Deel III de Jura

 

Van Nommay tot aan Nyon aan het Meer van Genève
Van 31 mei, 2007 tot en met 12 juni, 2007
en een dagtocht op 14 juni, 2007.
 
   
Het GR 5 boekje van de Jura is niet helemaal ideaal. Ze hebben drie GR routes in 
één boekje gecombineerd en daarin zit de GR 5 ook verweven. Het is een dik, 
dus zwaar boekje, waar je steeds hers en dwers doorheen moet bladeren. 
Je begint bijv. op pagina 109 en bij pagina 115 moet je naar pagina 35. Niet handig. 
Een ander nadeel van de Jura is het weer. Het kan er vaak ontzettend regenen. 
Het meeste wat je op je weg tegenkomt zijn sparren en koeien, of koeien en sparren?
Kortom de Jura vond ik eigenlijk een noodzakelijk kwaad, op het stuk langs de Doubs na, 
want dat is werkelijk schitterend. Je kan de Jura pas in juni gaan lopen, want in mei is er nog 
niets open, geen gîte, geen camping. Onze Flokstra uit Enschede stond regelmatig voor 
dichte deuren en dat is niet leuk. Het hele traject is ongeveer 300 km en goed te doen 
in één wandelperiode.
 
Woensdag, 30 mei, 2007.
 
We hebben de caravan gepoot op de camping in Pontarlier, Le Larmont. 
Een aardige terrascamping met goede voorzieningen.
We zitten een dag langer in de caravan, dan de bedoeling was. 
We zijn op tweede Pinksterdag aangekomen en het is er nat en koud. 
Om twee dingen te combineren, n.l. De hond uitlaten en de dag doorkomen, lopen we vanaf de camping omhoog om de GR 5 route 
te zoeken, die op ongeveer een goeie kilometer van de camping af, bovenover door het bos moet lopen. 
De route is geel/blauw gemarkeerd en bij het punt Chasal du Creux heb je de GR 5 te pakken. Verder moesten wij noodgedwongen 
de hele dag in de caravan blijven met de kachel aan en buiten maar hozen, hozen, hozen. Zo gaan we niet op pad.
Vannacht heeft het flink gevroren. De bloemen staan op de ramen en de hondebak zat vastgevroren aan het gras buiten. 
Maar nu wagen we het er toch op. We staan om 5.15 uur op. We lopen kraak, kraak, kraak over het bevroren gras. 
De bushalte is een half uurtje stevig lopen vanaf de camping naar het dorp.We nemen de bus van 7.10 uur uit Pontarlier naar 
Besancon. Daarna pakken we de trein van 9.10 uur naar Montbéliard en bus 5 van 10.00 uur naar Nommay. 
Deze gaat van maandag tot/met zaterdag om het half uur. Er is geen bus op zondag. Uitstappen bij de pharmacy (apotheek). 
Hoera, het wordt mooi weer en de zon schijnt. Bij de bakker kopen we twee amandelcroissants en in het parkje eten 
we deze op als ontbijt. Om kwart voor elf gaan we uiteindelijk met de GR 5 beginnen. We lopen langs een recreatieplas en een kanaal. 
Shit. De sluis is hermetisch afgesloten en we moeten 4 km teruglopen en over een brug over het Rhone-Rijn kanaal. 
Na ruim een uur pakken we de route weer op. In het bos voor Dasle raken we volkomen de weg kwijt en hebben we 
twee uur rondgelopen in het bos. Uiteindelijk komen we in Audincourt, waar vier verschillende mensen ons vier verschillende 
richtingen wijzen naar Dasle. Uiteindelijk gaan we maar terug naar het bos en lopen puur oost. Na anderhalf uur zijn we weer 
op de route. Keikapot en niet erg opgeschoten. We zuiveren water in een fonteinbak in Dasle. We hebben voor het eerst 
een waterzuiveraar bij ons, omdat ze ons waarschuwden, dat niet alle water onderweg zuiver is, omdat het door poreuze 
kalk loopt in de Jura. We bellen de gîte in Vandoncourt. Is opgeheven. Shit. Dan maar doorlopen en gaan wildkamperen. 
Het gaat niet soepel vandaag. Het zit een beetje tegen, allemaal. We bewonderen nog even Pont de Sarrazin, maar we 
zijn eigenlijk te moe. Je moet hier goed opletten, er lopen twee routes. Pak de goeie, richting Abbévillers. 
We lopen door een heel dicht en modderig bos en dat is niet aantrekkelijk om wild te kamperen. 
Uiteindelijk, als we het bos bijna uit zijn, vinden we nog iets aan de bosrand. We zijn alledrie (ook de hond) kapot om half
negen. We eten een beetje en ploffen de tent in. Ik vind wildkamperen toch wel eng.'s Nachts hoor ik getrappel en geknor. 
Zwijnen??? Ik ben blij als het licht wordt om 6.00 uur. Het is droog en half bewolkt.
 
Donderdag, 31 mei, 2007
 
We gaan welgemoed op weg in de zon. Het is mooi in het bos. Om 10.00 uur drinken we koffie bij La Papeterie. 
Een hele leuke uitspanning op een idyllisch plekje in het bos. Het kleine hotel-restaurant ziet er perfect uit.
Als we gisteren niet zo hopeloos verkeerd hadden gelopen, hadden we hier uitstekend kunnen eten en slapen. Voor jullie, 
van harte aanbevolen. Tel. 03 81 30 80 51. Nu gaan we precies op de grens van Frankrijk en Zwitserland lopen. 
Het is een klein paadje in het bos. Soms moet je een steile trap omhoog voor 25 m. Daarna verlaten we de grens weer
en gaan we midden in een weiland rustig picknicken. De koeien staan wat verderop. Het wordt zelfs verzengend heet. 
Er zou wel eens onweer kunnen komen. Een uurtje later begint het te donderen. We zijn net bij een bosje, als er een muur 
van water naar beneden valt. We schuilen drie kwartier. Daarna gaan we over glibberpaden verder. Het blijft regenen van 
tijd tot tijd. Na Chamesol wordt het alsmaar naar beneden lopen tot St. Hippolyte. We hebben de camping gauw gevonden en 
zetten vlug de tent op. Het is een prima camping. Heerlijk gedouchet en een mens komt weer bij. Omdat het maar blijft mieseren, 
gaan we in een restaurant, links over de brug, forel eten. Lekker warm en droog.
 
Vrijdag, 1 juni, 2007
 
Heerlijk geslapen, al heeft het de hele nacht geregend. Nu transporteren we alles naar het washok. Hier eten we en pakken in. 
Dat is tenminste droog. We gaan in de regen op pad. Het is even zoeken naar de goede route. Eerst hebben we een dalend pad 
naar het dal, daarna hebben we een pad recht omhoog. Dikke klei, overal riviertjes. De omgeving is prachtig, maar het blijft 
maar plenzen. We klimmen nauwelijks harder dan anderhalve kilometer per uur. Het is steil en we glijden regelmatig terug. 
Het blijft maar regenen. In Trévilliers in Hotel de France gaan we eten. Kunnen we even opdrogen. Om 14.00 uur gaan 
we weer verder. Het is droog. Bij Urtière is een mooie chapelle.Hij doet een beetje denken aan een Noorse stavkirke. 
Verdorie, het regent al weer. Nu moeten we door een bos naar beneden in hele diepe modder, dankzij zo'n 
bomenrooi-apparaat. We zijn nat tot op de draad. Onze Paddy lijkt de helft dunner. Om 19.00 uur is alles reeds dicht 
in Goumois. Nu moeten we nog ruim één kilometer lopen naar de camping, gelegen aan een zeer ontstuimige Doubs. 
Overal zijn watervallen. We komen aan bij een keurige camping, La Forge, maar er is geen mens aanwezig. 
We zijn bekaf en zitten een uurtje bij te komen op een houten bankje, onder een klein afdakje. We eten ons noodrantsoen en 
nèt voor het donker zetten we in de zeikregen de tent op. Alles is nat. Nu vind ik kamperen niet leuk. Waarom zitten we
niet in een hotel??? Ons hondje ligt zeiknat tussen ons in. Hij kan er ook niets aan doen. We proberen maar te slapen.
 
Zaterdag, 2 juni, 2007.
 
Als we wakker worden regent het nog steeds. We slepen alles weer naar het afdakje, ontbijten en pakken in. 
Van 20.00 uur tot 8.00 uur geen beheerder gezien, dus hadden we een gratis nacht. We gaan weer in de regen op pad. 
In Goumois is nu gelukkig een winkel open. We kopen melk en brood, cup-a-soup en mueslirepen. 
De route is heel mooi langs de Doubs. Tegen de middag wordt het droog. Alleen wij zijn nog nat. Op het pad picknicken 
we in een waterig zonnetje. Eerst lopen er twee Belgen voorbij en daarna passeert een Frans stel op de mountainbike. 
Het is druk hier. We hebben een schitterende tocht langs een zeer wilde Doubs. Bij een waterkracht centrale gaat het helemaal 
te keer. Even later stort het water met veel geweld over een dam. We nemen een alternatief pad onderlangs, omdat we 
de Echelles de la Mort niet met de hond kunnen doen. Bij de centrale van Refrain krijgen we een heel moeilijk, maar mooi 
bemost pad met keien en gladde boomwortels. Het is echt een heel vreemd bemost bos met steile hellingen en een smal dal. 
Hier komt de zon nooit. Daarna volgt de barrage. Hè, hè, we hebben het gehad, dachten we. Maar we krijgen bij het stuwmeer 
een ladder van 10 m hoog. Dit kan de hond niet, en dit ga ik ook niet doen met zo'n grote rugzak op. Retour. We zoeken een
alternatief. We klimmen eerst omhoog over een blauw/geel gemarkeerd pad richting Fournet/ Blancheroche. We gaan diep door 
de modder en vervolgens over een bruggetje. We moeten dan op handen en knieën omhoog. Daarna lopen we steil over een graat, 
nog verder omhoog en dan opeens zien we een bordje: La Rasse GR 5 linksaf naar beneden. Dat is een verrassing. 
Na een uurtje omlopen komen we weer op de GR 5 uit ongeveer ter hoogte van de ladder, maar nu aan de bovenkant. 
Nu moeten we nog anderhalf uur flink doorstiefelen naar La Rasse, over een fraai pad langs de Doubs. Om klok 19.00 uur komen 
we modderig en stinkend aan. De hond is blij dat hij kan gaan liggen. Gauw douchen en drie kwartier later zitten we aan het diner. 
Een echt wandelhotel. Zoiets is tamelijk uniek. Het is zeer rustiek en authentiek. En zeker niet verkeerd. Het is echt heel leuk, 
er zijn aardige mensen en ook het eten is goed. Ook de hond is van harte welkom, ondanks de vloerbedekking. 
Ze hebben zelf ook honden. Je kan er alleen te voet komen of per auto via Zwitserland en over de brug. 
We hebben een grote kamer met een heerlijk bed. We slapen lekker langs de wilde Doubs.
 
Zondag, 3 juni, 2007.
 
Hoera de zon schijnt. Na het ontbijt gaan we om 8.15 uur op pad. We hebben een prachtige route vandaag. De Doubs is een 
stuk rustiger. Hij heeft schijnbaar het meeste regenwater verwerkt. We beginnen aan het sentier des Graviers, door 
de Gorges de Doubs, 15 km lang en 70 m boven de Doubs. Smal, afgronden, keien, boomwortels, dus moeilijk en 
soms een beetje eng. Steil omhoog en steil naar beneden, maar ongelooflijk mooi. Het is het allermooiste stuk van de Jura en 
we hebben zo'n mooi weer. Je kan hier alleen maar lopend komen. Aan de overkant staan een paar vissers op forel te vissen. 
De twee Belgen komen ook weer voorbij. Vijf en twintig jaar geleden hebben we hier aan de overkant, de Zwitserse kant, 
gelopen met de kinderen. Sidney zat bij Koos aan een touw, uit angst dat hij van de weg zou raken. Dan komen we bij 
de barrage van de Châtelot. We moeten hier ongeveer 100 m naar beneden over stalen trappen met roosters. 
Onze arme Paddy, hij doet het wel, maar het doet hem ontiegelijk pijn aan zijn pootjes. Koos kan hem toch ook niet 
alle trappen gaan dragen. Wat een kermis is het hier. Je kan hier per auto komen en het stikt hier van de toeristen.
Tja, het is zondag én mooi weer. Hoe moet het hier uitzien in het hoogseizoen? We zijn hier ook ooit met de kinderen 
geweest aan de overkant. Het komt ons allemaal vaag bekend voor. We lopen nu op een gemakkelijk, maar druk pad, 
verder tot Vions. Hier is de kermis zonodig nòg erger. We staan bij de Saut du Doubs. Ook hier zijn we ooit eerder geweest 
met de kinderen, wederom aan de Zwitserse kant. Vanaf hier kan je met een boot naar Villers-le-Lac aan de Franse kant of 
naar Les Brenets, aan de Zwitserse kant.
 
Wij vervolgen onze weg volgens de GR 5 route in het boekje over 6 km asfalt en we moeten eerst veel klimmen. Wat een rotpad. 
We zijn moe, de hond kan niet meer en we zijn pas om zes uur in Villers-le-Lac. Aangezien we ook geen cashgeld meer hebben 
(het wandelhotel wilde cashgeld en geen creditcard) moeten we eerst pinnen. Hadden we maar 6 km terug meteen de boot naar 
Les Brenets genomen, dan hadden we zowat voor de camping kunnen afstappen, maar dat ging niet, want we hadden maar 
tien euro op zak, en volgden plichtsgetrouw die rotroute over het asfalt. Niet doen dus. Als je op een prima camping wilt 
gaan kamperen in Zwitserland, pak dan direct de boot naar de overkant. Nu nog lopen naar Les Brenets?! We zijn zo moe alle drie. 
Ik vraag een mevrouw of ze een taxi voor ons wil bellen. Nog 3 km lopen = 1 uur, kunnen we niet meer. De dame is zo lief om ons
even te brengen. Heel fijn voor Paddy, en ook voor ons. Om 19.00 uur zitten we in het avondzonnetje voor de tent op een 
supercamping. Nog gauw even wat te eten gekocht bij Tamoil benzinepomp, onderaan de camping. En rust, hè,hè.
 
Maandag, 4 juni, 2007.
 
Dikke mist vanmorgen. Je ziet bijna geen hand voor ogen. Tegen 10.00 uur klaart het op. Het wordt prachtig weer. 
We hebben een rustdag vandaag. Eerst lekker en op het gemak douchen. Dan alle vieze kleren in de wasmachine. 
Ze stonken een uur in de wind. Wat een supercamping. Drooglijnen en wasknijpers krijg je erbij. Daarna gaan we in het dorp 
boodschappen doen. Daarna doen we lekker niets in het zonnetje. We hebben een prachtig uitzicht, want we zitten op een 
terrascamping. Het wordt drukkend benauwd en daarna krijgen we een stevig onweer. Het deert ons niet. We zitten nu in een 
soort verwarmde kantine. Wat een aardige baas hoort er bij deze camping. Hij wil het ons best naar de zin maken. 
Tegen etenstijd komen we in gesprek met een aardig Zwitsers stel. Het is heel gezellig. Het is inmiddels weer droog en we koken
ieder ons eten op de tafel van de picknickbanken. Een rode wouw (roofvogel) vliegt over de camping.
 
Dinsdag, 5 juni, 2007.
 
Om 5.30 uur staan we op. Er is wederom een dikke mist. Om 7.30 uur gaan we aan de wandel. Na twee km zijn we weer 
op de route. Dat was niet zo moeilijk. We moeten over een onbewaakte spoorovergang en dan recht omhoog. 
Boven in een bos bij een grote boerderij en een weiland, trekt ineens de mist op en wordt de hemel overal weer blauw. 
Nu hebben we een echte Jura-etappe. We lopen weer pal op de grens. Het is een prachtig paadje langs een soort Hadrianwall 
in het klein. Veel stijgen, veel keien, een moeilijk pad, maar wel heel mooi. Het schiet alleen niet erg op. Aan de bovenkant van 
de ski-piste van Morteau liggen nog hele plakken hagel. Het zal hier wel erg gespookt hebben tijdens het onweer, gisteren. 
In de middag komen we om drie uur bij Vieux Chatelieu. Het is daar een gîte van niks. Het zit in een oude spinnenboerderij en 
hij is gesloten. Verderop is een andere gîte in Les Cerneux. Ook gesloten. Shit, wat nu? Het enige pluspunt is het mooie weer. 
Het is inmiddels 17.00 uur en we hebben nog geen oplossing voor een overnachting. We bellen naar de gîte in Les Seignes. 
Tja, die is vol, maar die heeft ook maar vier plaatsen. Hier op de Frans/Zwitserse grens is het redelijk uitgestorven. 
De mogelijkheden zijn zeer beperkt, want je zit echt in de middle of nowhere. We moeten nu eerst water hebben en dan zoeken 
we maar een wildkampeerplaats. Ik bel aan bij een houten hut en een vriendelijk vrouwtje vult onze drinkflessen. 
Tien minuten later lopen we overeen breed zandpad richting bos. We zwaaien af naar rechts en gaan langs een pikdraad een veld 
in met hoog gras. Het is heerlijk in de zon. Eerst gaan we eten. Shit, op het stille zandweggetje komt twee keer achter elkaar een 
wit autootje voorbij naar het bos, en weer retour. Wat doet hij daar? Bij de derde keer ziet hij ons. Shit, we zijn ontdekt, wat nu? 
Gaat hij nu de politie halen? Nu komt er een rood autootje aanrijden, 
kijken, draaien en weer wegrijden. Hè, wat vervelend. We durven nog niet te gaan slapen en we zijn best wel heel moe. 
Het is bijna donker en het witte autootje komt nog een keer op en neer. Dan kruipen we toch maar in de slaapzak. 
De veldwachter en de boer zijn nog niet gekomen om schadevergoeding te claimen voor platgetrapt gras in het hooiland.
 
Woensdag, 6 juni, 2007.
 
We hebben heerlijk geslapen in het veld ondanks de spanning van gisteren. We hebben een prachtige ochtend met stralend weer 
en wat mistflarden. We kleden ons gauw aan en pakken de tent in.Om 6.30 uur lopen we met een lege maag het veld uit. 
Als de politie komt, zijn wij ze voor. Het enige wat wij weer achterlaten is platgetrapt gras. In het bos krijgen we de ontknoping. 
Wat heeft dat witte autootje gedaan??? Illegaal puin gestort!!! En wij maar bang zijn voor een bekeuring voor het wildkamperen!!! 
De Eikel, hij dacht zeker dat wij van de milieupolitie waren. Grappig achteraf. Op een zonnig plaatsje in het bos gaan we ontbijten. 
Het loopt niet lekker met een lege maag. Verderop zuiveren we water uit een beekje. Dat gaat heel goed, maar op een gegeven 
moment is de waterzuiveraar verstopt met gruis. Maar we hebben voorlopig voldoende water. We hebben nu een saaie weg: bos, 
weide, bos, weide, asfalt. Regelmatig asfalt en vals plat omhoog. Ik heb daar een geweldige hekel aan. In les Alliers rusten we en 
tappen water bij een boer. Op de kam is de bewegwijzering slecht. Een beetje zoeken, een beetje heen en weer.
Er komen nog wat GR 5-lopers aan. Een Fransman met een klein rugzakje (zijn vriendin haalt en brengt hem de hele route 
per camper), en een Nederlands echtpaar, hij met een rugzak en zij met een paraplu. Ze slapen zo veel mogelijk in hun eigen 
Eriba (caravan) of in gîtes als het niet anders kan. Moeten veel heen en weer met het openbaar vervoer of de taxi. Moeilijke zaak 
en best duur ook. Hoe gaan ze dat doen in de Alpen? Het zijn Henk en Marleen. We komen ze later in Pontarlier weer tegen op 
de camping, nèt als de twee Belgen sinds Goumois. Ik heb trouwens een rekenfout gemaakt. Ik dacht dat het vanaf Alliers nog 
veel verder was, maar het is véél minder. Dat komt door al die bladzijden heen en weer in dat boekje. Gelukkig maar, die meevaller. 
We staan om 16.30 uur al bij de caravan in Pontarlier, dankzij ons binnendoorweggetje naar de camping, wat wij al hadden 
uitgevonden, vóór dat we aan deze route begonnen. We moeten wel door een paardenwei mèt paarden. Dat is geen pretje met 
onze Paddy, want door hem komen alle paarden op ons af. Bij het punt Chasal du Creux de geel/blauwe route naar beneden volgen 
en je bent zó op de camping van Pontarlier. Lekker douchen, Paddy in de caravan laten en lekker luxe met de auto boodschappen 
doen bij de Géant. In de avondzon eten we later allemaal lekkere dingen op een stoel voor de caravan, wat een luxe.
 
Donderdag, 7 juni, 2007.
 
We houden een rustdag. We zijn ongeveer halfweg in de Jura. We genieten van de luxe van de caravan met een tafel en stoelen. 
We herpakken de rugzakken, schone kleren en nieuw noodvoer. Wassen is ook een noodzakelijk corvé. Het is een grauwe dag.
We gaan per auto de route verkennen tot La Chapelle de Bois. Daar staat een mooie gîte d'Etappe. We reserveren vast een plaats.
's Middags gaat het heftig onweren en daarna blijft het miezeren. De was krijgen we niet droog. De was van de Belgen hangt 
door het hele bloc sanitair. We zijn er niet rouwig omdat we vandaag niet gelopen hebben. We gaan lekker droog slapen. 
Morgen zien we wel weer verder.
 
Vrijdag, 8 juni, 2007
 
De wekker loopt weer om half zes af. Het is droog, grijs en mistig. We gaan toch maar op pad. Om 7.15 uur lopen we weer 
de camping af. Het is flink stijgen tot aan Fort Larmont. Vanaf hier heb je een fraai uitzicht op het Château du Joux. Als je het weet. 
Het uitzicht is niet bijster. Het plaatje voorop het wandelboekje is schitterend. Zo zou het moeten zijn. Daar komen Henk en 
Marleen met de flutrugzakjes ook weer aan. Ze hadden een vroege bus uit Mouthe en pikken de route ook weer op. 
In Frambourg moet je goed oppassen. Overal lopen wit/rode GR routes naar alle kanten. Goed lezen in het boekje. 
Je moet een smal pad met hoog gras hebben. We krijgen veel steile, glibberige modderpaden met veel koeien. 
Veel kleiige drasweides. En alle koeien uit de wei komen op Paddy af. Wat een ellende. De twee Belgen zijn ook weer 
van de partij. We hebben een mooi uitzichtspunt bij de Crête de Sarrazin. Tussen de wolken door zien we Château du Joux 
en het Fort Larmont. Jammer dat het weer niet zo mooi is. Het is aan alle kanten vervaarlijk grijs en broeiierig heet. 
In het dorpje Les Fourgs picknicken bij een picknickbank midden in het dorp. Het wordt verzengend heet, het is gewoon 
om af te leggen. Onweer??? We gaan weer verder en het begint te plenzen. Het plenst de hele middag. Zeiknat zijn we. 
Het pad is ook niet leuk. Of je gaat door modderige weides vol koeien, of over het asfalt. Bos, weide, bos, weide. 
Een gebied om gauw te vergeten. Om 17.00 uur komen we aan bij Les Hopitaux Neufs. Bij een leuke kroeg nemen we 
een koffie met een cognacje. De Belgen zijn er ook. Dan even verder lopen naar camping Du Miroir. De camping is zo, zo,
maar wèl schoon. Het weer is té nat om bij de tent op de grond te gaan koken, dus we gaan eten in het campingrestaurant. 
Het is er hartstikke druk met Fransen, dus dan zal het wel goed zijn. Helaas ben ik katmisselijk en krijg geen hap 
door mijn keel. Koos eet dubbele porties. Hij vindt het allemaal heerlijk. Ook de Belgen komen er eten.
 
Zaterdag, 9 juni, 2007.
 
Het wordt straks wellicht mooi weer, maar we zitten nu eerst weer dik in de mist. We gaan om 7.45 uur op pad. 
Het pad stijgt meteen flink. We doen 500 m in 5 km. De Morond (1420 m) gaan we rechtstandig omhoog, omdat we 
het pad niet kunnen vinden. Dit is erg klimmen met zo'n zak op. Dit kost veel energie. Er zijn ook mensen die met de skilift 
omhoog komen. Ja, dat is geen kunst. Het uitzicht bovenop is niet geweldig. Overal hangt soep. Het weer op zich is wel goed. 
Zon en wolken en het is goed loopweer. Soms een beetje broeiierig. We lopen over een crête met een mooie rechte rotswand 
naar de Mont d'Or. (1460 m). Het is een beetje een bergetappe en we hebben hier een mooi uitzicht. De middagetappe van 
18 km is niet spannend. Eindeloze weilanden met koeien. Ze hebben in de Jura meer koeien als mensen. We lopen eeuwig langs 
electriciteitspalen glooiend naar beneden, met allemaal koeien achter ons aan. Net voor Mouthe komen we bij de bron van de
Doubs. Uit het niets uit een rotsspleet komt de rivier te voorschijn. Heel erg mooi. Om 17.30 uur komen we op de camping 
aan in Mouthe. Het is een echte wintersport camping = caravaneige, want Mouthe is de koudste plaats van Frankrijk. 
In de winter komt er nauwelijks zon en het ligt in een koud dal met een gure wind. Vandaag niet. We hebben stralend weer 
in Mouthe, met een staalblauwe lucht en een aangename temperatuur. Zo'n mooi weer hebben we tot nu toe nog niet 
gehad in de Jura. Maar we zijn helemaal af. Het wilde vandaag niet zo lukken met mij. Gisteren misselijk, vandaag miste ik energie. 
Ik liep niet makkelijk. De camping in Mouthe ligt bijna twee kilometer buiten het dorp. De winkel is in het dorp rechtsaf. 
Om boodschappen te doen moet je snel zijn. De winkel gaat vroeg dicht. Voor de camping moet je een telefoonnummer bellen. 
De beheerster komt dan naar de camping rijden, je betaalt en je krijgt een code voor het bloc sanitair.Het klinkt allemaal 
wat omslachtig, zeker als je moe bent, maar het werkt wel en het sanitair is prima. Vanwege de wintersportcamping hebben ze 
veel plaatsen op het asfalt, maar linksaf is gelukkig ook een grasveldje met wat plaatsen voor de tent. We ploffen languit op 
een veldje en Henk en Marleen staan tegenover ons met hun mini Eriba. Tja, met die kleine rugzakjes kan je veel vlotter lopen, 
dus die waren er allang. Ze zetten spontaan koffie voor ons. Dat vinden we heel lief. Een uurtje later komen de Belgen ook aan 
en gaan naast ons staan. Shit, waar is mijn GR 5 boekje?? Zo kunnen we niet verder morgen. Het ligt nog op een bankje bij 
de bron van de Doubs!! Wat een geluk dat het er nòg ligt. We genieten van een mooie avond en een kramsvogel scheert 
over onze hoofden.
 
Zondag, 10 juni, 2007.
 
Als je op de camping staat en je hoeft niet naar de bakker in het dorp, dan kan je beter bij de  camping rechtuit een halfverhard pad 
nemen en de omweg over het asfalt naar Mouthe en terug overslaan. Enfin, we gaan welgemoed op pad en we beginnen droog, 
maar dat duurt helaas niet lang. Bij de eerste bui gaan we nog een half uurtje schuilen. Let op, de route is niet altijd even duidelijk
vanaf het oude douanehok. We moeten steeds spoorzoeken. Vervelend. We lopen in een dal van een meanderende rivier in 
het moeras tussen hoog gras. Het is overal nat, boven ons en onder ons. Bij de tweede bui drinken we koffie in een mooie 
gîte/hotel/restaurant in Chaux-Neuve, direkt als we in het plaatsje arriveren aan de linkerkant. Auberge le Grand Gîte.
28 plaatsen, tel. 03 81 69 25 75. Aanrader. Bij het pompstation is een klein winkeltje. Het dorpje ziet er best wel aardig uit 
met de bloembakken. Dan volgt de derde bui met onweer en het is pas 10.30 uur. We schuilen in een gerestaureerde wasplaats 
met bloemetjes. Om 11.15 uur weer op pad in lichte regen. Daarna krijgen we nog een vierde bui en hoera, dan wordt het mooi 
weer rond de middag. Staalblauw overal en de zon. Het wordt heet. We genieten een uurtje in het veld langs de weg en picknicken.
Daarna wordt het pad saai, saai, saai. Alleen maar bospaden met naaldbomen. Ook de lucht trekt weer dicht. 
Om 16.30 uur bereiken we gîte de Montagnard in la Chapelle de Bois, die wij reeds besproken hadden. 
Het is een prachtige gîte met een tweepersoonskamer met badkamer en balcon. Superlux. Honden waren geen enkel bezwaar 
en ons Padje kan weer tot rust komen. Het onweer bouwt zich weer aan alle kanten op. De Belgen komen drie kwartier 
nà ons binnen, nèt op tijd. Om zeven uur zitten we allemaal in de eetzaal en eten stevige boerekost met ijs toe. 
De eigenaars/beheerders zijn zeer gastvrij en doen er alles aan om het ons naar de zin te maken. Ook de wijn en de koffie is 
inbegrepen in het demie-pension, d.w.z. diner en ontbijt. 's Nachts knalt het onweer regelmatig en het hoost de hele nacht. 
Geen overbodige luxe, deze gîte d'Etappe le Montagnard. Warm aanbevolen.
 
Maandag, 11 juni, 2007.
 
Om 7.30 uur zitten we als eerste aan het ontbijt en gaan daarna op pad. Het is grijs en mistig, maar droog. 
We beginnen meteen met een steile klim naar boven naar de crête. Een prachtig, maar moeilijk pad, zeker door de natte keien 
en boomwortels, die spekglad zijn. Hier en daar zijn behoorlijke afgronden langs een smal paadje. 
Koos heeft er geen problemen mee. Als ik bijna boven ben glij ik uit en door de rugzak ben ik ook topzwaar. 
Oef, bijna in de diepte gestort. Ik raak volledig in paniek en blokkeer. Ik kan de grote stappen omhoog niet maken.
Ik lig half tegen de helling te huilen van angst. Koos brengt zijn rugzak een stuk hoger en daalt dan weer af om mij te helpen. 
Eerst voorzichtig mijn zak afdoen en dan moet ik naar boven. Nu gaat het best gemakkelijk. Bah, dit was even een eng stukje. 
Lastig als je hoogtevrees hebt. Later komen we nog wat moeilijke passages tegen langs afgronden, maar ik kom er toch
compleet met zak langs. Maar het duurt even voor de angst wegzakt. Als we bovenop zijn, komen er ineens zes gemzen los. 
Wat een prachtig gezicht. We lopen nu op een mooi bospad op de crête. Jammer, dat we door de mist geen uitzicht hebben. 
Plotseling staan we voor een muur van ruwe rots. Tja, wat nu??? Koos klautert omhoog met zijn rugzak op en zelfs onze 
Paddy komt omhoog. Een bordercollie is toch een heel bijzondere hond. Hij trekt zich gewoon op aan zijn voorpoten!! 
Onvoorstelbaar. Ik doe mijn rugzak af en op handen en voeten kom ik ook boven. Koos gaat voorzichtig naar beneden en 
komt even later met mijn rugzak naar boven. De wand is ongeveer 8 m hoog en 70 % steil en bestaat uit glibberige, natte, 
ruwe steen. Maar het gaat. Hier verder geen afgronden en dus geen hoogtevrees. Dat scheelt. De rest van het pad is een 
normaal, bijna plat, bospad. Bij La Roche Bernard hebben we een prachtig uitzichtpunt. De mist is opgetrokken en 
we zien het dal met meertjes beneden. De Belgen komen er ook weer aan. In de middag moeten we nog 12 km 
over saaie boswegen. Omhoog, omlaag, bos, bos, bos. Niets aan. Zo monotoon. We passeren twee picknickende Belgen. 
Iets verderop gaan wij ook eten. En dan komen Henk en Marleen vanaf de andere kant aanwandelen. Ze zullen de Eriba
wel weer verder op hebben neergezet. Om 15.00 uur begint het te onweren en te hozen. We schuilen, het houdt niet op. 
Dan de tweede donderbui, we gaan weer lopen, je kan niet eeuwig blijven schuilen. De derde donderbui, we zijn drijfnat 
en Paddy is zo bang. We rusten even bij een boshutje, weer samen met de Belgen. Het blijft maar hozen en onweren.
We lopen door. We zijn doorweekt. We krijgen in totaal zes onweersbuien met muren van regen. We staan soms tot 
onze kuiten in de modder. Er zit net zoveel modder in de schoenen, als erop. Vlakbij Les Rousses lopen we verkeerd. 
We kunnen nergens markeringen vinden en we gaan wéér zwerven. We komen steeds dieper in het bos en in de modder. 
We zijn totaal de weg kwijt. En maar hozen, en maar onweren. Paddy is in alle staten en drijfnat. We zijn moe, alledrie.
We zijn wanhopig en mijn schoenen staan vol water. Als we niet oppassen komen we dit woud niet meer uit of we 
lopen door naar Genève. Het is een erg groot bos en we zijn alle gevoel voor richting kwijt. We proberen terug te lopen. 
Ineens herkennen we wat en lopen terug tot het punt waar we wèl goed waren. Na drie kwartier zijn we weer op het pad. 
Gelukkig. We moesten ergens tussen een paar hutjes door en dáár stond de markering naar links. Wij waren rechtuit en 
naar rechts gegaan. Om 18.30 uur komen we bij Les Rousses aan. Het eerste wat we zien is een hotel met een bordje
dat ze geopend zijn. Het is geen weer voor kamperen, we duiken spontaan het hotel in en staan druipend met zijn drieën 
op de mat. Een begripvolle vrouw vraagt ons alleraardigst Gaat het? Wij antwoorden Non, pas du tout. Een half uur voor 
ons waren twee verzopen Belgen aangekomen en die hadden de dame reeds verwittigd dat er nog twee Nederlanders 
met een hond onderweg waren. Ze komt direkt aan met een handdoek om Paddy droog te wrijven en onze schoenen en 
jassen worden in het droogruim gezet. (Zou het hier vaker regenen?). We hebben een prima kamer en leggen de 
slaapzakken te drogen. Alles in de rugzak is nat geworden, alles moet uithangen. Lekker douchen en met de föhn mijn tanga 
drogen zodat ik in de klamme kleren toch een beetje droog kan zitten in de eetzaal. Onze Paddy slaapt als een blok op 
de kamer op zijn handdoek. Wij eten lekker en boven onze tafel hangt een metalen bord met een koe met de tekst:
” Ici, on est vachement bien”. Ja, we zitten hier hartstikke goed in hotel La Redoute = de schuilplaats. We komen weer 
bij en we voelen ons bijzonder rijk dat we dit kunnen betalen en niet hoeven te kamperen, want dan had je een hoop
natte shit.
 
Dinsdag, 12 juni, 2007
 
We hebben uitstekend geslapen en lekker ontbeten. Het is droog, dus we gaan weer welgemoed op pad. Bij de 
Zwitsers/Franse grens lopen we even verkeerd. Je moet hier een hoek van 45 graden naar rechts maken, 
want anders mis je de grens en loop je weer Frankrijk in. Daarna moeten we omhoog naar Col de Grivine en 
de gele Zwitserse bordjes volgen. Dat gaat prima. Dan gaan we regelmatig zakken. Rond de middag wordt het 
weer aan alle kanten zwart. We besluiten om wederom een nat pak te vermijden en in St. Cergue de trein naar
Nyon te nemen. Die laatste 11 km doen we wel later. Nog niet bij het station begint het alweer te regenen. 
Even later vult een hele schoolklas de trein. In Nyon nemen we de trein naar Rolle. Daar lopen we naar een 
camping direkt aan het Meer van Genève, niet zo ver van het station. Er volgt een prachtige avond. 
We doen boodschappen bij de Migros – helaas zonder wijn – rare filosofie van die Zwitsers, en koken lekker
bij de tent en kijken op het meer.
 
Woensdag, 13 juni, 2007.
 
We hebben heerlijk geslapen en genieten van een schitterende ochtend in de zon. Lekker alles op het gemak. 
Met Paddy nog even een wandeling gemaakt langs het Meer van Genève en het fraaie kasteel van Rolle uit 1200. 
Het ging prima met onze hond door de Jura, afgezien van het onweer. Gelukkig maar.
Ik dacht dat hij na de Vogezen niet meer mee zou kunnen. Hij loopt op pijnstillers voor zijn artrose. 
Het is een bijzondere hond en geeft nooit op. Hij wil er bij zijn. Zo gauw we de grote rugzak pakken en 
de dikke schoenen aandoen, begint hij altijd te jodelen.

Daarna pakken we de trein naar Lausanne en vervolgens naar Vallorbe, aan de grens. Ongeveer aan de achterkant 
van de Mont d'Or, waar we boven over gelopen hebben. Echter, in Vallorbe zitten we klem. De Zwitsers zijn 
onvriendelijk, willen geen inlichtingen over de bus verstrekken, want ze kennen Frankrijk niet. Er bestaan alleen 
bussen naar Zwitserland. Maar gelukkig, om 12.45 uur komt er tòch een Franse bus aan die ons na drie kwartier
afzet in Frasne. We zijn de enige passagiers. In Frasne moeten we twee en een half uur wachten op de trein naar 
Pontarlier voor een treinritje van 10 minuten. We besluiten om maar een taxi te nemen.
 
Donderdag, 14 juni, 2007.
 
De wekker loopt weer om 6.00 uur af. Om 7.30 uur zitten we in de auto. We rijden via Vallorbe en de Vallée du Joux 
naar St. Cergue. Het is droog. De zon schijnt zelfs even. We parkeren de auto bij het station en beginnen aan 
onze laatste 11 km naar Nyon. We lopen alsmaar naar beneden, maar uitzicht op het meer heb je nauwelijks. 
We lopen naar de haven tot het punt waar de boot naar Thonon – les – Bains vertrekt. Wij blijven op de kade en 
picknicken aan de boulevard bij het Meer van Genève. Weer een mijlpaal bereikt. De Jura is klaar. 
Ongeveer 270 km gelopen. Wat is de Jura?? Bos, bos, bos, drassige weides en meer koeien dan mensen.
Leeg, uitgestorven, saai en zeik, zeik, zeiknat. Ik ben blij dat we er mee klaar zijn. De Vogezen zijn vele malen 
mooier en afwisselender. Terug naar het Meer van Genève. Nyon is een grote stad met een leuk centrum en 
een fraaie boulevard. Na de picknick pakken we het treintje terug naar St. Cergue. Het kan weer elk moment 
gaan onweren. We rijden met de auto terug naar Pontarlier. We willen nog zo graag het kasteel du Joux bekijken, 
maar in de regen...
Doen we morgen wel. Daarna terug naar Nederland, de nattigheid uit.