Deel III de Jura
 
Van Nommay tot aan Nyon aan het Meer van Genève
Van 31 mei, 2007 tot en met 12 juni, 2007
en een dagtocht op 14 juni, 2007. 
   
Het GR 5 boekje van de Jura is niet helemaal ideaal. Ze hebben 
drie GR routes in
één boekje gecombineerd en daarin zit de GR 5
ook verweven.
Het is een dik, dus zwaar boekje, waar je steeds
hers en dwers doorheen
moet bladeren.
Je begint bijv. op pagina 109 en bij pagina 115 moet je naar
pagina 35. Niet handig.
Een ander nadeel van de Jura is het weer. Het kan er vaak 
ontzettend regenen.
Het meeste wat je op je weg tegenkomt zijn sparren en koeien, of  
zijn het koeien en sparren?
Kortom de Jura vond ik eigenlijk een
noodzakelijk kwaad, op het stuk langs de Doubs na,
want dat is
werkelijk schitterend.

Je kan de Jura pas in juni gaan lopen, want in mei is er nog
niets open, geen gîte, geen camping. Onze Flokstra uit
Enschede
stond regelmatig voor dichte deuren en dat is niet leuk.

Het hele traject is ongeveer 300 km en goed te doen in één
wandelperiode.

Lees goed mijn verslag, voordat je gaat wandelen, tips voor
overnachtingen en vervoer kunnen handig zijn.
 
Woensdag, 30 mei, 2007.
Nommay - bivak nà Pont de Sarrazin
 
We hebben de caravan gepoot op de camping in Pontarlier, 
Le Larmont. 
Een aardige terrascamping met goede voorzieningen.
We zitten een dag langer in de caravan, dan de bedoeling is.
We zijn op tweede Pinksterdag aangekomen en het is er nat en koud.
Om twee dingen te combineren, n.l. de hond uitlaten en de dag door-
komen, lopen we vanaf de camping omhoog om de GR 5 route te
zoeken, die op ongeveer een goeie kilometer van de camping af,
bovenover door het bos moet lopen. De route is geel/blauw
gemarkeerd en bij het punt Chasal du Creux heb je
de GR 5 te pakken.
Verder moeten wij noodgedwongen de hele dag in de caravan blijven met de kachel aan en 
buiten maar hozen, hozen, hozen. Zo gaan we niet op pad.
Vannacht heeft het flink gevroren. De bloemen staan op de ramen en de hondebak zit 
vastgevroren aan het gras buiten.
Maar nu wagen we het er toch op. We staan om 5.15 uur op.
We lopen kraak, kraak, kraak
over het bevroren gras.
De bushalte is een half uurtje stevig lopen vanaf de camping naar het dorp.We nemen de bus 
van 7.10 uur uit Pontarlier naar
Besançon. Daarna pakken we de trein van 9.10 uur naar
Montbéliard en bus 5 van 10.00 uur naar Nommay.
Deze gaat van maandag tot/met zaterdag om het half uur. Er is geen bus op zondag. Uitstappen 
bij de pharmacy (apotheek).
Hoera, het wordt mooi weer en de zon schijnt. Bij de bakker kopen
we twee amandelcroissants en in het parkje eten
we deze op als ontbijt. Om kwart voor elf gaan
we uiteindelijk met de GR 5 beginnen. We lopen langs een recreatieplas
en een kanaal.
Shit. De sluis is hermetisch afgesloten en we moeten 4 km teruglopen en over een brug over het 
Rhone-Rijn kanaal.
Na ruim een uur pakken we de route weer op. In het bos voor Dasle raken we
volkomen de weg kwijt en hebben we
twee uur rondgelopen in het bos. Uiteindelijk komen we in
Audincourt, waar vier verschillende mensen ons vier verschillende
richtingen wijzen naar Dasle.
Uiteindelijk gaan we maar terug naar het bos en lopen puur oost.
Na anderhalf uur zijn we weer
op de route. Keikapot en niet erg opgeschoten. We zuiveren water in een fonteinbak in Dasle.

We hebben voor het eerst
een waterzuiveraar bij ons, omdat ze ons waarschuwden, dat niet
alle water onderweg zuiver is, omdat het door poreuze
kalk loopt in de Jura. We bellen de gîte
in Vandoncourt. Is opgeheven. Shit. Dan maar doorlopen en gaan
wildkamperen.
Het gaat niet soepel vandaag. Het zit een beetje tegen, allemaal. We bewonderen nog even 
Pont de Sarrazin, maar we
zijn eigenlijk te moe. Je moet hier goed opletten, er lopen twee
routes. Pak de goeie, richting Abbévillers.
We lopen door een heel dicht en modderig bos en
dat is niet aantrekkelijk om wild te kamperen.
Uiteindelijk, als we het bos bijna uit zijn, vinden we nog iets aan de bosrand. We zijn alledrie 
(ook de hond) kapot om half
negen 's avonds. We eten een beetje en ploffen de tent in. Ik vind
wildkamperen toch wel eng.'s Nachts
hoor ik getrappel en geknor. Zwijnen??? Ik ben blij als
het licht wordt om 6.00 uur. Het is droog
en half bewolkt.
 
Donderdag, 31 mei, 2007
Pont de Sarrazin - St. Hippolyte
 
We gaan welgemoed op weg in de zon. Het is mooi in het bos. Om 10.00 uur drinken we koffie 
bij La Papeterie. Een hele leuke uitspanning op een idyllisch plekje in het bos. Het kleine
hotel-restaurant ziet er perfect uit. Als we gisteren niet zo hopeloos verkeerd hadden gelopen,
hadden we hier uitstekend kunnen
eten en slapen. Voor jullie, van harte aanbevolen.
Tel. 03 81 30 80 51.

Nu gaan we precies op de grens van Frankrijk en Zwitserland lopen. Het is een klein paadje in
het bos. Soms moet je een steile trap omhoog voor 25 m. Daarna verlaten we de grens weer
en gaan we midden in een weiland rustig picknicken. De koeien staan wat verderop. Het wordt
zelfs verzengend heet.
Er zou wel eens onweer kunnen komen. Een uurtje later begint het te
donderen. We zijn net bij een bosje, als er een muur
van water naar beneden valt. We schuilen
daar drie kwartier. Daarna gaan we over glibberpaden verder. Het blijft regenen van
tijd tot tijd.
Na Chamesol wordt het alsmaar naar beneden lopen tot St. Hippolyte.
We hebben de camping
gauw gevonden en
zetten vlug de tent op. Het is een prima camping. Heerlijk gedoucht en een
mens komt weer bij. Omdat het maar blijft mieseren,
gaan we in een restaurant, links over de
brug, forel eten. Lekker warm en droog.
 
Vrijdag, 1 juni, 2007
St. Hippolyte - Goumois
 
Heerlijk geslapen, al heeft het de hele nacht geregend. Nu transporteren we alles naar het 
washok. Hier eten we en pakken in.
Dat is tenminste droog. We gaan in de regen op pad.
Het is even zoeken naar de goede route. Eerst hebben we een dalend pad
naar het dal,
daarna hebben we een pad
recht omhoog. Dikke klei, overal riviertjes. De omgeving is
prachtig, maar het blijft
maar plenzen. We klimmen nauwelijks harder dan anderhalve
kilometer per uur. Het is steil en we glijden regelmatig terug.
Het blijft maar regenen. In Trévilliers in Hotel de France gaan we eten. Kunnen we even 
opdrogen. Om 14.00 uur gaan
we weer verder. Het is droog. Bij Urtière is een mooie
chapelle.Hij doet een beetje denken aan een Noorse stavkirke.
Verdorie, het regent al weer. Nu moeten we door een bos naar beneden in hele diepe 
modder, dankzij zo'n
bomenrooi-apparaat. We zijn nat tot op de draad. Onze Paddy
lijkt de helft dunner.

Om 19.00 uur
is alles reeds dicht in Goumois. Nu moeten we nog ruim één kilometer
lopen
naar de camping, gelegen aan een zeer ontstuimige Doubs. Overal zijn watervallen.
We komen aan bij een
keurige camping, La Forge, maar er is geen mens aanwezig.
We zijn bekaf en zitten een uurtje bij te komen op een houten bankje, onder een klein
afdakje.
We eten ons noodrantsoen en nèt voor het donker zetten we in de zeikregen
de tent op. Alles is nat. Nu vind ik kamperen niet leuk.
Waarom zitten we niet in een hotel???
Ons hondje ligt zeiknat tussen ons in. Hij kan er ook niets aan doen. We proberen maar
te
slapen.
*) De volgende dag zien we een fraai hotel, nèt over de brug in Zwitserland. Hebben we
gisteren niet op gelet. Zulke dingen staan helaas niet in een Frans boekje.
 
Zaterdag, 2 juni, 2007.
Goumois - La Rasse
 
Als we wakker worden regent het nog steeds. We slepen alles weer naar het afdakje, 
ontbijten en pakken in.
Van 20.00 uur tot 8.00 uur geen beheerder gezien, dus hadden
we een gratis
nacht. We gaan weer in de regen op pad.
In Goumois is nu gelukkig een winkel open. We kopen melk en brood, cup-a-soup en 
mueslirepen.
De route is heel mooi langs de Doubs. Tegen de middag wordt het droog. Alleen wij 
zijn nog nat. Op het pad picknicken
we in een waterig zonnetje. Eerst lopen er twee
Belgen voorbij en daarna passeert een Frans stel op de
mountainbike. Het is "druk hier".
We hebben een schitterende tocht langs een zeer wilde Doubs. Bij een waterkracht 
centrale gaat het helemaal
te keer. Even later stort het water met veel geweld over
een dam. We nemen een alternatief pad onderlangs, omdat we
de Echelles de la Mort
vermoedelijk niet
met de hond kunnen doen. Bij de centrale van Refrain krijgen we een
heel moeilijk, maar mooi
bemost pad met keien en gladde boomwortels. Het is echt
een heel vreemd bemost bos met
steile hellingen en een smal dal. Hier komt de zon
nooit. Daarna volgt de barrage.

Hè, hè,
we hebben het gehad, dachten we. Maar we krijgen bij het stuwmeer een ladder
van 10 m hoog.
Dit kan de hond niet, en dit ga ik ook niet doen met zo'n grote rugzak op.
Retour. We zoeken een
alternatief. We klimmen eerst omhoog over een blauw/geel
gemarkeerd pad richting Fournet/ Blancheroche. We gaan diep door
de modder en
vervolgens over een bruggetje. We moeten dan
op handen en knieën omhoog. Daarna
lopen we steil over een graat,
nog verder omhoog en dan opeens zien we een bordje:
La Rasse GR 5 linksaf naar beneden. Dat is een verrassing.
Na een uurtje omlopen komen we weer op de GR 5 uit ongeveer ter hoogte van de 
ladder, maar nu aan de bovenkant.
Nu moeten we nog anderhalf uur flink doorstiefelen
naar La Rasse, over een fraai pad langs de Doubs. Om klok 19.00 uur komen
we
modderig en stinkend aan. De hond is blij
dat hij kan gaan liggen. Gauw douchen en
drie kwartier later zitten we aan het diner.
Een echt wandelhotel. Zoiets is tamelijk uniek. Het is zeer rustiek en authentiek. En 
zeker niet verkeerd. Het is echt heel leuk,
er zijn aardige mensen en ook het eten is
goed. Ook de hond is van harte welkom, ondanks de vloerbedekking.
Ze hebben zelf ook honden. Je kan er alleen te voet komen of per auto via Zwitserland 
en lopend over de brug.
We hebben een grote kamer met een heerlijk bed. We slapen
lekker langs de wilde Doubs.
 
Zondag, 3 juni, 2007.
La Rasse - Les Brenets (Zwitserland)
 
Hoera de zon schijnt. Na het ontbijt gaan we om 8.15 uur op pad. We hebben een 
prachtige route vandaag. De Doubs is een
stuk rustiger. Hij heeft schijnbaar het meeste
regenwater verwerkt.
We beginnen aan het sentier des Graviers, door de Gorges de
Doubs, 15 km lang
en 70 m
boven de Doubs. Smal, afgronden, keien, boomwortels,
dus moeilijk en
soms een beetje eng. Steil omhoog en steil naar beneden, maar
ongelooflijk mooi. Het is het allermooiste stuk van
de Jura en we hebben zo'n mooi weer.
Je kan hier alleen maar lopend komen.
Aan de overkant staan een paar vissers op forel
te vissen.
De twee Belgen komen ook weer voorbij. Vijf en twintig jaar geleden hebben we hier aan 
de overkant, de Zwitserse kant,
gelopen met de kinderen. Sidney zat bij Koos aan een
touw, uit angst dat hij van de weg zou raken.
Dan komen we bij de barrage van de Châtelot.
We moeten hier ongeveer 100 m naar beneden
over stalen trappen met roosters. Onze
arme Paddy, hij doet het wel, maar het doet hem
ontiegelijk pijn aan zijn pootjes. Koos
kan hem toch ook niet
alle trappen gaan dragen.

Wat een kermis is het hier. Je kan hier per auto komen en het stikt hier van de toeristen.
Tja, het is zondag én mooi weer. Hoe moet het hier uitzien in het hoogseizoen? We zijn
hier ook ooit met de kinderen
geweest aan de overkant. We hebben toen ook een boot-
tochtje gemaakt op de Doubs. Het is lang geleden. Het komt ons allemaal vaag
bekend
voor. We lopen nu op een gemakkelijk, maar druk pad,
verder tot Vions. Hier is de
kermis zonodig nòg erger. We staan bij de Saut du Doubs.
Ook hier zijn we ooit
eerder geweest met de kinderen, wederom aan de Zwitserse kant.

Vanaf hier kan je met een
boot naar Villers-le-Lac aan de Franse kant of naar Les
Brenets, aan de Zwitserse kant.
(Hadden we dit maar meteen gedaan!!!). 
Wij vervolgen onze weg volgens de GR 5 route in het boekje over 6 km asfalt en we moeten 
eerst veel klimmen. Wat een rotpad. We zijn moe, de hond kan niet meer en we zijn pas om
zes uur in Villers-le-Lac. Aangezien we ook geen cashgeld meer hebben (het wandelhotel
wilde cashgeld en geen creditcard) moeten we eerst pinnen.
Hadden we maar 6 km terug
meteen de boot naar Les Brenets genomen, dan hadden we
zowat voor de camping kunnen
afstappen, maar dat ging niet, want we hadden maar tien
euro op zak, en volgden plichtsgetrouw
die rotroute over het asfalt. Niet doen dus. Als je
op een prima camping wilt
gaan kamperen in Zwitserland, pak dan direct de boot naar de
overkant.
Nu nog lopen naar Les Brenets?! We zijn zo moe alle drie.
Ik vraag een mevrouw of ze een taxi voor ons wil bellen. Nog 3 km lopen = 1 uur, kunnen we 
niet meer. De dame is zo lief om ons
even te brengen. Heel fijn voor Paddy, en ook voor ons.
Om 19.00 uur zitten we in het
avondzonnetje voor de tent op een supercamping. Nog gauw
even wat te eten gekocht bij
Tamoil benzinepomp, onderaan de camping. En rust, hè,hè.
 
Maandag, 4 juni, 2007.
Les Brenets - rustdag
 
Dikke mist vanmorgen. Je ziet bijna geen hand voor ogen. Tegen 10.00 uur klaart het op. 
Het wordt prachtig weer. We hebben een rustdag vandaag. Eerst lekker en op het gemak
douchen.
Dan alle vieze kleren in de wasmachine. Ze stonken een uur in de wind. Wat een
supercamping.
Drooglijnen en wasknijpers krijg je erbij. Daarna gaan we in het dorp
boodschappen doen. Daarna doen we lekker niets in het zonnetje. We hebben een prachtig
uitzicht, want we zitten
op een terrascamping. Het wordt drukkend benauwd en daarna
krijgen we een stevig onweer.
Het deert ons niet. We zitten nu in een soort verwarmde kantine.
Wat een aardige baas hoort er bij deze camping. Hij wil het ons best naar de zin maken.
Tegen etenstijd komen we in gesprek met een aardig Zwitsers stel. Het is heel gezellig. 
Het is inmiddels weer droog en we koken
ieder ons eten op de tafel van de picknickbanken.
Een rode wouw (roofvogel) vliegt over
de camping.
 
Dinsdag, 5 juni, 2007.
Les Brenets - bivak vóór les Alliers
 
Om 5.30 uur staan we op. Er is wederom een dikke mist. Om 7.30 uur gaan we aan de wandel. 
Na twee km zijn we weer op de route. Dat was niet zo moeilijk. We moeten over een onbewaakte
spoorovergang en dan recht omhoog.
Boven in een bos bij een grote boerderij en een weiland,
trekt ineens de mist op en wordt de hemel overal weer blauw.
Nu hebben we een echte Jura-etappe. We lopen weer pal op de grens. Het is een prachtig paadje 
langs een soort Hadrianwall (tussen Engeland en Schotland) i
n het klein. Veel stijgen, veel keien,
een moeilijk pad, maar wel heel mooi. Het schiet alleen niet erg op. Aan de bovenkant van de
ski-piste van
Morteau liggen nog hele plakken hagel. Het zal hier wel erg gespookt hebben tijdens
het onweer, gisteren.
In de middag komen we om drie uur bij Vieux Chatelieu. Het is daar een gîte van niks. Het zit in 
een oude spinnenboerderij en
hij is gesloten. Verderop is een andere gîte in Les Cerneux.
Ook gesloten. Shit, wat nu?
Het enige pluspunt is het mooie weer.
Het is inmiddels 17.00 uur en we hebben nog geen oplossing voor een overnachting. We bellen 
naar de gîte in Les Seignes.
Tja, die is vol, maar die heeft ook maar vier plaatsen. Hier op de
Frans/Zwitserse grens is het redelijk uitgestorven.
De mogelijkheden zijn zeer beperkt, want je zit
echt in de
middle of nowhere.

We moeten nu
eerst water hebben en dan zoeken we maar een wildkampeerplaats. Ik bel aan
bij een houten
hut en een vriendelijk vrouwtje vult onze drinkflessen. Tien minuten later lopen we
over een breed zandpad richting bos.
We zwaaien af naar rechts en gaan langs een pikdraad
een veld
in met hoog gras. Het is heerlijk in de zon. Eerst gaan we eten.

Shit, op het stille zandweggetje komt twee keer achter elkaar een wit autootje voorbij naar het
bos, en weer retour. Wat doet hij daar? Bij de derde keer ziet hij ons. Shit, we zijn ontdekt,
wat nu? Gaat hij de politie halen? Nu komt er een rood autootje aanrijden, kijken, draaien
en weer wegrijden. Hè, wat vervelend. We durven nog niet te gaan slapen en we zijn best wel
heel moe.
Het is bijna donker en het witte autootje komt nog een keer op en neer. Dan kruipen we toch 
maar in de slaapzak.
De veldwachter en de boer zijn nog niet gekomen om schadevergoeding
te claimen voor platgetrapt gras in het hooiland.
 
Woensdag, 6 juni, 2007.
Bivak vóór les Alliers - Pontarlier
 
We hebben heerlijk geslapen in het veld ondanks de spanning van gisteren. We hebben een 
prachtige ochtend met stralend weer en wat mistflarden. We kleden ons gauw aan en pakken
de
tent in. Om 6.30 uur lopen we met een lege maag het veld uit. Als de politie komt, zijn wij
ze
voor. Het enige wat wij weer achterlaten is platgetrapt gras.

In het bos krijgen we de ontknoping. Wat heeft dat witte autootje gedaan??? Illegaal puin
gestort!!! En wij maar bang zijn voor een bekeuring voor het wildkamperen!!! De eikel, hij
dacht zeker dat wij van de milieupolitie waren. Grappig achteraf. Nu moeten we er wel om
lachen.

Op een zonnig plaatsje in het bos gaan we ontbijten. Het loopt niet lekker met een lege maag.
Verderop zuiveren we water uit een beekje. Dat gaat heel goed, maar op een gegeven
moment is de waterzuiveraar verstopt met gruis. Maar we hebben voorlopig voldoende water.
Ook kunnen we ons hier wassen. Kunnen we weer fris en schoon verder.

We hebben nu een saaie weg: bos,
weide, bos, weide, asfalt. Regelmatig asfalt en vals plat
omhoog. Ik heb daar een geweldige hekel aan. In les Alliers rusten we en tappen water bij een
boer.
Op de kam is de bewegwijzering slecht. Een beetje zoeken, een beetje heen en weer.
Er komen nog wat GR 5-lopers aan. Een Fransman met een klein rugzakje (zijn vriendin haalt 
en brengt hem de hele route per camper), en een Nederlands echtpaar, hij met een rugzak en
zij
met een paraplu. Ze slapen zo veel mogelijk in hun eigen Eriba (caravan) of in gîtes als het
niet
anders kan. Moeten veel heen en weer met het openbaar vervoer of de taxi.
Moeilijke zaak
en best duur ook. Hoe gaan ze dat doen in de Alpen?
Het zijn Henk en Marleen.

We komen ze later in Pontarlier weer tegen op
de camping, nèt als de twee Belgen sinds
Goumois.
Ik heb trouwens een rekenfout gemaakt. Ik dacht dat het vanaf les Alliers nog veel
verder was,
maar het is véél minder. Dat komt door al die bladzijden heen en weer in dat boekje.
Gelukkig maar, die meevaller.
We staan om 16.30 uur al bij de caravan in Pontarlier, dankzij ons binnendoorweggetje naar de 
camping, wat wij al hadden
uitgevonden, vóór dat we aan deze route begonnen. We moeten wel
door een paardenwei mèt paarden. Dat is geen pretje met
onze Paddy, want door hem komen
alle paarden op ons af. Bij het punt Chasal du Creux de geel/blauwe route naar beneden volgen
en je bent zó op de camping van Pontarlier. Lekker douchen, Paddy in de caravan laten en
heerlijk luxe met de auto boodschappen
doen bij de Géant. In de avondzon eten we later allemaal
lekkere dingen aan een tafeltje en op een stoel voor de caravan, wat een luxe. Normaliter zitten
we op de grond voor de tent met slechts noodvoer.
 
Donderdag, 7 juni, 2007.
Rustdag Pontarlier
 
We houden een rustdag. We zijn ongeveer halfweg in de Jura. We genieten van de luxe van de 
caravan met een tafel en stoelen.
We herpakken de rugzakken, schone kleren en nieuw noodvoer.
Wassen is ook een noodzakelijk korvé. Het is een grauwe dag.
We gaan per auto de route verkennen tot La Chapelle de Bois. Daar staat een mooie gîte 
d'Etappe.
We reserveren vast een plaats.
's Middags gaat het heftig onweren en daarna blijft het
miezeren. De was krijgen we niet droog. De was van de Belgen hangt
door het hele bloc sanitair.
We zijn er niet rouwig omdat we vandaag niet gelopen hebben. We gaan lekker droog slapen.
Morgen zien we wel weer verder.
 
Vrijdag, 8 juni, 2007
Pontarlier - Hôpitaux Neufs
 
De wekker loopt weer om half zes af. Het is droog, grijs en mistig. We gaan toch maar op pad. 
Om 7.15 uur lopen we weer de camping af.

Het is flink stijgen tot aan Fort Larmont. Vanaf
hier heb je een fraai uitzicht op het Château du
Joux.
Als je het weet. Maar helaas is h
et uitzicht is niet bijster. Het plaatje voorop het
wandelboekje is schitterend. Zo zou het moeten zijn.
Daar komen Henk en Marleen met de
flutrugzakjes ook weer aan. Ze hadden een vroege bus
uit Mouthe en pikken de route ook weer
op.
In Frambourg moet je goed oppassen. Overal lopen wit/rode GR routes naar alle 
kanten. Goed lezen in het boekje.
Je moet een smal pad met hoog gras hebben. We krijgen veel steile, glibberige modderpaden 
met veel koeien.
Veel kleiige drasweiden. En alle koeien uit de wei komen op Paddy af. Wat
een ellende.
De twee Belgen zijn ook weer van de partij. We hebben een mooi uitzichtspunt
bij de Crête
de Sarrazin. Tussen de wolken door zien we Château du Joux en het Fort Larmont.
Jammer
dat het weer niet zo mooi is. Het is aan alle kanten vervaarlijk grijs en broeiierig heet.
In het dorpje Les Fourgs picknicken bij een picknickbank midden in het dorp. Het wordt 
verzengend heet, het is gewoon om af te leggen. Onweer??? We gaan weer verder en het
begint te plenzen.
Het plenst de hele middag. Zeiknat zijn we.
Het pad is ook niet leuk. Of je gaat door modderige weiden vol koeien, of over het asfalt. 
Bos, weide, bos, weide. Een gebied om gauw te vergeten.

Om 17.00 uur komen we aan bij
Les Hopitaux Neufs. Bij een leuke kroeg nemen we een koffie
met een cognacje.
De Belgen zijn er ook. Dan even verder lopen naar camping du Miroir.
De camping is zo, zo,
maar wèl schoon. Het weer is té nat om bij de tent op de grond te gaan
koken, dus we gaan eten
in het campingrestaurant. Het is er hartstikke druk met Fransen, dus
dan zal het wel goed zijn.
Helaas ben ik katmisselijk en krijg geen hap door mijn keel. Koos
eet dubbele porties. Hij
vindt het allemaal heerlijk. Ook de Belgen komen er eten.
 
Zaterdag, 9 juni, 2007. 
Les Hôpitaux Neufs - Mouthe
 
Het wordt straks wellicht mooi weer, maar we zitten nu eerst weer dik in de mist. We gaan om 
7.45 uur op pad.
Het pad stijgt meteen flink. We doen 500 m in 5 km. De Morond (1420 m)
gaan we rechtstandig omhoog, omdat we het pad niet kunnen vinden. Dit is erg klimmen met
zo'n zak op. Dit kost veel energie. Er zijn ook mensen die met de skilift
omhoog komen. Ja,
dat is geen kunst. Het uitzicht bovenop is niet geweldig. Overal hangt soep. Het weer
op zich
is wel goed.
Zon en wolken en het is goed loopweer. Soms een beetje broeiierig.

We lopen over een crête met een mooie rechte rotswand naar de Mont d'Or. (1460 m). Het
is een beetje een bergetappe en we hebben hier een mooi uitzicht.
De middagetappe van
18 km is niet spannend. Eindeloze weilanden met koeien. Ze hebben in de Jura meer koeien
als mensen. We lopen eeuwig langs
electriciteitspalen glooiend naar beneden, met allemaal
koeien achter ons aan. Net voor Mouthe komen we bij de bron van de
Doubs. Uit het niets
uit een rotsspleet komt de rivier te voorschijn. Heel erg mooi.

Om 17.30 uur komen we op de camping aan in Mouthe. Het is een echte wintersport camping
= caravaneige, want Mouthe is de koudste plaats van Frankrijk.
In de winter komt er nauwelijks
zon en het ligt in een koud dal met een gure wind.
Vandaag niet. We hebben stralend weer
in Mouthe, met een staalblauwe lucht en een aangename temperatuur. Zo'n mooi weer hebben
we tot nu toe nog niet
gehad in de Jura. Maar we zijn helemaal af. Het wilde vandaag niet zo
lukken met mij. Gisteren misselijk,
vandaag miste ik energie. Ik liep niet makkelijk.

De camping in Mouthe ligt bijna twee kilometer buiten het dorp. De winkel is in het dorp
rechtsaf. Om boodschappen te doen moet je snel zijn. De winkel gaat vroeg dicht. Voor de
camping moet je een telefoonnummer bellen.
De beheerster komt dan naar de camping rijden,
je betaalt en je krijgt een code voor het bloc sanitair.Het klinkt allemaal
wat omslachtig, zeker
als je moe bent, maar het werkt wel en het sanitair is prima.
Vanwege de wintersportcamping
hebben ze
veel plaatsen op het asfalt, maar linksaf is gelukkig ook een grasveldje met wat
plaatsen voor de tent.

We ploffen languit op een veldje en Henk en Marleen staan tegenover ons met hun mini Eriba.
Tja, met die kleine rugzakjes kan je veel vlotter lopen, dus die waren er allang. Ze zetten spontaan
koffie voor ons. Dat vinden we heel lief. Een uurtje later komen de Belgen ook aan
en gaan naast
ons staan. Shit, waar is mijn GR 5 boekje?? Zo kunnen we niet verder morgen.
Het ligt nog op een
bankje bij
de bron van de Doubs!! Ik ren weer terug naar boven. Wat een geluk dat het er nòg ligt.

We genieten van een mooie avond en een kramsvogel scheert over onze hoofden.
 
Zondag, 10 juni, 2007.
Mouthe - La Chapelle de Bois
 
Als je op de camping staat en je hoeft niet naar de bakker in het dorp, dan kan je beter bij de  
camping rechtuit een halfverhard pad nemen en de omweg over het asfalt naar Mouthe en
terug overslaan. Enfin, we gaan welgemoed op pad en we beginnen droog, maar dat duurt
helaas niet lang.
Bij de eerste bui gaan we nog een half uurtje schuilen. Let op, de route is
niet altijd even duidelijk
vanaf het oude douanehok. We moeten steeds spoorzoeken.
Vervelend.

We lopen in een dal van een meanderende rivier in het moeras tussen hoog gras. Het is
overal nat, boven ons en
onder ons. Bij de tweede bui drinken we koffie in een mooie
gîte/hotel/restaurant in Chaux-Neuve, direkt als we in het plaatsje arriveren aan de linkerkant.
Auberge le Grand Gîte.
28 plaatsen, tel. 03 81 69 25 75. Aanrader. Bij het pompstation is
een klein winkeltje. Het
dorpje ziet er best wel aardig uit met de bloembakken.

Dan volgt de derde bui met onweer
en het is pas 10.30 uur. We schuilen in een
gerestaureerde wasplaats
met bloemetjes. Om 11.15 uur weer op pad in lichte regen. Daarna
krijgen we nog een vierde bui en hoera,
dan wordt het mooi weer rond de middag. Staalblauw
overal en de zon. Het wordt heet. Tijdens het picknicken
genieten we een uurtje in het veld langs
de weg.
Daarna wordt het pad saai, saai, saai. Alleen maar bospaden met naaldbomen. Ook de 
lucht trekt weer dicht.
Om 16.30 uur bereiken we gîte de Montagnard in la Chapelle de Bois,
die
wij reeds besproken hadden. Het is een prachtige gîte met een tweepersoonskamer met
badkamer en balcon. Superlux. Honden waren geen enkel bezwaar
en ons Padje kan weer
tot
rust komen.

Het onweer bouwt zich weer aan alle kanten op. De Belgen komen drie kwartier
nà ons binnen,
nèt op tijd.
Om zeven uur zitten we allemaal in de eetzaal en eten stevige boerekost met ijs toe.
De eigenaars/beheerders zijn zeer gastvrij en doen er alles aan om het ons naar de zin te
maken. Ook de wijn en de koffie is inbegrepen in het demie-pension, d.w.z. diner en ontbijt.
's Nachts knalt het onweer regelmatig en het hoost de hele nacht.
Geen overbodige luxe, deze gîte d'Etappe le Montagnard. Warm aanbevolen.
 
Maandag, 11 juni, 2007.
La Chapelle de Bois - Les Rousses
 
Om 7.30 uur zitten we als eerste aan het ontbijt en gaan daarna op pad. Het is grijs en mistig, 
maar droog. We beginnen meteen met een steile klim naar boven naar de crête. Een prachtig,
maar moeilijk pad, zeker door de natte keien
en boomwortels, die spekglad zijn. Hier en daar
zijn behoorlijke afgronden langs een smal paadje.
Koos heeft er geen problemen mee. Als ik
bijna boven ben glij ik uit en door de rugzak ben ik ook topzwaar.
Oef, bijna in de diepte gestort.
Ik raak volledig in paniek en blokkeer. Ik kan de grote stappen omhoog niet maken.
Ik lig half
tegen de helling te huilen van angst. Koos brengt zijn rugzak een stuk hoger en daalt
dan weer
af om mij te helpen.
Eerst voorzichtig mijn zak afdoen en dan moet ik naar boven.
Nu gaat het best gemakkelijk. Bah, dit was even een eng stukje. Lastig als je hoogtevrees hebt.

Later komen we nog wat moeilijke passages tegen langs afgronden, maar ik kom er toch
compleet met zak langs. Maar het duurt even voor de angst wegzakt. Als we bovenop zijn, komen
er ineens zes gemzen los. Wat een prachtig gezicht. We lopen nu op een mooi bospad op de
crête.
Jammer, dat we door de mist geen uitzicht hebben.
Plotseling staan we voor een muur van ruwe rots. Tja, wat nu??? Koos klautert omhoog met zijn 
rugzak op en zelfs onze
Paddy komt omhoog. Een bordercollie is toch een heel bijzondere hond.
Hij trekt zich gewoon op aan zijn
voorpoten!! Onvoorstelbaar. Ik doe mijn rugzak af en op handen
en voeten kom ik ook boven.
Koos gaat voorzichtig naar beneden en komt even later met mijn
rugzak naar boven.
De wand is ongeveer 8 m hoog en 70 % steil en bestaat uit glibberige, natte,
ruwe steen. Maar het gaat. Hier verder geen afgronden en dus geen hoogtevrees. Dat scheelt.

De rest van het pad is een
normaal, bijna plat, bospad. Bij La Roche Bernard hebben we een
prachtig uitzichtpunt. De mist is opgetrokken en
we zien het dal met meertjes beneden. De
Belgen komen er ook weer aan. In de middag moeten we nog 12 km
over saaie boswegen.
Omhoog, omlaag, bos, bos, bos.
Niets aan. Zo monotoon. We passeren de twee picknickende
Belgen.
Iets verderop gaan wij ook eten. En dan komen Henk en Marleen vanaf de andere kant
aanwandelen. Ze zullen de Eriba
wel weer verder op hebben neergezet.

Om 15.00 uur begint het te onweren en te hozen.
We schuilen, het houdt niet op. Dan de tweede
donderbui, we gaan weer lopen, je kan niet
eeuwig blijven schuilen. De derde donderbui, we zijn
drijfnat
en Paddy is zo bang. We rusten even bij een boshutje, weer samen met de Belgen. Het
blijft maar hozen en onweren.
We lopen door. We zijn doorweekt. We krijgen in totaal zes
onweersbuien met muren van regen.
We staan soms tot onze kuiten in de modder. Er zit net
zoveel modder in de schoenen, als erop.

Vlakbij Les Rousses lopen we verkeerd. We kunnen nergens markeringen vinden en we gaan
wéér zwerven. We komen steeds dieper in het bos en in de modder. We zijn totaal de weg kwijt.
En maar hozen, en maar onweren. Paddy is in alle staten en drijfnat. We zijn moe, alle drie.
We zijn wanhopig en mijn schoenen staan vol water. Als we niet oppassen komen we dit woud
niet meer uit of we
lopen door naar Genève. Het is een erg groot bos en we zijn alle gevoel voor
richting kwijt. We proberen terug te lopen.
Ineens herkennen we wat en lopen terug tot het punt waar we wèl goed waren. Na drie kwartier 
zijn we weer op het pad.
Gelukkig. We moesten ergens tussen een paar hutjes door en dáár
stond de markering naar links.
Wij waren rechtuit en naar rechts gegaan, want Koos meende
die kant op de voetsporen van de Belgen te herkennen. Niet dus.

Om 18.30 uur komen we bij Les Rousses aan. Het eerste wat we zien is een hotel met een
bordje
dat ze geopend zijn. Het is geen weer voor kamperen, we duiken spontaan het hotel in
en
staan druipend met zijn drieën op de mat. Een begripvolle vrouw vraagt ons alleraardigst:
Ça va?
Gaat het? Wij antwoorden: Non, pas du tout.
Een half uur voor
ons waren twee verzopen Belgen aangekomen en die hadden de dame reeds
verwittigd dat er nog twee Nederlanders
met een hond onderweg waren.
Ze komt direkt aan met een handdoek om Paddy droog te wrijven en onze
schoenen en jassen
worden in het droogruim gezet. (Zou het hier vaker regenen?).
We hebben een prima kamer en
leggen de
slaapzakken te drogen. Alles in de rugzak is nat geworden, alles moet uithangen.
Lekker douchen en met de föhn mijn tanga
drogen zodat ik in de klamme kleren toch een beetje
droog kan zitten in de eetzaal.
Onze Paddy slaapt als
een blok op de kamer op zijn handdoek.

Wij eten lekker en boven onze tafel hangt een
metalen bord met een koe met de tekst:
” Ici, on est vachement bien”. Ja, we zitten hier hartstikke goed in hotel La Redoute =
de schuilplaats.
We komen weer bij en we voelen ons bijzonder rijk dat we dit kunnen betalen en
niet hoeven te kamperen, want dan had je een hoop
natte shit.
 
Dinsdag, 12 juni, 2007
Les Rousses - Meer v. Genève
 
We hebben uitstekend geslapen en lekker ontbeten. Het is droog, dus we gaan weer welgemoed 
op pad. Bij de
Zwitsers/Franse grens lopen we even verkeerd. Je moet hier een hoek van
45 graden
naar rechts maken,
want anders mis je de grens en loop je weer Frankrijk in. Daarna
moeten we omhoog naar Col de Grivine en
de gele Zwitserse bordjes volgen. Dat gaat prima.
Dan gaan we regelmatig zakken. Rond de middag wordt het
weer aan alle kanten zwart.
We besluiten om wederom een nat pak te vermijden en in St. Cergue de trein naar
Nyon te nemen.
Die laatste 11 km doen we wel later. We zijn nog niet bij het station of het begint alweer te regenen.
Even later vult een hele schoolklas de trein. In Nyon nemen we de trein naar Rolle. Daar lopen we
naar een
camping direkt aan het Meer van Genève, niet zo ver van het station.
Er volgt een prachtige avond.
We doen boodschappen bij de Migros – helaas zonder wijn – rare filosofie van die Zwitsers, en 
koken lekker
bij de tent en kijken op het meer. Eindelijk van die regen af.
 
Woensdag, 13 juni, 2007. 
We hebben heerlijk geslapen en genieten van een schitterende ochtend in de zon. Lekker alles 
op het gemak.
Met Paddy nog even een wandeling gemaakt langs het Meer van Genève en het
fraaie kasteel van Rolle uit 1200.
Het ging prima met onze hond door de Jura, afgezien van het
onweer. Gelukkig maar.
Ik dacht dat hij na de Vogezen niet meer mee zou kunnen. Hij loopt op
pijnstillers voor zijn
artrose. Het is een bijzondere hond en geeft nooit op. Hij wil er bij zijn. Zo
gauw we de grote rugzak pakken en
de dikke schoenen aandoen, begint hij altijd te jodelen.


Daarna pakken we de trein naar Lausanne en vervolgens naar Vallorbe, aan de grens. 
Ongeveer aan de achterkant van de Mont d'Or, waar we boven over gelopen hebben.
Echter, in Vallorbe zitten we klem. De Zwitsers zijn
onvriendelijk, willen geen inlichtingen over de
bus verstrekken, want ze kennen Frankrijk
niet. Er bestaan alleen
bussen naar Zwitserland. Maar
gelukkig, om 12.45 uur komt er tòch een Franse bus aan die ons na drie kwartier
afzet in Frasne.
We zijn de enige passagiers. In Frasne moeten we twee en een half uur
wachten op de trein naar
Pontarlier voor een treinritje van 10 minuten. We besluiten om maar een taxi te
nemen.
 
Donderdag, 14 juni, 2007.
Dagtochtje St. Cergue - Nyon 11 km
 
De wekker loopt weer om 6.00 uur af. Om 7.30 uur zitten we in de auto. We rijden via Vallorbe 
en de Vallée du Joux
naar St. Cergue. Het is droog. De zon schijnt zelfs even. We parkeren de
auto bij het station en beginnen aan
onze laatste 11 km naar Nyon.

We lopen alsmaar naar beneden, maar uitzicht op het meer heb je nauwelijks. We lopen naar
de haven
tot het punt waar de boot naar Thonon–les–Bains vertrekt. Wij blijven op de kade en
picknicken aan de boulevard bij het Meer van Genève. Weer een mijlpaal bereikt. De Jura is
klaar.
Ongeveer 270 km gelopen.

Wat is de Jura?? Bos, bos, bos, drassige weiden en meer koeien dan
mensen.
Leeg, uitgestorven, saai en zeik, zeik, zeiknat. Ik ben blij dat we er mee klaar zijn.
De Vogezen zijn vele malen mooier en afwisselender. Terug naar het Meer van Genève.
Nyon is een grote stad met een leuk centrum en
een fraaie boulevard. Na de picknick pakken
we het treintje terug naar St. Cergue. Het kan weer elk
moment gaan onweren. We rijden met
de auto terug naar Pontarlier.
We willen nog zo graag het kasteel du Joux bekijken, maar in de
regen...
Doen we morgen wel. Daarna terug naar Nederland, de nattigheid uit.