TOUR DU QUEYRAS - GR 58

INLEIDING
De GR 58 is een prachtig rondje door een heel fraai gebied
in Frankrijk tegen de Italiaanse grens aan, ongeveer ter
hoogte van Turijn, maar dan aan Franse zijde.
Het heeft meestal beter weer dan de andere Alpengebieden.
Helaas kennen veel Nederlanders dit gebied niet, omdat het
niet zo gemakkelijk toegankelijk is. Je loopt over vrij hoge
passen tot 2900 m, niet zo kinderachtig, maar met goed weer
is het goed te doen, omdat de paden over het algemeen
prima zijn. De dagetappes hebben vaak hoogteverschillen
van 1000 m of meer naar boven en naar beneden, maar voor de doorsnee bergwandelaar
moet dat geen probleem zijn. In ongeveer 10 dagen ben je rond, mits het weer meezit.
Dit is vaak in juli en augustus wel het geval. Ook september kan nog heel mooi zijn
daar. Het enige nadeel is dan dat de dagen flink korter worden, wat voor sommige,
wat langere etappes een nadeel kan zijn.
Ondanks dat de Queyras een regionaal park is, dus ook toegankelijk voor de hond,
zou ik afraden deze tocht met de hond te lopen vanwege de patous. Patous zijn grote
witte honden, van origine uit de Pyreneeën, die heel log lijken, maar ontzettend snel
kunnen zijn in de bergen. De boer of schaapsherder heeft ze aangeschaft als
protectiehonden voor de kuddes, die nogal eens worden aangevallen door wolven,
vossen of in de steek gelaten jachthonden uit Italië. De patou heeft de opdracht alle
hondachtigen te bijten. De patou moet niet verward worden met de bordercollie –
zwart-wit – die de kuddes drijven.
De Queyras is 's zomers bereikbaar via Briancon en Col d'Izoard, of via Italië en
Col d'Agnel en het hele jaar via Guillestre en Combe du Queyras. Ook in de winter
is het een prachtig gebied voor sneeuwschoenlopen.
Wij zijn 65 en 64 jaar en lopen de tocht met rugzakken van 21 en 19 kg.
We hebben altijd een tent, een kooktoestel + extra gas, hartkeks, waterzuiveraar
en vijf dagen noodvoer bij ons. Wij zijn volledig onafhankelijk, behalve van het weer.
Wij hebben een hekel aan het ver tevoren bespreken van refuges, want daar zijn we
eigenlijk niet zo dol op. Is er plaats en kunnen we mee-eten, prima, zitten ze vol,
dan hebben we onze eigen oplossing. Boven in de bergen wildkamperen vinden wij
fantastisch. (bij goed weer).
Je beleeft dan echt de bergen en ziet nogal eens wild. Voor meer informatie over
refuges, zie onze inleiding Alpen van de GR 5. Voor die mensen, die het Frans niet
zo goed beheersen, zal ik het boekje van de winter (2011-2012) vertalen.
Tegen een kleine vergoeding kan je dat dan bij mij verkrijgen.
(wazize@telfort.nl)
VOORDAT JE DE TOCHT BEGINT
De mensen die de GR 5 hebben gelopen kennen de Queyras een beetje van Ceillac.
Volgens het boekje begint het pad in Ceillac, maar als je om welke reden dan ook
halfweg zou moeten afhaken, kan je per openbaar vervoer haast niet terug komen
bij de auto, dus is een plaats met een busverbinding (zij het sporadisch) geschikter,
zoals St. Véran, Abriès of Arvieux. Rondlopen is rondlopen, maakt niet uit waar je
start. Dit heeft ook het voordeel dat je de tocht op verschillende plaatsen kunt
onderbreken, of een deel in dagtochten kunt doen, waarbij je de tent bijvoorbeeld
op de camping in Aiguilles neerzet of in Château-Queyras. Dan doe je sommige
stukken wel op- en neer, maar dat is geen probleem, omdat de terugweg weer
heel nieuwe vergezichten geeft. De Queyras is zo mooi.
Op de tocht kom je voldoende gîtes, refuges of wildkampeerplekken tegen. Vóór de
2e week van juli en nà half augustus is er doorgaans wel plaats in de gîtes en
refuges. Ook water is overal te vinden (wel zuiveren). Alleen in Arvieux, Ceillac en
St. Véran zijn kleine winkeltjes om levensmiddelen te kopen. Tussen de middag
dicht van 12.00 uur tot 16.00 uur.
Denk er aan dat de sneeuw soms heel lang kan blijven liggen op grote hoogte en dan
kan het pad heel moeilijk worden. Het ligt er aan hoeveel sneeuw er het afgelopen
jaar is gevallen. Dit varieert sterk van jaar tot jaar. Zeven meter sneeuw is geen
uitzondering. Hier is vanuit Nederland moeilijk informatie over te krijgen.
Misschien kun je de VVV van St. Veran bellen.
MOEILIJK
Er zijn slechts twee moeilijke stukken op de hele route, maar ze zijn heel goed te
omzeilen.
1. Van St. Véran naar refuge d'Agnel heb je nà Col de Chamoussière (2884 m)
een smal pad voor de afdaling met een diepe afgrond, waar tot in juli nog
sneeuw kan liggen.

Dit is af te raden voor hoogtevrezers.
Alternatief:
Ga bij punt 8 in het boekje naar rechts richting Col St. Véran, dit is met een bordje
aangegeven en het is geel gemarkeerd. Over Col de St. Véran heb je een klein
stukje een smal, steil pad aan Italiaanse kant, daarna een normaal bergpad.
Nog steeds geel gemarkeerd. Bij het zicht op een boerderij diep beneden, moet
je de geel gemarkeerde weg naar links nemen. Deze passeert een ruine van
een kazerne en komt uiteindelijk uit op de geasfalteerde weg naar Col d'Agnel. (2744 m)
Deze weg omhoog volgen. Dit alternatief is een halve dag langer. Je moet dus
wild kamperen of naar de Italiaanse gîte d'Etappe Pra Mourel (naar beneden).
25 plaatsen in Chianale. Brigitte.perrimond@ chianale.it
2. Boven Arvieux
Vanaf Torrent Combe Bonne punt 31 tot 32 is een smalle gruisweg over een kale
helling. Kans op glijpartijen.
Alternatief:
Loop van Bruinissard over de geasfalteerde weg naar Arvieux ( 1 uur), dan bij
het bordje “Alpages de Furfande” rechtsaf en de fraaie bosweg volgen naar punt 32.
DE TOCHT.
Vanwege de sneeuw en de kou in juni 2010 hebben we de tocht na 2 dagen
moeten staken.
In augustus 2010 hebben we enkele dagtochten gemaakt.
In augustus 2011 hebben we de tocht afgerond.
Deel I
Vrijdag, 18 juni, 2010
Gisteren hebben we onze Coco naar het pension gebracht. Hij kan wel mee, maar
we willen geen ontmoetingen met patous, dus is het beter om dit zonder hond te lopen.
We parkeren onze auto om 7.00 uur 's morgens in St. Véran, het hoogst gelegen
permanent bewoonde dorp op 2021 m in de Alpen. We lopen dwars door het nog
slapende dorp. Aan het eind van het dorp loopt er spontaan een patou met ons mee
voor ongeveer een uur. Ik ben stapeldol op honden maar niet op patous. We negeren hem
gewoon. Het is maar goed dat we onze Coco niet bij ons hebben.
We lopen door het dal van de l 'Aigue Blanche, een echt bergriviertje.
We gaan geleidelijk omhoog naar Chapelle de Clausis. In het seizoen begin je
hier de hoogalpine wandelingen, bijv. naar Pic Château de Renard (2989 m) of
Pic de Caramantran (3025 m)

Chapelle de Clausis is dan bereikbaar met een klein busje (navette) vanuit St. Véran.
Nu lopen we dus in het dal van de Aigue Blanche en hier zijn goede wildkampeerplekken.
Middenin St. Veran is overigens een gîte “Les Perce-Neige
http://chezvincentmathieu.free.fr, open van 15 juni tot 15 september.
De camping die in het boekje staat aangegeven ligt in Pierre Grosse,
ongeveer 5 km van de route, dat is niet praktisch.
Inmiddels zien wij de eerste sneeuw.

We pakken niet de weg naar Col de Chamoussière en refuge d'Agnel, maar gaan
rechtsaf richting Col St. Véran. (2844 m)
Al snel zitten we tot onze enkels in de sneeuw in een volkomen witte wereld.
De markeringen zijn onvindbaar, maar er is een sneeuwschoenspoor in de goede richting.
Het is verder supermooi weer met een blauwe lucht en een stralende zon,
maar waar is het pad nou??
We zakken inmiddels tot onze knieën in de sneeuw. Het wordt ploeteren.
In de verte loopt een groepje mensen met een gids voor een dagtocht.
Eindelijk op de col kijken we in de diepte naar Chianale en een meertje in Italië.
Links van ons is een steil zigzagpad, grotendeels verdwenen in de sneeuw.
Onmogelijk om hier af te dalen. We ploeteren wat over de graat naar rechts en
zien beneden ons een blokkenveld, zónder sneeuw. We besluiten hier voorzichtig
steil door de sneeuw af te dalen richting blokkenveld. Het is keisteil en soms
schieten we tot onze heupen in de sneeuw. Je kan dan niet meer bewegen,
want je benen zitten klem in een soort kurketrekkerbeweging. Je moet je dan
uitgraven. Een heel geploeter met die grote rugzak op. Na een uur bereiken
we het blokkenveld. Dat is een berg grote keien met even grote gaten ertussen.
Ik doe mijn rugzak af en behoedzaam klauteren we naar beneden tot een
sneeuwplek van ongeveer 20 cm diep. Daar legt Koos zijn rugzak af en kruipt
opnieuw omhoog om mijn rugzak te halen. Na een half uurtje gaan we weer ieder
bepakt verder door de sneeuw. Uiteindelijk komen we uit op het pad. Een steil pad
naar beneden met af en toe een sneeuwveldje. Als we onder ons een boerderij in
de diepte zien liggen, vinden we een klein vlak stukje gras naast het pad, groot
genoeg voor de tent. 20 m terug drupt wat water van de helling, genoeg om het
in het opblaasbaar afwasteiltje op te vangen voor wassen, koken en drinkwater
zuiveren. We zitten ongeveer op 2300 m. Het is niet warm. Er staat een ijskoude
wind die over de sneeuw naar beneden waait. We kruipen maar vroeg ons tentje in.
Buitensportondergoed aan + pyama + fleecejack en sokken en dan nòg rillen in
je donzen slaapzak. De wind wakkert aan in de avond en komt onder de tent door.
Het slaapt niet geweldig.
Zaterdag, 19 juni, 2010
Om 6 uur op. De lucht is blauw en de wind is gaan liggen, gelukkig. De zon is nog
niet bij de tent. Wassen is een koude bezigheid. Gauw aankleden. Ik doe hoopvol
een korte broek aan. Koffie maken, mueslireep eten en tent inpakken. Koos is
aan het water zuiveren en krijgt helemaal bevroren vingers. We lopen verder naar
beneden via de gele markering en moeten dan links omhoog naar een ruïne van
een kazerne of zo. We rusten even in de eerste zonnestralen. Hè, da's lekker
warm. We kijken op de weg van Col d'Agnel, die beneden ons loopt. We zien de

Monte Viso (3841 m) in volle glorie met een witte jas aan. Glinsterend wit ligt hij te
schitteren in de zon. Prachtig is dat. We dalen af naar de weg en lopen dan op de
weg weer naar boven richting Col d'Agnel (2744 m). Tot 3 x toe zoeken we links
opzij van de weg een voetpaadje, maar steeds lopen we klem in de sneeuw, of bij
een riviertje, die te breed en te diep is om over te steken. Het is geen doen.
Dan maar de lange weg over de straat volgen met zijn asfalt en alle
haarspeldbochten. Een heel enkele Italiaanse auto passeert ons. Het is nog vroeg
en bovendien is de col pas een dag open. Hoe hoger we komen, hoe meer
sneeuw. We lopen nu door een 3 m hoge muur van sneeuw. Ergens opzij van een
haarspeld is in de binnenbocht een stukje sneeuwvrij en kunnen we op de grond
ontbijten met hartkeks en jam. Deze weg is eigenlijk heel steil en smal,vooral aan
Italiaanse kant, met ook flinke afgronden. 's Zomers kunnen twee campers elkaar
hier niet passeren. De vangrail is er niet, of ligt half los. Griezelig. Op de moter
is deze weg goed te doen, maar met de auto in het hoogseizoen hoef ik hem niet.
Hier en daar zien we mensen skieën. Hallo, half juni is al voorbij hoor en de winter
allang (dachten wij).
Tegen 12.00 uur komen we boven op de col. Koùùùùd!!! Een ijswind van de Franse
kant blaast ons zowat van de sokken. Enkele mensen, staand naast hun auto op
de col zeggen: Vous êtes courageux – Jullie zijn moedig. Ja, ja, dat zijn we ook.
Ik kan van de kou mijn loopstokken nauwelijks vasthouden. Wie denkt er nu aan
handschoenen op 19 juni? Ik ben zowat bevroren in mijn korte broek en T-shirt.
We staan in een volkomen witte wereld en diverse mensen zijn volop aan het
skieën om ons heen. We zijn hier toch niet op 19 februari?
We dalen af over de weg naar de grote refuge van Col d'Agnel, in de hoop op iets
warms. Een lekker kop koffie of zo in een behaaglijk warme ruimte. Misschien
kunnen we er ook iets warms eten. Mooi niet. De refuge is nog dicht. Ze zijn aan
het poetsen voor een bruiloft vanavond. Wie gaat er hier nu trouwen in die kou??
We kleden ons om op het terras buiten. Lange broek en fleece jas en
daaroverheen onze regenjas. De lui van de refuge hebben medelijden met ons.
Willen jullie een kop soep? Voor 5,- euro per kop? Heel graag. Wel buiten eten.
Geeft niet, ontdooien is belangrijker. Na een half uurtje gaan we opgewekt weer
verder met een warme buik. Nu moeten we omhoog naar Col Vieux op 2806 m.
We zakken weer tot onze heupen in de sneeuw en moeten ons er steeds weer
uitgraven. We kunnen het pad niet vinden. Alles is wit. Weer skieërs om ons heen.
Ergens stroomt een rivier. Daar moeten we niet inzakken. Dan kom je er niet
meer uit en je raakt onderkoeld. Zijn we eigenlijk wel verstandig bezig?? We willen
vannacht ook nog weer wild kamperen. Moeten we hier eigenlijk wel mee doorgaan?
Ik begin hard te twijfelen, maar ik wil geen mietje zijn, dus ik houd mijn mond.
Koos durft niet door te steken bij de rivier, die onzichtbaar is. We gaan terug.
Misschien loopt het pad aan de andere kant van de rivier. We spreken een paar
mensen. Het gaat vannacht flink vriezen en ook sneeuwen. In juni? Ja, in juni.
We kappen er mee. Doorgaan is onverantwoord. Dan maar over de weg teruglopen
naar St. Veran. 30 km. Het is niet anders. Na een kwartier lopen steek ik mijn
duim op als er een auto nadert. Hij stopt direkt. Een aardige dame neemt ons
mee tot Pierre Grosse. Daar is een gîte. Kunnen we morgen verder naar St. Veran.
Prima idee. Maar Koos wil niet naar de gîte. Het is pas 4 uur en we kunnen nog
best wel een eind lopen op het hoge pad naar St. Veran, dat is nog een kilometer
of 5. Oké, doen we. Hier geen kans op een lift, het is een boerepad. Na 10 minuten
lopen hoor ik een auto achter ons aankomen. Ik steek mijn duim op. Hij stopt.
Franstalige Belgen in een Italiaanse huurauto komen van het vliegveld in Turijn en
gaan naar St. Veran. Wat een bof, we mogen mee. We zijn mooi op tijd bij onze
auto en keren terug naar ons onderkomen aan het Lac Serre Poncon. Nu eerst een
warme douche en morgen de hond halen.
Deze zaterdag bleek de koudste junidag in 300 jaar, hoorden wij later.
We besluiten 3 dagen later om Tour Lac Serre Poncon te gaan lopen met de hond.
Er is geen boekje van, maar je kan hem lopen op kaart en hij is gemarkeerd.
Het weer slaat om. We hebben elke dag 30 graden en veel last van onweer.
Deel II.
Begin augustus 2010 zetten we de tent op , op de camping in Aiguilles in de
Queyras. Het is zó heet dat we wat verkoeling zoeken in de hoge bergen.
We besluiten om een deel van de GR 58 in dagtochten voort te zetten, onze Coco
– Schotse collie – gaat mee.
Dagtocht 1 Van Col d'Agnel naar Lac Egorgeou v.v.
We rijden naar Col d'Agnel in alle vroegte. Er staat een gems op de weg.
We houden in totdat hij aan de overkant het bos in duikt.Het is nog fris en stil op
de col. We kunnen nu duidelijk het pad vinden in de alpenwei, aan de andere kant
van de rivier, omhoog naar Col Vieux. We lopen over de col naar beneden naar
Lac Foréant en Lac Egorgeou. Het is hier heel erg mooi.We kunnen heerlijk
picknicken tussen de bloemen en de alpenmarmotten.

Hier zijn ook wildkampeerstekjes genoeg. Daarna gaan we weer op tijd 400 m terug
omhoog naar Col Vieux, er komt een donkere lucht uit Italië opzetten. Onweer?
We komen nu dagjesmensen tegen op teenslippers en ze plukken bloemen.
Wat zonde.
Dagtocht 2. Van Echalp naar Lac Egorgeou v.v.
We rijden heel vroeg naar Ristolas en Echalp. We parkeren de auto bij de houten
brug over de rivier de Guil. We klimmen flink omhoog. Eerst een soort romeins
geplaveid steil pad. Later zandpad. Het is hier echt prachtig. Plotseling springen
twee patous achter een muurtje vandaan. We schrikken ons wezenloos. Koos weert
ze af met de loopstokken en ik loop vlug met Coco door. Gered, ze geven op.
Gelukkig, dat waren bange momenten. Later zien we spelende gemzen op de
helling en een prachtige, nog steeds witte Mont Viso. Dit is werkelijk een supermooi
pad tot aan Lac Egorgeou. Echt om nogmaals te doen. Bij de picknick aan het
meertje is het druk. Overal zitten groepjes mensen. Het blijken Tsjechen te zijn.
De bus heeft ze gedropt op Col d'Agnel en haalt ze weer op bij l'Echalp.
We dalen af temidden van de Tsjechen. Van de patous hebben we gelukkig geen
last meer. De schaapsherder is bij ze en ze staan met de kudde schapen wat
verderop. Wat een mooie tocht hadden we vandaag. Echt geweldig. Eén der
mooiste tochten van de Franse Alpen.
Dagtocht 3. Abriès – Abriès in een rondje.
We zetten de auto in Abriès-La Garcine tegenover een (ongezellige) camping en
lopen omhoog naar Collette de Gilly, dan richting Val Préveyre en vervolgens weer
naar Abriès. De route begint tamelijk steil en het is hier en daar even zoeken naar
het goeie pad. Het eerste deel is geel gemarkeerd en loopt rechts van een rivier.
Bij een eindstation van een skilift hebben we weer rood/wit, rechts omhoog bij een
hooggelegen bankje. Na Collette de Gilly (2366 m) dalen we af in een prachtige
vallei vol bloemen.

De schapen zijn hier nog niet geweest. Vervolgens lopen we door een fraai bos vol
bloemen. Het is echt een bloemenwandeling vandaag.

Schitterend. Uiteindelijk terug in Abriès pikken we een terrasje en dan moeten we
nog even naar de auto lopen bij la Garcine. Het was heel erg warm vandaag.
Dagtocht 4. GR 58 -Crête de Gilly
We zetten de auto in La Monta. In de oorlog hevig gebombardeerd en daarna
getroffen door brand en een lawine. Alleen het kerkje en het douanegebouw
staan er nog. Het douanegebouw is nu een gîte. Van horen zeggen is de gîte niet
best en kan je hem beter overslaan. Als je op de parkeerplaats staat en naar het
kerkje en de bergen kijkt, begint de wandeling aan de linkerkant van de
parkeerplaats. We lopen in slingers omhoog naar de crête. Het is geen enge
crête. De graat is vrij breed en prima te lopen, ook voor hoogtevrezers.

We hebben weer een fenominaal uitzicht op de Mont Viso en op de bergen van de
Queyras. Een prachtige tocht voor vergezichten. Hij hoort in de top drie van de
Alpentochten, wat mij betreft. Wat is de Queyras toch mooi.
Ons hoogste punt is op 2584 m, moeiteloos bereikbaar. Aan het eind hebben we
een steile afdaling naar Collette de Gilly. Pas op voor glijen!
Daarna lopen we vrij steil over de GR 58 naar beneden naar Ristolas. Halfweg ligt
links nog een piepklein maar mooi meertje. Mooie wildkampeerstek. In Ristolas
steken we de weg over en de brug over en langs de Guil lopen we enigszins
golvend omhoog tot La Monta. Weer de brug over en de weg over en bij de gîte
nemen we een cola op het terras. Het is er druk.
Dagtocht 5. Van l'Echalp naar Col de la Croix en retour naar La Monta.
Vandaag zetten we de auto in l'Echalp en lopen de GR 58 B naar col de la Croix
(2299 m) en nog een stukje door Italië in. Daarna gaan we retour via de GR 58 C
naar La Monta en dan weer langs de Guil retour naar de auto in l'Echalp. Rond de
middag zijn we al klaar met een best wel aardige wandeling. Maar het is meer
een pad voor hoogbejaarden. We kwamen diverse krasse oudjes van in de 80
tegen. Boven op de col stond een heel zangkoor van 60 personen. Het moet niet
gekker worden in de bergen. Het wordt hier veel te druk, we gaan naar huis.
Deel III
We maken onze Tour de Queyras nu af van Abriès naar St. Veran. We hebben zeer
fraai weer tijdens deze tocht en beleven geen rare avonturen, zoals vorige maand
op de GR 52. Dus echt spannend wordt het niet, wel mooi. We hebben zware zakken
bij ons van 22 en 21 kg, goed vol met warme kleding, die wij zo ontbeerden op de
GR 52. Een ezel stoot zich maar één keer aan dezelfde steen, we laten ons dit keer
niet meer bevriezen.
Vrijdag, 19 augustus, 2011
Precies een maand geleden – 19 juli – stonden we in een sneeuwstorm mèt
onweer op Baisse de Basto in de Mercantour – GR 52. Vandaag hebben we de GR 58
weer opgepakt met stralend weer en het wordt 32 graden. We gaan vroeg op pad
en parkeren de auto in Abriès om 7.45 uur. Het is pas 14 graden. Na een half uurtje
lopen we al in de zon en het is al warm. We hebben een prachtig pad. Er zijn ook
flink wat mensen op pad. We worden steeds gepasseerd. Meestal door dagtocht
lopers met een klein rugzakje. Tja, het vedergewicht vliegt voorbij. Wij zijn flink
geladen en gaan langzaam omhoog. Na de ruïne van Malrif zien we fraaie
wildkampeerstekjes, langs rivier de Malrif. Een stel met een Australian shepherd
heeft er gekampeerd. De hond draagt 2 zakjes eigen voer met een tuigje. Hij spurt
rond en heeft er totaal geen last van. Wij hebben onze Coco in pension gedaan
omdat we te bang zijn voor patous. Na “les Bertins”moeten we flink steil omhoog.
Boven tegen de bergflank is een grote kudde schapen. Na goed zwoegen zijn we
rond de middag boven bij het Lac du Grand Laus.

Overal zitten mensen te picknicken. We zijn best wel moe en blijven drie kwartier
zitten. Er staat een koud windje bij het meer. Daarna gaan we verder met de klim
naar de col. Die valt reuze mee. In drie kwartier zijn we boven. We zitten op
2830 m. Het is een smalle col en je kunt er net zitten. Je kunt nog verder omhoog
naar de Pic de Malrif op 2906 m, maar wij vinden het hier ook prima.

We hebben een prachtig uitzicht op het meer en de bergketens van de Queyras.
En natuurlijk op de Mont Viso, met zijn ruime 3840 m een dominante factor in de
Queyras bij helder weer. Je kan alle kanten op heel ver kijken. Op de crête vanaf de
pic naar het meertje loopt een grote kudde schapen met bordercollies en herders.
Hoe is het mogelijk dat ze daar kunnen lopen en wat vinden ze nu toch te grazen
tussen de keien? We blijven een half uurtje zitten. Het is hier zo mooi. De afdaling
is zeer steil tussen platte glijkeien. Van bovenaf is het pad goed te volgen,
andersom zal het een aardige puzzel zijn. Sommige stukken daal ik af op mijn
achterwerk, anders ben ik bang voorover te gaan. Begin juli, als hier nog sneeuw ligt,
zal dit wel een hele moeilijke col zijn. Nu is hij gelukkig goed te doen. We komen in
een lange fraaie vallon van de Pierre Rouge. Ruim vóór Les Fonts zoeken we een
plat stekje voor de tent voor vannacht. Het is mooi geweest. We zitten lekker tot
20.00 uur in de zon. Heerlijk. Fijne bivak aan de rivier.
Zaterdag, 20 augustus, 2011.
Om half zeven stap ik de tent uit en komt de eerste loper al voorbij. Hij loopt nog
in de schaduw het pad te zoeken en ziet ons helemaal niet beneden staan.
De hemel is kraakhelder en het wordt vast wel weer een mooie dag vandaag.
Om 8.15 uur gaan we op pad. Eerst verder de fraaie vallon naar beneden naar
Les Fonts de Cervrières.

We zien het na een half uurtje lopen al liggen met een vol parkeerterrein. Er staat
zelfs een camper en er staan pakezels bij de refuge.
Om 9.30 uur zijn we bij de splitsing naar Col de Péas en het bruggetje naar de gîte.
We besluiten daar niet te gaan ontbijten, maar direkt naar de col te lopen.
Om 12.00 uur zijn we boven.
Col de Péas (2629 m) is een grote brede col met alpenweides. Overal is het groen,
overal is water. Een stukje van de col af gaan we picknicken. Het is warm.
Een zacht briesje geeft wat verkoeling. Wildkampeerplekjes te over. We gaan verder
naar Souliers. Volgens het internet is daar een goede gîte met een prima keuken.
Daar willen we overnachten en mee-eten als er plaats is.
Nu volgt een lange, lange afdaling door kaalgevreten alpenweides. Eind juni //begin
juli, als de sneeuw nèt weg is, en de schapen nog niet geweest zijn, dan zal het hier
wel heel erg mooi zijn met bloemen. Nu is het alleen maar groen, groen, groen.
Een beetje saai. We gaan verder over een balconpad langs een steile helling. Het is
eigenlijk meer een panoramapad. We kijken mooi op de Mont Viso en ook op Pic de
Caramantran (3025 m), waar we eind juni stonden met een dagtocht in de sneeuw en
waar we een prachtig uitzicht hadden op het Mont Blancmassief.

Het groene pad gaat uiteindelijk over in een bospad langs een hele steile helling.
Het is heet, ik denk wel 40 graden. Geen zuchtje wind en de mussen vallen zowat
dood van het dak, zó heet. Dan krijgen we een eindeloos slingerpad dalend door het
bos. Ik heb het aantal haarspeldjes niet geteld en het loopt ook wel makkelijk, maar
het gaat maar door. Eindelijk komt Souliers in zicht. We gaan hoopvol naar de gîte.
Pech gehad. Madame heeft wel een aparte kamer voor ons, maar geen eten. Er komt
vanavond een grote groep jongeren eten en daar past niemand meer bij.
Tja, wederom door de vercommersialisering worden de echte lopers weggestuurd ten
faveure van geldverdienen aan een groep die per auto één avondje komt eten.
Zo gaat dat tegenwoordig. Het zij zo. We zien het steeds weer. We nemen een
colaatje en trekken verder in de hitte. Aan de andere kant moeten de mensen in de
refuge of gîte hun geld verdienen in 2 à 3 maanden, genoeg voor het hele jaar en
het is hard werken, 18 uur per dag, zeven dagen in de week. Zonder hen zouden de
refuges helemaal niet meer bestaan en dan wordt een trektocht door de bergen een
stuk lastiger.
Het is werkelijk bloedheet op het boerepad na Souliers. Geen wolkje aan de hemel.
Het is droomweer. We lopen op ons gemak verder en kijken ondertussen uit naar een
geschikte bivakstek. Al snel hebben we die gevonden aan de linkerkant van de weg
aan de andere kant van de rivier, achter een paar bosjes op een alpenwei. Het is pas
half vijf en we liggen languit in het gras niets te doen. We hebben een schitterend
uitzicht. Later blijkt er achter ons nog een pad te lopen naar het Lac du Roue
(kennen we van de GR 5), langs een waterkanaaltje. Eerst maar weer noodvoer koken.
Wat eten wij vanavond? Cup -a-soup Chinese kip en Knorr Carbonara met kaas en
spek. Nescafé mocca toe. Tegen 19.00 uur zetten wij de tent op. We genieten van
de diverse bergketens in de ondergaande zon.

Zondag, 21 augustus, 2011.
Na ons geweldige ontbijt met hartkeks en jam en koffie, gaan we om half negen weer
op pad. Het is weer superweer. Geen wolkje aan de lucht, geen windje. Nog wel ochtend
fris, want de zon schijnt nog niet in dit smalle dal. De halfverharde weg wordt
keisteil en het is een hele klim. De bergerie is verhuurd aan vakantiegangers uit het
district Marseille. Ze hebben hier terecht een 4 x 4 nodig om hier te komen. Met een
gewone auto kom je niet omhoog, of je blijft met de bodemplaat steken want in het
pad zijn diepe sporen. Voorbij de bergerie beginnen we aan een aangenaam pad door
het bos omhoog in haarspeldjes naar Col du Tronchet (2347 m). Weer een col om
overheen te vallen, zo smal. We hebben een mooi uitzicht op Bruinissard. De wegwijzer
staat een beetje scheef. Pas hier op. Pak niet het smalle pad rechts van de col, want
dan ga je hoog over een crête over een soort geitepad richting meertje. Nee, na eerst
fout gelopen te zijn, dalen we af over het bredere pad welke de GR 58 is, al staat dat
pas veel later gemarkeerd. Na ongeveer 1 km komt de afsplitsing naar Lac de Souliers.
Het is duidelijk een dagtochtje voor veel toeristen vanaf de parkeerplaats van Casse
Déserte, want het is er keidruk. Wij zijn nieuwsgierig. Een uurtje op en neer in die
hitte, is dat het waard? Och, je kunt het best wel overslaan, je mist er niet zo veel
aan, maar wij doen het wel en we hebben er een aardige picknickstek aan het water
en zitten ons te verbazen over al die toeristen. Een aantal is niet zo slim bezig.
Daarna lopen wij weer terug en verder over de GR 58.
Je hoort de herrie van de D 902 Route des Grandes Alpes naar Col d'Izoard.

Het is zondag, dus de weg is stampvol moterrijders en campers. We steken de weg
over en dalen keisteil af. Oppassen. Glijsteentjes. We vervolgen ons pad door het bos.
Hier en daar is een hele smalle passage van een paar meter, met een diepe
afgrond. Dat is veroorzaakt door een paar lawines. De hellingen zijn hier heel
instabiel. Daarna volgt nog een lange hete weg over allerlei puinhellingen.
We kennen dit pad van de winter met een prachtige sneeuwschoenwandeling door
de vallon omhoog naar Col d'Izoard. Het is er dan heel stil op de col, want dan is
de D 902 afgesloten. Er is dan een langlaufloipe (ski de fond) over de weg.
Met 5 m sneeuw heb je minder last van de puinhellingen, wel moet je dan
oppassen voor lawines. Nu zijn deze puinhellingen heel glijerig, pas op je enkels,
hou ze heel. Voorzichtig dus.
Het is in Bruinissard zeker 40 graden. We gaan naar
het restaurantje aan de weg van de camping en nemen cola, bier en
2 colonel = citroenijs met een royale scheut wodka. In dit geval veel wodka met
een beetje citroenijs. Heerlijk. Daarna moeten we nog 2 km over heet asfalt lopen
naar een prima camping in het bos. We kennen deze al van de GR 5, die loopt
hier langs. Na twee keer bivak is het nu heerlijk douchen en dan relaxen voor
de tent. Vanavond gaan we eten in het restaurantje. Even wat anders dan
noodvoer.
Maandag, 22 augustus, 2011
Slecht geslapen. De camping is muisstil, maar helaas niet alle mensen. Er zijn er
bij die 's avonds gewoon de auto een half uur stationair laten draaien, dan kan je
mooi in het licht van je koplampen je tent opzetten en dat soort dingen.
Bovendien was het erg warm vannacht. Zelfs op 1750 m en in het bos, aan een
rivier. Nog ver boven de 20 graden. Dat hebben we nog nooit meegemaakt in de
bergen. Een echte canicule dus (= hittegolf). Maar ook hier had het 3 uur
gesneeuwd op 19 juli. Maf weer. We hebben al weer een mooie ochtend.
We worden al weer vroeg wakker, omdat die zelfde herriedames van gisteravond al
pratend de boel weer inpakken en honderd keer de portieren open en dicht gooien.
We vertrekken om half negen met vers stokbrood in de rugzak en een vers croissantje
in de hand. Wat wil je nog meer. Eerst weer ruim 2 km van de camping af lopen en
dan nemen we de asfaltweg naar Arvieux. Ik heb de kaart goed bekeken en durf het
stuk van de crête de l'Echelle niet, boven Arvieux. Geen punt, er is een goed
alternatief. Het is nog stil op de weg en in een uur zijn we in Arvieux. Daar moet je
naar rechts bij het bordje: “Alpages de Furfande 10 km”. Er staat geen markering.
Die staat pas later op de route. (Als je boodschappen nodig hebt, moet je 50 m
doorlopen het dorp in, daar is een klein levensmiddelenwinkeltje). We lopen nu door
een fris bos in de schaduw,

weliswaar over de weg en later over een halfverhard hotsknotspad, maar het loopt
niet verkeerd. Na een uurtje zijn we op hetzelfde punt (32) als de orginele route.
Koos gaat nog even kijken zonder rugzak of hij iets moois gemist heeft aan de
orginele route en ik praat met Jennifer uit Australië, die met een kleine rugzak een
half uur met de schrik in haar lijf had gelopen over dat pad.
Smal en glijpartijen, niet leuk.
Daarna vervolgen we de route over een klein paadje door een mooi bos en zelfs nog
langs een felgroen meertje, dat niet op de kaart staat.
Dan komen we bij een mooi plat stuk in het bos met een riviertje erlangs.
Ideaal voor wildkamperen. Maar wij lopen verder.
We hebben gisteren refuge de Furfande besproken omdat we onweer verwachten.
Beter het zekere voor het onzekere nemen. Bij Cabane du Plan du Vallon (2050 m),
staan twee picknicktafels. Jennifer zit met haar rug naar ons toe aan de ene, en wij
aan de andere picknicktafel. We horen een grote club schapen in het bos en ineens
komt er een patou aan. Hij komt zelfs naast ons liggen. Hij ziet er mager uit.
De herders geven ze niet best te eten. We zijn dolblij dat onze Coco in pension zit,
want het is geen feest als hij bij ons zou zijn met die patou. Dan was het vast slecht
met onze Coco afgelopen. We negeren de patou en hij gaat naast ons liggen slapen.
Ik heb het er niet op en durf niet te bewegen. De kudde trekt verder en ineens gaat
de patou ook verder. Wij gaan omhoog naar Col de Furfande (2500 m),

dus nog 500 m te gaan. We lopen nu door afgegraasde alpenweides. Het is wederom
bloedheet, meer als 30 graden en benauwd. We doen het op ons gemak. We hebben
de tijd. Je mag niet te vroeg bij de refuge aankomen en gelukkig hebben we geen
grote etappe met die hitte. Op de col waait het keihard, het stormt. Het is er frisjes
en wij vinden dat wel verkoelend. We besluiten nog een toertje extra te doen langs
de Granges de Furfande over de GR 541.

Het is ongeveer 40 minuten om. Hier loopt de hoogste koeienkudde.
De koeien komen uit Arvieux en omgeving. Elk voorjaar worden ze hier naar toe gebracht
en elk najaar weer teruggehaald. Bij slecht weer gaan ze zelf naar hun eigen grange
(= hutje). In de verte hangen zwarte wolken. Zou er onweer komen? In de refuge

krijgen we twee matrassen aangewezen in de bovenste Ikeastelling. Niet gaan plassen
vannacht, want je valt in het donker gegarandeerd op je bek van dat laddertje.
Bovendien moet je buiten nog 50 m lopen voor je bij het toilet bent. Een keurig
toilet overigens. We zitten nog lang buiten op een bankje te genieten van het
prachtige uitzicht over alle bergketens. Links van ons is rond zes uur een onweersbui,

je hoort zelfs het rrrrrrsj van de bliksem, maar wij houden de zon. Er staat wel een
koude harde wind. Het eten is zeer matig in de refuge, maar dat overleven we ook.
Aan het eind van het seizoen is de spoeling dun, letterlijk. De helikopter heeft eind
juni spullen gebracht en daar eten we nog van.
Dinsdag, 23 augustus, 2011
Wonder boven wonder heb ik goed geslapen recht onder de dakplankjes met zijn
veertienen in één hok en de ramen potdicht. We boften. Voor het eerst zat de refuge
niet vol, anders hadden we er met 24 gelegen. Bovenin de nok was een gat open,
dus kregen we bovenin de Ikeastelling als eerste frisse lucht. Ook oordoppen doen
wonderen en gelukkig heb ik geen grote spinnen gezien, want daar ben ik doodsbang
voor. Om vijf uur ben ik wakker en ik moet eigenlijk naar de wc, maar ik weet het tot
half zeven te rekken. Dan moet ik er echt uit. Ik ben de eerste. De lucht buiten is
weer kraakhelder en er waait een ijskoude wind. We krijgen al weer een mooie dag.
Ik ga me maar wassen, dan heb ik de ruimte en enigszins wat privacy. Het is toch al zo
behelpen met twee koude kraantjes in een half open hok met die koude wind. Ik haal
mijn rugzak zachtjes op en Koos gaat ook bewegen. De rest snurkt nog. Pas een half
uur later komt er wat leven op de zolder. Wat een late lopers!!!.
Om 8.00 uur gaan we op pad. We kennen het pad tot beneden aan de Guil. Ooit een
dagtocht naar Furfande op en neer gelopen. Het is een schitterend pad. In de verte
rechts zien we skioord Vars liggen. En dan komt Escoyères in zicht na een flinke
afdaling. Daar zou ik toch echt niet willen wonen of een huisje huren voor de vakantie.
Moet je even naar de bakker over een onmogelijke weg met 28 haarspeldbochten.

Niet erg praktisch. Escoyères heeft een bron en een picknickbank om even te rusten
en een kerkje met een zeer fraaie cadran solaire (zonnewijzer), zo typerend voor
de streek.

In de eerste ofwel de 28ste bocht gaan we rechts een klein paadje op tussen de huizen
door en snijden zo 8 bochten af. Daarna moeten we gewoon 20 bochten afzakken
over de smalle weg, die uiteraard niet druk is. Men kan elkaar slechts passeren in de
haarspeldbochten, maar die zijn wel steil. Hogeschool autorijden dus.
Daarna moeten we even langs de Guil over de D 902 lopen, die hartstikke druk is en
daarom is het best eng lopen. Voorzichtig zijn, dus. Gauw komt de brug in zicht, waar
we linksaf richting Bramousse moeten lopen. Onder de brug schreeuwen de rafters boven
het oorverdovende geweld van de snelstromende Guil uit. We zijn nu 1200 m gedaald
en moeten nu weer 1100 m omhoog naar Col de Bramousse. We beginnen meteen
met een keisteil pad door het bos omhoog naar Bramousse, welke uit verschillende
gehuchten bestaat. Eerst komen we bij een bron in les Garcins, maar we klimmen door
tot de asfaltweg ophoudt bij Pontet. We zijn al weer op 1450 m en het is half twaalf.
We gaan uitgebreid rusten in de sympathieke gîte Le Riou Vert.
http://www.gite-etappe-gr58-queyras.com.
Een geweldig adres met een bijzonder hartelijke ontvangst. We beginnen met een
grand café en een glas melk. Daarna neemt Koos een omelet met van alles erin en
ik een bief tartaar met sla en lekkere friet. Twee cola erbij en all in 25 euro
afrekenen, incl fooi. Het adres is veel te ver vanaf Furfande, maar deze
gîte d'etappe is wel een veel beter adres met goed eten.
Warm aanbevolen bij deze.
Om 13.00 uur gaan we goed gevuld, lekker uitgerust en welgemoed op pad in de
bloedhitte. Goed opletten: hier is een splitsing: rechtuit is de variant over Col de
Fromage en rechtsaf gaat het naar Col de Bramousse. We gaan dus eerst verkeerd
en rechtuit, maar gelukkig zien we al spoedig onze fout. Het pad naar Col de Bramousse

loopt steil omhoog door het bos, maar het bos geeft verkoeling en dus is het zeer
aangenaam. Om half vier zijn we boven. Nu nog 600 m afdalen naar Ceillac. We hebben
dit vorige week nog gelopen met vrienden op een dagtocht. Maar het verschil zit in de
grote rugzak. Eerst lopen we mooi glooiend door de alpenwei en dan supersteil door
het bos in haarspelden naar beneden. Heel voorzichtig. Niet glijden. Met een grote,
zware rugzak op is dit een erg moeilijk pad naar beneden. In Ceillac aangekomen,
pikken we even een terrasje en terwijl Koos aan het bier zit, ga ik boodschappen doen
bij de supermarkt. Om 19.00 uur staat de tent op de camping municipal in een koude
wind op de vlakte. Nu nog koken. Ze hebben hiervoor een mooie overdekte
picknickgelegenheid, opzij van het bloc sanitair.
Wat een etappe hebben we gehad vandaag!!! Ik ben moe.
Woensdag, 24 augustus, 2011.
Het is weer wolkenloos weer. Nog wel koud in de schaduw. We zijn niet vroeg vandaag
en we lopen pas om 9.00 uur van de camping af. Col des Estronques hebben we ooit
eerder gelopen in een dagtocht met onze bordercollie Paddy. Daarna zijn we toen
doorgestoken naar Col de Fromage, een redelijk smal pad. Ik zou hem met de grote
rugzak op niet graag overdoen. We gaan ook niet volgens het boekje eerst naar Ochette
en dan een saai pad op, nee, we lopen schuin langs het parapenteveldje naar het
einde van Ceillac-dorp richting het dal van de Christillan en lopen dan via de GR 5
naar le Villard. Daar waar de GR 5 naar boven naar Col de Fromage gaat, gaan wij op
gelijke hoogte rechtuit. Het is een prachtig dal. Wij lopen hier in de winter ook op
sneeuwschoenen. We lopen nu aan de zonkant en het is weer knap warm. Na een
gedenkpaneel over de oprichter van het Parc Regional du Queyras – Philippe Lamour
–burgemeester van Ceillac – gaan we flink zigzaggen naar boven door het bos.
In de verte horen we een schaapskudde. De weg naar Col des Estronques

is flink steil net voor de col en er staat altijd een koude wind. We doen de tocht op
het dooie gemak en we zijn pas om 13.00 uur boven op de col (2651 m). Maar gauw
afdalen naar een alpenweitje in de zon, uit de wind en daar uitgebreid picknicken.
De achterkant van Col des Estronques valt een beetje tegen. Er is niet zoveel aan.
Een glijpad met losse stenen en ook steil en vele kale gruishellingen. Op het gemak
komen we om 15.30 uur aan bij de picknickplaats aan de rivier de L'Aigue Blanche.
Nu moeten we nog weer 200 m omhoog naar St. Veran. Zelfs hier is het heet.
De bus naar Ville Vieille gaat pas na 18.00 uur. De taxi is op dit moment niet
beschikbaar. Noch die van St. Veran, noch die van Arvieux. Pas na 19.00 uur.
Ja dat schiet op. Kan je wachten tot je een ons weegt. Ik heb daar absoluut geen
zin in.
Ik steek mijn duim omhoog en na 5 minuten heb ik al beet. Een meneer alleen
met allerlei tekeningen van een gebouw. We mogen mee, hoera. Hij heeft een grote
auto en onze grote rugzakken passen gemakkelijk in de kofferbak. De meneer komt
van een projectbespreking van de bouw van een groot hotelcomplex voor 4 sterren
met alle toeters en bellen. Het wordt half in de rotsen gebouwd boven St. Veran met
een tradionele voorkant in stijl en naar de zon gericht. Er komen 70 kamers voor een
bezetting het hele jaar rond. Het zal kleinschalig St. Veran wel drastisch wijzigen.
De meneer is zo aardig om ons helemaal naar onze auto in Abriès te brengen.
Wat een service. Is dàt even boffen.
We slapen 's avonds weer in ons eigen bed, is dat heerlijk.
Tour de Queyras was geweldig. Wij vonden het veruit de mooiste alpentocht ooit.
Hij is van harte aanbevolen.
Volgend jaar willen we de GR 51 gaan doen. Het balcon de la Méditerranée van
Menton richting Marseille. Of we er elke kilometer van gaan lopen weten we nog niet.
We zien wel. We hopen dat jullie de GR 58 nèt zo positief ervaren als wij.
Veel wandelplezier toegewenst.