we in een sneeuwstorm mèt 
onweer op Baisse de Basto in de Mercantour – GR 52. Vandaag hebben we de GR 58
weer  opgepakt met stralend weer en het wordt 32 graden. We gaan vroeg op pad 
en parkeren de auto in Abriès om 7.45 uur. Het is pas 14 graden. Na een half uurtje
lopen we al in de zon en het is al warm. We hebben een prachtig pad. Er zijn ook 
flink wat mensen op pad. We worden steeds gepasseerd. Meestal door dagtocht
lopers met een klein rugzakje. Tja, het vedergewicht vliegt voorbij. Wij zijn flink 
geladen en gaan langzaam omhoog. Na de ruïne van Malrif zien we fraaie 
wildkampeerstekjes, langs rivier de Malrif. Een stel met een Australian shepherd 
heeft er gekampeerd. De hond draagt 2 zakjes eigen voer met een tuigje. Hij spurt 
rond en heeft er totaal geen last van. Wij hebben onze Coco in pension gedaan 
omdat we te bang zijn voor patous. Na “les Bertins”moeten we flink steil omhoog. 
Boven tegen de bergflank is een grote kudde schapen. Na goed zwoegen zijn we 
rond de middag boven bij het Lac du Grand Laus.
Lac du Grand Laus
Overal zitten mensen te picknicken. We zijn best wel moe en blijven drie kwartier 
zitten. Er staat een koud windje bij het meer. Daarna gaan we verder met de klim 
naar de col. Die valt reuze mee. In drie kwartier zijn we boven.  We zitten op 
2830 m. Het is een smalle col en je kunt er net zitten. Je kunt nog verder omhoog
naar de Pic de Malrif op 2906 m, maar wij vinden het hier ook prima. 

Malrif

We hebben een prachtig uitzicht op het meer en de bergketens van de Queyras. 
En natuurlijk op de Mont Viso, met zijn ruime 3840 m een dominante factor in de 
Queyras bij helder weer. Je kan alle kanten op heel ver kijken. Op de crête vanaf de
pic naar het meertje loopt een grote kudde schapen met bordercollies en herders. 
Hoe is het mogelijk dat ze daar kunnen lopen en wat vinden ze nu toch te grazen 
tussen de keien? We blijven een half uurtje zitten. Het is hier zo mooi. De afdaling 
is zeer steil tussen platte glijkeien. Van bovenaf is het pad goed te volgen, 
andersom zal het een aardige puzzel zijn. Sommige stukken daal ik af op mijn 
achterwerk, anders ben ik bang voorover te gaan. Begin juli, als hier nog sneeuw ligt, 
zal dit wel een hele moeilijke col zijn. Nu is hij gelukkig goed te doen. We komen in 
een lange fraaie vallon van de Pierre Rouge. Ruim vóór Les Fonts zoeken we een 
plat stekje voor de tent voor vannacht. Het is mooi geweest. We zitten lekker tot 
20.00 uur in de zon. Heerlijk. Fijne bivak aan de rivier.


  Zaterdag, 20 augustus, 2011.

  Les Fonts de Cervrières - voorbij Souliers

Om half zeven stap ik de tent uit en komt de eerste loper al voorbij. Hij loopt nog 
in de schaduw het pad te zoeken en ziet ons helemaal niet beneden staan. 
De hemel is kraakhelder en het wordt vast wel weer een mooie dag vandaag. 
Om 8.15 uur gaan we op pad. Eerst verder de fraaie vallon naar beneden naar 
Les Fonts de Cervrières. 

Fonts de Cervieres

We zien het na een half uurtje lopen al liggen met een vol parkeerterrein. Er staat 
zelfs een camper en er staan pakezels bij de refuge.
Om 9.30 uur zijn we bij de splitsing naar Col de Péas en het bruggetje naar de gîte.
We besluiten daar niet te gaan ontbijten, maar direkt naar de col te lopen. 
Om 12.00 uur zijn we boven. 
Col de Péas (2629 m) is een grote brede col met alpenweides. Overal is het groen,
overal is water. Een stukje van de col af gaan we picknicken. Het is warm.
Een zacht briesje geeft wat verkoeling. Wildkampeerplekjes te over.  We gaan verder 
naar Souliers. Volgens het internet is daar een goede gîte met een prima keuken. 
Daar willen we overnachten en mee-eten als er plaats is.
Nu volgt een lange, lange afdaling door kaalgevreten alpenweides. Eind juni /begin
juli, als de sneeuw nèt weg is, en de schapen nog niet geweest zijn, dan zal het hier
wel heel erg mooi zijn met bloemen. Nu is het alleen maar groen, groen, groen. 
Een beetje saai. We gaan verder over een balconpad langs een steile helling. Het is 
eigenlijk meer een panoramapad. We kijken mooi op de Mont Viso en ook op Pic de
Caramantran (3025 m), waar we eind juni stonden met een dagtocht in de sneeuw en
waar we een prachtig uitzicht hadden op het Mont Blancmassief.

Mt Blanc massief


Het groene pad gaat uiteindelijk over in een bospad langs een hele steile helling.
Het is heet, ik denk wel 40 graden. Geen zuchtje wind en de mussen vallen zowat 
dood van het dak, zó heet. Dan krijgen we een eindeloos slingerpad dalend door het
bos. Ik heb het aantal haarspeldjes niet geteld en het loopt ook wel makkelijk, maar
het gaat maar door. Eindelijk komt Souliers in zicht. We gaan hoopvol naar de gîte.
Pech gehad. Madame heeft wel een aparte kamer voor ons, maar geen eten. Er komt
vanavond een grote groep jongeren eten en daar past niemand meer bij.
Tja, wederom door de vercommersialisering worden de echte lopers weggestuurd ten
faveure van geldverdienen aan een groep die per auto één avondje komt eten. 
Zo gaat dat tegenwoordig. Het zij zo. We zien het steeds weer. We nemen een 
colaatje en trekken verder in de hitte. Aan de andere kant moeten de mensen in de
refuge of gîte hun geld verdienen in 2 à 3 maanden, genoeg voor het hele jaar en 
het is hard werken, 18 uur per dag, zeven dagen in de week. Zonder hen zouden de
refuges helemaal niet meer bestaan en dan wordt een trektocht door de bergen een 
stuk lastiger.
Het is werkelijk bloedheet op het boerepad na Souliers. Geen wolkje aan de hemel.
Het is droomweer. We lopen op ons gemak verder en kijken ondertussen uit naar een
geschikte bivakstek. Al snel hebben we die gevonden aan de linkerkant van de weg 
aan de andere kant van de rivier, achter een paar bosjes op een alpenwei. Het is pas 
half vijf en we liggen languit in het gras niets te doen. We hebben een schitterend 
uitzicht.  Later blijkt er achter ons nog een pad te lopen naar het Lac du Roue 
(kennen we van de GR 5), langs een waterkanaaltje. Eerst maar weer noodvoer koken.
Wat eten wij vanavond? Cup -a-soup Chinese kip en Knorr Carbonara met kaas en 
spek. Nescafé mocca toe. Tegen 19.00 uur zetten wij de tent op. We genieten van 
de diverse bergketens in de ondergaande zon. Een prachtige bivakstek.

Ondergaande zon


  Zondag, 21 augustus, 2011.

  Souliers - Bruinissard

Na ons "geweldige" ontbijt met hartkeks en jam en koffie, gaan we om half negen weer
op pad. Het is weer superweer. Geen wolkje aan de lucht, geen windje. Nog wel ochtend
fris, want de zon schijnt nog niet in dit smalle dal. De halfverharde weg wordt 
keisteil en het is een hele klim. De bergerie is verhuurd aan vakantiegangers uit het 
district Marseille. Ze hebben hier terecht een 4 x 4 nodig om hier te komen. Met een 
gewone auto kom je niet omhoog, of je blijft met de bodemplaat steken want in het 
pad zijn diepe sporen. Voorbij de bergerie beginnen we aan een aangenaam pad door 
het bos omhoog in haarspeldjes naar Col du Tronchet (2347 m).  Weer een col om 
overheen te vallen, zo smal. We hebben een mooi uitzicht op Bruinissard. De wegwijzer 
staat een beetje scheef. Pas hier op. Pak niet het smalle pad rechts van de col, want 
dan ga je hoog over een crête over een soort geitepad richting meertje. Nee, na eerst 
fout gelopen te zijn, dalen we af over het bredere pad welke de GR 58 is, al staat dat 
pas veel later gemarkeerd. Na ongeveer 1 km komt de afsplitsing naar Lac de Souliers. 
Het is duidelijk een dagtochtje voor veel toeristen vanaf de parkeerplaats van Casse 
Déserte, want het is er keidruk. Wij zijn nieuwsgierig. Een uurtje op en neer in die 
hitte, is dat het waard?  Och, je kunt het best wel overslaan, je mist er niet zo veel 
aan, maar wij doen het wel en we hebben er een aardige picknickstek aan het water 
en zitten ons te verbazen over al die toeristen. Een aantal is niet zo slim bezig. 
Daarna lopen wij weer terug en verder over de GR 58.
Je hoort de herrie van de D 902 Route des Grandes Alpes naar Col d'Izoard.  

Col d'Izoard

Het is zondag, dus de weg is stampvol moterrijders en campers. We steken de weg 
over en dalen keisteil af. Oppassen. Glijsteentjes. We vervolgen ons pad door het bos. 
Hier en daar is een hele smalle passage van een paar meter, met een diepe 
afgrond. Dat is veroorzaakt door een paar lawines. De hellingen zijn hier heel 
instabiel. Daarna volgt nog een lange hete weg over allerlei puinhellingen. 
We kennen dit pad van de winter met een prachtige sneeuwschoenwandeling  door 
de vallon omhoog naar Col d'Izoard. Het is er dan heel stil op de col, want dan is 
de D 902 afgesloten. Er is dan een langlaufloipe (ski de fond) over de weg. 
Met 5 m sneeuw heb je minder last van de puinhellingen, wel moet je dan erg
oppassen voor lawines. Nu zijn deze puinhellingen heel glijerig, pas op je enkels, 
hou ze heel. Voorzichtig dus. 

Het is in Bruinissard zeker 40 graden. We gaan naar het restaurantje aan de weg 
van de camping en nemen cola, bier en 
2 colonel = citroenijs met een royale
scheut wodka. In dit geval veel wodka met 
een beetje citroenijs. Heerlijk.

Daarna moeten we nog 2 km over heet asfalt lopen 
naar een prima camping in
het bos. (Le Planet). We kennen deze al van de GR 5, die loopt 
hier langs.
Na twee keer bivak is het nu heerlijk om te douchen en dan te relaxen voor 
de tent. Vanavond gaan we eten in het restaurantje. Even wat anders dan 
noodvoer.

Maandag, 22 augustus, 2011

Bruinissard - refuge du Furfande

Slecht geslapen. De camping is muisstil, maar helaas niet alle mensen. Er zijn er 
bij die 's avonds gewoon de auto een half uur stationair laten draaien, dan kan je 
mooi in het licht van je koplampen je tent opzetten en dat soort dingen. 
Bovendien was het erg warm vannacht. Zelfs op 1750 m en in het bos, aan een 
rivier. Nog ver boven de 20 graden. Dat hebben we nog nooit meegemaakt in de 
bergen. Een echte canicule dus (= hittegolf). Maar ook hier had het 3 uur 
gesneeuwd op 19 juli. Maf weer. We hebben al weer een mooie ochtend. 
We worden al weer vroeg wakker, omdat die zelfde herriedames van gisteravond al 
pratend de boel weer inpakken en honderd keer de portieren open en dicht gooien.
We vertrekken om half negen met vers stokbrood in de rugzak en een vers croissantje 
in de hand. Wat wil je nog meer. Eerst weer ruim 2 km van de camping af  lopen en 
dan nemen we de asfaltweg naar Arvieux. Ik heb de kaart goed bekeken en durf het 
stuk van de crête de l'Echelle niet, boven Arvieux. Geen punt, er is een goed 
alternatief. Het is nog stil op de weg en in een uur zijn we in Arvieux. Daar moet je 
naar rechts bij het bordje: “Alpages de Furfande 10 km”. Er staat geen markering. 
Die staat pas later op de route. (Als je boodschappen nodig hebt, moet je 50 m 
doorlopen het dorp in, daar is een klein levensmiddelenwinkeltje). We lopen nu door 
een fris bos in de schaduw, 

Morgenster

weliswaar over de weg en later over een halfverhard hotsknotspad, maar het loopt 
niet verkeerd. Na een uurtje zijn we op hetzelfde punt (32) als de orginele route. 
Koos gaat nog even kijken zonder rugzak of hij iets moois gemist heeft aan de 
orginele route en ik praat met Jennifer uit Australië, die met een kleine rugzak een
half uur met de schrik in haar lijf had gelopen over dat pad. 
Smal en glijpartijen, niet leuk. 

Daarna vervolgen we de route over een klein paadje door een mooi bos en zelfs nog
langs een felgroen meertje, dat niet op de kaart staat. 
Dan komen we bij een mooi plat stuk in het bos met een riviertje erlangs. 
Ideaal voor wildkamperen. Maar wij lopen verder. 
We hebben gisteren refuge de Furfande besproken omdat we onweer verwachten. 
Beter het zekere voor het onzekere nemen. Bij Cabane du Plan du Vallon (2050 m), 
staan twee picknicktafels. Jennifer zit met haar rug naar ons toe aan de ene, en wij 
aan de andere picknicktafel. We horen een grote club schapen in het bos en ineens 
komt er een patou aan. Hij komt zelfs naast ons liggen. Hij ziet er mager uit. 
De herders geven ze niet best te eten. We zijn dolblij dat onze Coco in pension zit, 
want het is geen feest als hij bij ons zou zijn met die patou. Dan was het vast slecht
met onze Coco afgelopen. We negeren de patou en hij gaat naast ons liggen slapen.
Ik heb het er niet op en durf niet te bewegen. De kudde trekt verder en ineens gaat
de patou ook verder. Wij gaan omhoog naar Col de Furfande (2500 m), 

Col de Furfande

dus nog 500 m te gaan. We lopen nu door afgegraasde alpenweides. Het is wederom
bloedheet, meer als 30 graden en benauwd. We doen het op ons gemak. We hebben
de tijd. Je mag niet te vroeg bij de refuge aankomen en gelukkig hebben we geen 
grote etappe met die hitte. Op de col waait het keihard, het stormt. Het is er frisjes 
en wij vinden dat wel verkoelend. We besluiten nog een toertje extra te doen langs 
de Granges de Furfande over de GR 541. 

Granges de Furfande

Het is ongeveer 40 minuten om. Hier loopt de hoogste koeienkudde.
De koeien komen uit Arvieux en omgeving. Elk voorjaar worden ze hier naar toe gebracht
en elk najaar weer teruggehaald. Bij slecht weer gaan ze zelf naar hun eigen grange 
(= hutje). In de verte hangen zwarte wolken. Zou er onweer komen? In de refuge 

Refuge Furfande

krijgen we twee matrassen aangewezen in de bovenste Ikeastelling. Niet gaan plassen
vannacht, want je valt in het donker gegarandeerd op je bek van dat laddertje. 
Bovendien moet je buiten nog 50 m lopen voor je bij het toilet bent. Een keurig
toilet overigens. We zitten nog lang buiten op een bankje te genieten van het 
prachtige uitzicht over alle bergketens. Links van ons is rond zes uur een onweersbui, 

Onweersbui

je hoort zelfs het rrrrrrsj van de bliksem, maar wij houden de zon. Er staat wel een 
koude harde wind. Furfande = koude plek. Het eten is zeer matig in de refuge, maar 
dat overleven we ook. 
Aan het eind van het seizoen is de spoeling dun, letterlijk.
De helikopter heeft eind 
juni spullen gebracht en daar eten we nog van.
 

  Dinsdag, 23 augustus, 2011

  Refuge du Furfande - Ceillac

Wonder boven wonder heb ik goed geslapen recht onder de dakplankjes met zijn 
veertienen in één hok en de ramen potdicht. We boften. Voor het eerst zat de refuge
niet vol, anders hadden we er met 24 gelegen. Bovenin de nok was een gat open, 
dus kregen we boven in de Ikeastelling als eerste frisse lucht. Ook oordoppen doen 
wonderen en gelukkig heb ik geen grote spinnen gezien, want daar ben ik doodsbang
voor. Om vijf uur ben ik wakker en ik moet eigenlijk naar de wc, maar ik weet het tot
half zeven te rekken. Dan moet ik er echt uit. Ik ben de eerste. De lucht buiten is 
weer kraakhelder en er waait een ijskoude wind. We krijgen al weer een mooie dag. 
Ik ga me maar wassen, dan heb ik de ruimte en enigszins wat privacy. Het is toch al zo 
behelpen met twee koude kraantjes in een half open hok met die koude wind. Ik haal
mijn rugzak zachtjes op en Koos gaat ook bewegen. De rest snurkt nog. Pas een half
uur later komt er wat leven op de zolder. Wat een late lopers!!!.
Om 8.00 uur gaan we op pad. We kennen het pad tot beneden aan de Guil. Ooit een 
dagtocht naar Furfande op en neer gelopen. Het is een schitterend pad. In de verte 
rechts zien we skioord Vars liggen. En dan komt Escoyères in zicht na een flinke 
afdaling. Daar zou ik toch echt niet willen wonen of een huisje huren voor de vakantie.
Moet je even naar de bakker over een onmogelijke weg met 28 haarspeldbochten.
 

Escoyeres

Niet erg praktisch. Escoyères heeft een bron en een picknickbank om even te rusten
en een kerkje met een zeer fraaie cadran solaire (zonnewijzer), zo typerend voor 
de streek.

Cadran solaire

In de eerste ofwel de 28ste bocht gaan we rechts een klein paadje op tussen de huizen 
door en snijden zo 8 bochten af. Daarna moeten we gewoon 20 bochten afzakken 
over de smalle weg, die uiteraard niet druk is. Men kan elkaar slechts passeren in de 
haarspeldbochten, maar die zijn wel steil. Hogeschool autorijden dus.
Daarna moeten we even langs de Guil over de D 902 lopen, die hartstikke druk is en 
daarom is het best eng lopen. Voorzichtig zijn, dus. Gauw komt de brug in zicht, waar
we linksaf richting Bramousse moeten lopen. Onder de brug schreeuwen de rafters boven
het oorverdovende geweld van de snelstromende Guil uit. We zijn nu 1200 m gedaald
en moeten nu weer 1100 m omhoog naar Col de Bramousse. We beginnen meteen 
met een keisteil pad door het bos omhoog naar Bramousse, welke uit verschillende 
gehuchten bestaat. Eerst komen we bij een bron in les Garcins, maar we klimmen door
tot de asfaltweg ophoudt bij Pontet. We zijn al weer op 1450 m en het is half twaalf.
We gaan uitgebreid rusten in de sympathieke gîte Le Riou Vert.
http://www.gite-etappe-gr58-queyras.com
Een geweldig adres met een bijzonder hartelijke ontvangst. We beginnen met een 
grand café en een glas melk. Daarna neemt Koos een omelet met van alles erin en
ik een bief tartaar met sla en lekkere friet. Twee cola erbij en all in 25 euro 
afrekenen, incl fooi. Het adres is veel te ver vanaf Furfande, maar deze
gîte d'etappe is wel een veel beter adres met goed eten. 
Warm aanbevolen bij deze.
Om 13.00 uur gaan we goed gevuld, lekker uitgerust en welgemoed op pad in de 
bloedhitte. Goed opletten: hier is een splitsing: rechtuit is de variant over Col de 
Fromage en rechtsaf gaat het naar Col de Bramousse. We gaan dus eerst verkeerd 
en rechtuit, maar gelukkig zien we al spoedig onze fout. Het pad naar Col de Bramousse 

Col de Bramousse

Loopt steil omhoog door het bos, maar het bos geeft verkoeling en dus is het zeer 
aangenaam. Om half vier zijn we boven. Nu nog 600 m afdalen naar Ceillac. We hebben
dit vorige week nog gelopen met vrienden op een dagtocht. Maar het verschil zit in de
grote rugzak. Eerst lopen we mooi glooiend door de alpenwei en dan supersteil door
het bos in haarspelden naar beneden. Heel voorzichtig. Niet glijden. Met een grote, 
zware rugzak op is dit een erg moeilijk pad naar beneden. In Ceillac aangekomen, 
pikken we even een terrasje en terwijl Koos aan het bier zit, ga ik boodschappen doen
bij de supermarkt. Om 19.00 uur staat de tent op de camping municipal in een koude 
wind op de vlakte. Nu nog koken. Ze hebben hiervoor een mooie overdekte 
picknickgelegenheid, opzij van het bloc sanitair.
Wat een etappe hebben we gehad vandaag!!! 1200 m dalen, dan 1100 m steigen en 
dan weer 600 m dalen. Ik ben moe.


  Woensdag, 24 augustus, 2011.

  Ceillac - St. Veran

Het is weer wolkenloos weer. Nog wel koud in de schaduw. We zijn niet vroeg vandaag
en we lopen pas om 9.00 uur van de camping af. Col des Estronques hebben we ooit 
eerder gelopen in een dagtocht met onze bordercollie Paddy. Daarna zijn we toen 
doorgestoken naar Col  de Fromage, een redelijk smal pad. Ik zou hem met de grote 
rugzak op niet graag overdoen. We gaan ook niet volgens het boekje eerst naar Ochette
en dan een saai pad op, nee, we lopen schuin langs het parapenteveldje naar het 
einde van Ceillac-dorp richting het dal van de Christillan en lopen dan via de GR 5 
naar le Villard. Daar waar de GR 5 naar boven naar Col de Fromage gaat, gaan wij op 
gelijke hoogte rechtuit. Het is een prachtig dal. Wij lopen hier in de winter ook op 
sneeuwschoenen. We lopen nu aan de zonkant en het is weer knap warm. Na een 
gedenkpaneel over de oprichter van het Parc Regional du Queyras – Philippe Lamour 
–burgemeester van Ceillac –  gaan we flink zigzaggen naar boven door het bos. 
In de verte horen we een schaapskudde. De weg naar Col des Estronques 

Col des Estronques

is flink steil net voor de col en er staat altijd een koude wind. We doen de tocht op 
het dooie gemak en we zijn pas om 13.00 uur boven op de col (2651 m). Maar gauw 
afdalen naar een alpenweitje in de zon, uit de wind en daar uitgebreid picknicken. 
De achterkant van Col des Estronques valt een beetje tegen. Er is niet zoveel aan. 
Een glijpad met losse stenen en ook steil en vele kale gruishellingen. Op het gemak
komen we om 15.30 uur aan bij de picknickplaats aan de rivier de L'Aigue Blanche. 
Nu moeten we nog weer 200 m omhoog naar St. Veran. Zelfs hier is het heet.
De bus naar Ville Vieille gaat pas na 18.00 uur. De taxi is op dit moment niet 
beschikbaar. Noch die van St. Veran, noch die van Arvieux. Pas na 19.00 uur. 
Ja dat schiet op. Kan je wachten tot je een ons weegt. Ik heb daar absoluut geen 
zin in. 

Ik steek mijn duim omhoog en na 5 minuten heb ik al beet. Een meneer alleen
met allerlei tekeningen van een gebouw. We mogen mee, hoera. Hij heeft een grote 
auto en onze grote rugzakken passen gemakkelijk in de kofferbak. De meneer komt 
van een projectbespreking van de bouw van een groot hotelcomplex voor 4 sterren 
met alle toeters en bellen. Het wordt half in de rotsen gebouwd boven St. Veran met
een tradionele voorkant in stijl en naar de zon gericht. Er komen 70 kamers voor een 
bezetting het hele jaar rond. Het zal kleinschalig St. Veran wel drastisch wijzigen.
De meneer is zo aardig om ons helemaal naar onze auto in Abriès te brengen. 
Wat een  service. Is dàt even boffen. 

Het is minder dat er een hele plas nattigheid onder de auto ligt. Radiator lek.
Koelvloeistof er bij
en morgen naar de garage.


We slapen 's avonds weer in ons eigen bed, is dat heerlijk.

Tour de Queyras was geweldig. Wij vonden het veruit de mooiste alpentocht ooit.
Hij is van harte aanbevolen.

Volgend jaar willen we de GR 51 gaan doen. Het balcon de la Méditerranée van 
Menton richting Marseille. Het originele pad is hier en daar verdwenen, door aanleg van

snelwegen en door uitbreiding van de steden. Zwitsers hebben er nu een pad van

gemaakt van 45 rondwandelingen. Het staat in het Rothergidsje, te bestellen bij

Het Landschap - Kleine Berg - Eindhoven.

EXTRA

Zeer hoge variant van de GR 58

 Tour du Queyras variant 58C


 Zaterdag 17 augustus, 2013
Vroeg op en om 6.45 uur al in de auto. Om 8.00 uur reeds aan de wandel met de grote 
zak op. Vanaf
La Monta/L'Echalp naar Col de la Croix of Colle di Crochi.
We hebben dit vaker gelopen en we vinden het een bejaardencol. Hij is absoluut niet 
moeilijk, maar toch
wel aardig. Binnen 2 uur staan we er al, op 2300 m. Nu volgt een fraai
pad naar beneden aan Italiaanse
kant. Ook niet moeilijk en om 11.30 uur zitten we al op
het terras aan duo capuccini bij refuge Ciabot del
Pra. Een gigant van een refuge met
110 slaapplaatsen. Hij ligt mooi in het dal, 
is kraakhelder en je kan er per auto komen
(in Italië). Maar als alle 110 Italianen 
gaan praten, wordt dat toch een hoop herrie, lijkt
ons. 

We gaan over een soort brede boulevard vol dagjesmensen verder het dal in.
Na een
tijdje wordt het weer hartstikke stil. De meeste Italianen praten veel, maar lopen een stuk
minder.
Nu gaan we omhoog langs een rivier richting refuge Granero. De wolken komen
diep het dal inzakken.
Rond 14.45 uur stoppen we al op ongeveer 2000 m bij een
monumentje waar ooit een vliegtuig is
gecrashed.
We zoeken een wild kampeerstekje. Het is nog wel wat vroeg, maar we hebben geen zin 
om verder omhoog in de mist te gaan lopen.
Refuge Granero zien we soms boven ons
op een rots liggen, tussen de flarden mist door, ongeveer
300 m hoger. Dat kost ons
minstens nog een uur lopen, en we hebben geen bereik met de telefoon om
te vragen
of er plaats is. We durven het er niet op te wagen. Bovendien hebben 
ze onweer
voorspeld.
We blijven voor de zekerheid maar buiten de mist in deze kom staan.
We hebben een fraai en beschut
stekje, alleen barst het van de muggen. Maar je kan
niet alles hebben.
Onze Elles is jarig. Ze houdt een barbecuefeestje in haar tuintje in Utrecht. Wij zijn daar 
niet bij. Hoeft ook niet. Andere generatie.
Om 18.00 uur gaat het regenen met 2 klappen onweer. Om 19.30 uur is het weer droog 
en kunnen we
koken, eten, afwassen en koffiedrinken. Om 21.00 uur de tent in, het is
donker.

  Zondag 18 augustus, 2013

Om 6.15 uur gaat de wekker. Het is nèt licht en koud. De lucht is helder, maar zon hebben 
we nog niet.
Wassen in de rivier. Je wordt er goed wakker van. Ontbijten in de tent met
hartkeks, jam en koffie. Het
rantsoen is 3 kaakjes de man. Daarna inpakken en wegwezen.
Koos moet nog water zuiveren. Dat kost
even tijd. Uiteindelijk gaan we pas om 8.30 uur op
pad. Op naar Refugio Granero. We hebben vermoedelijk
hoger gekampeerd, want we zijn
er al binnen een uur. Het pad viel reuze mee. De refuge ligt prachtig bij
een meertje en achter
een rots.
 
 

 

 


Buon giorno, due cappucini. We zitten op een picknickbank bij de keuken met uitzicht in het 
dal met in de
verte de grote refuge Ciabot del Pra. In het dal hangen alweer wolken en ook tegen
alle bergtoppen.
Verdorie, dit had buienradar toch niet voorspeld?! Het zou een week goed weer
blijven!!
Regelmatig komt er een vieze walm langs vanuit het toilethok, dat 50 meter verderop staat. We 
stappen
maar weer op. We kwamen hier tenslotte voor de frisse lucht, niet voor strontlucht. We
gaan verder, eerst
even naar beneden naar het meertje, en daarna over een steil, maar goed
begaanbaar pad naar boven.
We zien een gems op een sneeuwveldje en even later een jonge steenbok op een bergkam 
boven ons.
Als ik mijn fototoestel pak, is hij verdwenen, Jammer. Plotseling zitten we helemaal
in de laaghangende wolken = mist. Bah, nu zie je 
niets meer. Goed opletten dat we het pad
niet kwijtraken. De stenen zijn nat en glad. Het laatste stuk voor de col is keisteil omhoog
 

 

en glad. Op handen en voeten werk ik me omhoog en moeten we over kale rotsen klauteren. 
Moeilijke col
aan Italiaanse kant. Hij staat ook gestippeld op de IGN wandelkaart. Ik ben blij dat 
we omhoog moeten en
niet naar beneden, want dat was nòg moeilijker geweest.
Om 11.45 uur staan we boven op Col de Seillière op 2834 m. Het is een smalle col en we eten 
even een

  

mueslireep. In de verte ligt de Monte Viso met zijn 3843 m. Majestueus tussen de wolken. De 
afdaling aan
Franse kant is een goed pad naar beneden, maar het hele dal is vol wolken. In het
noorden zwart, rond de
Viso grijs en verder dikke witte opbollende wolken in oost en west.
Dit weer hadden ze absoluut niet voorspeld. Tijdens onze afdaling hebben we af en toe nog wat
zon. Even
verder naar beneden eerst nog maar 3 hartkeks met ham eten in de zon op de helling.
Daarna dalen we
verder af en besluiten langs refuge de Viso te gaan om daar nog iets anders te
eten. Om 13.30 uur eet
Koos een omelet en ik een crêpe aux myrtilles – pannekoek met bosbes-
sen. Mmm,
heerlijk.

We overleggen
wat we gaan doen. Er wordt weer regen en onweer voorspeld. Bah. We wilden
gaan bivakken aan het fraaie
Lac Lestio op 2510 m, maar we veranderen van gedachte. Onder
deze omstandigheden gaan we ook niet morgen naar
Col de Valante op 2815 m en dan via een
balconweg naar
Passo della Losetta op 2872 m en Pointe Joanne op 3058 m. Onverantwoord
met deze luchten, kans op onweer en lage bewolking met mist.

We besluiten om af te dalen. Richting La Roche Ecroulée. Halfweg de afdaling wordt het zó zwart 
om ons
heen dat we van het pad af, rechtstandig naar beneden gaan over een grashelling richting
rivier de Guil. Om
15.30 uur vinden we een plat stekje bij de Guil op 2160 m, waar we gauw de tent
opzetten.
Even later komt de regen met bakken de lucht uit. Dit is niet leuk meer.Om 19.00 uur is
het pas droog en kan ik gaan koken. 
Het leuke van bivak is lekker in de zon genieten van de bergen.
Maar het 
zit er niet aan dit keer.

Maandag, 19 augustus, 2013

Om half zeven is het zwaar bewolkt. Het ziet er helemaal niet goed uit voor vandaag.Om 7.30 uur is 
de Viso

 

 


zichtbaar en klaart het helemaal op. Wat gaan we doen: Col de Valante en verder of 3 uur terug 
lopen naar
de auto.We twijfelen lang. We hebben geen zin in slecht weer. Niets aan en zelfs
gevaarlijk. Stenen worden
spekglad. Om 8.30 uur op pad. Toch maar richting auto. De Viso
speelt verstoppertje:
elke paar minuten is hij zichtbaar en dan weer niet.

We zien 2 zwarte salamanders op het pad!! Salamandre de Lanza. Super zeldzaam en 
endémique in het
gebied van de Viso. D.w.z. Dat ze alleen hier voorkomen, en je kunt ze alleen
zien als het regent. Dat is dan
het enige voordeel van dit weer.

  

We lopen verder. De zon komt door de wolken heen. Het wordt iets warmer.We hebben na La 
Roche
Ecroulée best een aardig pad. De linkse kant van de Guil.(nee geen asfalt, maar aan de
overkant). Hier en
daar is een stuk pad weggeslagen door het wilde smeltwater in het voorjaar.
Dan moet je even afdalen naar
de rivier, of ergens omhoog, cross country door de bush. Zo
krijg je toch nog variatie.
Na twee en een half uur lopen komen we weer terug bij de auto. Het is nu best wel mooi weer 
met af en toe
een wolk. Verdorie, wat doen we nu? We rijden naar Col d'Agnel (2744 m) en eten
een hapje bij de refuge. Een plat
montagnard, een bergschotel dus. Het is hier 13 graden met
een koude wind. De lucht wordt weer aan alle
kanten pikzwart. Om 13.00 uur regent het.

We hebben de goede beslissing genomen: we gaan naar huis.
We hebben uitzonderlijk slecht weer in dit gebied in 2013. We komen al 12 jaar op de rij in 
dit gebied, maar
2013 is een raar jaar.

Donderdag, 22 augustus, 2013

We zijn nog niet weg uit de Queyras, of het wordt weer een paar dagen heel mooi weer. 
Dus vanmorgen
de wekker gezet op 5.30 uur en naar de Italiaanse voet van Col d'Agnell
gereden. Om 7.45 uur lopen we
al in de vallei de Soustre vanaf les Granges de Rio (2012 m).
We beginnen met 6 graden. Niet al te heet.
In het dal zien we heel veel dikke alpenmarmotten en al meteen een gems met jong. Hartstikke 
mooi. Ook een mooie vallei, die van Soustre.
Later nog veel koeien, zelfs drie grote kuddes,
die tamelijk hoog staan, zelfs tot op 2600 m.

 

 

Na drie uur lopen komen we aan op Passo della Losetta (2872 m). Een redelijk ruime col tussen 
de rotsen
met nog steeds plakken sneeuw. We lopen nog een half uurtje verder omhoog om op
de allerhoogste col


  ooit te staan: Pointe Joanne op 3058 m. Heel hoog voor ons – nu weer met ons hondje – maar
toch 
nog

 

nietig, vergeleken met de Monte Viso, waar we pal naast staan, en die 800 m hoger is. Maar 
goed, we zijn
ook geen klimmers, maar simpele wandelaars. Al zijn we inmiddels ook redelijk
bejaard, helaas
(66 en 67 jaar). Alles bij elkaar is het 1050 m stijgen over een redelijk goed pad,
met zelfs 
af en toe redelijk platte stukken door de alpenweide.
Op de pointe – zonder wolken, alleen maar blauwe luchten -kunnen we heel ver kijken en zien we 
duidelijk
het gehele Mont Blanc massief ( 200 km verder) uittorenend boven de dikke wolken van
de Povlakte, goed
liggen. Ook de Monte Rosa, de Matterhorn en aan de andere kant la Grande
Casse (Vanoise), zijn duidelijk
zichtbaar.

  We staan hier echt op het dak van de wereld. Prachtig. De Viso pal naast ons is ook erg 
aanwezig. Je kijkt
prachtig Italië in door het dal van de Varaita en zien diep beneden ons een
heel klein blokje, dat refugio de
Valante moet zijn, mooi gelegen aan een stuwmeertje. Dus
water en energie verzekerd.


Aan de andere kant, de Franse kant, zien we piepklein refuge de Mont Viso liggen.
Tour de 58C hebben we door het slechte weer dan wel niet kunnen lopen, we hebben nu toch
de krenten
uit de pap gegeten en zijn daar dik tevreden mee. We hebben er toch een goed
beeld van gekregen.
We zagen de achterkant van Col de Valante – één grote zwarte gruisbak en massief graniet 
en de vallei
de Varaita (Valante in het Frans). De weg omhoog naar Col d'Agnell hadden we
al in de sneeuw gelopen in 2010. En van Agnell
naar de Col Vieux, het Lac Foréant en Lac
Egorgeou naar l'Echalp in dagtochten in augustus 2010 en dit
jaar opnieuw. Dus zijn we min
of meer toch rond.
Als we om 13.00 uur gaan afdalen komen er weer overal wolken opzetten. Als we nog een 
uurtje later omkijken naar boven, dan ligt heel Pointe Joanne 
In dikke wolken. Weer die
Italiaanse nebbia. Dan zie je niets, want je staat in dichte mist.
De hele dagwandeling is 13 km heen en weer met een hoogteverschil van 2100 m. Voor 
de oudjes goed te
doen in ruim 6 uur. We hadden deze schitterende wandeling niet willen
missen. Terug bij de auto besluiten
we nog even naar Pontechianale te rijden voor een
lekkere capuccino en 2 heerlijke Italiaanse ijsjes. (Een stuk goedkoper dan in Frankrijk).
Lekker op een terrasje in de zon. Het is hier warm.
Als we over de smalle weg terugrijden naar Col d'Agnell, is de lucht weer pikzwart en 
dreigt er wéér onweer.
Als we de Queyras uitrijden en we zijn Guillestre voorbij, is de
lucht weer staalblauw en is het 30 graden.


Col de Thures 2800 m

Vanaf Abriès over de brug naar links, naar le Roux. Vóór het dorp zijn een paar parkeer
plaatsen om de auto te parkeren. Ben je lopend, dan kan je beter vanaf
Abriès over de
GR 58 naar Le Roux lopen. (anderhalf uur).
Dwars door Le Roux omhoog lopen over de GR 58D naar Col de Thures – 4 uur.
Het is een fraai, maar taai pad dat pittig omhoog loopt.
Daarna dezelfde weg terug
als je een dagtocht doet. (bijna 2000 m hoogteverschil op en neer).




Vanaf Col de Thures kan je linksaf verder doorlopen naar Col du Razis (2921 m)
over een klein paadje aan Italiaanse kant. Ook in augustus ligt er hier en daar
nog
sneeuw. Vanaf Col du Razis moet je weer een beetje afdalen aan Franse kant
en een
beetje spoorzoeken om het pad naar Pic de Malrif en Col de Malrif te
vinden. Je bent
dan een paar uur verder. Om de wandeling niet onmogelijk
lang te maken, kan je het
beste afdalen naar Lac du Laus en daar wild kamperen.
De wandeling vanaf Col du Malrif door naar Fonts de Cervières wordt echt te lang met 
teveel hoogteverschillen.
De volgende dag kan je dan òf verder naar Fonts de Cervières via Col du Malrif, òf 
afdalen naar Abriès of Les Aiguilles.


Col d'Urine 2525 m

Deze Col is met zijn ruim 2500 m wel niet zó hoog, maar je hebt wel weer veel last van 
de nebbia, omdat hij op de grens ligt. Maar het is een fraaie wandeling.
Een aardig rondje is Abriès – Val Preveyre – Col d'Urine een schitterend en niet moeilijk 
pad door alpenweiden met veel bloemen en marmotten.



Dan afdalen naar Italië over de
GR 58B naar refuge Willy Jervis of ergens wild
kamperen. Dan de volgende dag omhoog naar Col de la Croix 2300 m en via
de GR 58B naar La Monta , dan over Crête de Gilly GR 58 D en bij Col de Gilly
afdalen naar
Ristolas. Vervolgens langs de Guil teruglopen naar Abriès.